Morgen zal het veertig jaar geleden zijn dat de film “Bilitis” van David Hamilton in première is gegaan. Op mijn blog vind je bijdragen over David Hamilton zelf, over Pierre Louÿs, de man waarop hij zijn film heeft gebaseerd, en over Francis Lai, de componist van de filmmuziek, maar om de verjaardag een beetje specifiek te vieren, heb ik maar naar een specifieke bijdrage gegrepen, namelijk deze over de erotiek in de filmgeschiedenis. Mét prentjes voor lezers die liever lui dan moe zijn…

Amper een jaar nadat in juni 1895 Auguste en Louis Lumière hun nieuwe uitvinding hadden voorgesteld, kreeg Maxim Gorki hun filmpjes reeds in Nijni Novgorod te zien en hij voorspelde meteen: “Het zal niet lang duren of we gaan filmpjes te zien krijgen als ‘Le déshabillé galant’ of ‘Madame prend un bain’.”
Gorki had blijkbaar een goed inzicht in de menselijke psychè of anders was hij gewoon op de hoogte van het feit dat amper twee jaar nadat in 1839 Louis Daguerre zijn uitvinding van de fotografie had voorgesteld aan de Franse Academie, zijn medewerker André Le Fèvre reeds door de politie gearresteerd werd als hij in de Jardin des Tuilleries een foto van een naakte dame die iets probeert te doen met een pony tracht te verkopen (1). L’histoire se répète
Erotiek is inderdaad altijd innig verbonden geweest met de film of de fotografie. Reeds in de zogenaamde “Kinetoscoops”, individuele kijkdozen uitgevonden door Thomas Alva Edison (al was het eigenlijk door zijn assistent William Kennedy Dickson, 1860-1935), kon men op de Wereldtentoonstelling in Chicago 1896 de buikdanseres Fatima aan het werk zien. En meteen was er ook de eerste vorm van censuur, want de prentjes die als “te gewaagd” werden beschouwd, werden door de autoriteiten bekrast.
Dickson left Edison’s company and formed his own company that produced the mutoscope, a form of hand cranked peep show movie machine. These machines produced moving images by means of a revolving drum of card illustrations, similar in concept to flip-books, taken from an actual piece of film. They were often featured at seaside locations, showing (usually) sequences of women undressing or acting as an artist’s model. In Britain, they became known as “What the butler saw” machines, taking the name from one of the first and most famous softcore reels.
Op het einde van hetzelfde jaar maakt een verfilming van het slot van de Broadway vaudeville “The widow Jones” ophef omdat dit niets anders is dan een kus van de twee hoofdvertolkers, May Irwin en John C.Rice. Uiteindelijk is de “film” zelfs meer bekend geworden als “The Kiss” en alhoewel hij niet méér toont dan wat de titel aangeeft, zorgt hij voor relletjes op de kermissen, waar de cinema dan nog thuishoort. Een recensent (Herbert S.Stone) roept zelfs om censuur!
In 1895 was er ook reeds een filmpje van de reeds genoemde William Kennedy Dickson, dat twee dansende mannen toont en de geschiedenis is ingegaan als “The gay brothers”. Opmerkelijk is trouwens dat in de allereerste pornofilms mannen het evenzeer met mannen doen als vrouwen met vrouwen. Merkwaardig dat alleen deze laatste vorm op de heteroseksuele pornomarkt is kunnen blijven overleven. Even merkwaardig, maar ergens logisch want het is in feite de aloude wet van de stroper en de boswachter, is dat oorspronkelijk die harde porno niet verboden was. Het is pas toen men hem ook op kermissen begon te vertonen dat de overheid ingreep.
In eerste instantie werden dergelijke films enkel plaatselijk verboden, maar het eerste nationale verbod (uitgevaardigd door de Amerikaanse regering m.a.w.) komt er ook rond die tijd voor de voorlichtingsfilm “Birth control” van Margaret Sanger. Alhoewel als argumentatie “pornografie” werd aangevoerd, toonde deze film niet de seksuele daad (b.v. om het gebruik van bepaalde voorbehoedsmiddelen te illustreren) zoals men zou kunnen denken, maar kreeg men integendeel veel “happy families” te zien. Alleen uit de bindteksten werd duidelijk dat het hier om gewenste kinderen ging.
THE PRINCE OF WHALES
Reeds in 1901 is het Thomas Edison himself die de eerste striptease, namelijk ene Lily de Lydia die halsbrekende toeren uithaalt op een trapeze, op pellicule vastlegt. Een Braziliaanse medewerker van Edison wordt bovendien aangeduid als de “uitvinder” van de pornofilm. Deze films werden al heel vlug tot in de Parijse bordelen vertoond.
De eerste films werden zonder echt scenario gedraaid. Er was uiteraard een “verhaal”, maar dat was zo miniem dat men kon stellen dat men “uit het hoofd” filmde! Dat maakte ook de “controle” veel moeilijker, zodat een veel tolerantere houding tegenover erotiek te merken was. Zo draaide Cecil B.deMille een aantal films, waarin zelfs naakt voorkwam. Audrey Musson in “Purity” (1916) bijvoorbeeld (foto bovenaan). Maar als Betty Blyth in “The Queen of Sheba” (1921) net iets te veel laat zien (foto hiernaast), dan kan de film toch enkel in Europa worden vertoond.
In Europa ging men inderdaad in die tijd nog een stapje verder. In 1920 draaide Richard Oswald in Duitsland “Anders als die anderen”, een film waarin Conrad Veidt een vioolvirtuoos speelt, die belangstelling heeft voor mannen. De film werd verboden en verdween in de kelders. Veel later kon pas een kwart ervan worden hersteld en onder meer uitgezonden door Arte.
one_week uit 1920Datzelfde jaar zit er in de kortfilm “One week” van Buster Keaton (of all people) een scène met een badend meisje, waarvan als je goed kijkt de borstjes te zien zijn, maar vooral, op een bepaald moment vliegt de zeep uit het bad en wanneer ze dan uitstapt om ze op te rapen, is er een hand die de cameralens bedekt!
Geraldine Farrar, een sopraan uit de Metropolitan Opera zette een vurige en erotische Carmen op het doek in de gelijknamige film van Cecil B.DeMille uit 1915. Vooral het gevecht in de sigarenfabriek is de geschiedenis ingegaan omdat de legende wil dat zij daar een écht robbertje heeft gevochten met een figurante, die net als zijzelf een verhouding had met de regisseur!
In 1921 was er “The Four Horsemen of the Apocalypse”, maar meer nog “The Sheik” met Rudolph Valentino, een homofiele acteur waarvoor vrouwen zich hebben gezelfmoord, vooral toen hij onverwacht stierf in 1926 (ook al aan “peritonitis” ofte buikvliesontsteking, meestal veroorzaakt door een slecht verzorgde appendicitis, maar als men hierboven het verhaal van Fatty Arbuckle leest, dan gaat men daar toch vragen bij stellen, vind ik). De man als seksobject werd door feministische bewegingen (zij het natuurlijk onder voorbehoud) positief begroet. De vrouw had om zo te zeggen nu ook het recht om te dromen en althans in die droom niet langer de slaaf van haar echtgenoot te zijn. Zeker een gedeelte van het succes van Frank Sinatra en later van Elvis Presley zijn aan deze opgekropte frustraties toe te schrijven.
Ook in de puriteinse States was de filmindustrie bij het begin van deze eeuw veel frivoler dan b.v. in de jaren twintig en dertig. Dat kwam o.a. omdat er nauwelijks sprake was van ondergoed en men ook veel met zijde werkte, zodat avondkledij al even “onthullend” was als de fameuze badscènes met van die heel “zedige” badpakken, die wel aan het lijf kleefden als een tweede huid.
In 1922 draaide regisseur Michael Curtiz, die toen nog in Oostenrijk werkzaam was, “Sodom und Gomorrha”. Maar deze film is niet alleen erg moraliserend (dat was zelfs op religieuze schilderijen reeds een uitvlucht om toch scabreuze taferelen te kunnen uitbeelden), maar de “orgieën” die erin voorkomen zijn van zo ver gefilmd dat de meisjes even goed “collants” konden dragen (wat ze wellicht ook deden).
In 1926 draaide ook Alfred Hitchcock een voyeuristisch filmpje, “The Pleasure Garden”, over revuemeisjes in een nightclub. Een jaar later was er in Duitsland de nogal onnozele komedie “Der grosse Sprung” van Arnold Fanck, die zich zoals gewoonlijk in de bergen afspeelt, maar de nadruk lag nu op skiën (de film eindigt met de lugubere uitroep: “Ski Heil!“). Wat de titel precies betekent, is niet echt duidelijk. Er wordt uiteraard veel gesprongen, vooral tijdens de finale race, waarbij hoofdrolspeelster Leni Riefenstahl zichzelf als prijs heeft uitgeloofd, maar toch lijkt het ergens ook te betekenen “de sprong in het ongewisse”, zijnde het huwelijk. Het begin van de film kan trouwens als een soort van primitieve porno worden gekwalificeerd, want het camerastandpunt onder en tussen de benen van Riefenstahl als ze aan het kletteren is, kan onmogelijk als “toevallig” worden afgedaan. Daarna komt er zelfs een lange scène in het water, waarbij de weinige kleren die ze aan heeft zodanig aan haar kleven dat je al haar vormen kunt zien. Mooie vormen trouwens.
DE KLANKREVOLUTIE
Datzelfde jaar veroorzaakt “The jazz singer”, de eerste gesproken film, een revolutie bij de acteurs, ook op het vlak van erotiek, zoals dat uitstekend wordt weergegeven in “Singing in the rain” van Stanley Donen (1952): de platinablonde schoonheid blijkt immers de stem van een viswijf te hebben! Ook eminente auteurs werden aangetrokken om een literair cachet aan de film te geven, maar dit mislukte.
Het feit dat door de sprekende film tal van vroegere sterren van hun sokkel vielen zorgde merkwaardig genoeg voor vers bloed in de nog in de marge verkerende pornofilmindustrie. Daar konden “good-looking nitwits” immers nog steeds terecht, want kreunen dat kan iedereen. De Britse film “Inserts” van John Byrum met Richard Dreyfuss, Jessica Harper, Veronica Cartwright en Bob Hoskins uit 1976 geeft een goed beeld van deze periode.
Toch waren er in 1928 ook nog steeds stomme films. Zo maakte “The River” van Frank Borzage ophef omdat de houthakker Pender (Charles Farrell) daarin naakt de koude van Alaska trotseert om zijn liefde te bewijzen voor Rosalee (Mary Duncan), die nadat haar man, de trapper Mardson (Alfred Sabato), in de gevangenis werd opgesloten omdat hij haar aanbidder (Ivan Linow) had gedood, alleen achterblijft.
En in Frankrijk danste Conchita Montenegro naakt in de film “La femme et le pantin” (naar Pierre Louÿs) van Jacques De Baroncelli. In 1929 was in Parijs overigens de operette “Arthur” van André Barde en Henri Christiné erg populair. In een regie van Léonce Perret was Colette Andris in een naakte rol te zien, zoals dat eveneens het geval was in “Le Culte de la Beauté”. De filmversie van de operette verscheen nog hetzelfde jaar. In 1930 verschijnt er een nieuwe, sprekende versie, deze keer gewoon onder de titel “Arthur” (2).
In 1929 is er “Erotikon” van de Tsjech Gustav Machaty maar de titel dekt de lading niet! Het is een gesofisticeerde komedie over een plattelandsmeisje dat wordt verleid door een rokkenjager uit hogere kringen. Deze film blikt al vooruit op Lubitsch en op Bergmans “Glimlach van een zomernacht”.
“Sex madness” is een Amerikaanse film in zwart-wit van William O’Connor uit 1929, die als ‘film maudit’ ophef maakt, ook in kringen van cinefielen. Zelfs het Brusselse Filmarchief, dat nu toch ook niet het armste van de wereld is, wist geen enkele informatie te verstrekken.
1931 is het jaar van Dracula (Tod Browning) & Frankenstein (James Whale) en in de griezelfilm krijgen we een paar cliché’s, die ook op het erotische vlak geldig zijn (niet voor niks is “vamp” een afkorting van “vampier”). Er is de duivelse erotiek van de heksensabbaths (cfr. de fameuze scène in “Rosemary’s baby”) b.v. die onmiddellijk in verband staat met het verdierlijkte in de mens (een weerwolf b.v.) met alle verkrachtingsfantasieën vandien (cfr. veel later de film “The company of wolves” van Michael Jordan). Daarnaast is er natuurlijk de onmiskenbare symboliek van de vampier die op maagdenbloed uit is. De erotiek van de belaagde maagd die wordt opgejaagd vindt men ook in “The mummy” uit 1932 (met een zeer erotische en dankzij haar kleine borstjes bijna naakte Zita Johann als de reïncarnatie van een Egyptische prinses) en in “King Kong” uit 1933.
Exotiek en erotiek worden trouwens ook wel vaker met elkaar in verband gebracht: in 1931 was er al “Tabu” geweest van Friedrich Wilhelm Murnau. Hij maakte daarbij gebruik van “footage” van Robert Flaherty, een pionier op het gebied van documentaires, die ook populair succes kende, omdat zijn documentaire aanpak hem toeliet veel méér te tonen dan normaal mogelijk was. Vele van zijn films speelden zich af op paradijselijke eilanden in de Stille Oceaan en daar was het véél te warm om kleren te dragen.
Exotische ensceneringen à la Flaherty zijn trouwens ook aanleiding voor een schaars geklede “Tarzan the ape man” (Woody Van Dyke), waarbij ook Maureen O’Sullivan (Jane) zich niet onbetuigd liet. In “Tarzan and his mate” is ze zelfs eventjes naakt zwemmend te zien. Oorspronkelijk was het trouwens de bedoeling dat ze net als Tarzan gewoon een lendedoek zou dragen en dat heur haar dan als het ware toevallig op de juiste plaats zou liggen of dat er altijd takkebossen in de buurt waren. Dat bleek echter een onoverkomelijke opgave.
DE HAYS-CODE
Will H.Hays, sinds 1922 voorzitter van de Motion Pictures Producers en Distributors of America, leidde de campagne van de Republikeinse presidentskandidaat Harding, die met een soort “propere handen”-politiek in 1928 werd verkozen… terwijl Hays zelf smeergeld had aangenomen om de partijkas te spijzen. Maar goed, twee jaar later komt Hays opnieuw in opspraak als bekend raakt dat een aantal “morele leiders”, die zich afkeurend over de filmindustrie hebben uitgelaten, door hem werden betaald. Toch werd hij aan het hoofd gesteld van het comité dat moest toezien op de “deugdzaamheid” van de films, waarbij zijn fascinatie voor blote navels (die hij steeds maar verbood) spreekwoordelijk is geworden (3).
Een eerste slachtoffer was Mae West, tevens de laatste “vamp”. Uiterlijk betekende dit dat ze beter in ’t vlees zat dan die magere sex-symbolen. Maar belangrijker was dat zij net als de vroegere vamps als Theda Bara zélf het initiatief nam en zeker geen sex-“object” was. Met “She done him wrong”, een bewerking van haar eigen stuk “Diamond Lil”, brak ze in 1933 alle box office records. Mae West is bekend van “one-liners” als: “Is dat een revolver in je broek of ben je gewoon blij van me te zien?” (uit “I’m no angel”, 1934), “I used to be Snow White but I drifted”, “Beulah, peel me a grape”, “It’s not the men in my life that count, it’s the life in my men”, “Come up and see me sometime” of “When I’m good, I’m very good. But when I’m bad, I’m better”. Haar gewilde overacting bezorgde haar de bijnaam “the greatest female impersonator of all time”.
Onder druk van de Hays Code moet haar film “It ain’t no sin” al meteen een andere titel krijgen: “Belle of the nineties”. Ook Marlene Dietrich moet inbinden: in de western “Destry rides again” mag ze nog wel geld in haar decolleté wegmoffelen, maar de begeleidende tekst “Er is goud in de bergen” moest eruit.
Maar ook “gewone” films werden zwaarder gecontroleerd. Zo mochten echtelingen niet in een tweepersoonsbed slapen. De screwball comedy “The awful truth” van Leo McCarey uit 1937 zat dan ook met een groot probleem. De film gaat in essentie over een koppel dat op zich wel van elkaar houdt (gespeeld door Cary Grant en Irene Dunne), maar door een wederzijds leugentje aan het begin van de film (vandaar de titel uiteraard) besluiten ze toch uit elkaar te gaan. De echtscheiding wordt uitgesproken, maar blijkbaar gaat die in Amerika (alleszins in die tijd) pas na een aantal dagen definitief in (een soort van bezinningsperiode?). Door allerlei omstandigheden komt het koppel op het exacte uur dat de scheiding definitief zal worden terecht in twee belendende slaapkamers. Uiteraard hebben ze zin om bij elkaar te slapen en op die manier de echtscheiding op de valreep ongedaan te maken, maar ja, dat mag dan weer niet van de Hays Code! En hoe lost McCarey dit op? Reeds een aantal keren is een soort koekoeksklok in beeld geweest om het verder schrijden van de tijd aan te geven (het uur der scheiding komt steeds dichter!). Deze klok heeft zo van die typische figuurtjes die dan telkens naar buiten komen. Hier zijn het een jongen en een meisje (overigens weergegeven door levende figuren). En net als de definitieve slagen zullen weerklinken, zie je dat de jongen het meisje volgt in haar huisje… Ingenieus en gewaagd voor die tijd!
Hays stelde ook een eerste “zwarte lijst” op, die gebaseerd was op het privé-leven van de filmsterren. Niet toevallig was het vanaf de invoering van de Hays Code dan ook gedaan met de “femmes fatales” en wordt de volgende vrouwelijke ster… Shirley Temple! (4)
In het buitenland was er uiteraard geen sprake van een equivalent van de Hays Code. Een van de meest opzienbarende films uit 1933 was dan ook “Ecstasy”. In deze Tsjechische film komt een tien minuten durende sequentie voor waarin de heldin zich volledig uitkleedt, frontaal wordt gefilmd terwijl zij door een wei loopt en zich daarna in een vurige liefdesscène stort met ene Zvonimir Rogoz (1888-1988). Hoewel de film lyrisch en symbolisch bedoeld is, raakt hij internationaal berucht door deze sequentie (zelfs al werd ze in de meeste landen zwaar gecensureerd). Het was de 20-jarige Hedwig Kiesler die zoveel opschudding veroorzaakte door dat partijtje naaktzwemmen. Louis B.Mayer (de tweede M van MGM) is erdoor zo van de kook dat hij ze naar Hollywood haalt en haar Hedy Lamarr doopt. Daar mocht ze echter niet meer uit de kleren gaan, want datzelfde jaar komt dus de fameuze “Hays Code” in voege die het “morele niveau” van de Hollywood-films wil hoog houden. Het zal duren tot na “de verslapping van de zeden” als gevolg van W.O.II dat ze nog eens erotisch uit de hoek zal mogen komen. In 1949 is ze dus ondertussen wel al zestien jaar ouder als ze gestalte geeft aan Delilah in de blockbuster van Cecil B.De Mille tegenover de Samson van Victor Mature.
NA DE TWEEDE WERELDOORLOG
Jane Russell_0004Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon Hays zijn greep op de filmwereld te verliezen. Dat kwam natuurlijk door de oorlogsomstandigheden, die automatisch toelieten dat er heel wat meer “door de vingers” werd gezien. Om het moreel van de soldaten hoog te houden was men immers bereid diep te gaan! Zo hoopte Howard Hughes met “The outlaw” (met als slagzin: “Two great new discoveries”, dat bleek dan op de hoofdacteurs Jane Russell en Jack Buetel te slaan, maar aangezien niemand ook maar enige aandacht voor Buetel had, werd de slogan geïnterpreteerd als slaande op de borsten van Jane Russell) in 1943 de Hays-commissie voor een voldongen feit te plaatsen. Dat was echter niet zo, maar toch was het de zwanezang van Will Hays. De Tweede Wereldoorlog had inderdààd het een en ander veranderd. In 1946 kwam de film toch uit.
De Tweede Wereldoorlog, zo zal je in elk goed geschiedenisboek vinden, heeft de vrouwenemancipatie met een smak vooruitgeholpen. Binnen de showbizz echter blijven we met hetzelfde probleem zitten: pin-ups als Betty Grable en Rita Hayworth werden ontzettend populair, maar wat heeft dit in ’s hemelsnaam met feminisme te maken? Hayworth was weliswaar vreselijk erotisch in het “Put the blame on mame”-stripnummer in “Gilda” van Charles Vidor uit 1946, maar ze was niet echt een “femme fatale”. Die rol was meer weggelegd voor Barbara Stanwyck (1907-1990), die in 1944 ondanks al die “pin-ups” toch maar even de best gesalarieerde actrice was. Die status had ze uiteraard vooral te danken aan de box office, die in dat oorlogsjaar bijna uitsluitend door vrouwen werd bepaald. En die konden zich maar al te zeer terugvinden in deze “woman in charge”. Voor “Double indemnity” kreeg ze dat jaar ook een oscar-nominatie.
Op het gebied van musicals kan geen enkele mannelijke vedette m.i. tippen aan het succes van Judy Garland, Jeanette MacDonald of Marlène Dietrich, tenzij hij toevallig een vaste partner is (Nelson Eddy) of zo’n uitzonderlijk talent dat het zingen bijzaak wordt (Fred Astaire, Gene Kelly).
Het lijkt me echter dat dit heel weinig met feminisme en juist heel veel met masculinisme heeft te maken: de vrouw als seksobject (graad variërend van actrice tot actrice bij de anonieme chorusgirls zoals we kunnen zien in de ronduit voyeuristische “Golddiggers of 1933”). In feite was dit juist een stap terug: de man als seksobject (met name Rudolf Valentino) was daarvóór door feministische bewegingen (zij het natuurlijk onder voorbehoud) positief begroet; de vrouw had om zo te zeggen nu ook het recht om te dromen en althans in die dromen niet langer de slaaf van haar echtgenoot te zijn. Zeker een gedeelte van het succes van Sinatra en later van Elvis zijn aan deze opgekropte frustraties toe te schrijven. Ook de vroegere vamps (Theda Bara, Mae West) namen zelf het initiatief en waren zeker geen loutere “objecten”.
Willi Forst regisseerde in 1950 “Die Sünderin” met in de hoofdrol Hildegarde Knef. “Die Sünderin” werd aangekondigd met de volgende slagzin: “Mit Schlägereien, Tumulten und Verboten, mit Sinkbomben, Polizei und Tränengas versuchten Gegner, die Aufführung dieses Filmes zu verhindern. So wurde ‘Die Sünderin’ zum grössten deutschen Skandal-Film!”
Brigitte BardotFrançoise Arnoul (Françoise Gautsch, Algerije, 3/6/1931) heeft een gedegen toneelopleiding gehad, maar in haar eerste film, “L’épave” van Willy Rozier uit 1950, valt ze toch vooral op door uit de kleren te gaan. Idem dito in haar tweede film, “Nous irons à Paris” van Jean Boyer, waarin ze niet veel meer draagt dan haar blonde vlechten. Enkele jaren later mag ze toch al een regenjas van zwart vinyl dragen in “Paris Palace Hotel” van Herni Verneuil uit 1956. Het zou haar laatste glansrol worden, want ongeveer tegelijk kwam “Et Dieu créa la femme” van Roger Vadim uit, waarmee Brigitte Bardot korte metten zou maken met de concurrentie. Het dient gezegd dat Roger Vadim haar (Arnoul dus) onmiddellijk daarna nog een kans gaf in “Sait-on jamais?”
In 1951 draaide Arne Matson “Hon dansada en sommer” (“Zij danste slechts één zomer”). Volgens Film en Televisie heeft hij daarmee “de poëtisch-erotische revolutie in de Zweedse film ingezet”. This film was mentioned by a 1954 Memorandum of the New York State Education Department, written with regard to New York State Law 1954, Chapter 620, which added definitions of “immoral” and “incite to crime” for motion picture censorship purposes. The Memorandum cited this film as an example of a film about which the ED’s Motion Picture Division had been “beset with inquiries and applications for reconsideration of motion pictures which heretofore have been regarded as contrary to the present provisions of the statute.” It stated that “One Summer of Happiness” (zoals de film in de VS werd uitgebracht) “contains a scene where a boy, nineteen, and a girl, seventeen, spending a vacation together, swim and embrace in the nude.”
In 1953 draaide Howard Hawks “Gentlemen prefer blondes”. Normaal had Betty Grable hierin de hoofdrol moeten spelen, maar de legendarische pin-up vroeg teveel geld en producent Sol Siegel besloot haar te vervangen door Marilyn Monroe. Wat meteen het einde inhield van Grable als sekssymbool en Monroe tot haar even blonde opvolgster promoveerde. Dat kwam vooral tot uiting in Monroe’s volgende film “How to marry a millionaire” (Jean Negulesco, 1953), waarin zij precies tegenover Betty Grable (en Lauren Bacall) werd geprogrammeerd.
In “Gentlemen prefer blondes” is de zwartharige Jane Russell haar tegenspeelster die (gezien “The outlaw”) op dat moment een veel grotere reputatie had dan Monroe die enkel nog maar een paar kleine rolletjes had vertolkt (zoals in “Love happy” met The Marx Brothers), maar zoals de titel reeds aangeeft wordt Russell in deze film door Monroe in de schaduw gesteld.
Nog in de jaren vijftig, krijgen we films die inspelen op het “koude oorlog”-klimaat zoals “Red Snow”, “The Iron Curtain”, “The Red Menace” en “I was a Communist for the FBI”. Het grappige was dat deze films de vijand zo verderfelijk wilden voorstellen dat er juist iets aantrekkelijks van uitging. Men schilderde ze af als decadente levensgenieters, die door de bevolking uit te buiten zo rijk waren geworden dat ze volop van de geneugten als daar zijn “Wein, Weib und Gesang” konden profiteren. Akkoord, tussen de zwoele vampen school er ook wel eens een aan Stalin verknochte lesbienne, maar het was allemaal toch “leuker en spannender dan wat het FBI aanprees: Ierse priesters, grote gezinnen, overvloedig kerkbezoek, sport en braaf zijn op school,” aldus Patrick Duynslaegher in “Knack”.
John Wayne van zijn kant richtte samen met Ward Bond, Hedda Hopper en Roy Brewer ook “The Motion Picture Alliance for the Preservation of American Ideals” op. Zij werden gesteund door Howard Hughes, William Randolph Hearst, Shirley Temple, Robert Montgomery, George Murphy, Ronald Reagan en Lee Bowman. Kenneth Anger noemde deze organisatie: a lynching party.
In een decennium dat in films zelfs getrouwde koppels nog altijd in lits jumeaux blijken te slapen, is het echter niet meer dan normaal dat Hollywood op erotisch vlak begint achter te lopen op Frankrijk bijvoorbeeld. In het begin van de jaren vijftig breekt immers de glorieperiode van de Franse “film noir” aan (”Le salaire de la peur” wint in Cannes 1953, regisseur Henri-Georges Clouzot en hoofdacteur Charles Vanel vallen ook in de prijzen), waaruit ook andere films voortvloeien die nogal nadrukkelijk de seksuele tour opgaan: « Un caprice de Caroline Chérie » (Jean Devaivre), « Le fruit défendu » (Henri Verneuil), « Adorables créatures » (Christian-Jacque), « Madame de … « (Max Ophüls), « La ronde » eveneens van Max Ophüls, maar dan reeds uit 1950, met o.m. Simone Signoret, Danielle Darrieux en Serge Reggiani en « Les belles de nuit » van René Clair uit 1952 met Gérard Philippe, Martine Carol en Gina Lollobrigida. Ook in “Lola Montès” (Max Ophuls), “Nana” en “Lucrèce Borgia”, allebei van haar echtgenoot Christian-Jacque, speelde Martine Carol de hoofdrol. In laatstgenoemde film toonde ze zelfs haar borsten, zonder een “body double” te gebruiken, wat toen (en nu soms ook nog) erg ongewoon was (5).
Daarna was het de beurt aan Brigitte Bardot met “Cette sacrée gamine” (Michel Boisrond), « En effeuillant la Marguerite » (Marc Allégret), « Et Dieu créa la femme » (Roger Vadim), « Sois belle et tais-toi » (Marc Allégret), « La femme et le pantin » (Julien Duvivier), « En cas de malheur » (Claude Autant-Lara), « Babette s’en va-t’en guerre » (Christian-Jacque) en « Voulez-vous danser avec moi? » (Michel Boisrond), allemaal met Brigitte Bardot. Ouwe snoeper Vadim maakte veel later een remake van “Et Dieu…” met Rebecca de Mornay in de hoofdrol. Het resultaat is te belachelijk om hier aan te halen, ware het niet dat de Mornay op dat moment de minnares was van Leonard Cohen, die zelfs niet haar vader, maar eerder haar grootvader had kunnen zijn.
In 1957 draait het jonge (°23/9/1938) Oostenrijkse filmsterretje Romy Schneider “Monpti” in een regie van Helmut Kaütner. Deze film speelt zich af in het Parijse kunstenaarsmilieu en op lokatie heeft ze Alain Delon leren kennen en kiest hem als partner voor haar eerste Franse film (“Christine” van Pierre Gaspard-Huit). Ze zal gedurende vijf jaar ook zijn partner in het dagelijkse leven worden. Ikzelf heb haar – zoals de meeste andere mensen van mijn leeftijd en ouder – echter voor het eerst gezien in haar eerdere Duitse en Oostenrijkse films. Zo in “Feuerwerk” (Kurt Hoffmann, 1954) bijvoorbeeld. Ik ben dan echter nog wat jong om een erectie te krijgen: dàt zal duren tot ze eens heel diep moet inademen bij de dokter die haar onderzoekt in “Sissi” van Ernst Marischka. Deze film is ook reeds van 1956, maar die heb ik dus blijkbaar pas enkele jaren later gezien…
In 1958 veroorzaakt Louis Malle een schandaal (weliswaar in het preutse Amerika en niet in zijn eigen land) met de film “Les amants”, waarin Jeanne Moreau zowaar het eerste vrouwelijke orgasme uit de filmgeschiedenis faket. Enfin, ’t is te zeggen, als actrice faket ze het (wellicht), maar op het scherm is het een zogezegd écht orgasme. Een vrouw die een orgasme krijgt. Daar hadden in die tijd vele mensen (inclusief vrouwen) nog nooit van gehoord!
Malle had Jeanne Moreau voor de rol aangetrokken, nadat hij haar had gelanceerd in “L’ascenseur pour l’échafaud”. Na die film waren ze een relatie begonnen en “Les amants” is, volgens Moreau’s eigen woorden “de vrucht van hun verhouding”. Maar dat hield meteen ook in dat de relatie afgelopen was samen met de film. Jeanne Moreau: “Ach, ik wist dat we na ‘Les amants’ uit elkaar zouden gaan: die film was ons kind. Die bewuste scène was dan ook niet eens bedoeld om te provoceren. Ik zag daar niet meer in dan het bewijs van de hartstochtelijke liefde tussen mij en Louis Malle: ik heb die scène voor hem gedraaid. Maar hoe meer ik in de huid van het personage kroop, hoe minder er van onze persoonlijke relatie overbleef.”
MANNELIJK BLOOT
In 1959 zijn in de zogenaamde peplum- of sandalenfilms zoals “Ben Hur” (William Wyler), “Spartacus” (Stanley Kubrick) of “Il Colosso di Rodi” (Sergio Leone) vooral blote mannentorso’s te zien, maar in “Solomon and Sheba” (King Vidor) zit toch ook een verleidelijke Gina Lollobrigida. Nog in Europa is er “La Dolce Vita” (Fellini), “Les liaisons dangereuses” (Roger Vadim) en “Peeping Tom” (Michael Powell) om nog te zwijgen van “Suzanne”, een typisch Zweedse voorlichtingsfilm met Susanne Ulfsäter. Het zijn echter vooral de films met Brigitte Bardot die populair werden in de VS, waar men meer dan genoeg had van de Hays Code. De import van Europese films zorgde er dan ook voor dat deze tegen de jaren zestig in onbruik geraakte, zodat ook in de film de “seksuele revolutie” kon plaatsvinden en Hollywood schoorvoetend volgt met “Let’s make love” (George Cukor), “Flaming star” (Don Siegel), “The misfits” (John Huston), “Summer place” (Delmer Daves) en “Butterfield eight” (Daniel Mann). In “Splendour in the grass” (Elia Kazan, 1961) geven Natalie Wood en Warren Beatty de eerste tongkus op het witte doek.
Een jaar later komt uit Finland “Kuu on vaaralinen” van Toivo Särkkrä. In het Nederlands kreeg deze film de titel “Meisjes langs de weg” mee. Misschien is dat wel de letterlijke vertaling van de Finse titel (ik kén uiteraard geen Fins) maar het is en blijft een misleidende titel. Het gaat immers niet over “meisjes” (meervoud) maar over “een” meisje, zij het dan niet eender wie, maar wel de fameuze Liana Kaarina Leskinen (haar familienaam liet ze wel weg tijdens haar filmloopbaan), die dankzij haar prachtige boezem ook een reputatie wist op te bouwen buiten Finland. In de film is ze ook even naakt zwemmend te zien, iets waar ik altijd al op kick.
In het Engels heet de film “Prelude(s) to ecstasy” en die titel is natuurlijk al even weinigzeggend. Het is immers een vrij klassiek verhaal van een oude zakenman die wel een groen blaadje wil, terwijl dat blaadje het ondertussen eveneens met een viriele fietsenmaker doet. Als deze per ongeluk om het leven komt, lijkt de film even een onhandige detectivestory te worden, maar omdat dit niet de bedoeling is, gaat Liana (Elsie in de film) ervandoor en doet men al vlug de boeken toe. Op naar nieuwe avonturen!
1964 is het jaar van “Zorba the Greek” waarin niemand minder dan Anthony Quinn de eerste blote mannenkont toont. In 1964 is er ook “Les stripteaseuses” van Jean-Claude Roy, die onder het mom van een documentaire uiteraard toont wat er in de titel staat, maar ook een kijkje achter de schermen, waarbij we moeten vaststellen dat deze dametjes zich zowaar ook soms wassen! Misschien was het dààrom dat deze “propere” seksfilm alvast in Nederland voor een versoepeling van de normen zorgde.
Voor mijzelf was 1965 vooral het jaar van “Genghis Khan” (Henry Levin). Omar Sharif had al 21 films gedraaid in Egypte, vooraleer hij via “Lawrence of Arabia” (1962) in Europa en Amerika wereldroem bereikte. “Genghis Khan” was slechts zijn vijfde “westerse” film en ging nog vooraf aan de rol van Dr.Zhivago die hem immens populair zou doen worden, maar toch mag al gezegd worden dat zijn aanwezigheid in deze film (“Genghis Khan” dus) een erotische aantrekkingskracht uitoefende op het vrouwelijke publiek.
Aangezien ik echter niet tot dat vrouwelijke publiek behoor, is het dààrvoor niet dat ik deze film hier speciaal wil vermelden. Nee, in de steppen van Mongolië gaat op een bepaald moment ook zijn vrouwelijke tegenspeelster uit de kleren en dat was maar logisch ook, want het was voor een was-scène. Na de opgetrokken borsten van Romy Schneider was dit de eerste keer dat ik een actrice (maar uiteraard ook eender welke vrouw) naakt zag. Ook al was het – als ik het me goed herinner – enkel maar de achterkant, toch wond Françoise Dorléac (want zij was het) mij dusdanig op dat ik meteen alles van haar begon te verzamelen dat ik tegenkwam. Veel verder dan een fotootje bij “La peau douce” (François Truffaut, eveneens uit 1964) kwam ik niet, want op 26 juni 1967 kwam Françoise reeds om het leven in een vreselijk auto-ongeluk. Pas toen vernam ik dat ze de zus was van Catherine Deneuve.
Voor de koele schoonheid van Deneuve en vooral voor de afstandelijke erotiek die ervan uitging, was ik nog te jong, maar dat wil niet zeggen dat ik niet steeds een boontje heb gehad voor Franse actrices. Zo bijvoorbeeld voor Mireille Darc die in 1965 haar prille borstjes toonde in “La grande sauterelle” (Georges Lautner) en vooral in de “Lui”, een mannenblad, wat veel handiger was dan een film, want zo’n blad kon men mee naar huis nemen om, euh, de interviews nog eens door te nemen.
In Amerika laat Sidney Lumet een actrice eveneens haar borsten ontbloten in “The Pawnbroker”, maar daar veroorzaakt dat nog een schandaal zonder weerga. Sommigen beweren dat in “Repulsion” van Roman Polanski voor het eerst een vrouwelijk orgasme is te horen. Het is zowaar dat van “ijskast” Catherine Deneuve. Maar die “historici” vergeten dan wel dat Jeanne Moreau haar in “Les amants” enkele jaren is voorafgegaan. Hoe dan ook, zelfs auditief waren de Fransen dus alweer jaren vóór op de Amerikanen.
In 1966 draait Zygmunt Sulistrowski “Ich lebte wie Eva” en veroorzaakt Roger Vadim opnieuw ophef met “La curée”. Maar ondanks het feit dat het hier de verfilming van een werk van Zola betreft, is de opwinding louter en alleen te wijten aan het feit dat Jane Fonda (de nieuwe ontdekking van Vadim) even naakt in een zwembad plonst. Eén van de populairste films van dat jaar (op erotisch vlak, maar ook in het algemeen) is “Zeventien jaar”, een sekskomedie uit Denemarken (op dat moment nog het Beloofde Land wat erotiek betreft). Het interessante aan deze film is dat hij werd gedraaid door een vrouw, met name Anne-Lise Meinecke.
In 1967 wint “Belle de jour” van Luis Bunuel de Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië. Zoals gewoonlijk zitten er veel SM-elementen in deze film van Bunuel. Alhoewel Catherine Deneuve het biseksuele element (met name haar verhouding met de bordeelmadam) het “spannendst” vindt, gaat de film toch voornamelijk over de masochistische fantasie van een doktersvrouw die zich overdag gaat prostitueren in het bordeel van Madame Anaïs. Catherine Deneuve vertelt over de film (nadat ze haar beklag heeft gedaan over het “walgelijke” gedrag van Bunuel op de scène, die haar de naaktscènes voortdurend liet overdoen in het bijzijn van een voltallige crew): “Ik vind het – echt waar – de meest erotische film aller tijden. Dat zou er natuurlijk op kunnen wijzen dat Bunuel gewoon de enige juiste werkwijze hanteerde, dat de vernedering een essentieel onderdeel van het creatieve proces uitmaakte.”
Nog in 1967 wint “Blow Up” (Michelangelo Antonioni) de Gouden Palm in Cannes. Hierin is heel even Jane Birkin naakt te zien, maar of het nu hààr schaamhaar is dat men ziet in het triootje met David Hemmings en Gillian Hills staat nog ter discussie. De veel molligere Lena Nyman is in de Zweedse film “Ik ben nieuwsgierig” bijna uitsluitend naakt te zien. Onnodig te zeggen dat de Zweden (in casu regisseur Vilgot Sjöman) weer hun reputatie eer aandoen, ook al omdat er zowaar een halfstijve penis in wordt gekust!
“En Kärlekshistoria” van Roy Andersson uit 1969 was ook zo populair “omdat er seks in kwam”, maar ik zou niet weten wannéér dan wel. Toen ze de film in 2012 op Arte speelden, wist ik na een half uur nog altijd niet waar men met de film naartoe wou en heb ik hem maar af gezet.
In Frankrijk is er de merkwaardige figuur van Francis Leroi (1942-2002). Deze filosofiestudent kwam in de ban van de Nouvelle Vague en debuteerde in 1962 als assistent van Claude Chabrol. In 1967 besloot hij echter zich te bekwamen in het erotische genre om heel doelbewust via dat medium zijn persoonlijke ideeën over de maatschappij in het algemeen en over film in het bijzonder kond (!) te doen. Met zijn debuut “Pop Game” kon hij in 1967 nog krediet krijgen van de critici, zelfs met de opvolger “La poupée rouge” (1968) en “Ciné Girl” (1969) bleef men in hem geloven, maar vanaf “La michetonneuse” (1972) begon men zich toch stilaan af te vragen, wanneer hij zich nu eindelijk zou losmaken van de traditionele seksfilm. Bij zijn volgende film, “Les tentations de Marianne” (1973), moest Leo Mees in “Film en Televisie” echter vaststellen dat men “al de pseudo-erotiek, de hypocrisie, het simplistische, de fabeltjessfeer, de psychologie-op-amateursniveau van de huidige seksfilmgolf” hierin terugvindt. In de jaren tachtig en negentig gooit Leroi dan alle ambitie ook overboord en neemt hij bijvoorbeeld een hele reeks Emmanuelle-films voor zijn rekening.
In 1968 krijgt “Girl on a motorcycle” van Jack Cardiff een x-rating in de VS. In deze Brits-Franse film wordt de titelrol gespeeld door Marianne Faithful, die haar man, de brave onderwijzer Roger Mutton (de naam zegt het zelf al), na amper twee maanden huwelijk in de steek laat om op haar tweewieler op zoek te gaan naar haar vroegere geliefde, de ietwat meer avontuurlijke Alain Delon. Dat deze verfilming van de roman van Pierre-André de Mandiargues deze eer te beurt valt, is fameus overdreven, zeker als men ermee rekening houdt dat telkens er een seks-scène plaatsheeft, de pellicule overeenkomstig de tijdsomstandigheden met een product wordt bewerkt zodat men de indruk krijgt te “hallucineren”. Ook de close-ups van Marianne Faithful als ze zich zit te masturberen op de motor die ze van Delon ten geschenke heeft gekregen (close-ups van haar gezicht wel te verstaan) zijn nogal onnozel. Wellicht daarom wenst ze niet meer aan deze film te worden herinnerd.
In het meer “gespecialiseerde” genre was er “Hot girls for men only” van Pete Walker met Andrea Allen en David Kernan, een humoristisch bedoelde naaktshow rond een seksblad met geheim hoofdkwartier, en “How to undress in public” van Compton Bennett met Zelma Malik, Reginald Beckwith, John Pertwee en Kenneth Connor, een semi-stripteasefilm. In “Hugs and kisses” is het eerste (toegelaten) schaamhaar te zien. Sindsdien mag schaamhaar in Engelse films, maar penissen nog altijd niet.
Dat jaar is er ook “Guess who’s coming to dinner” (Stanley Kramer). Wat staat dit hier bij te doen, zal je (terecht) denken, maar het is slechts om te illustreren hoe gevoelig het allemaal nog lag, zelf in de “vrijgevochten” jaren zestig. Ondanks het feit dat het hier een deftig burgerlijk huwelijk betreft (ik geloof zelfs dat ze mekaar “respecteren” vooraleer te trouwen) veroorzaakte deze film toch een schandaal, omdat seks tussen blank en zwart nog altijd ophef maakte in die tijd. En zeggen dat de zwarte in de film een geneesheer is en dan nog wel vertolkt door Sidney Poitier! Maar dat is juist het merkwaardige: de schone jongen Sidney Poitier heeft nooit een erotische scène mogen spelen, laat staan met een blanke vrouw. Dat taboe wordt uiteindelijk doorbroken door een mindere god, Jim Brown, die in de western “Hundred rifles” van Tom Gries uit 1969 eens mag stoeien met Raquel Welch.
In “The night they raided Minsky’s” van William Friedkin uit 1968 zou volgens sommige bronnen Britt Ekland de eerste striptease in een film uitvoeren. Maar wat doen we dan met “Expresso bongo” met Cliff Richard (die overigens zélf geen striptease doet natuurlijk)?
In 1968 wordt trouwens de Hays Code afgeschaft, echter niet zozeer omwille van “de revolutionaire jaren zestig” dan wel wegens het feit dat de televisie in de praktijk de censurerende invloed van de code had overgenomen. De zenders bepaalden immers wat wél en vooral wat niet kon. En er kon en kàn in Amerika véél niet…
EEN NEUSLENGTE…
Toch was zelfs tot in de Sovjet-Unie (binnen duidelijke perken) de seksuele revolutie merkbaar, meer bepaald in de film “Djamilia” van Irina Poplavskaia uit 1969. In deze film wordt het hoofdpersonage immers positief voorgesteld ondanks het feit dat ze in een overspelige liefdesgeschiedenis verstrikt geraakt, terwijl haar echtgenoot zich aan het front bevindt.
In het voorbestemde jaar 1969 moet het er natuurlijk ook van komen dat de eerste penissen op het scherm te zien waren: die van Robert Forster in “Medium Cool” klopte Alan Bates en Oliver Reed in “Women in love” met een neuslengte, zouden we kunnen zeggen.
In “Bob and Carol and Ted and Alice” schetst Paul Mazursky een uitstekend tijdsbeeld van de problemen die seksuele vrijheid kan meebrengen voor het huwelijk. Natalie Wood is hier op haar mooist als Carol, die haar man Bob (Robert Culp) zijn avontuurtjes moet slikken, tot ze zelf eens zo’n slippertje maakt. Uiteindelijk wordt het bijgelegd dankzij de “medewerking” van een bevriend koppel, Ted (Elliot Gould) en Alice (Dyan Cannon).
In Engeland was vooral Susan George toen erg “hot”. Na “Up the junction” draaide ze in 1969 “Twinky”, waarin ze de zestienjarige hoofdfiguur vertolkt die optrekt met een 38-jarige schrijver van pornoverhalen, zowaar gespeeld door Charles Bronson. George stond ervoor bekend dat ze niet te beschroomd was om uit de kleren te gaan (ze had als zestienjarige reeds in een aantal Hammer-horrorfilms gespeeld), maar toch moet men zich niet te veel voorstellen van deze film, want regisseur Richard Donner neemt voortdurend zijn toevlucht tot eerder enerverende slow motion en zelfs “bevroren” beelden, al dient gezegd dat het meestal close-ups zijn van Susan, dus dat valt in zekere zin ook nog wel mee. George was toen zo hot dat ik er haast zeker van ben dat ze gelinkt was aan een of andere popvedette, al kan ik niet meer terugvinden wie dat dan wel mag geweest zijn. Zowel Wikipedia als the Internet Movie Database vermelden wel Andy Gibb, maar dit was later, dit was zelfs nadat ze heel even in de kijker was gelopen bij niemand minder dan prins Charles. (6)
Hier te lande liepen Duitse “voorlichtings-” (”Helga” of “Wie sag’ ich es meinem Kinde?” van Dr.R.Cämmerer) of “rapport”-films in de “deftige” zalen van de stad, evenals b.v. “Der Artz von Sankt-Pauli”. Daar konden we trouwens ook terecht voor films met het typische Franse “bonne humeur” liepen zoals “Mon oncle Benjamin” (Edouard Molinaro). “Erotissimo” van Gérard Pirès daarentegen heeft weinig of niks met seks te maken. Deze film met o.a. Jean Yanne, Annie Girardot en Francis Blanche is eerder een satire op vanalles en nog wat. Enkel in de aanvang betreft dit ook (wellicht louter om de titel te justifiëren) de publiciteit die sterk op het erotische is afgestemd.
Ook in de seks-cinema’s liepen er uiteraard Franse films. Dit waren meestal zgn. “striptease”-films (omdat de seks er alleen in bestaat, dat men uit de kleren gaat). Dan ging men in Denemarken (alweer) toch verder met een soft-seksfilm over een kasteel waarin vrouwen naakt werden opgesloten (een SM-fantasie uiteraard). Uit Italië komt “Dove vai tutta nuda?” van Pasquale Festa Campanile met Maria Grazia Bucella, Tomas Milian en Vittorio Gassman en “Toen de vrouwen een staart hadden”, een komedie die zich afspeelt in de oertijden, af en toe wel grappig maar grotendeels toch slechts een voorwendsel om wat pikante prentjes te tonen.
Maar ‘69 is natuurlijk vooral een jaar van politiek protest, zij het dat dit vaak op het seksuele vlak werd doorgetrokken zoals in “If” (Lindsay Anderson) of “Easy rider” (Dennis Hopper & Peter Fonda). Vandaar misschien dat deze films ook in cinema Leopold aan bod kwamen.
Toch is dit slechts een vage aanduiding dat de jaren zestig de jaren van de seksuele bevrijding zouden zijn geweest. De echte revolutie kwam er pas in 1972 toen “Deep throat” van Gerard Damiano met Linda Lovelace (1949-2002) een ruime distributie kreeg, nadat de New York Times er een artikel aan had gewijd onder de titel “Porno chic”.
In 1970 is er vooral “Blue movie” van Wim Verstappen en Pim de la Parra met Hugo Metsers die voor een revolutie zorgt omdat hij in de beroemde liftscène hopeloos zijn lul in de vagina van zijn partner probeert te krijgen. Anale heteroseks daarentegen wordt gesuggereerd zowel in “Such good friends” als in “Straw dogs” (de verkrachting van Susan George). Over verkrachting gesproken, dat jaar was er natuurlijk ook “A clockwork orange” (Stanley Kubrick).
Leukere seks was er te zien in “Bof… anatomie d’un livreur”. Deze Franse satirische komedie van Claude Faraldo uit 1971 gaat over een jonge wijnleverancier (Julien Negulesco), die er genoeg van heeft dat hij na het gesleur ook nog door zijn cliëntes “in natura” wordt betaald, en die dan maar trouwt met een verkoopstertje dat hem in een etalage haar “diepe gevoelens” voor hem had getoond (Marie Dubois). Wanneer zijn moeder overlijdt (later zal blijken dat het om een “verdacht” overlijden gaat), trekt zijn vader (Paul Crauchet) bij hem in. Als die er zich over beklaagt dat hij seksueel niet meer aan zijn trekken komt, biedt de zoon zijn vrouw aan en die is maar al te zeer bereid om op het voorstel in te gaan. De vader blijft echter niet bij de pakken zitten en komt zelf met een klein zwartharig dieveggetje thuis (Marie-Hélène Breillat), die het ook erg goed kan vinden met de schoondochter, want girls just want to have fun, nietwaar? Enfin, iedereen is tevreden en wanneer er ook nog een zwarte straatveger bij het gezelschap komt (Mamadou Diop), trekken ze ervandoor, de zon tegemoet. Alleen het slot valt tegen: de schoondochter is in verwachting. En iedereen blij natuurlijk, terwijl uit een “sequel” juist zou blijken dat daardoor het harmonieuze bestaan ontwricht wordt.
In mindere mate wordt de seksuele revolutie ook gestalte gegeven in “There’s a girl in my soup” van Roy Boulting. Daarin speelt Goldie Hawn een vrijgevochten Amerikaans meisje in een meer conservatieve Engelse omgeving. Zij is daarmee het nieuwe rolmodel voor jonge vrouwen nu Shirley MacLaine eerder volwassen rollen begint te vertolken.
In “The walkabout” van Nicholas Roeg staat de boog continu gespannen door de confrontatie van het jonge, onervaren, blanke meisje met de al even jonge, maar uit een andere, minder geremde cultuur stammende “aborigines”.
1972 was verder het jaar van de zogenaamde “Report” films. Pseudo-documentaires met slechts één doel: blote meisjes tonen. Zo was er o.a. “Skandinavia sex-report” van Jeff Williams met Monique Laroche (niet te verwarren met de medewerkster van Vooruit), Connie Jetkins en Randy Svenson en “Skihazerl-report” van Franz Vass met Monica Marc, Sharon Shira en Marguerite Boulevard. Andere successeries in die tijd hadden “Mazurka” of “Tirol” in de titel. Deze hadden de bedoeling humoristisch te zijn. Duitse seks is al erg, maar gekoppeld aan Duitse humor is het helemààl niet te doen! En ik kan zelfs niet zeggen dat dit door een overdosis mazurka’s of Mädel in Tirol komt. Tenzij één reeds genoeg is om van een overdosis te spreken. Seks en humor zijn nu eenmaal geen goede maatjes (7). Vooral niet bij mannen. Voor mannen is seks namelijk een ernstige zaak. Ze moeten namelijk “presteren” (een erectie krijgen en houden). Aangezien dit bij vrouwen niet het geval is, ligt het daar helemaal anders. Vandaar dat in de Chippendales-shows die in de jaren negentig zo populair werden er heel wat wordt afgelachen!
GESPONDORD DOOR DE V.V.V.
In 1973 verwekken zowel “La Grande Bouffe” van Marco Ferreri als “Last tango in Paris” van Bernardo Bertolucci schandaal, maar beide films zijn veel te cynisch, veel te pessimistisch om erotisch te zijn. Geef mij dan maar vitalistische prenten als “Turks Fruit” (Paul Verhoeven) of “Les valseuses” (Bertrand Blier) met Gérard Depardieu, Patrick Dewaere en… Miou-Miou. Maar veel explicieter zijn “Les contes immoraux” (Walerian Borowczyk, 1923-2006), zoals men op de foto kan zien. In Frankrijk is er nog “Je prends la chose du bon côté” van Marc Ollivier, die als merkwaardigheid wel expliciete homoseks toont (toch voor softporno uit die tijd), maar anderzijds tegelijk ook een sterk anti-standpunt inneemt (tegen mannelijke prostitutie welteverstaan).
Dé film van het jaar 1973 is echter “Emmanuelle”, met in de hoofdrol Sylvia Kristel, die door Goedele Liekens in haar boek “Ons seksboek” als een betere erotische film wordt aangeraden. In de Gazet van Antwerpen van 30/10/2007 argumenteert ze dat als volgt tegenover Sylvia Kristel zelf: “Omdat jij dankzij je rol van Emmanuelle erotiek uit het verdomhoekje hebt gehaald. Eeuwenlang was erotiek een vies woord in onze westerse samenleving, maar dankzij die films werd het mooi en aanvaardbaar. In één woord kan ik daar over zeggen: respect!”
Just Jaeckin, de maker van “Emmanuelle” draaide datzelfde jaar ook “Histoire d’O” en ook “Madame Claude” is van zijn hand als ik me niet vergis. In het licht van het succes van “Emmanuelle” ontstonden tal van vergelijkbare films. Eerst en vooral was er Laura Gemser, een Nederlands fotomodel, geboren op Java in 1950, dat o.m. nog voor het Models’ Agency van Pierre Eggermont heeft gewerkt, in “Black Emanuelle” (om copyright-redenen met één m), “Orient Reportage”, “Emanuelle in Amerika”, “Emanuelle en de laatste kannibalen”, “Black Emanuelle meets Yellow Emanuelle”, “Emanuelle, queen of Sados”, “The voyage of the damned”, “The Bushido Blade” en zelfs “Exit 7” van Emile Degelin. Ze is gehuwd met Gabriele Tinti, haar tegenspeler in de Emanuelle-films. Op een bepaald moment was ze echter bij een Gentse antiquair en toen bracht ze ook een bezoek aan de Hotsy Totsy, waar die avond toevallig ook Hugo Claus en Sylvia Kristel aanwezig waren. “Dat was een mooi moment,” aldus Motte Claus in Het Nieuwsblad van 21/3/2008, gevraagd naar een leuke herinnering aan de pas overleden Hugo Claus.
Anderzijds, als de “Emmanuelle”-films al geen grote filmkunst waren, dan zijn die van “Black Emanuelle” nog veel minder (8). Aangezien “Orient Reportage” zich op dezelfde locaties afspeelt als de oorspronkelijke “Emmanuelle” kan je beide films naast elkaar leggen (de body body massage, de Thaise “specialiteiten” in de nightclub, enz.) en dan wint de originele film niet enkel op punten, maar gewoonweg door knock-out!
Maar goed, zelfs Walerian Borowczyk draaide in 1986 een “Emmanuelle” (nr.5). In deze versie speelt Sylvia Kristel uiteraard al lang niet meer de hoofdrol, maar wel Monique Gabrielle. Emmanuelle is hierin een cineaste, die door Prins Rajid (Yaseen Khan) uitgenodigd wordt deel uit de maken van zijn harem, waar op dat moment ook reeds Dana Burns Westberg bijhoort. De film is al even slecht en heeft al even weinig met de echte Emmanuelle te maken als de volgende (nr.6) die van Bruno Zincone is en waarin Nathalie Uher in de titelrol eerst haar geheugen heeft verloren, maar nadien herinnert ze zich (dankzij de fameuze stoel) toch dat ze Emmanuelle is, maar dan wel deze keer in de vorm van een ontwerpster die tijdens een cruise met haar modellen wordt overvallen omwille van de diamanten die ze moeten showen. De film wordt een klein beetje gered door een leuke lesbische passage met een Indiaans verstekelingetje.
In 1994 werd dan allicht het absolute dieptepunt bereikt met “Emmanuelle, queen of the galaxy” van L.L.Shapira (VSA) met deze keer Krista Allen-Moritt in de titelrol. Zoals de titel reeds aangeeft, gaat ze hier zelfs buitenaardsen leren hoe ze de liefde moeten bedrijven.
Het probleem met seksfilms uit de jaren zeventig is dat ze al vooruitlopen op de “political correctness” van de jaren negentig. Zo wordt er nogal wat afgefilosofeerd. Joe d’Amato draaide in 1977 werd zelfs het pseudo-feministische “Emanuelle, perche violenza alla donne?” (9)
Op zoek naar een nieuwe kassakrakerreeks, genre Emmanuelle, werd in ’83 Joy uitgebracht, de erotische avonturen van een cover-girl. Werd Joy toen vertolkt door ex-mannequin Claudia Udy, dan wordt deze rol in opvolger Joy et Joan overgenomen door de zich uit de harde porno teruggetrokken Brigitte Lahaie. Omdat de actie zich voor een groot gedeelte in Thailand afspeelt, is de link naar Emmanuelle in deze sequel nog completer. In dit aards paradijs wordt Joy het slachtoffer (ocharme) van perverse mannen. Gelukkig (voor haar?) wordt Joy’s pad door Lesbos gekruist… Jacques Saurel stelde zich tevreden met het « esthetisch » inblikken van de meest onwaarschijnlijke situaties tot een pseudo-erotisch, slaapverwekkend geheel.
Het geestige van seksfilms uit die tijd is dus dat ze gesponsord werden door vliegtuigmaatschappijen en diverse bureaus voor toerisme. Het allergeestigste is dan de combinatie van beiden. Dat wil zeggen dat zo’n lange filosofische conversatie gevoerd wordt over diverse locaties, waarbij de montage zo razendsnel gaat dat ze tussen elke zin kilometers afleggen. Ongetwijfeld met zevenmijlslaarzen!
Maar goed, porno was “Salonfähig” geworden en daarom kregen we ook in de gewone bioscopen “La Grande Bouffe” van Marco Ferreri te zien of “Last tango in Paris” van Bernardo Bertolucci, “Turks Fruit” van Paul Verhoeven, “Les valseuses” van Bertrand Blier, “Les contes immoraux” van Walerian Borowczyk, “Il Decamerone”, “The Canterbury Tales”, “1001 notte” en “Salo” van Pier Paolo Pasolini, “Emmanuelle”, “Madame Claude” en “Histoire d’O” van Just Jaeckin, “Bilitis” van David Hamilton, “Emilienne” van Guy Casaril, “Taxi Driver” van Martin Scorsese en “Caligula” van Tinto Brass. Voor het vervolg van het verhaal kan je je dus beter hier naartoe wenden.

Referentie
Ronny De Schepper, Girls just want to have fun! Graffiti juni 1994

(1) Ter verdediging voerde Le Fèvre aan dat het de verbeelding van een Griekse mythe betrof. Hij werd tot zes maanden opsluiting veroordeeld en stierf in de gevangenis aan pneumonie.
(2) In Antwerpen kent iedereen ongetwijfeld de travestieclub “Madame Arthur”. Travesties zijn er altijd geweest, maar in het music-hall circuit in het begin van deze eeuw in Engeland waren de bekendste Julian Eltinge (geboren als Julian Dalton) en Vesta Tilley.
(3) De regels voor de Hays Code gingen voor de rest voornamelijk terug op de richtlijnen van de jezuïet R.P.Lord.
(4) Hoezeer Temple en seks niet te rijmen vallen, mag ook uit de (eigenlijk onsmakelijke) anecdote blijken toen producer Arthur Freed de 12-jarige Temple zijn geslacht toonde: ze barstte in lachen uit!
(5) Alhoewel de body double al sinds mensenheugnis wordt gebruikt in scènes die zich zo ver van het oog van de camera afspelen dat men het verschil toch niet kan merken, is het frequente gebruik ervan vooral in voege gekomen nadat de Screen Actors Guild in 1986 een contract afdwong wat “naaktheid en scènes met fysiek contact” betrof. Tot dan toe bestond er nogal wat vaagheid over script-aanduidingen in de trant van “ze kussen en bedrijven de liefde”. Wat wou dit immers zeggen? Gekleed of helemaal naakt? Enzovoort. Vooral omwille van de processen over contractbreuk die hieruit voortkwamen, diende er van dan af expliciet vooraf te worden gesteld wat er allemaal van de acteurs werd verwacht op dat vlak. Als de regisseur later van gedacht veranderde, moest hij dan maar een beroep doen op een body double. (Niet dat processen naderhand uitgesloten waren: denk maar aan Kim Basinger die wegens het zich terugtrekken uit “Boxing Helena” zowat haar hele inboedel moest verkopen.)
(6) Ondertussen houdt Susan George zich vooral bezig met het kweken van Arabieren. Paarden bedoel ik dan. In 2007 werd ze zelfs geïnterviewd door “Horse & Hound magazine”. Ik zou dit niet vermelden, mocht het niet de onweerstaanbaar komische scène uit “Notting Hill” oproepen, waarin Hugh Grant zich uitgeeft voor een reporter van “Horse & Hound”.
(7) “Hij lachte, maar hij had er meteen spijt van toen hij bedacht dat humor en genot elkaar afstoten als water en olie.” (Mario Vargas Llosa, Geheime notities van don Rigoberto, p.55)
(8) Overigens, Black Emanuele? Lichtbruin zal ook wel al goed zijn, zeker? Als Sylvia Kristel wat te veel in de zon heeft gelegen, ziet ze even bruin als Laura Gemser!
(8) En een jaar later was er in Engeland “Carry on Emmanuelle” van Gerald Thomas.

2 gedachtes over ““Bilitis” en de geschiedenis van de erotiek in de film

  1. Bedankt om mij attent te maken op de opmerking van Goran Jovic op de Science Fiction & Fantasy Stack Exchange (http://scifi.stackexchange.com/questions/20201/did-the-photo-of-a-woman-and-a-pony-really-exist). Ik heb het boek zelf ook wel gelezen, maar lang voor dat ik dit artikel heb geschreven, dus ik moet me zeker op iets anders gebaseerd hebben. Helaas (zoals gewoonlijk) heb ik mijn bronnen niet vermeld en als ik nu “André le Fèvre” intik op diverse manieren komt alleen Goran Jovic eruit wat de “fotograaf” betreft (dus voetballers en Business Development Directors niet meegeteld). Maar de opmerking van Gorchestopher H. (“The reason this particular picture is impossible is because a “Daguerreotype” photograph took 20 minutes to develop. Hardly useful for capturing the described scene.”) lijkt me hout te snijden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s