Het is vandaag precies 35 jaar geleden dat de omstreden Duitse componist Carl Orff is gestorven.

De onderzoekingen die Orff vanaf 1924 opzet over de relaties tussen muziek en gymnastiek (de uitvinder van de aerobic?) werden zeker geapprecieerd door de nazi’s, evenals zijn “Schulwerk” voor kinderen. In 1963 beweerde Orff nog dat de nazi’s dit verboden hadden, maar hij had alle bewijsmateriaal daarvoor vernietigd uit schrik om naar een concentratiekamp te worden overgebracht, aldus Orff.
Dat is wel zeer merkwaardig, want het is juist in de Weimar-republiek dat zijn Schulwerk geen succes had en pas onder de nazi’s werden er permanente cursussen mee georganiseerd. Logisch, want de Orff-methode is gericht op het samenspelen en klinkt een beetje als de dreun van marsmuziek. Dat vindt men zelfs terug in zijn voornaamste werk, de “Carmina Burana”.
De triomfantelijke première van de “Carmina Burana” vond plaats in 1936 in Frankfurt: Orff werd op dat moment een van de gevierde artiesten van het regime. Musicoloog Konrad Boehmer: “Orff was wat mij betreft helemaal de verpersoonlijking van het fascistische heldendom. Ik ken nog uit mijn schooltijd die muziekkrantjes waarop Orff afgebeeld stond voor zijn boerderij bij het houthakken…” Men mag dan ook gerust stellen dat de “Carmina Burana” gebaseerd is op de nazi-ideologie, al keurde de extremistische Rosenberg-fractie wel het gebruik van Latijnse teksten af. In datzelfde jaar zou Orff t.g.v. de Olympische Spelen van Berlijn zijn “Olympischer Reigen” componeren.
Ook Carl Orff zette net als Richard Strauss muziek op “Also sprach Zarathustra” van Friedrich Nietzsche, maar dat gebeurde reeds in 1912, toen hij amper 17 was. Die fameuze Zarathustra is een Perzische profeet uit de zevende eeuw vóór onze jaartelling, die de eerste was om de veelheid aan goden in het polytheïsme te bundelen in een dualistisch godsbeeld: een god van het Goede, Ahoera Mazda, en een god van het Kwade, Ahoera Manjoe. Daarmee kon hij een politieke doorbraak forceren voor de priesterkaste, die uiteraard de god van het Goede vertegenwoordigden. Hun tegenstanders waren dan immers ipso facto volgelingen van de god van het Kwade. Onnodig te zeggen dat we hiermee ook bij de fundamenten van de joods-christelijke traditie zitten met de dichotomie tussen Jahweh en Satan (al is Satan wel een schepsel van Jahweh, wat de problematiek toch enigszins ingewikkelder maakt).
De repressie was meer dan genadig voor Carl Orff, want in de jaren vijftig kreeg hij nog een eredoctoraat van de universiteit van Tübingen. Het dient gezegd dat Orff na de oorlog trouwde met de schrijfster Luise Rinser (1912-2002), wier eerste man, Horst Günther Snell wegens “politieke onbetrouwbaarheid” in 1943 door de nazi’s was terechtgesteld. Rinser zelf kreeg schrijfverbod en belandde een jaar later op beschuldiging van hoogverraad in de gevangenis. Hierover schreef ze een “Gefängnistagebuch” (1946) op basis van aantekeningen die ze op wc-papier had gemaakt. In 1959 is ze overigens van Orff gescheiden. Rinser kreeg de bijnaam “advocaat van de onderdrukten” omdat ze opkwam voor minderheden zoals Koerden of zigeuners.

2 gedachtes over “Carl Orff (1895-1982)

  1. Propaganda maakt na de 2e W. O. Van alles wat Duits verliezers dus ook kunst. Hitler zelf landschapschilder dan mag kunst ook zeker niet bestaan? Architecten van het zelfde en… Carl Orff… Wolt ihr die totale poewizie!!! Kunst kent geen oorlog.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s