Het is vandaag 330 jaar geleden dat de Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde en componist Constantijn Huygens is overleden.

Alhoewel hij bekend staat als een van de grootste dichters uit de Gouden Eeuw, vond hij naar eigen zeggen muziek belangrijker dan zijn letterkundige werken, die hij nog steeds volgens hemzelf in zijn weinige vrije tijd schreef. Huygens bespeelde verschillende instrumenten (luit, gitaar, viola da gamba, klavecimbel) waarvoor hij dan ook een groot aantal werken schreef. Ook literair gezien is hij door de geschiedenis niet echt rechtvaardig bedeeld. Alhoewel hij mooie gedichten heeft geschreven zoals “Oogentroost” (om zijn vriendin Lucrezia van Trello te troosten die stilaan blind wordt, wijst hij erop dat alle mensen verblind zijn door hun passies) is hij toch vooral bekend gebleven voor een werk dat hij eigenlijk slechts voor de lol had geschreven en dat hij oorspronkelijk niet bedoelde voor publicatie. Het gaat hier om de klucht “Trijntje Cornelis” uit 1653. Het is gebaseerd op “Het Nieuwgierig Aegje van Enkhuisen”, een bekende episode uit de zogenaamde “Anekdoten”, boeken met scabreuze verhalen. De flinterdunne plot gaat over een schippersvrouw die tijdens het twaalfjarige bestand (1609-1621) met haar man naar Antwerpen gaat (*) en daar door een lichtekooi en haar pooier dronken wordt gevoerd, waarna ze van letterlijk àlles wordt beroofd (dus ook van haar kleren). Toch slaagt ze erin ongemerkt terug te keren naar hun schuit, waarna ze op een handige manier weer in het bezit komt van haar eigendom en uitgebreid wraak kan nemen op haar twee overvallers. In 1972 werd het stuk nog eens hernomen door de Brusselse K.V.S., maar toen het ook nog door de BRT werd uitgezonden, werd het alvast door de recensent(e?) van de Gazet van Antwerpen helemaal niet goed ontvangen…

“Al heeft het KVS-gezelschap (in een regie van Nand Buyl, RDS) duidelijk zijn best gedaan om van Constantijn Huygens’ “Trijntje Cornelis” een boeiend kijkstuk te maken, toch heeft het ons heel wat moeite gekost om het einde van de uitzending te halen. Het Brusselse gezelschap treft hierin zeker geen schuld: het is logisch dat het alle genrestukken op zijn repertoire zet. Op die manier worden de vage titels uit onze literatuurgeschiedenis eindelijk eens losgemaakt van het vergeelde papier uit onze aloude schoolboeken.
Wij zijn er evenwel van overtuigd dat de confrontatie met dergelijke stukken niet altijd erg meevalt omdat schrijvers als Huygens al te dikwijls in één adem werden vernoemd met meer prestigieuze tijdgenoten. In dat verband kan het wel opportuun lijken dat het grote publiek eindelijk de stukken leert kennen, waarvan het indertijd enkel de titel moest onthouden en meteen in de gelegenheid wordt gesteld om op te merken dat het niet per se de hedendaagse auteurs zijn die er een nogal primitief taaltje op nahouden.
Men kan zich trouwens bezwaarlijk ergeren aan de boertige intrige en de platvloerse taal die men in dergelijke stukken pleegt te gebruiken. Enkel kan men zich afvragen hoe het mogelijk is geweest dat mensen bij het horen van één of andere minder fatsoenlijke uitdrukking zo maar aan het gieren gingen. Op dit ogenblik bestaan er massa’s betere boulevardstukken, die echter nooit de geschiedenisboeken zullen halen.
Huygens oordeelt het daarbij nodig om het hele verhaal enkele malen opnieuw te laten vertellen – blijkbaar om zich ervan te overtuigen dat de toeschouwers het wel helemaal begrepen hebben – zodat het geheel onverteerbaar en oervervelend wordt.
De vertolking van de KVS-bezetting
(met Gerda Marchand als Trijntje en Erik Maes als de klapperman, RDS) was, zoals reeds hoger gezegd, beslist niet onverdienstelijk, hoewel – en het is een bijna steeds weerkerend euvel voor onze gezelschappen – een streekdialect slechts door weinig acteurs kan worden nagebootst. Wat erger is: het dialect mag zeker geen reden zijn om onverstaanbaar te worden door een slordige uitspraak en daaraan heeft het gezelschap zich wel enkele malen bezondigd.”

Ronny De Schepper

(*) Huygens’ moeder, Suzanna Hoefnagel, was zelf afkomstig uit Antwerpen. Aangezien er weinig bekend is over het leven van Bredero, de auteur van die andere klucht over Antwerpen (“De Spaanse Brabander”), weten we ook niet of de twee elkaar kenden. Wat we wél weten, is dat Huygens goede maatjes was met P.C.Hooft, maar niet zozeer met Vondel

Referentie
H.V.D., Trijntje Cornelis: oervervelende klucht, Gazet van Antwerpen, 30/8/1972
XXX, “Trijntje Cornelis” vanavond op de Vlaamse TV, Gazet van Antwerpen, 28/8/1972

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s