De Japanse violiste Chie Abiko viert vandaag, net als Katia Retsin, haar veertigste verjaardag. Zij werd zesde laureate in de Elisabethwedstrijd voor viool 1993. Daar kon ik me mee verzoenen want ik zag ze vijfde.

Ze is begonnen op 4 jaar met de Suzuki-methode (omdat een viool goedkoper was dan een piano). Op 12-jarige leeftijd is ze naar de States gegaan, voor heel eventjes naar de Juilliard School. Nadien is ze teruggekeerd naar Japan, zodat haar Engels ten tijde van de Elisabethwedstrijd nog steeds erg slecht was. Bij de sonate van Ravel werd ze begeleid door Daniel Blumenthal, die dat uiteraard weer goed deed, maar volgens Theodora Geraets zo goed dat hij haar een beetje wegspeelde. Dat werd ook al vaker gezegd over de concerti, namelijk dat we thuis via radio en televisie geen echt goede indruk hebben over de krachtsverhouding tussen violist en begeleiding, omdat de klank van de viool wordt opgetrokken. Iedereen was het er zowat over eens dat haar spel “perfect” is, maar behalve Rudolf Werthen, die vond dat je het stuk inderdaad “introvert” kon spelen, vonden allen ook dat er weinig “blues” was in terug te vinden. Het derde concerto van Saint-Saëns speelde ze voor het eerst met een orkest, ondanks het feit dat ze een aantal andere van de “standards” wél reeds met orkest heeft gespeeld. Ze speelde op haar Pressenda uit 1823 dit concerto veel ernstiger dan Liviu Prunaru, wat b.v. in de trage tweede beweging zelfs een verbetering was, maar over het algemeen vond ik Prunaru toch beter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s