The Moondog Coronation Ball was a concert held at the Cleveland Arena in Cleveland, Ohio on March 21, 1952. It is generally accepted as the first major rock’n’roll concert. Het werd georganiseerd door disc-jockey Alan Freed (foto) die op het plaatselijke radiostation WJW (opgericht in 1926 door eigenaar John Ferdinand Weimer, electricien van beroep) een laatavondprogramma had, genaamd Moondog.

Alan Freed had joined WJW-Radio in 1951 as the host of a classical-music program, but he took up a different kind of music at the suggestion of Cleveland record-store owner Leo Mintz, who had noted with great interest the growing popularity, among young customers of all races, of rhythm-and-blues records by black musicians. Mintz decided to sponsor Freed’s three hours of late-night programming. Once they saw the popularity of the program increase, they decided on holding a live dance event featuring some of the artists whose records were appearing on Freed’s show.
However, more tickets were printed than the arena’s actual capacity. With an estimated 20,000 individuals trying to crowd into an arena that held slightly more than half that — and worries that a riot might break out as people tried to crowd in — the fire authorities shut down the concert after the first song by opening act Paul “Hucklebuck” Williams ended. Freed made a public apology on WJW the next day. (Wikipedia)
Alhoewel Alan Freed reeds in 1951 de term rock’n’roll zou hebben uitgevonden, is deze naam niet terug te vinden op bovenstaande affiche. Maar zelfs dan nog is het interessant omdat de muziekvorm als zodanig toch enkele jaren voorafgaat aan Rock around the clock dat door het grote publiek als de eerste rock’n’roll-plaat wordt beschouwd (zelf heb ik daar een andere mening over – zie hier – maar onlangs hoorde ik nog een nummer van niemand minder dan Duke Ellington – titel helaas vergeten – waarbij ik dacht: heel die discussie over “de eerste rock’n’roll-plaat” is totaal onzinnig). De uitvoerders van Rock around the clock,  Bill Haley and his Comets waren in die tijd reeds actief, maar zij speelden toen nog een soort van western swing (een combinatie van country en big bandmuziek), die zich van de muziek die door Freed werd gepromoot onderscheidde doordat er geen invloed was van rhythm’n’blues. Freed heeft er verder vooral voor gezorgd dat de rock’n’roll-platen gesteund werden door diverse radiostations (oorspronkelijk tegen de wil in van de grote platentrusts), maar het is waar dat Bill Haley (1925-1981) de rock commercialiseerde en bij het grote (blanke) publiek populariseerde.
Haley’s eerste successen zijn dan ook wél aanpassingen van zwarte rhythm’n’blues-nummers als “Shake, rattle and roll” van Joe Turner (1954) en “Rock around the clock” van Ivory Joe Hunter (1955). Dit laatste nummer werd a.h.w. de “hymne” van de R’n’R en is na “White christmas” van Bing Crosby de best verkochte plaat aller tijden.
Het complexe ritme van de R & B-platen werd vereenvoudigd (de rol van de slaggitaar !), Haley’s stem was onmiskenbaar veel minder shockerend voor de blanke huisgezinnen die met genoemde Bing en Doris Day waren grootgebracht en toch bracht hij een nieuw ritme, zodat de Amerikaanse jeugd hem onmiddellijk aanvaardde als de profeet van een nieuwe muziekvorm.
Bij fanatieke rockers kijkt men maar minnetjes tegen deze “kinkel” aan. De ene schrijver noemt het een « stom toeval dat Bill aan de wieg van de geboorte van de rock & roll stond » en weer een ander deelt hem netjes in bij de pseudo-rock-zangers als Avalon, Vee, Rydell, Fabian etc. Nog grover wordt het als men hem verwerpt omdat hij zijn uiterlijk en zijn leeftijd (*) niet mee had om een rock-idool te worden. In de praktijk zijn Bill Haley en zijn Comets er muzikaal toch wel gekomen en dat is ook het enige waar zij naar gestreefd hebben. Elk nummer moest voor Bill een goed dansritme hebben, dat was alles. Bill is eigenlijk een anti-idool, geen glitterster of iets dergelijks.
FATS DOMINO
Hoezeer de R’n’R echter zijn roots heeft in de R & B wordt bewezen door mensen als Fats Domino, die voor en na 1954 dezelfde muziek bleven maken. Alleen het etiket veranderde en met het nieuwe stickertje kwamen ook succes en poen de huiskamer binnen.
Fats Domino en Dave Bartholomew zijn twee handen op één (dikke) buik en als ze samen ene Lloyd Price op weg helpen met “Lawdy miss Clawdy” (1954) dan gebeurt het zelfs voor de eerste keer dat naast de zwarte radiostations ook de blanke door deze muziek worden ingepalmd. Toch zal Price maar tenvolle van zijn succes kunnen genieten vier jaar later, wanneer Elvis Presley er een cover-versie van maakt. Price zelf zal dan nog voor hits als “Stagger Lee” en “Personality” zorgen.
Ook Little Richard was al vóór ’54 actief, maar zijn grote hits dateren pas van ná 1955: “Trutti frutti”, “Jenny Jenny”, “Lucille”, “Good Golly Miss Molly”, “The girl can’t help it”, “Long Tall Sally”, “Ready Teddy”, “Rip it up”, “Keep a-knockin'”, “Get down and get with it” enz.
In een poging om deze rebellie in te dijken moest de extreem conservatieve Pat Boone een heleboel hits van Domino en Richard « in toelaatbare versie » op plaat zetten. Later zou hij zich ten volle aan zijn passie en kwallerige nummers als “Bernadine” kunnen wijden.
TEXAS R’N’R
Ondertussen was de fakkel overgenomen door Elvis Presley die om contractuele redenen op deze platen niet is vertegenwoordigd. Via hem heeft ook de hillbilly cowboy-muziek zijn bijdrage geleverd voor de rockmuziek en dat is ook te horen in het werk van Buddy Holly. Zijn zgn. Texas R’n’R-stijl en zijn hikkerig stemgeluid werd tot in den treure gekopieerd, zo o.a. door Tommy Roe in “Sheila„.
Muzikaal worden The Everly Brothers meestal gesitueerd tussen Buddy Holly en Rick Nelson. Zij opereerden in New York (Cadence). Hun rock is dan ook eerder een mengeling van country en folk met het gebruik van akoestische gitaren en close-harmony-singing (the Beatles waren dus toch niet zó origineel). Hun eerste plaat, “Bye bye love” (1957), wordt over het algemeen ook hun beste geacht (**). Zij zijn enorm belangrijk alleen al door hun invloed op Simon and Garfunkel en Crosby, Stills, Nash and Young.
HIGHSCHOOL ROCK
De meisjes komen door het eerste rockgeweld erg in de verdrukking. Brenda Lee is zowat de enige nieuwe naam die opduikt, zij het dat zij vooral van sentimentele ballades haar handelsmerk maakt.
Na een vijftal jaren zit er inderdaad een beetje de klad in, al zingen Danny and the Juniors “Rock’n’Roll is here to stay”. Zij waren zelf al een kliekje Italiaanse inwijkelingen die het niet langer in belcanto zagen zitten en zich wellustig op de zgn. “highschool rock” wierpen, rock voor propere studentjes dus en niet voor “vieze gasten” van de straat.

Ronny De Schepper

(*) Niet te verwonderen dat hij knoeide met zijn geboortejaar. In De Rode Vaan waarin deze twee artikeltjes verschenen was hij blijkbaar nog niet gestorven (al zou dat niet lang meer duren) en gaf ik als geboortejaar 1927 op. Later zou blijken dat hij eigenlijk van 1925 was.
(**) Waar haalde ik dat? Nu kan ik dat alvast moeilijk geloven. Zelf kan ik wel tien betere Everly songs opnoemen met “Cryin’ in the rain” van Carole King uiteraard voorop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s