Het is vandaag 175 jaar geleden dat de Franse dichter Stéphane Mallarmé in Parijs werd geboren.

Na zijn militaire dienst en een verblijf in Londen waar hij trouwde, werkte hij gedurende een groot deel van zijn leven als leraar Engels in Parijs. Als gevolg daarvan was hij relatief arm, maar dit verhinderde hem niet uit te groeien tot een belangrijke Franse dichter en criticus.
Hij had contacten met Edouard Manet (die zijn portret schilderde, zie afbeelding) en Emile Zola en heeft in 1873 zelfs Victor Hugo ontmoet. Aan huis organiseerde hij zijn toonaangevende salon (samenkomst van intellectuelen, waar men discussieerde over gedichten, kunst en filosofie). Zijn salon stond bekend als les Mardistes, omdat hij op dinsdag ontving. Vooral door deze bijeenkomsten slaagde Mallarmé er in een belangrijke invloed uit te oefenen op een hele generatie van Franse schrijvers.
Aan het einde van zijn leven was hij één van de meest gevierde dichters van zijn tijd. Dichters als Verlaine schreven lofzangen over hem en Edgar Allan Poe en Paul Valéry bezochten geregeld zijn salon op dinsdagavond. Aan het einde van zijn leven koos hij de zijde van Emile Zola in de Dreyfusaffaire, toen deze zijn open brief aan de president J’accuse…! publiceerde. Na zijn pensioen kan hij nog bij de begrafenis van Paul Verlaine aanwezig zijn, voor hij zelf sterft op 9 september 1898.
Mallarmé zit op een kruispunt van stijlen aan het eind van de 19e eeuw in Frankrijk. Zijn vroege werk sluit nauw aan op de stijl, zoals deze gevestigd werd door Charles Baudelaire. Daarnaast ondergaat hij een niet geringe invloed van romantische schrijvers zoals Victor Hugo. Die invloed is bijvoorbeeld sterk aanwezig in “L’après-midi d’un faune” (1876), muzikaal geïllustreerd door Claude Debussy (1894).
Stéphane Mallarmé staat bekend als een rechtstreekse voorloper van de symbolistische beweging, die in de jaren 1880 ontstond in Frankrijk en waartoe in Vlaanderen ook Karel Vandewoestijne en Maurice Maeterlinck kunnen worden gerekend. Het symbolisme komt eigenlijk voort uit het impressionisme, in die zin dat bepaalde zaken de dichter meer aanspreken dan andere. Die gaan dan een symbool vormen voor een idee of een gevoel. Dat kan dan weer leiden (en bij Mallarmé was dat inderdaad het geval) tot hermetisme, omdat elke auteur zijn eigen symbolen heeft en men over een sleutel moet beschikken om het gedicht te ontsluiten (b.v. het begrip “shelter” bij Leonard Cohen).
Volgens Mallarmé moet dichtkunst suggereren en onbewust op de lezer inwerken door gebruik te maken van alle muzikale en magische krachten van de taal. In zijn literair-esthetische essays onderscheidt Mallarmé het alledaagse, communicatieve taalgebruik (la parole immédiate) van het poëtische taalgebruik (la parole essentielle). Dit laatste werkt in op de lezer met klanken, agrammaticale associaties en (magische) symbolen, opdat de innerlijke werkelijkheid het best zou benaderd worden. Daarmee anticipeert Mallarmé reeds op de 20e eeuwse kunstvormen, zoals het dadaïsme en het surrealisme.
(Met dank aan Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s