De Serenade nr. 10 voor blazers in Bes-majeur, beter bekend onder de naam Gran Partita, KV 361/370a, is een serenade van Wolfgang Amadeus Mozart geschreven voor dertien instrumenten (twaalf blazers en contrabas). Het stuk werd waarschijnlijk gecomponeerd in 1781 of 1782 . De ondertitel “Gran Partita” op het manuscript bevat een spelfout en is niet in Mozarts handschrift. Het bestaat uit zeven delen.

Het openingsdeel begint met een langzame introductie in Bes-majeur waarin tutti gepuncteerde ritmes tegenover solo’s van klarinet en hobo worden gezet. Dit leidt naar het Allegro moderato, geschreven ineen monothematische sonatevorm. Het eerste thema van de expositie zit eerst in Bes-majeur in de klarinetten, en komt later terug in en gewijzigde vorm in F-majeur in de bassethoorns en hobo’s als het tweede thema. Dit thema wordt gevarieerd in de doorwerking en komt terug in de reprise, ditmaal beide keren in Bes-majeur.
Het tweede deel is een menuet met twee contrasterende trio’s. Het menuetdeel is in Bes-majeur en gebruikt alle instrumenten intensief. Het eerste trio is geschreven in Es-majeur en gebruikt alleen de klarinetten en bassethoorns. Na dit eerste trio wordt het menuet herhaald. Het tweede trio is in de afgeleide toonsoort g-mineur en gebruikt vooral de solohobo, -bassethoorn en -fagot.
In het derde deel met de aanduiding Adagio, in Es-majeur met een doorgaande beweging in syncopen gedurende het hele deel, afgewisseld met lyrische legato sololijnen van de hobo, klarinet en bassethoorn.
Het vierde deel is een tweede menuet; net als het tweede deel heeft het twee trio’s. Het snelle, staccato menuet is in Bes-majeur. Het eerste trio, steekt daarbij af met minder staccato-noten en is in de parallelle kleine terts toonsoort, bes-mineur. Nadat het menuet wordt herhaald, wordt het tweede trio gespeeld. Dit deel is in F-majeur en is voornamelijk legato.
Het vijfde deel, met de titel Romanze gaat terug naar het langzame tempo en het Es-majeur van het derde deel. Het deel begint en eindigt met een Adagio-deel in de tonica en in driedelige maatsoort met veel lange noten in de melodie. Als contrast met deze passages is er een Allegretto-deel tussendoor, dat is geschreven is in c-mineur en een doorgaande puls in de fagotten bevat.
Het zesde deel is een verzameling van zes variaties op een andante-thema in Bes-majeur. Het thema wordt voornamelijk door de soloklarinet gespeeld. De variaties maken gebruik van diverse ritmische motieven en hebben vaak solo-instrumenten, in de eerste variatie bijvoorbeeld de solohobo. In tegenstelling tot de andere variaties die allemaal in Bes-majeur zijn, is de vierde variatie is in bes-mineur. De laatste twee variaties zijn in tempo’s verschillend van de rest van het deel: de vijfde heeft de tempo-aanduiding Adagio, terwijl de zesde Allegretto heeft meegekregen. De laatste variatie is ook in driedelige maatsoort, in tegenstelling tot de andere variatie in tweedelige maatsoort.
Het zevende en laatste deel is een rondo. Het deel heeft veel tutti passages waarin de hobo’s en klarinetten in unisono spelen, vooral in het rondo-thema. Als het thema daarna steeds terugkomt. is er een steeds grotere mate van interactie tussen de instrumenten. (Wikipedia)

Referentie
DRG, Concert met Octopus in kerk St.-Barbaracollege, Het Laatste Nieuws, 19 januari 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s