Morgen zal het veertig jaar geleden zijn dat de film “Bilitis” van David Hamilton in première is gegaan. Op mijn blog vind je bijdragen over David Hamilton zelf, over Pierre Louÿs, de man waarop hij zijn film heeft gebaseerd, en over Francis Lai, de componist van de filmmuziek, maar om de verjaardag een beetje specifiek te vieren, heb ik maar naar een specifieke bijdrage gegrepen, namelijk deze over de erotiek in de filmgeschiedenis. Mét prentjes voor lezers die liever lui dan moe zijn…

Amper een jaar nadat in juni 1895 Auguste en Louis Lumière hun nieuwe uitvinding hadden voorgesteld, kreeg Maxim Gorki hun filmpjes reeds in Nijni Novgorod te zien en hij voorspelde meteen: “Het zal niet lang duren of we gaan filmpjes te zien krijgen als ‘Le déshabillé galant’ of ‘Madame prend un bain’.”
Gorki had blijkbaar een goed inzicht in de menselijke psychè of anders was hij gewoon op de hoogte van het feit dat amper twee jaar nadat in 1839 Louis Daguerre zijn uitvinding van de fotografie had voorgesteld aan de Franse Academie, zijn medewerker André Le Fèvre reeds door de politie gearresteerd werd als hij in de Jardin des Tuilleries een foto van een naakte dame die iets probeert te doen met een pony tracht te verkopen (1). L’histoire se répète
Erotiek is inderdaad altijd innig verbonden geweest met de film of de fotografie. Reeds in de zogenaamde “Kinetoscoops”, individuele kijkdozen uitgevonden door Thomas Alva Edison (al was het eigenlijk door zijn assistent William Kennedy Dickson, 1860-1935), kon men op de Wereldtentoonstelling in Chicago 1896 de buikdanseres Fatima aan het werk zien. En meteen was er ook de eerste vorm van censuur, want de prentjes die als “te gewaagd” werden beschouwd, werden door de autoriteiten bekrast.
Dickson left Edison’s company and formed his own company that produced the mutoscope, a form of hand cranked peep show movie machine. These machines produced moving images by means of a revolving drum of card illustrations, similar in concept to flip-books, taken from an actual piece of film. They were often featured at seaside locations, showing (usually) sequences of women undressing or acting as an artist’s model. In Britain, they became known as “What the butler saw” machines, taking the name from one of the first and most famous softcore reels.
Op het einde van hetzelfde jaar maakt een verfilming van het slot van de Broadway vaudeville “The widow Jones” ophef omdat dit niets anders is dan een kus van de twee hoofdvertolkers, May Irwin en John C.Rice. Uiteindelijk is de “film” zelfs meer bekend geworden als “The Kiss” en alhoewel hij niet méér toont dan wat de titel aangeeft, zorgt hij voor relletjes op de kermissen, waar de cinema dan nog thuishoort. Een recensent (Herbert S.Stone) roept zelfs om censuur!
In 1895 was er ook reeds een filmpje van de reeds genoemde William Kennedy Dickson, dat twee dansende mannen toont en de geschiedenis is ingegaan als “The gay brothers”. Opmerkelijk is trouwens dat in de allereerste pornofilms mannen het evenzeer met mannen doen als vrouwen met vrouwen. Merkwaardig dat alleen deze laatste vorm op de heteroseksuele pornomarkt is kunnen blijven overleven. Even merkwaardig, maar ergens logisch want het is in feite de aloude wet van de stroper en de boswachter, is dat oorspronkelijk die harde porno niet verboden was. Het is pas toen men hem ook op kermissen begon te vertonen dat de overheid ingreep.
In eerste instantie werden dergelijke films enkel plaatselijk verboden, maar het eerste nationale verbod (uitgevaardigd door de Amerikaanse regering m.a.w.) komt er ook rond die tijd voor de voorlichtingsfilm “Birth control” van Margaret Sanger. Alhoewel als argumentatie “pornografie” werd aangevoerd, toonde deze film niet de seksuele daad (b.v. om het gebruik van bepaalde voorbehoedsmiddelen te illustreren) zoals men zou kunnen denken, maar kreeg men integendeel veel “happy families” te zien. Alleen uit de bindteksten werd duidelijk dat het hier om gewenste kinderen ging.
THE PRINCE OF WHALES
Reeds in 1901 is het Thomas Edison himself die de eerste striptease, namelijk ene Lily de Lydia die halsbrekende toeren uithaalt op een trapeze, op pellicule vastlegt. Een Braziliaanse medewerker van Edison wordt bovendien aangeduid als de “uitvinder” van de pornofilm. Deze films werden al heel vlug tot in de Parijse bordelen vertoond.
De eerste films werden zonder echt scenario gedraaid. Er was uiteraard een “verhaal”, maar dat was zo miniem dat men kon stellen dat men “uit het hoofd” filmde! Dat maakte ook de “controle” veel moeilijker, zodat een veel tolerantere houding tegenover erotiek te merken was. Zo draaide Cecil B.deMille een aantal films, waarin zelfs naakt voorkwam. Audrey Musson in “Purity” (1916) bijvoorbeeld (foto bovenaan). Maar als Betty Blyth in “The Queen of Sheba” (1921) net iets te veel laat zien (foto hiernaast), dan kan de film toch enkel in Europa worden vertoond.
In Europa ging men inderdaad in die tijd nog een stapje verder. In 1920 draaide Richard Oswald in Duitsland “Anders als die anderen”, een film waarin Conrad Veidt een vioolvirtuoos speelt, die belangstelling heeft voor mannen. De film werd verboden en verdween in de kelders. Veel later kon pas een kwart ervan worden hersteld en onder meer uitgezonden door Arte.
one_week uit 1920Datzelfde jaar zit er in de kortfilm “One week” van Buster Keaton (of all people) een scène met een badend meisje, waarvan als je goed kijkt de borstjes te zien zijn, maar vooral, op een bepaald moment vliegt de zeep uit het bad en wanneer ze dan uitstapt om ze op te rapen, is er een hand die de cameralens bedekt!
Geraldine Farrar, een sopraan uit de Metropolitan Opera zette een vurige en erotische Carmen op het doek in de gelijknamige film van Cecil B.DeMille uit 1915. Vooral het gevecht in de sigarenfabriek is de geschiedenis ingegaan omdat de legende wil dat zij daar een écht robbertje heeft gevochten met een figurante, die net als zijzelf een verhouding had met de regisseur!
In 1921 was er “The Four Horsemen of the Apocalypse”, maar meer nog “The Sheik” met Rudolph Valentino, een homofiele acteur waarvoor vrouwen zich hebben gezelfmoord, vooral toen hij onverwacht stierf in 1926 (ook al aan “peritonitis” ofte buikvliesontsteking, meestal veroorzaakt door een slecht verzorgde appendicitis, maar als men hierboven het verhaal van Fatty Arbuckle leest, dan gaat men daar toch vragen bij stellen, vind ik). De man als seksobject werd door feministische bewegingen (zij het natuurlijk onder voorbehoud) positief begroet. De vrouw had om zo te zeggen nu ook het recht om te dromen en althans in die droom niet langer de slaaf van haar echtgenoot te zijn. Zeker een gedeelte van het succes van Frank Sinatra en later van Elvis Presley zijn aan deze opgekropte frustraties toe te schrijven.
Ook in de puriteinse States was de filmindustrie bij het begin van deze eeuw veel frivoler dan b.v. in de jaren twintig en dertig. Dat kwam o.a. omdat er nauwelijks sprake was van ondergoed en men ook veel met zijde werkte, zodat avondkledij al even “onthullend” was als de fameuze badscènes met van die heel “zedige” badpakken, die wel aan het lijf kleefden als een tweede huid.
In 1922 draaide regisseur Michael Curtiz, die toen nog in Oostenrijk werkzaam was, “Sodom und Gomorrha”. Maar deze film is niet alleen erg moraliserend (dat was zelfs op religieuze schilderijen reeds een uitvlucht om toch scabreuze taferelen te kunnen uitbeelden), maar de “orgieën” die erin voorkomen zijn van zo ver gefilmd dat de meisjes even goed “collants” konden dragen (wat ze wellicht ook deden).
In 1926 draaide ook Alfred Hitchcock een voyeuristisch filmpje, “The Pleasure Garden”, over revuemeisjes in een nightclub. Een jaar later was er in Duitsland de nogal onnozele komedie “Der grosse Sprung” van Arnold Fanck, die zich zoals gewoonlijk in de bergen afspeelt, maar de nadruk lag nu op skiën (de film eindigt met de lugubere uitroep: “Ski Heil!“). Wat de titel precies betekent, is niet echt duidelijk. Er wordt uiteraard veel gesprongen, vooral tijdens de finale race, waarbij hoofdrolspeelster Leni Riefenstahl zichzelf als prijs heeft uitgeloofd, maar toch lijkt het ergens ook te betekenen “de sprong in het ongewisse”, zijnde het huwelijk. Het begin van de film kan trouwens als een soort van primitieve porno worden gekwalificeerd, want het camerastandpunt onder en tussen de benen van Riefenstahl als ze aan het kletteren is, kan onmogelijk als “toevallig” worden afgedaan. Daarna komt er zelfs een lange scène in het water, waarbij de weinige kleren die ze aan heeft zodanig aan haar kleven dat je al haar vormen kunt zien. Mooie vormen trouwens.
DE KLANKREVOLUTIE
Datzelfde jaar veroorzaakt “The jazz singer”, de eerste gesproken film, een revolutie bij de acteurs, ook op het vlak van erotiek, zoals dat uitstekend wordt weergegeven in “Singing in the rain” van Stanley Donen (1952): de platinablonde schoonheid blijkt immers de stem van een viswijf te hebben! Ook eminente auteurs werden aangetrokken om een literair cachet aan de film te geven, maar dit mislukte.
Het feit dat door de sprekende film tal van vroegere sterren van hun sokkel vielen zorgde merkwaardig genoeg voor vers bloed in de nog in de marge verkerende pornofilmindustrie. Daar konden “good-looking nitwits” immers nog steeds terecht, want kreunen dat kan iedereen. De Britse film “Inserts” van John Byrum met Richard Dreyfuss, Jessica Harper, Veronica Cartwright en Bob Hoskins uit 1976 geeft een goed beeld van deze periode.
Toch waren er in 1928 ook nog steeds stomme films. Zo maakte “The River” van Frank Borzage ophef omdat de houthakker Pender (Charles Farrell) daarin naakt de koude van Alaska trotseert om zijn liefde te bewijzen voor Rosalee (Mary Duncan), die nadat haar man, de trapper Mardson (Alfred Sabato), in de gevangenis werd opgesloten omdat hij haar aanbidder (Ivan Linow) had gedood, alleen achterblijft.
En in Frankrijk danste Conchita Montenegro naakt in de film “La femme et le pantin” (naar Pierre Louÿs) van Jacques De Baroncelli. In 1929 was in Parijs overigens de operette “Arthur” van André Barde en Henri Christiné erg populair. In een regie van Léonce Perret was Colette Andris in een naakte rol te zien, zoals dat eveneens het geval was in “Le Culte de la Beauté”. De filmversie van de operette verscheen nog hetzelfde jaar. In 1930 verschijnt er een nieuwe, sprekende versie, deze keer gewoon onder de titel “Arthur” (2).
In 1929 is er “Erotikon” van de Tsjech Gustav Machaty maar de titel dekt de lading niet! Het is een gesofisticeerde komedie over een plattelandsmeisje dat wordt verleid door een rokkenjager uit hogere kringen. Deze film blikt al vooruit op Lubitsch en op Bergmans “Glimlach van een zomernacht”.
“Sex madness” is een Amerikaanse film in zwart-wit van William O’Connor uit 1929, die als ‘film maudit’ ophef maakt, ook in kringen van cinefielen. Zelfs het Brusselse Filmarchief, dat nu toch ook niet het armste van de wereld is, wist geen enkele informatie te verstrekken.
1931 is het jaar van Dracula (Tod Browning) & Frankenstein (James Whale) en in de griezelfilm krijgen we een paar cliché’s, die ook op het erotische vlak geldig zijn (niet voor niks is “vamp” een afkorting van “vampier”). Er is de duivelse erotiek van de heksensabbaths (cfr. de fameuze scène in “Rosemary’s baby”) b.v. die onmiddellijk in verband staat met het verdierlijkte in de mens (een weerwolf b.v.) met alle verkrachtingsfantasieën vandien (cfr. veel later de film “The company of wolves” van Michael Jordan). Daarnaast is er natuurlijk de onmiskenbare symboliek van de vampier die op maagdenbloed uit is. De erotiek van de belaagde maagd die wordt opgejaagd vindt men ook in “The mummy” uit 1932 (met een zeer erotische en dankzij haar kleine borstjes bijna naakte Zita Johann als de reïncarnatie van een Egyptische prinses) en in “King Kong” uit 1933.
Exotiek en erotiek worden trouwens ook wel vaker met elkaar in verband gebracht: in 1931 was er al “Tabu” geweest van Friedrich Wilhelm Murnau. Hij maakte daarbij gebruik van “footage” van Robert Flaherty, een pionier op het gebied van documentaires, die ook populair succes kende, omdat zijn documentaire aanpak hem toeliet veel méér te tonen dan normaal mogelijk was. Vele van zijn films speelden zich af op paradijselijke eilanden in de Stille Oceaan en daar was het véél te warm om kleren te dragen.
Exotische ensceneringen à la Flaherty zijn trouwens ook aanleiding voor een schaars geklede “Tarzan the ape man” (Woody Van Dyke), waarbij ook Maureen O’Sullivan (Jane) zich niet onbetuigd liet. In “Tarzan and his mate” is ze zelfs eventjes naakt zwemmend te zien. Oorspronkelijk was het trouwens de bedoeling dat ze net als Tarzan gewoon een lendedoek zou dragen en dat heur haar dan als het ware toevallig op de juiste plaats zou liggen of dat er altijd takkebossen in de buurt waren. Dat bleek echter een onoverkomelijke opgave.
DE HAYS-CODE
Will H.Hays, sinds 1922 voorzitter van de Motion Pictures Producers en Distributors of America, leidde de campagne van de Republikeinse presidentskandidaat Harding, die met een soort “propere handen”-politiek in 1928 werd verkozen… terwijl Hays zelf smeergeld had aangenomen om de partijkas te spijzen. Maar goed, twee jaar later komt Hays opnieuw in opspraak als bekend raakt dat een aantal “morele leiders”, die zich afkeurend over de filmindustrie hebben uitgelaten, door hem werden betaald. Toch werd hij aan het hoofd gesteld van het comité dat moest toezien op de “deugdzaamheid” van de films, waarbij zijn fascinatie voor blote navels (die hij steeds maar verbood) spreekwoordelijk is geworden (3).
Een eerste slachtoffer was Mae West, tevens de laatste “vamp”. Uiterlijk betekende dit dat ze beter in ’t vlees zat dan die magere sex-symbolen. Maar belangrijker was dat zij net als de vroegere vamps als Theda Bara zélf het initiatief nam en zeker geen sex-“object” was. Met “She done him wrong”, een bewerking van haar eigen stuk “Diamond Lil”, brak ze in 1933 alle box office records. Mae West is bekend van “one-liners” als: “Is dat een revolver in je broek of ben je gewoon blij van me te zien?” (uit “I’m no angel”, 1934), “I used to be Snow White but I drifted”, “Beulah, peel me a grape”, “It’s not the men in my life that count, it’s the life in my men”, “Come up and see me sometime” of “When I’m good, I’m very good. But when I’m bad, I’m better”. Haar gewilde overacting bezorgde haar de bijnaam “the greatest female impersonator of all time”.
Onder druk van de Hays Code moet haar film “It ain’t no sin” al meteen een andere titel krijgen: “Belle of the nineties”. Ook Marlene Dietrich moet inbinden: in de western “Destry rides again” mag ze nog wel geld in haar decolleté wegmoffelen, maar de begeleidende tekst “Er is goud in de bergen” moest eruit.
Maar ook “gewone” films werden zwaarder gecontroleerd. Zo mochten echtelingen niet in een tweepersoonsbed slapen. De screwball comedy “The awful truth” van Leo McCarey uit 1937 zat dan ook met een groot probleem. De film gaat in essentie over een koppel dat op zich wel van elkaar houdt (gespeeld door Cary Grant en Irene Dunne), maar door een wederzijds leugentje aan het begin van de film (vandaar de titel uiteraard) besluiten ze toch uit elkaar te gaan. De echtscheiding wordt uitgesproken, maar blijkbaar gaat die in Amerika (alleszins in die tijd) pas na een aantal dagen definitief in (een soort van bezinningsperiode?). Door allerlei omstandigheden komt het koppel op het exacte uur dat de scheiding definitief zal worden terecht in twee belendende slaapkamers. Uiteraard hebben ze zin om bij elkaar te slapen en op die manier de echtscheiding op de valreep ongedaan te maken, maar ja, dat mag dan weer niet van de Hays Code! En hoe lost McCarey dit op? Reeds een aantal keren is een soort koekoeksklok in beeld geweest om het verder schrijden van de tijd aan te geven (het uur der scheiding komt steeds dichter!). Deze klok heeft zo van die typische figuurtjes die dan telkens naar buiten komen. Hier zijn het een jongen en een meisje (overigens weergegeven door levende figuren). En net als de definitieve slagen zullen weerklinken, zie je dat de jongen het meisje volgt in haar huisje… Ingenieus en gewaagd voor die tijd!
Hays stelde ook een eerste “zwarte lijst” op, die gebaseerd was op het privé-leven van de filmsterren. Niet toevallig was het vanaf de invoering van de Hays Code dan ook gedaan met de “femmes fatales” en wordt de volgende vrouwelijke ster… Shirley Temple! (4)
In het buitenland was er uiteraard geen sprake van een equivalent van de Hays Code. Een van de meest opzienbarende films uit 1933 was dan ook “Ecstasy”. In deze Tsjechische film komt een tien minuten durende sequentie voor waarin de heldin zich volledig uitkleedt, frontaal wordt gefilmd terwijl zij door een wei loopt en zich daarna in een vurige liefdesscène stort met ene Zvonimir Rogoz (1888-1988). Hoewel de film lyrisch en symbolisch bedoeld is, raakt hij internationaal berucht door deze sequentie (zelfs al werd ze in de meeste landen zwaar gecensureerd). Het was de 20-jarige Hedwig Kiesler die zoveel opschudding veroorzaakte door dat partijtje naaktzwemmen. Louis B.Mayer (de tweede M van MGM) is erdoor zo van de kook dat hij ze naar Hollywood haalt en haar Hedy Lamarr doopt. Daar mocht ze echter niet meer uit de kleren gaan, want datzelfde jaar komt dus de fameuze “Hays Code” in voege die het “morele niveau” van de Hollywood-films wil hoog houden. Het zal duren tot na “de verslapping van de zeden” als gevolg van W.O.II dat ze nog eens erotisch uit de hoek zal mogen komen. In 1949 is ze dus ondertussen wel al zestien jaar ouder als ze gestalte geeft aan Delilah in de blockbuster van Cecil B.De Mille tegenover de Samson van Victor Mature.
NA DE TWEEDE WERELDOORLOG
Jane Russell_0004Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon Hays zijn greep op de filmwereld te verliezen. Dat kwam natuurlijk door de oorlogsomstandigheden, die automatisch toelieten dat er heel wat meer “door de vingers” werd gezien. Om het moreel van de soldaten hoog te houden was men immers bereid diep te gaan! Zo hoopte Howard Hughes met “The outlaw” (met als slagzin: “Two great new discoveries”, dat bleek dan op de hoofdacteurs Jane Russell en Jack Buetel te slaan, maar aangezien niemand ook maar enige aandacht voor Buetel had, werd de slogan geïnterpreteerd als slaande op de borsten van Jane Russell) in 1943 de Hays-commissie voor een voldongen feit te plaatsen. Dat was echter niet zo, maar toch was het de zwanezang van Will Hays. De Tweede Wereldoorlog had inderdààd het een en ander veranderd. In 1946 kwam de film toch uit.
De Tweede Wereldoorlog, zo zal je in elk goed geschiedenisboek vinden, heeft de vrouwenemancipatie met een smak vooruitgeholpen. Binnen de showbizz echter blijven we met hetzelfde probleem zitten: pin-ups als Betty Grable en Rita Hayworth werden ontzettend populair, maar wat heeft dit in ’s hemelsnaam met feminisme te maken? Hayworth was weliswaar vreselijk erotisch in het “Put the blame on mame”-stripnummer in “Gilda” van Charles Vidor uit 1946, maar ze was niet echt een “femme fatale”. Die rol was meer weggelegd voor Barbara Stanwyck (1907-1990), die in 1944 ondanks al die “pin-ups” toch maar even de best gesalarieerde actrice was. Die status had ze uiteraard vooral te danken aan de box office, die in dat oorlogsjaar bijna uitsluitend door vrouwen werd bepaald. En die konden zich maar al te zeer terugvinden in deze “woman in charge”. Voor “Double indemnity” kreeg ze dat jaar ook een oscar-nominatie.
Op het gebied van musicals kan geen enkele mannelijke vedette m.i. tippen aan het succes van Judy Garland, Jeanette MacDonald of Marlène Dietrich, tenzij hij toevallig een vaste partner is (Nelson Eddy) of zo’n uitzonderlijk talent dat het zingen bijzaak wordt (Fred Astaire, Gene Kelly).
Het lijkt me echter dat dit heel weinig met feminisme en juist heel veel met masculinisme heeft te maken: de vrouw als seksobject (graad variërend van actrice tot actrice bij de anonieme chorusgirls zoals we kunnen zien in de ronduit voyeuristische “Golddiggers of 1933”). In feite was dit juist een stap terug: de man als seksobject (met name Rudolf Valentino) was daarvóór door feministische bewegingen (zij het natuurlijk onder voorbehoud) positief begroet; de vrouw had om zo te zeggen nu ook het recht om te dromen en althans in die dromen niet langer de slaaf van haar echtgenoot te zijn. Zeker een gedeelte van het succes van Sinatra en later van Elvis zijn aan deze opgekropte frustraties toe te schrijven. Ook de vroegere vamps (Theda Bara, Mae West) namen zelf het initiatief en waren zeker geen loutere “objecten”.
Willi Forst regisseerde in 1950 “Die Sünderin” met in de hoofdrol Hildegarde Knef. “Die Sünderin” werd aangekondigd met de volgende slagzin: “Mit Schlägereien, Tumulten und Verboten, mit Sinkbomben, Polizei und Tränengas versuchten Gegner, die Aufführung dieses Filmes zu verhindern. So wurde ‘Die Sünderin’ zum grössten deutschen Skandal-Film!”
Brigitte BardotFrançoise Arnoul (Françoise Gautsch, Algerije, 3/6/1931) heeft een gedegen toneelopleiding gehad, maar in haar eerste film, “L’épave” van Willy Rozier uit 1950, valt ze toch vooral op door uit de kleren te gaan. Idem dito in haar tweede film, “Nous irons à Paris” van Jean Boyer, waarin ze niet veel meer draagt dan haar blonde vlechten. Enkele jaren later mag ze toch al een regenjas van zwart vinyl dragen in “Paris Palace Hotel” van Herni Verneuil uit 1956. Het zou haar laatste glansrol worden, want ongeveer tegelijk kwam “Et Dieu créa la femme” van Roger Vadim uit, waarmee Brigitte Bardot korte metten zou maken met de concurrentie. Het dient gezegd dat Roger Vadim haar (Arnoul dus) onmiddellijk daarna nog een kans gaf in “Sait-on jamais?”
In 1951 draaide Arne Matson “Hon dansada en sommer” (“Zij danste slechts één zomer”). Volgens Film en Televisie heeft hij daarmee “de poëtisch-erotische revolutie in de Zweedse film ingezet”. This film was mentioned by a 1954 Memorandum of the New York State Education Department, written with regard to New York State Law 1954, Chapter 620, which added definitions of “immoral” and “incite to crime” for motion picture censorship purposes. The Memorandum cited this film as an example of a film about which the ED’s Motion Picture Division had been “beset with inquiries and applications for reconsideration of motion pictures which heretofore have been regarded as contrary to the present provisions of the statute.” It stated that “One Summer of Happiness” (zoals de film in de VS werd uitgebracht) “contains a scene where a boy, nineteen, and a girl, seventeen, spending a vacation together, swim and embrace in the nude.”
In 1953 draaide Howard Hawks “Gentlemen prefer blondes”. Normaal had Betty Grable hierin de hoofdrol moeten spelen, maar de legendarische pin-up vroeg teveel geld en producent Sol Siegel besloot haar te vervangen door Marilyn Monroe. Wat meteen het einde inhield van Grable als sekssymbool en Monroe tot haar even blonde opvolgster promoveerde. Dat kwam vooral tot uiting in Monroe’s volgende film “How to marry a millionaire” (Jean Negulesco, 1953), waarin zij precies tegenover Betty Grable (en Lauren Bacall) werd geprogrammeerd.
In “Gentlemen prefer blondes” is de zwartharige Jane Russell haar tegenspeelster die (gezien “The outlaw”) op dat moment een veel grotere reputatie had dan Monroe die enkel nog maar een paar kleine rolletjes had vertolkt (zoals in “Love happy” met The Marx Brothers), maar zoals de titel reeds aangeeft wordt Russell in deze film door Monroe in de schaduw gesteld.
Nog in de jaren vijftig, krijgen we films die inspelen op het “koude oorlog”-klimaat zoals “Red Snow”, “The Iron Curtain”, “The Red Menace” en “I was a Communist for the FBI”. Het grappige was dat deze films de vijand zo verderfelijk wilden voorstellen dat er juist iets aantrekkelijks van uitging. Men schilderde ze af als decadente levensgenieters, die door de bevolking uit te buiten zo rijk waren geworden dat ze volop van de geneugten als daar zijn “Wein, Weib und Gesang” konden profiteren. Akkoord, tussen de zwoele vampen school er ook wel eens een aan Stalin verknochte lesbienne, maar het was allemaal toch “leuker en spannender dan wat het FBI aanprees: Ierse priesters, grote gezinnen, overvloedig kerkbezoek, sport en braaf zijn op school,” aldus Patrick Duynslaegher in “Knack”.
John Wayne van zijn kant richtte samen met Ward Bond, Hedda Hopper en Roy Brewer ook “The Motion Picture Alliance for the Preservation of American Ideals” op. Zij werden gesteund door Howard Hughes, William Randolph Hearst, Shirley Temple, Robert Montgomery, George Murphy, Ronald Reagan en Lee Bowman. Kenneth Anger noemde deze organisatie: a lynching party.
In een decennium dat in films zelfs getrouwde koppels nog altijd in lits jumeaux blijken te slapen, is het echter niet meer dan normaal dat Hollywood op erotisch vlak begint achter te lopen op Frankrijk bijvoorbeeld. In het begin van de jaren vijftig breekt immers de glorieperiode van de Franse “film noir” aan (”Le salaire de la peur” wint in Cannes 1953, regisseur Henri-Georges Clouzot en hoofdacteur Charles Vanel vallen ook in de prijzen), waaruit ook andere films voortvloeien die nogal nadrukkelijk de seksuele tour opgaan: « Un caprice de Caroline Chérie » (Jean Devaivre), « Le fruit défendu » (Henri Verneuil), « Adorables créatures » (Christian-Jacque), « Madame de … « (Max Ophüls), « La ronde » eveneens van Max Ophüls, maar dan reeds uit 1950, met o.m. Simone Signoret, Danielle Darrieux en Serge Reggiani en « Les belles de nuit » van René Clair uit 1952 met Gérard Philippe, Martine Carol en Gina Lollobrigida. Ook in “Lola Montès” (Max Ophuls), “Nana” en “Lucrèce Borgia”, allebei van haar echtgenoot Christian-Jacque, speelde Martine Carol de hoofdrol. In laatstgenoemde film toonde ze zelfs haar borsten, zonder een “body double” te gebruiken, wat toen (en nu soms ook nog) erg ongewoon was (5).
Daarna was het de beurt aan Brigitte Bardot met “Cette sacrée gamine” (Michel Boisrond), « En effeuillant la Marguerite » (Marc Allégret), « Et Dieu créa la femme » (Roger Vadim), « Sois belle et tais-toi » (Marc Allégret), « La femme et le pantin » (Julien Duvivier), « En cas de malheur » (Claude Autant-Lara), « Babette s’en va-t’en guerre » (Christian-Jacque) en « Voulez-vous danser avec moi? » (Michel Boisrond), allemaal met Brigitte Bardot. Ouwe snoeper Vadim maakte veel later een remake van “Et Dieu…” met Rebecca de Mornay in de hoofdrol. Het resultaat is te belachelijk om hier aan te halen, ware het niet dat de Mornay op dat moment de minnares was van Leonard Cohen, die zelfs niet haar vader, maar eerder haar grootvader had kunnen zijn.
In 1957 draait het jonge (°23/9/1938) Oostenrijkse filmsterretje Romy Schneider “Monpti” in een regie van Helmut Kaütner. Deze film speelt zich af in het Parijse kunstenaarsmilieu en op lokatie heeft ze Alain Delon leren kennen en kiest hem als partner voor haar eerste Franse film (“Christine” van Pierre Gaspard-Huit). Ze zal gedurende vijf jaar ook zijn partner in het dagelijkse leven worden. Ikzelf heb haar – zoals de meeste andere mensen van mijn leeftijd en ouder – echter voor het eerst gezien in haar eerdere Duitse en Oostenrijkse films. Zo in “Feuerwerk” (Kurt Hoffmann, 1954) bijvoorbeeld. Ik ben dan echter nog wat jong om een erectie te krijgen: dàt zal duren tot ze eens heel diep moet inademen bij de dokter die haar onderzoekt in “Sissi” van Ernst Marischka. Deze film is ook reeds van 1956, maar die heb ik dus blijkbaar pas enkele jaren later gezien…
In 1958 veroorzaakt Louis Malle een schandaal (weliswaar in het preutse Amerika en niet in zijn eigen land) met de film “Les amants”, waarin Jeanne Moreau zowaar het eerste vrouwelijke orgasme uit de filmgeschiedenis faket. Enfin, ’t is te zeggen, als actrice faket ze het (wellicht), maar op het scherm is het een zogezegd écht orgasme. Een vrouw die een orgasme krijgt. Daar hadden in die tijd vele mensen (inclusief vrouwen) nog nooit van gehoord!
Malle had Jeanne Moreau voor de rol aangetrokken, nadat hij haar had gelanceerd in “L’ascenseur pour l’échafaud”. Na die film waren ze een relatie begonnen en “Les amants” is, volgens Moreau’s eigen woorden “de vrucht van hun verhouding”. Maar dat hield meteen ook in dat de relatie afgelopen was samen met de film. Jeanne Moreau: “Ach, ik wist dat we na ‘Les amants’ uit elkaar zouden gaan: die film was ons kind. Die bewuste scène was dan ook niet eens bedoeld om te provoceren. Ik zag daar niet meer in dan het bewijs van de hartstochtelijke liefde tussen mij en Louis Malle: ik heb die scène voor hem gedraaid. Maar hoe meer ik in de huid van het personage kroop, hoe minder er van onze persoonlijke relatie overbleef.”
MANNELIJK BLOOT
In 1959 zijn in de zogenaamde peplum- of sandalenfilms zoals “Ben Hur” (William Wyler), “Spartacus” (Stanley Kubrick) of “Il Colosso di Rodi” (Sergio Leone) vooral blote mannentorso’s te zien, maar in “Solomon and Sheba” (King Vidor) zit toch ook een verleidelijke Gina Lollobrigida. Nog in Europa is er “La Dolce Vita” (Fellini), “Les liaisons dangereuses” (Roger Vadim) en “Peeping Tom” (Michael Powell) om nog te zwijgen van “Suzanne”, een typisch Zweedse voorlichtingsfilm met Susanne Ulfsäter. Het zijn echter vooral de films met Brigitte Bardot die populair werden in de VS, waar men meer dan genoeg had van de Hays Code. De import van Europese films zorgde er dan ook voor dat deze tegen de jaren zestig in onbruik geraakte, zodat ook in de film de “seksuele revolutie” kon plaatsvinden en Hollywood schoorvoetend volgt met “Let’s make love” (George Cukor), “Flaming star” (Don Siegel), “The misfits” (John Huston), “Summer place” (Delmer Daves) en “Butterfield eight” (Daniel Mann). In “Splendour in the grass” (Elia Kazan, 1961) geven Natalie Wood en Warren Beatty de eerste tongkus op het witte doek.
Een jaar later komt uit Finland “Kuu on vaaralinen” van Toivo Särkkrä. In het Nederlands kreeg deze film de titel “Meisjes langs de weg” mee. Misschien is dat wel de letterlijke vertaling van de Finse titel (ik kén uiteraard geen Fins) maar het is en blijft een misleidende titel. Het gaat immers niet over “meisjes” (meervoud) maar over “een” meisje, zij het dan niet eender wie, maar wel de fameuze Liana Kaarina Leskinen (haar familienaam liet ze wel weg tijdens haar filmloopbaan), die dankzij haar prachtige boezem ook een reputatie wist op te bouwen buiten Finland. In de film is ze ook even naakt zwemmend te zien, iets waar ik altijd al op kick.
In het Engels heet de film “Prelude(s) to ecstasy” en die titel is natuurlijk al even weinigzeggend. Het is immers een vrij klassiek verhaal van een oude zakenman die wel een groen blaadje wil, terwijl dat blaadje het ondertussen eveneens met een viriele fietsenmaker doet. Als deze per ongeluk om het leven komt, lijkt de film even een onhandige detectivestory te worden, maar omdat dit niet de bedoeling is, gaat Liana (Elsie in de film) ervandoor en doet men al vlug de boeken toe. Op naar nieuwe avonturen!
1964 is het jaar van “Zorba the Greek” waarin niemand minder dan Anthony Quinn de eerste blote mannenkont toont. In 1964 is er ook “Les stripteaseuses” van Jean-Claude Roy, die onder het mom van een documentaire uiteraard toont wat er in de titel staat, maar ook een kijkje achter de schermen, waarbij we moeten vaststellen dat deze dametjes zich zowaar ook soms wassen! Misschien was het dààrom dat deze “propere” seksfilm alvast in Nederland voor een versoepeling van de normen zorgde.
Voor mijzelf was 1965 vooral het jaar van “Genghis Khan” (Henry Levin). Omar Sharif had al 21 films gedraaid in Egypte, vooraleer hij via “Lawrence of Arabia” (1962) in Europa en Amerika wereldroem bereikte. “Genghis Khan” was slechts zijn vijfde “westerse” film en ging nog vooraf aan de rol van Dr.Zhivago die hem immens populair zou doen worden, maar toch mag al gezegd worden dat zijn aanwezigheid in deze film (“Genghis Khan” dus) een erotische aantrekkingskracht uitoefende op het vrouwelijke publiek.
Aangezien ik echter niet tot dat vrouwelijke publiek behoor, is het dààrvoor niet dat ik deze film hier speciaal wil vermelden. Nee, in de steppen van Mongolië gaat op een bepaald moment ook zijn vrouwelijke tegenspeelster uit de kleren en dat was maar logisch ook, want het was voor een was-scène. Na de opgetrokken borsten van Romy Schneider was dit de eerste keer dat ik een actrice (maar uiteraard ook eender welke vrouw) naakt zag. Ook al was het – als ik het me goed herinner – enkel maar de achterkant, toch wond Françoise Dorléac (want zij was het) mij dusdanig op dat ik meteen alles van haar begon te verzamelen dat ik tegenkwam. Veel verder dan een fotootje bij “La peau douce” (François Truffaut, eveneens uit 1964) kwam ik niet, want op 26 juni 1967 kwam Françoise reeds om het leven in een vreselijk auto-ongeluk. Pas toen vernam ik dat ze de zus was van Catherine Deneuve.
Voor de koele schoonheid van Deneuve en vooral voor de afstandelijke erotiek die ervan uitging, was ik nog te jong, maar dat wil niet zeggen dat ik niet steeds een boontje heb gehad voor Franse actrices. Zo bijvoorbeeld voor Mireille Darc die in 1965 haar prille borstjes toonde in “La grande sauterelle” (Georges Lautner) en vooral in de “Lui”, een mannenblad, wat veel handiger was dan een film, want zo’n blad kon men mee naar huis nemen om, euh, de interviews nog eens door te nemen.
In Amerika laat Sidney Lumet een actrice eveneens haar borsten ontbloten in “The Pawnbroker”, maar daar veroorzaakt dat nog een schandaal zonder weerga. Sommigen beweren dat in “Repulsion” van Roman Polanski voor het eerst een vrouwelijk orgasme is te horen. Het is zowaar dat van “ijskast” Catherine Deneuve. Maar die “historici” vergeten dan wel dat Jeanne Moreau haar in “Les amants” enkele jaren is voorafgegaan. Hoe dan ook, zelfs auditief waren de Fransen dus alweer jaren vóór op de Amerikanen.
In 1966 draait Zygmunt Sulistrowski “Ich lebte wie Eva” en veroorzaakt Roger Vadim opnieuw ophef met “La curée”. Maar ondanks het feit dat het hier de verfilming van een werk van Zola betreft, is de opwinding louter en alleen te wijten aan het feit dat Jane Fonda (de nieuwe ontdekking van Vadim) even naakt in een zwembad plonst. Eén van de populairste films van dat jaar (op erotisch vlak, maar ook in het algemeen) is “Zeventien jaar”, een sekskomedie uit Denemarken (op dat moment nog het Beloofde Land wat erotiek betreft). Het interessante aan deze film is dat hij werd gedraaid door een vrouw, met name Anne-Lise Meinecke.

Referentie
Ronny De Schepper, Girls just want to have fun! Graffiti juni 1994

(1) Ter verdediging voerde Le Fèvre aan dat het de verbeelding van een Griekse mythe betrof. Hij werd tot zes maanden opsluiting veroordeeld en stierf in de gevangenis aan pneumonie.
(2) In Antwerpen kent iedereen ongetwijfeld de travestieclub “Madame Arthur”. Travesties zijn er altijd geweest, maar in het music-hall circuit in het begin van deze eeuw in Engeland waren de bekendste Julian Eltinge (geboren als Julian Dalton) en Vesta Tilley.
(3) De regels voor de Hays Code gingen voor de rest voornamelijk terug op de richtlijnen van de jezuïet R.P.Lord.
(4) Hoezeer Temple en seks niet te rijmen vallen, mag ook uit de (eigenlijk onsmakelijke) anecdote blijken toen producer Arthur Freed de 12-jarige Temple zijn geslacht toonde: ze barstte in lachen uit!
(5) Alhoewel de body double al sinds mensenheugnis wordt gebruikt in scènes die zich zo ver van het oog van de camera afspelen dat men het verschil toch niet kan merken, is het frequente gebruik ervan vooral in voege gekomen nadat de Screen Actors Guild in 1986 een contract afdwong wat “naaktheid en scènes met fysiek contact” betrof. Tot dan toe bestond er nogal wat vaagheid over script-aanduidingen in de trant van “ze kussen en bedrijven de liefde”. Wat wou dit immers zeggen? Gekleed of helemaal naakt? Enzovoort. Vooral omwille van de processen over contractbreuk die hieruit voortkwamen, diende er van dan af expliciet vooraf te worden gesteld wat er allemaal van de acteurs werd verwacht op dat vlak. Als de regisseur later van gedacht veranderde, moest hij dan maar een beroep doen op een body double. (Niet dat processen naderhand uitgesloten waren: denk maar aan Kim Basinger die wegens het zich terugtrekken uit “Boxing Helena” zowat haar hele inboedel moest verkopen.)

3 gedachtes over ““Bilitis” en de geschiedenis van de erotiek in de film

  1. Bedankt om mij attent te maken op de opmerking van Goran Jovic op de Science Fiction & Fantasy Stack Exchange (http://scifi.stackexchange.com/questions/20201/did-the-photo-of-a-woman-and-a-pony-really-exist). Ik heb het boek zelf ook wel gelezen, maar lang voor dat ik dit artikel heb geschreven, dus ik moet me zeker op iets anders gebaseerd hebben. Helaas (zoals gewoonlijk) heb ik mijn bronnen niet vermeld en als ik nu “André le Fèvre” intik op diverse manieren komt alleen Goran Jovic eruit wat de “fotograaf” betreft (dus voetballers en Business Development Directors niet meegeteld). Maar de opmerking van Gorchestopher H. (“The reason this particular picture is impossible is because a “Daguerreotype” photograph took 20 minutes to develop. Hardly useful for capturing the described scene.”) lijkt me hout te snijden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s