Vandaag is het precies 165 jaar geleden dat de Russische schrijver Nicolai Gogol is overleden.

Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd op 1 april 1809 geboren in Oekraïne. Zijn ouders bewoonden als lid van de lagere kozakkenadel een klein landgoed. Zijn vader was een fervent toneelliefhebber, die echter vroeg is gestorven. In 1828 verhuisde Gogol dan ook met zijn moeder naar Sint-Petersburg. Daar zocht hij een baan bij de overheid. Het jaar daarop publiceerde hij zijn eerste gedicht.
Van 1834 tot 1835 was hij hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Sint-Petersburg. Dat was geen succes en hij nam zelf ontslag. Gogol gebruikte de ervaring in een satirisch verhaal. In 1835 legde hij zich volledig toe op het schrijven. Zijn verdere leven zwierf hij rond door Europa, woonde in Parijs en en op diverse plaatsen in Rome. Toch bleef hij slavofiel, zelfs in die mate dat hij de Russisch-orthodokse kerk een soort van Messianistische zending toedichtte. Zelf was hij ook uiterst religieus. Hij stierf dan ook door uitputting tijdens de vastenperiode in Moskou op 4 maart 1852.
Hét meesterwerk van Gogol is de roman “Dode zielen” (1842). De bedoeling was om een trilogie te schrijven, maar alleen deel 1 is geheel overgebleven; Gogol verbrandde dat deel van zijn werk waar hij ontevreden over was, zodat van deel 2 slechts enkele fragmenten bewaard zijn. Achteraf had hij spijt van deze vernietiging. “Dode zielen” gaat over de landheer Tsjitsjikov, die langs andere landheren gaat om hun zogenaamde ‘dode zielen’ op te kopen. Lijfeigenen bleven immers ook na hun dood op de zogenaamde revisielijsten staan, die pas om de tien jaar werden vernieuwd (cfr.het toneelstuk van Gogol “De revisor”). Tsjitsikov zet daar dus een handeltje mee op dat winstgevend is voor alle partijen (een winwin-situatie zouden we nu zeggen, maar in de tijd van Anton van Wilderode gebruikten we dat woord nog niet). Hij komt namelijk de dode lijfeigenen van verafgelegen hoeven op tegen een kleine vergoeding en hij verkoopt die door aan andere grootgrondbezitters die daardoor hun aantal lijfeigenen officieel kunnen opvoeren en zo nieuwe terreinen kopen van de centrale regering tegen een heel goedkope prijs. Levendig worden de ontmoetingen met deze zeer uiteenlopende personages beschreven. Als vader van het Russische realisme tekent Gogol ook haarscherp de verschillende zeden in de diverse uithoeken van Rusland. Anderzijds was hij ook een satiricus. Zo staat er in “Dode zielen” een sterk pleidooi voor de afschaffing van de slavernij, maar hij doet dat op een dermate ironische manier, dat men deze bedoeling pas veel later heeft ontdekt.
“Ik ken geen zo kneuterig stuk als Gogols Revizor,” schrijft Johan Daisne, “maar het is dat door zijn kostbare poëtische komiek : een spitse sociale satire, én een gemoedelijk schilderij van de kleinmenselijkheid onder het ancien regime op het Russische platteland. De Amerikaanse film “The Inspector General” van Henry Koster (1949) heeft er een moderne boert van gemaakt, zo dwaas als de middeleeuwse. Het gevaar is daarbij dat zulks de herinnering aan het origineel voor altijd bederft. Tenzij het tergende contrast de schoonheid van dat origineel nog scherper aanzet. Ik heb naar het publiek geluisterd: vox populi vond dat er in de prent wel enkele goede zetten voorkwamen, maar dat hij daarbuiten toch te gechargeerd was. Gogol is dus gered, zonder dat het publiek hem heeft leren kennen. Daarvoor was ook een Chaplin nodig geweest (in plaats van Danny Kaye, RDS).” (Rolprenten, p.58-59)
Daarnaast schreef Gogol ook verhalen zoals “De neus” en “Dagboek van een gek” (een toneelbewerking hiervan werd in de jaren zeventig gebracht door Henk van Ulsen), beide uit 1835. Later werden deze verhalen gebundeld in “Petersburgse vertellingen”. Een beroemde novelle van Gogol in deze bundel is “De mantel”. Over deze novelle schreef Vladimir Nabokov: “Met zijn onsterfelijke verhaal De mantel, werd Nikolaj Gogol de grootste kunstenaar die Rusland ooit heeft voortgebracht.” Nabokov heeft – zoals men kon verwachten – dan ook meer aandacht voor de surrealistische kant van Gogol dan voor zijn sociaal geëngageerd werk. GogolBustStPetersburgTerloops stipt Nabokov ook aan dat de Engelse vertaling van Gogols werken talloze idiote fouten bevat. Zoals Wojciech Skalmowski schrijft in De Standaard van 19/7/1974: “Nabokovs literaire kritiek is niet minder schokkend dan zijn Lolita het was – en niet minder briljant. Zijn genre bestaat uit een zeldzame combinatie van pedanterie en originaliteit. Men hoeft over Gogol niets te weten – of zelfs niets te willen weten – en toch het boek boeiend vinden. Het is niet ‘nog een boek over Gogol’, het is een boek van Nabokov: met de schaduw van de ‘vader van het Russische proza’ vermengt zich hier de schaduw van de Engelsschrijvende kleinzoon, die alles behalve klein is.”

Ronny De Schepper

Referenties
Wikipedia
eigen nota’s genomen in de lessen van Anton van Wilderode
Vladimir Nabokov, Gogol, Amsterdam, Meulenhoff, 1974 (de eerste versie van dit essay dateert uit 1944)
Johan Daisne, Over oude en nieuwe rolprenten: de dingen die niet voorbijgaan, Antwerpen/Amsterdam, Elsevier/Manteau, 1980

Een gedachte over “Nicolai Gogol (1809-1852)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s