Het is vandaag 125 jaar geleden dat de Amerikaanse actrice Mary Pickford werd geboren.

Mary Pickford werd geboren als Gladys Louise Smith in Toronto op 8 april 1892. In 1899 kreeg Gladys, slechts zeven jaar oud, een rol aangeboden in een toneelstuk van een huurder van haar moeder. Haar moeder keek neer op acteurs en verbood haar dochtertje in het stuk te spelen. Toen de man Gladys echter acht dollar per week beloofde (in koopkracht vergelijkbaar met zo’n 140 euro) veranderde ze van gedachten. Gladys werd onder de naam Baby Gladys Smith een bekende kindster. Ze was ook succesvol in de vaudeville en speelde al op jeugdige leeftijd hoofdrollen in toneelstukken, waaronder De negerhut van Oom Tom (1901). Toen een toneelschrijver Gladys in 1901 in het toneelstuk The Little Red Schoolhouse zag spelen nodigde hij haar familie uit om naar de Verenigde Staten te komen wonen.
Gladys trad in New York City op in talloze kleine theaterproducties. Toch had ze had hier minder succes dan in Toronto, vanwege het overschot aan acteurs in New York City. De familie Smith kwam in opvangtehuizen voor theateracteurs terecht.
Toen Gladys vijftien jaar oud was schudde ze de bijnaam Baby Gladys Smith af en besloot te gaan werken voor David Belasco. Op dat moment werkte Belasco aan het toneelstuk The Warrens of Virginia en hij was ontevreden over het meisje dat gecast was voor de rol van het kind Betty Warren. In haar plaats nam hij Gladys voor deze rol en bedacht voor haar de artiestennaam Mary Pickford. Gladys bleef de rol gedurende drie seizoenen spelen op Broadway, tot 1909.
Daarna zat Mary Pickford zonder werk en haar moeder raadde haar aan in films te gaan spelen. Mary vatte dit op als een belediging, maar toen het financieel noodzakelijk werd, besloot ze toch een poging te wagen. In april 1909 bood de filmmaker D.W. Griffith haar een contract aan bij zijn firma Biograph. De eerste film die ze maakte was Her First Biscuits (1909). Ze vond het echter verschrikkelijk om kleine rollen te spelen en wilde al na de eerste dag weggaan, maar toen Griffith haar de hoofdrol aanbood in The Violin Maker of Cremona (1909), aanvaardde ze die onmiddellijk. Alleen al in 1909 was ze in 51 films te zien, o.a. in “The lonely villa” waarin Mary Pickford de harten van de kijkers sneller deed kloppen, omdat ze door haar vader uit de klauwen van een stel bandieten diende te worden gered. Deze film stond onmiddellijk model voor dingen als “The Perils of Pauline” van Spencer G.Bennet, waarbij de heldin op het einde van elke “reel” (filmspoel) aan een rots hangt te bengelen, vastgebonden voor een aanstormende trein ligt of met een kano op een halsbrekende waterval afstevent.
In januari 1910 besloot Griffith zijn studio van New York City te verhuizen naar Californië om de strenge winters in het oosten van het land te mijden. Pickford verhuisde mee en leerde collega-acteur Owen Moore kennen. Ze werden verliefd en trouwden stiekem op 7 januari 1911. Ondertussen groeide Pickford uit tot een ster en verwierf internationale bekendheid. Daarnaast was ze leergierig en wilde ze alles weten over het maken van films. Ze stelde constant vragen aan de crew over camerawerk, montage en het licht.
Aan het begin van de twintigste eeuw werden alleen de namen van regisseurs vermeld in de films. Florence Lawrence was de eerste actrice die Biograph Studios verliet op zoek naar een studio die haar naam zou vermelden. Independent Motion Picture te Cuba ging op haar verzoek in. Daar groeide ze uit tot een internationale beroemdheid. Ook Mary Pickford kreeg die kans in 1911. Ze kreeg een hoger salaris en haar naam werd in de films genoemd. Ze bleef er echter maar kort. Ze vond het verschrikkelijk om ver van huis en van haar geliefden te werken. Al in 1912 keerde ze weer terug naar Biograph.
In december 1912 verhuisde Biograph terug naar New York City. David Belasco wist, dat de inmiddels beroemde Pickford terug in de stad was en bood haar de hoofdrol aan in het nieuwe toneelstuk A Good Little Devil. Zij verlangde al een tijdje terug naar het theater en verliet Biograph voor Broadway. Ze miste de film al snel en in 1913 sloot ze een contract met Adolph Zukor en zijn filmmaatschappij Famous Players. De eerste film die ze voor de studio draaide was de filmbewerking van A Good Little Devil, het toneelstuk dat ze verliet voor haar filmcontract bij Famous Players. De film kwam uit in 1914 maar werd slecht ontvangen. Pickford noemde het later haar slechtste film. Pickford bleef echter trouw aan de studio en nog hetzelfde jaar brak ze door met de titelrol in Tess of the Storm Country.
Owen Moore vond het moeilijk dat zijn vrouw meer succes kende dan hijzelf. Hij werd alcoholist. Ondanks alle berichten over het vervreemden van haar echtgenoot speelde ze met Moore in de films Cinderella (1914) en Mistress Nell (1915). Aan het begin van 1916 was ze met een salaris van $2.000 per week de bestbetaalde actrice van Amerika. Al voor haar vijfentwintigste was Pickford miljonair. Ze verdiende $150.000 per jaar, meer dan Woodrow Wilson, toen de president van de Verenigde Staten.
Op 24 juni 1916 tekende Pickford een nieuw contract met Famous Players. In dit contract werd ze niet alleen erkend als actrice, maar kreeg ze ook het volledige gezag bij het maken van haar films. Verder kreeg ze haar eigen filmstudio, die uiteindelijk Mary Pickford Corporation werd genoemd.
Na Rebecca of Sunnybrook Farm (1917) en The Poor Little Rich Girl (1917) koppelde Adolph Zukor haar aan regisseur Cecil B. DeMille. Samen maakten ze de films A Romance of the Redwoods (1917) en The Little American (1917). Ondertussen had haar huwelijk met Owen Moore had een dieptepunt bereikt. Ze kreeg een affaire met acteur Douglas Fairbanks. Hij was zelf ook getrouwd. Bovendien liep haar contract bij Zukors studio af. Al snel ging het gerucht dat Pickford, Fairbanks en Chaplin een eigen studio wilden oprichten.
Op 15 januari 1919 kondigden Pickford, Fairbanks, Chaplin en D.W. Griffith de oprichting van United Artists aan.
Pickford had er inmiddels genoeg van om kinderrollen op zich te nemen in films. In Heart o’ the Hills (1919) speelde ze een jongedame. De film werd geen succes, aangezien het publiek haar liever zag als klein meisje. Pickford gaf het publiek zijn zin en speelde in haar volgende film Pollyanna (1920) opnieuw een kind. De opbrengsten van die film braken alle records. Op 2 maart 1920 was ook haar scheiding van Owen Moore rond. Zesentwintig dagen later trouwde Mary Pickford met Douglas Fairbanks. Hun huwelijk verliep niet zoals gehoopt. Pickford verdroeg de jaloezie van haar man slecht. Zo zou Fairbanks Rudolph Valentino publiekelijk vernederd hebben toen hij Pickford te na kwam.
United Artists kon ondertussen niet aan de hoge verwachtingen voldoen. Ze besefte dat er iets moest veranderen in haar films om opnieuw het publiek te lokken. In haar volgende film Little Lord Fauntleroy (1921) speelde Mary Pickford niet alleen een kleine jongen, maar ook zijn moeder. De makers pakten de film groots aan en investeerden in kostuums en speciale effecten. De film werd een succes en Pickford wist opnieuw publiek te trekken.
In 1919 had Pickford ervaren, dat haar films het niet goed deden bij het publiek, wanneer ze een volwassen vrouw speelde. Toch wilde ze als 30-jarige geen kinderrollen meer vertolken. In 1923 liet ze regisseur Ernst Lubitsch uit Duitsland overkomen om een andere richting in te slaan. Ze werkten samen aan de film Rosita. De film zou een van de eerste films worden waar United Artists geld aan overhield. Toch sprak Pickford zelf neerbuigend over de film. Ze dwong af, dat hij nooit meer getoond mocht worden.
Het ging ondertussen nog altijd slecht met United Artists. In het belang van de studio nam Mary voor de laatste keer een jeugdige rol op zich. In 1925 was ze als een jong meisje te zien in Little Annie Rooney. De film haalde United Artists uit de schulden. Daarna speelde Mary Pickford een volwassen dame in haar laatste stomme film, de romantische komedie My Best Girl (1927). De stomme film moest meer en meer plaats ruimen voor geluidsfilm. Pickford en Fairbanks waren niet bang voor die ontwikkeling, omdat ze beiden ervaring hadden in het theater. Haar eerste geluidsfilm zou Coquette (1929) worden. De film werd slecht ontvangen door het publiek, maar Pickford won wel een Academy Award voor Beste Actrice. Ook Fairbanks’ laatste film The Iron Mask (1929) was succesvol. Om die reden besloten ze voor het eerst samen in een film te spelen. Dit werd The Taming of the Shrew (1929). Pickfords samenwerking met haar eigen echtgenoot viel echter tegen en het plan om samen in een verfilming van Caesar and Cleopatra te verschijnen ging niet door. Ze probeerde een comeback te maken met de musicalfilm Kiki (1931), maar het publiek had inmiddels haar interesse verloren in de actrice. Pickford en Fairbanks gingen niet veel later uit elkaar. Toen ook de United Artists uit elkaar dreigde te vallen, begon Pickford troost te zoeken in de drank.
Pickford besefte, dat haar geluidsfilms allemaal waren geflopt. Ze was inmiddels 41 en besloot ze een punt te zetten achter haar filmcarrière. Vlak na het einde van haar filmcarrière schreef ze een boek met de titel Why Not Try God? over haar ervaringen met Christian Science en in 1935 verscheen haar eerste en laatste roman, The Demi-Widow.
In 1934 werd het radiostation Mary Pickford Radio Stock Company opgericht en in 1937 Mary Pickford Cosmetics. Op 24 juni van datzelfde jaar trouwde ze met Charles “Buddy” Rogers. In 1943 adopteerden ze het zesjarige weeskind Ronald Charles en later Roxanne, een weeskind van vijf maanden oud. Zowel Pickford als Rogers reisden nog veel voor hun werk, waardoor de verzorging van Ronald en Roxanne regelmatig werd overgelaten aan het personeel van Pickfair. Zowel Ronald als Roxanne vertelden later in interviews dat ze geen goede jeugd hadden gehad.
Ze weigerde de rol van Norma Desmond in Sunset Boulevard (1950). Sinds 1951 had Pickford United Artists al aan anderen overgelaten. Chaplin werd in 1955 uitgekocht en ook Pickford verkocht een jaar later haar aandeel voor $3 miljoen. Ook verscheen in die periode haar autobiografie Sunshine and Shadow en daarna ging ze met pensioen. Ze haalde nog wel persoonlijk een ereprijs op die ze in 1965 kreeg van de Cinémathèque Française. In 1976 kreeg ze een Honorary Award bij de 48ste Oscaruitreiking. Ze was te zwak om de prijs op te halen en besloot haar toespraak thuis op te nemen. Dit was de laatste keer dat het publiek Pickford te zien kreeg.
Op 25 mei 1979 kreeg Pickford een beroerte en werd naar het ziekenhuis in Santa Monica gebracht. Twee dagen later raakte ze in coma. Ze stierf op 29 mei. In 1980 kwam ze opnieuw in het nieuws toen duidelijk werd, dat ze bijna de helft van al haar bezittingen wilde afstaan aan het goede doel. Rogers was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter. Na enkele maanden kreeg hij $1 miljoen. (Op basis van Wikipedia.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s