Het is vandaag 35 jaar geleden dat Carole King optrad in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Ik ben daar destijds naartoe gegaan samen met Luc Carnier en op de terugweg zijn we zelfs nog eens binnen gesprongen in de Aalsterse Mikisclub. Een in alle opzichten memorabel avondje dus. Enfin, dankzij die overpeinzingen ben ik in mijn computer nog over twee artikels gestruikeld die ik toen voor De Rode Vaan heb geschreven over Carole. Ik heb ze waar nodig wel enigszins aangepast aan de huidige tijdsomstandigheden…

KING AND QUEEN
75 is zo zopas geworden (op 9 februari), het meisje dat in het prille begin van de jaren zestig Neil Sedaka’s smeekbede tot “Oh, Carol” beantwoordde met een even pathetische “Oh, Neil”. Carole King. Uit die tijd stammen ook de opnames die veel later werden verzameld op de CD Carole, Paul & Artie, Paul & Artie zijnde Simon & Garfunkel. Het kan natuurlijk ook zijn dat het eigenlijk maar een allegaartje is van individuele prestaties (of ook soms als duo).
“Carole King, Writer” heette haar eerste (geflopte) solo-elpee (in 1970). En zo was het ook, want buiten dit (in die tijd tamelijk gebruikelijke) grapje had ze enkel in 1962 nog eens “It might as well rain until september” op plaat gezet. Voor de rest was ze immers vooral bedrijvig als componiste en tekstschrijfster samen met haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin. Een paar pareltjes uit dit huwelijk ontsproten: “Rubber ball” en “Take good care of my baby” van Bobby Vee (1961), “The locomotion” van Little Eva (*), “Up on the roof” van The Drifters (1962), “Oh no not my baby” van Maxine Brown (1964), “Hung on you” van The Righteous Brothers (1965) en “A natural woman” van Aretha Franklin (1967).
Ook schreef ze in 1962 voor The Crystals het omstreden “He hit me (and it felt like a kiss)” dat zelfs uit de handel diende te worden genomen (**). Nu gaat dat wel over een jongen die ten onrechte vermoedt dat zijn meisje “vreemd gaat”, maar als dit dan wordt opgevolgd met “Please hurt me”, dan gaat een mens zich toch vragen stellen. Zeker wanneer men weet dat Goffin & King voor een andere groep (The Cookies) toch ook al “Chains, my baby’s got me locked up in chains” hadden gepleegd (later gecovered door The Beatles).
Voor hun songs werd in New York (waar Carole woonde en werkte) speciaal The Shirelles opgericht. “Will you still love me tomorrow” was hun grootste hit in 1961, ook al namen deze meisjes nog prachtig werk op als “Dedicated to the one I love” (1961) en “Soldier boy” (1962).
Net zoals Renaissancisten de periode tussen hen en de klassieken misprijzend als “Middel-eeuwen” bestempelden, zo wordt in rock-kringen ook de periode 1958-1962 met de nek aangekeken, als zijnde het dal tussen de twee pieken Presley en Beatles. En precies in dat “dal” pakte Cliff Richard uit met een nummer “Living doll”, dat men wel als “vrouw-vijandig” zou kunnen bestempelen. Daar staat echter tegenover dat ook een meisjesgroep, The Honeys, die uitdrukking gebruikt en dan wel degelijk voor een jongen: “He’s not very tall but he’s not too small, he’s just the right size: awoo, he’s a doll, he’s a doll, he’s a living doll”. Merk trouwens ook de dubbelzinnigheid op als men het over “size” heeft…
Men kan dus niet spreken van een echte breuk, althans niet in Engeland, maar eerder van een vlotte overgang. Beatles en Stones mochten op hun eerste elpees dan nog met volle handen in het werk van Chuck Berry of Little Richard graaien, ook de meisjesgroepen lieten hen niet onberoerd, denken we maar aan “Please mister Postman” bijvoorbeeld. Toen het succes in haar eigen land wat begon te tanen, kon Carole King dan ook gelukkig nog royalties binnendrijven vanuit Albion waar o.m. Dusty Springfield mooie dingen deed met “Some of your loving” en “Goin’ back”.
Onrechtstreeks was het trouwens via Engeland dat Carole King in het begin van de jaren zeventig uit de vergetelheid werd heropgevist. Toen haar eigen groep The City immers niet van de grond kwam, was daar James Taylor als reddende engel. En die Taylor was op zijn beurt aan de oppervlakte gebracht door het Beatles-label Apple en vooral dan door producer Peter Asher (ex-lid van Peter and Gordon en ex-“schoonbroer” van Paul McCartney).
Zoals gezegd flopte de eerste solo-elpee weliswaar, maar er restte nog genoeg enthousiasme om het een jaar later (1971 dus) nog eens te proberen. Zoals in “Writer” (en al haar latere elpees) legt Carole King voor “Tapestry” zichzelf op de ontleedtafel. Zij kerft zo genadeloos in haar gevoelswereld dat zelfs een bonk van een kerel er niet onberoerd kan bij blijven, vooral dan niet omdat ter ondersteuning van de melancholische teksten Carole zelf voor een haast vervreemdende pianobegeleiding zorgt. “It’s too late” mag hiervoor als een schoolvoorbeeld gelden al staan ook “You’ve got a friend”, “So far away” en het herwerkte “Will you still love me tomorrow” te dringen voor deze eer.
In 1971 werd Carole King dan ook uitgeroepen als beste zangeres en kreeg ze nog prijzen voor de beste compositie, de beste elpee en de beste single. Dat alles ligt nu echter alweer meer dan tien jaar achter de rug en, alhoewel Carole nog talrijke elpees heeft uitgebracht, nog steeds is “Tapestry” haar best verkopende plaat (vijftien miljoen gingen er ondertussen reeds over de toonbank).
Voor de jaren tachtig bereidt Carole dan ook een come-back voor. Een nieuwe elpee (“One to one”) staat in de startblokken en daar hoort natuurlijk een wereldtournee bij. En zo komt het dat we Carole eindelijk (nog?) eens in België gaan te zien krijgen en wel op zaterdag 3 april 1982 in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Ze wordt begeleid door een acht man sterk orkest, waarin de nadruk vooral ligt op het ritmische aspect (drie gitaristen en twee percussionisten naast een blazer, een bassist en zelfs een pianist). Toch hopen we dat Carole King af en toe zelf nog eens aan het klavier zal plaatsnemen om met een summiere begeleiding ons terug te voeren naar 1971.
DE KONINGIN IN HET PALEIS
Dat optreden van Carole King in het Paleis voor Schone Kunsten bestond uiteindelijk uit vier ingrediënten, die elkaar voortdurend afwisselden, zodanig dat ook het peil schommelde in verhouding, maar mede door de schitterende opening en het enthousiaste slot kunnen we over het algemeen toch spreken van een geslaagd concert.
Eerst en vooral waren er de oude hits waarvoor het echtpaar Goffin-King in de vroege jaren zestig had getekend, zoals “One fine day”, “Up on the roof”, “A natural woman” en “Will you still love me tonmorrow” die gevoelig werden gebracht maar ook soms exuberant zoals “Chains” en (heel onverwacht – wat ons betreft toch – als uitsmijter) “Do the locomotion”. Zalig.
Met “Will you still love me tomorrow” zitten we meteen ook aan de fameuze “Tapestry”-elpee waaruit niet minder dan zes nummers werden gebracht. De adem stokte in onze keel toen het concert heel ongewoon begon. Daar waar normaal de band een uitgebreide intro inzet en op het hoogtepunt de “vedette” opkomt, kwam Carole nu in een lange bruine rok en een witte bloes in alle eenvoud plaatsnemen achter de vleugel (Kon. Elisabethwedstrijd?) en bracht er onmiddellijk en zeer geëmotioneerd “Tapestry” en “It’s too late”. Ons hoofd begon te draaien. Zou het kunnen dat dit eigenlijk niet tot het geplande concertschema behoorde, maar eraan werd toegevoegd door de uitdrukkelijke vraag in De Rode Vaan?
Een gedeeltelijk (negatief) antwoord kregen we helemaal op het eind toen na de officiële (minder geslaagde) afsluiter “I feel the earth move”, Carole voor de bisnummers opnieuw hetzelfde procédé toepaste (zij het dat het duet met Robert McEntee in “You’ve got a friend” niet zo geslaagd was).
Een derde ingrediënt was een selectie uit de periode 71-82, die zoals gezegd eigenlijk niet meer zo succesrijk was voor Carole. Alhoewel “Hard-rock café”, “Shotgun” en “Sweet sea­sons” op herkenningsapplaus en veel bijval van een gewillige maar niet geheel gevulde zaal kon rekenen, blijven wij daar niet zo’n voorstander van.
Maar de hoofdbrok was natuurlijk de nieuwe elpee “One to one”. Bijna alle muzikanten hadden hieraan meegewerkt, zodat op deze nummers de inbreng van het orkest het grootst was. Eric Johnson, een jong (uitstekend), een beetje punk-uitziend gitaristje mocht zelfs af en toe voorzichtig uitfreaken, terwijl Carole (nu in zwarte broek en met een haarband en bloes uit dezelfde groene stof) zowaar als bij een hardrockgroep vooraan op het podium ging staan om met sprongetjes en zo de accenten aan te geven.
Alhoewel Carole de beste nummers uit haar elpee had geselecteerd (d.w.z. op één nummer na volledig kant één en enkel “Boomerang” van kant twee), kunnen we ons toch moeilijk inbeelden dat dit echt een come-back betekent. Er zijn nu eenmaal feiten waar je niet omheen kan (zo zong ze “Life without love”, geschreven door haar 22-jarige dochter Louise) en om dan precies voor een meer geritmeerde aanpak te kiezen, kan misschien wel een verkeerde gok zijn. Vooral als men ziet hoe oud het publiek voor King wel is.
Gelukkig waren de begeleiders brave, half langharige, magere, typische west-coast muzikanten (inderdaad, de New Yorkse Carole woont nu in het zuiden) zodat de fans niet te zeer tegen de haren in werden gestreken. Een speciaal geschreven “No Nukes”-nummer was dan ook voorspelbaar, maar de goede bedoelingen overtroffen hier het uiteindelijke resultaat, maar kom, dat beetje reklame voor VAKS en VAKA was mooi meegenomen.

Referenties
Ronny De Schepper, King and Queen, De Rode Vaan nr.12 van 1982
Ronny De Schepper, De Koningin in het Paleis, De Rode Vaan nr.15 van 1982

(*) Daarnet hoorde ik op de autoradio nog eens “Do the loco-motion” van Little Eva uit de zomer van 1962. En met al die commotie rond “ça plane pour moi”, vroeg ik me af of we hier niet met iets gelijkaardigs te maken hebben. Iedereen kent wel de ontstaansgeschiedenis van “Do the loco-motion”, waarbij Carole King het nummer zogezegd liet inzingen door het meisje dat bij haar kwam babysitten. Later werd van die Little Eva (1943-2003) bij mijn weten ooit nog iets vernomen, terwijl het toch ook algemeen bekend is dat in die vroege jaren zestig Carole King ervoor terugschrok om haar eigen nummers uit te voeren (bij The Shirelles speelde ze b.v. enkel piano in de studio). En als je dat nummer nu hoort, dan is dat toch wel de stem van Carole King, vind ik. Bovendien was die Eva zwart en dat hoor je alleszins niét in de zang… Zo schreef ik enkele jaren geleden, maar, om heel eerlijk te zijn, heeft Little Eva in 1963 nog wel degelijk twee onbetekenende hitjes gehad, “Keep your hands off my baby” en “Let’s Turkey Trot”, waarna ze in november haar laatste hit had samen met Big Dee Irwin: “Swinging on a star” (al werd ze in Engeland niet eens op de plaat vermeld!) Maar toch: ze zal het wel degelijk geweest zijn.
(**) Naar verluidt gebaseerd op een waar gebeurd verhaal dat Little Eva haar heeft verteld.

Een gedachte over “35 jaar geleden: Carole King in het PSK…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s