Vandaag is het vijftig jaar geleden dat de Colombiaanse voetballer Andrés Escobar werd geboren. Toen in 1964 de VS tegen Colombia wonnen met 2-1 was dat o.a. “dankzij” een own-goal van verdediger Andrés Escobar, die aan zijn vijftigste wedstrijd voor de nationale ploeg bezig was. Enkele dagen later, op 2 juli 1994, werd Escobar buiten de bar El Indio in een buitenwijk van Medellín met twaalf kogels neergeschoten. Het is nooit helemaal duidelijk geworden of de moordenaar op eigen initiatief handelde of in opdracht van een goksyndicaat dat geld had ingezet op het Colombiaanse nationale elftal. Na de moord kwam er een hevig protest op gang tegen het geweld in de Colombiaanse maatschappij, of het nu afkomstig is van de drugkartels, van andere gangsters of van politieke bewegingen. Nog steeds wordt elk jaar op 2 juli Escobar herdacht in zijn land. Zijn moordenaar Humberto Muñoz Castro kreeg 43 jaar cel, maar werd op 7 oktober 2005 na 11 jaar cel vrijgelaten wegens goed gedrag.

In Colombia gaat de populariteit van het wielrennen erop achteruit ten voordele van het voetbal. Niet alleen omdat voetbal een typische “armensport” is (men heeft alleen maar een bal nodig en zelfs daarmee kan men improviseren natuurlijk), maar vooral sedert de Colombiaanse ploeg zich wist te plaatsen voor de eindronde van het wereldkampioenschap in Italië. Eind 1989 speelde in datzelfde Italië ook reeds Nacional Medellin tegen A.C.Milan voor de intercontinentale voetbalbeker. Uiteraard deden over deze ploeg geruchten de ronde dat ze zou gefinancierd worden door enkele drugsyndicaten. Eén van de leiders van de ploeg werd in 1985 in de V.S. reeds tot dertig jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij daar probeerde zijn met de verkoop van cocaïne verdiende miljarden wit te wassen. Sportsponsoring schijnt daarvoor trouwens een probaat middel te zijn… En zo gebeurde natuurlijk, want zelfs de coach van de nationale ploeg, Francisco Maturana, is door de ondersteuning van drugskoning Pablo Escobar (geen familie van Andrés, die voor Atletico Nacional speelde, niet te verwarren dus met Medellin Nacional) tot die positie kunnen opklimmen (hij is immers eveneens coach van Nacional Medellin). En dat Escobar in december ’93 dan door de politie is neergeschoten, maakt van de voormalige “Robin Hood” (in de ogen van de armen) nu zelfs een martelaar. Dat met de dood van Escobar de link tussen het voetbal (en dan vooral Medellin Nacional) en de drugmaffia is verdwenen, is overigens een fabeltje, want Miguel Rodriguez Orejuela van het Cali-kartel heeft de zaken van Escobar gewoon overgenomen. Toen de jonge belofte, Omar Canas, de 21-jarige aanvaller van Atletico Nacional, de praktijken van de drugmaffia had aangeklaagd in een radio-interview, werd hij in 1993 dan ook koelbloedig afgemaakt. Dat was dus nog een jaar eerder dan zijn ploegmaat Andrés Escobar.
Datzelfde jaar werd doelman René Higuita (“El Loco”, de getikte) van de nationale ploeg gearresteerd voor medeplichtigheid aan een ontvoering van een meisje waarvoor hij een premie van twee miljoen frank ontving van de bende van Escobar. Ondanks een verminderde celstraf (waar hij zelfs uitgroeide tot een symbool van het studentenverzet omdat men zijn lange haar wilde afscheren) mocht hij niet meegaan naar de World Cup in de VS. Daar werd de ploeg al in de eerste ronde uitgeschakeld ten voordele van het thuisland en dat dus door een own goal van Andres Escobar, een speler van Medellin. De jongen moest zijn misser zwaar bekopen want vlak voor het begin van de tweede ronde op 2 juli 1994 werd hij bij het verlaten van een restaurant in Medellin door twaalf kogels getroffen. Hij overleed in het ziekenhuis. Hij was 27 jaar. Eén van de daders riep naar verluidt: “Bedankt voor de uitschakeling!” (Dit wordt ontkend door Daniël Cruz, ooit middenvelder bij Germinal Beerschot: “Escobar werd destijds neergeschoten voor een ordinaire caféruzie om een vrouw, met wie een maffialid wou dansen. Het ging niet om die owngoal die hij maakte op het WK’94. Dat hebben ze er achteraf van gemaakt.” Het Nieuwsblad, 17/8/2004)
Ondanks zijn familienaam had Andres Escobar dus niets te maken met de drugbaron. Men dient echter wel te noteren dat de drugmaffia van Medellin heel wat geld had gezet op een mogelijke WK-overwinning van Colombia. Bovendien zou het concurrerende kartel van Cali precies op het tegendeel hebben gewed, zodat verondersteld wordt dat Escobar werd afgestraft omdat hij met zijn own-goal in de kaart van Cali zou hebben gespeeld.
Een jaar later, op 22 november 1995 om precies te zijn, werd alweer een voetballer vermoord in Medellin, deze keer verdediger Albeiro Pico Hernandez van Club Envigado. Korte tijd later, op 2 december, waren twee spelers van tweedeklasser Alianza Llanos, Harold Fernandez Torres (27) en Omar Enrique Malfa (25), de volgende slachtoffers. Over de redenen tastte men nog steeds in het duister.
Op 9 januari 1997 was het alweer prijs. De voorzitter van Envigado, Gustavo Upegui Lopez, raakte gewond bij een schietpartij, waarin zijn drie lijfwachten het leven lieten. Eén van de drie schoot namelijk zijn beide collega’s neer en pleegde zelfmoord nadat hij Lopez had getroffen. Vorig jaar werden reeds de twee zonen van Lopez ontvoerd.

Referentie
Ronny De Schepper, Koffie, coureurs en coke in Colombia, De Rode Vaan nr.27 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s