Nabucco is een opera van Giuseppe Verdi (1813-1901) op een libretto van Temistocle Solera, dat gebaseerd is op het toneelstuk Nabucodonosor van Auguste Anicet-Bourgeois (1815-1878) en Francis Cornu (1800-1848) die op hun beurt hun drama ontleenden aan de boeken Jeremia en Daniel uit het Oude Testament. Solera deed dat eveneens, maar maakte tevens gebruik van het drama Nabucco trasformato Ragionamenti morali van Giovanni Agostino Della Legueglia (Milaan 1668). Nadat Bartelomeo Merelli (1794-1879) de impresario van het Teatro alla Scala er diverse keren in was geslaagd de eerste uitvoering van Verdi’s derde opera uit te stellen, vanwege geldproblemen zo heette het, vond de eerste uitvoering op 9 maart 1842 plaats en werd voor de jonge componist een overrompelend succes.

Christiane Buyle zong Fenena in de fameuze “Theresienstadt”-enscenering van “Nabucco” in de Gentse Opera op 23/04/1984. Eigenlijk was ze een koorlid dat met de brochure in de hand Anne Marie Dur verving “die met haar auto in een verkeersopstopping zat”. Of Anne Marie Dur als Fenena de moeite van het vermelden waard is in « Nabucco » dat zullen we dus nooit weten, aangezien ze op de uitvoering woensdagnamiddag weg bleef. Ze was overigens niet de enige, want er waren nauwelijks vijftig toeschouwers. In een dergelijke trieste atmosfeer zullen die het zich allicht niet beklaagd hebben dat de Fenena-rol dan ook voor het grootste gedeelte werd weggesneden (in de kwartetten trok koorzangeres Christina Buyle alle omstandigheden in acht genomen behoorlijk haar streng).
De enscenering van Vaclav Kaslik kwam door deze hallucinante toestanden misschien nog beter tot haar recht, maar toch woog de « vondst » niet op tegen het resultaat. Kaslik had zich geïnspireerd op opera-opvoeringen in Joodse doorgangsghetto’s, van waaruit ze door de nazi’s werden afgevoerd naar concentratiekampen voor de « Endlösung ». Vandaar een aankleding met gebruiksvoorwerpen zoals raspen als harnas en potten als helmen. Het was voorspelbaar dat het overwegend conservatieve operapubliek hierop negatief zou reageren. Toch staan ook wij kritisch tegenover dit opzet. Confraters wezen er reeds op dat het erg onwaarschijnlijk is dat precies « Nabucco », een werk over jodenvervolging, onder de nazi’s zou mogen worden opgevoerd. Maar wij zouden nog verder willen gaan. Verdi was pas 28 toen hij deze opera componeerde en hij was duidelijk nog niet tot volle wasdom gekomen. Het verhaal mist op zich reeds dramatische kracht door een onwaarschijnlijk plot, maar het meest ergert men zich aan de vrolijke deuntjes die deze zogezegde dramatiek moeten ondersteunen. Het zal nog ruim tien jaar duren vooraleer Verdi de muziek echt in functie stelt van de handeling.
Toch kwamen Ulrik Cold (hoge priester), José Razador (Ismaele), Maria Abajan (Abigaille) en Vicente Sardinero (Nabucco) nog behoorlijk voor de pinnen, al valt er wel detailkritiek te maken, waarvoor er hier geen plaats is. Evenmin als voor de lof die we dirigent Arthur Fagen en jonge wonderknaapjes in zijn orkest (zoals de fluitist) willen toezwaaien, zij het dat we op dit aspect later nog eens hopen terug te keren. (De Rode Vaan nr.41 van 1984)
Op 13 september 1991 werd door de Opéra Royal de Wallonie met “Nabucco” het afscheid van opera-intendant Raymond Rossius gevierd, die deze functie bekleedde vanaf 16 mei 1967, de dag dat de Opéra Royal de Wallonie werd gecreëerd. Als afscheid regisseerde hij de allereerste opera die 25 jaar geleden door de O.R.W. werd opgevoerd.
Een grootse enscenering, weliswaar zonder olifanten (zoals in de Bulgaarse “Aida”) of paarden (zoals een jaar eerder in “I Pagliacci”), maar toch met Veel Volk, dat voortdurend in rijen marcheerde of patronen vormde op de scène. Echte tableaux vivants die dan ook door aanwezige would-be fotografen in het publiek voortdurend met flashlight op de gevoelige plaat werden vastgelegd. Meestal met instamatic-camera’s, zodat ze bij de ontwikkeling zullen vaststellen dat ze de twee rijen voor hen hebben gefotografeerd…
Want zonder verrekijker was er niet veel te zien van “Nabucco”. De zangers maakten weliswaar wijdse, theatrale gebaren, zodat je toch min of meer kon volgen wie wat naar het hoofd slingerde, maar u begrijpt dat in deze context subtiele nuancering ver te zoeken was. Jammer dat in de voorstelling die ik heb bijgewoond Chris De Moor niet van de partij was, want ik had graag gezien wat deze fijnbesnaarde bas er in zo’n omstandigheden van zou hebben terechtgebracht. Rossius werkte echter met een dubbele cast en in de opvoering die ik meemaakte, was het Alessandro Verducci die de rol van hogepriester Zaccaria voor zijn rekening nam. Zijn landgenoot Alberto Rinaldi kreeg de titelrol toegewezen, terwijl de ongelukkige Ismaele door de Colombiaan Ernesto Grisales werd vertolkt. Bij de vrouwen was Irena Zaric nogal zwak als Fenena, maar dat werd goedgemaakt door Lysiane Léonard als Anna en vooral door Galina Savova die als de geslepen Abigail na een wat aarzelende start het laken naar zich toe trok. Het orkest, gedirigeerd door de Italiaan Anton Guadagno, was in de gegeven omstandigheden uitstekend (Guadagno is ook niet de eerste de beste: hij werkte reeds in alle grote operahuizen en maakte opnamen met zowat alle bekende zangers en zangeressen).

Referentie
Ronny De Schepper, Nabucco als verjaardagsgeschenk, De Rode Vaan nr.7 van 14 februari 1992

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s