Vandaag is het 115 jaar geleden dat het eerste kampioenschap veldrijden werd betwist. Zoals gewoonlijk als het wielrennen betreft gebeurde dit uiteraard weer in Frankrijk en het werd georganiseerd door Daniel Gousseau, die twee jaar eerder tijdens zijn legerdienst had ondervonden dat hij op zijn fiets makkelijk het paard van Generaal Bonal door de velden kon volgen. Toch is het niet Gousseau die wint, maar ene Ferdinand de Baeder, die later vooral naam zou maken als vliegenier.

De eerste kampioenen zijn in de vergetelheid geraakt, maar als de latere Tourwinnaar Octave Lapize als amateur in 1907 op het idee komt om de fiets op de schouder te nemen, als er echt niet meer kan gereden worden, en op die manier ook het kampioenschap wint, wordt de discipline al wat meer gewaardeerd. Lapize zelf zal echter in 1917 omkomen als vrijwilliger aan het front. In 1924 wint Gaston Degy (1890-1964) bij de Parijse Tuilerieën de eerste internationale veldrit, die jarenlang ook als “wereldkampioenschap” wordt betiteld. Pas sinds 1950 (met Tour de France-winnaar Jean Robic, daarvoor ook al twee keer “officieus” kampioen) wordt de titel officieel toegekend.
In Parijs werd ook voor het eerst een wereldtrui uitgereikt (tot dan kregen de wereldkampioenen een gordellint omgehangen). Dat was in 1922 achter zware motoren, overigens een WK dat in Brighton was begonnen maar door het slechte weer was afgelast. De eerste die zo’n trui mocht in ontvangst nemen, was wel een Belg: de 32-jarige Arthur Van der Stuyft uit Ieper. Twee jaar later vestigde hij ook een uurrecord achter motoren dat bij mijn weten nog niet werd gebroken. Hij reed immers 122km771. De snelheid was zo duizelingwekkend dat dit soort recordpogingen nadien verboden werd. Door de UCI toch. Niets belet echter de Fred Rompelbergen dezer wereld om op zoutvlaktes achter racewagens toch nog sneller te doen.
Achter zware motoren rijdt men met “rollen”. Een zware motor staat in tegenstelling tot een derny, een lichte motor dus. Achter derny’s rijden de renners gewoon zelf achter, zonder “rollen”, omdat dit niet zo gevaarlijk is (soms raken ze zelfs de derny met hun voorwiel in een poging om zo weinig mogelijk wind te vangen, want dat is de bedoeling). Achter zware motoren echter worden heel hoge snelheden gehaald en is het dus te gevaarlijk om er dicht tegen te rijden. Vandaar zo’n “rol” (want het ding rolt inderdaad om een as, zodat als men ertegen rijdt, de rol meegeeft en het voorwiel niet plotseling tot stilstand komt). Desondanks zijn er al veel (en vaak dodelijke) ongelukken gebeurd achter zware motoren (zoals in het geval van Willy “Rupske” Lauwers). Vandaar ook dat daar nu geen officiële competitie meer in bestaat (al wordt er – vooral in Duitsland en Zwitserland – toch nog wel achter zware motoren gereden).

(Zeer) selectieve bibliografie
Jan Boesman, De vliegende neger en de kleine koningin, Major Taylor en het begin van de Tour de France, uitgeverij L.J.Veen, 2008.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s