Eén van de beste veldrijders aller tijden, Roland Liboton, viert vandaag zijn zestigste verjaardag. Ik heb één maal met hem gesproken, dat was telefonisch in de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan ter gelegenheid van het wereldkampioenschap van 1985 in München. Helaas heb ik Roland toen geen geluk gebracht, want mede door pech werd Roland toen slechts tiende op 2’30” van winnaar Klaus-Peter Thaler.

Nu zondag wordt in München het wereldkampioenschap cyclocross verreden. Bij de profs is onze landgenoot Roland Liboton, recent nog winnaar van de Super-Prestige in het veldrijden, de favoriet bij uitstek om voor de zesde maal de regenboogtrui te omgorden. Nu bijna veertien dagen geleden heeft hij alvast de Belgische kampioenentrui in zijn bezit gehouden. Heeft hij daar de concurrentie eigenlijk niet een beetje belachelijk gemaakt ? In het begin van het seizoen had Paul De Brauwer zich als challenger opgeworpen en ook Johan Ghyllebert zou zich onder de vleugels van Erik De Vlaeminck tot een kwade tegenstander ontpoppen, maar daar is niet veel van heel gebleven ?
Roland Liboton (knort vergenoegd): Neen, ik vind dat Erik De Vlaeminck eigenlijk een grote flater heeft begaan. Vroeger kwamen we goed overeen, ik ging daar trainen, bleef daar soms eten en zo, maar nu hij gewaar wordt dat ik zijn record van zeven wereldtitels nader, is hij a.h.w. kat en hond beginnen spelen met mij. Niet dat we ruzie hebben, hoor, maar die truuk met Ghyllebert is wat doorzichtig, versta je ? Maar kom, daardoor ben ik extra gemotiveerd.
— Je hebt verklaard dat de houding van de pers je eveneens heeft gemotiveerd ?
R.L. :
Zeker ! Ik vind toch dat men een klein beetje overdrijft, als je ziet wat ze allemaal schrijven over mij. Tenslotte ben ik nog altijd wereldkampioen ? Ze mogen in België content zijn dat ze een wereldkampioen hebben ! Als je in een paar wedstrijden derde of vierde eindigt, is het al niet goed genoeg meer, waar gaat dat naartoe ! ’t Is gewoon belachelijk. Verleden jaar won ik alles en toen had men ook kritiek. Ik kan gewoon geen goed meer doen voor die mensen.
— Of het onder invloed van je reactie is, dat weet ik niet, maar alleszins heb ik de indruk dat de kritiek zich verlegd heef tvan jouw persoon naar het systeem van de Super-Prestige zelf. Men wijt je passief rijden in een aantal crossen aan een strikt toepassen van het reglement ?
R.L. :
Kijk, ik heb gewoon gezegd : als het weer omslaat, wil ik geen risico’s nemen, ik sta toch genoeg punten voor. Ik kon het me dus veroorloven bepaalde wedstrijden niet te winnen. Dat heb ik ook in de pers verklaard, maar zij trekken daar onmiddellijk een ander besluit uit. Ondertussen denk ik dat ik die kritikasters wel de mond heb gesnoerd. Nu het parcours opnieuw zwaarder ligt, kan men weer écht koersen. Op een parcours dat hard bevroren ligt, kan je zeker niet honderd procent voluit gaan, dat is onmogelijk.
— Dit jaar namen ook de Tsjechische amateurs deel aan de Super-Prestige, maar het heeft niet helemaal gegeven wat erin zat ?
R.L. :
Het was alleszins een verrijking, maar ik vraag me wel af hoelang die jongens dat nog gaan volhouden. Ze zijn gewoon kapot van de verplaatsingen, want zoals je weet moesten ze telkens van Tsjechoslovakije komen. Kijk naar Simunek, de tweevoudige wereldkampioen bij de amateurs. Akkoord, door een val zal hij die titel nu niet kunnen verdedigen, maar het kan toch niet worden ontkend dat hij is tegengevallen.
— Over vallen gesproken, even hebben wij er nog aan gedacht om Rik Mehy te sponsoren, die komt bijna evenveel op het scherm en in de kranten als jijzelf. ’t Is enkel omdat we je steunen in je protest tegen zulke « ludieke » figuren dat we het maar zo hebben gelaten…
R.L. :
Ja, daartegen zou nu toch eindelijk eens moeten worden ingegrepen, nietwaar ? Men zou de gedubbelden b.v. de laatste ronde uit wedstrijd kunnen nemen, maar ik geloof dat de wil niet aanwezig is om daaraan iets te doen.
— Tot slot terug naar het wereldkampioenschap : zelf zou ik Hennie Stamsnijder als je voornaamste tegenstander naar voren schuiven, maar die werd in zijn nationale kampioenschap voorafgegaan door Rein Groenendaal. Hoe schat je die nederlaag in ?
R.L. :
Ik ken dat parcours in Gieten. Dat is een zeer slechte omloop, zeker voor Hennie. ’t Is er smal, veel draaien en keren als het dan nog een beetje hard ligt is het niks voor hem. In München zal dat wel anders liggen, daar verwacht ik ook de meeste tegenstand van hem, maar toch ben ik vol zelfvertrouwen.
Dan krijg je alvast ook ons vertrouwen mee. En voor volgend jaar geven we je rendez-vous voor je zevende titel. Of zouden we dan eens met Erik De Vlaeminck bellen ?

Het zal aandachtige lezers wel opgevallen zijn dat het interview met Roland Liboton dat we vorige week publiceerden, werd afgenomen vóór de tweede koudegolf die West-Europa daarna teisterde. Er diende dus op het wereldkampioenschap veldrijden (16 en 17-2) niet in de modder geploeterd en… onze Belgen waren nergens. Liboton zelf werd weliswaar door een technisch defect achteruit geslagen, maar het was duidelijk dat de motivatie ontbrak om terug te keren. Nochtans, waren dit soms geen boeiende wedstrijden en werd niet tweemaal een terechte winnaar bekroond (de West-Duitse veteraan K.-P. Thaler bij de profs en zijn zorgenkind Mike Kluge bij de amateurs ?) Commentator Mark Van Lombeek stelde dan ook terecht dat iemand die zich met rede wereldkampioen veldrijden wil noemen, ook op dit terrein moet kunnen uitblinken, stuurvaardigheid hoort er nu eenmaal bij. Minder mals was Van Lombeek voor de regie van de ARD die inderdaad een paar zware fouten maakte (de aankomst van de amateurs, de achterstand van Liboton), maar anderzijds kan men niet ontkennen dat er weer wat « prachtige prentjes » werden geschoten en dat men hoe dan ook de cruciale momenten niet heeft gemist (de val van Stamsnijder, de pech van Liboton, de demarrage van Thaler). Nochtans mocht Van Lombeek wel wat vergevensgezind zijn, want tenslotte moeten we bij hem toch ook de spons over een paar flaters vegen… Tot slot stellen we nog met genoegen vast dat de twee wereldkampioenen niet tot het kransje vetbetaalde gecontracteerden van de Super-Prestige-kermis behoorden. Vergeten we immers niet dat deze S-P (in tegenstelling met die op de weg) niet openstaat voor iedereen, maar enkel voor « uitverkorenen ». In werkelijkheid zijn deze wedstrijden dus niet te vergelijken met de klassiekers op de weg maar met de Tourcriteria ! (uit De Rode Vaan nr.7 en 8 van 1985)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s