Het is vandaag 75 jaar geleden dat de Amerikaanse zanger, gitarist en componist Lou Reed werd geboren.

Op 27 oktober 2013 is Lou Reed op 71-jarige leeftijd is gestorven aan complicaties van een niertransplantatie die hij enige tijd daarvoor had ondergaan. Lou Reed was al bekend sinds hij in de jaren zestig bij The Velvet Underground speelde en hier in Vlaanderen zal het vooral Raymond van het Groenewoud zijn die om hem zal treuren (*)…
Op 12 april 2013 vierde Lou Reed nog de vijfde verjaardag van zijn huwelijk met Laurie Anderson. Hij was toen al niet echt meer op een leeftijd om op de tafels te staan dansen, dus ik denk dat het in alle intimiteit geweest is. Dat huwelijk was nog een uitvloeisel van het verblijf van het koppel in 2007 in Gent. De anders zo zure en wispelturige Reed was toen al de vriendelijkheid zelve en blijkbaar heeft dit zich doorgezet in een geofficialiseerde verhouding. Voor Reed overigens reeds de derde, maar voor Laurie haar eerste. Maar eerste, tweede of derde, ik ben een bevoorrechte getuige om te weten dat verbintenissen op hogere leeftijd die welke werden afgesloten als men nog in z’n apenjaren is mijlenver overtreffen!
02 lou reed en laurie anderson in gentHet koppel logeerde in 2007 in het Villa Cento Passi hotel aan de Krijgslaan (foto). Hugo Contino, de zaakvoerder, vertelt aan Geert Neyt van Het Nieuwsblad: ‘Ik moet zeggen dat, toen ik het bericht kreeg dat hij hier zou komen logeren, ik toch wel wat schrik had voor zijn reputatie van norse ambetanterik, maar na twee dagen al leerde ik een andere Lou Reed kennen: praatgraag, ontspannen, dankbaar. En hij was heel toegewijd aan zijn revaliderende vriendin. Eigenlijk week hij nauwelijks van haar zijde. Toen ik hem vertelde dat de operatie goed was gelukt, kon hij zijn tranen niet bedwingen.’
Af en toe ging het New Yorkse koppel uit eten. Hugo Contino: ‘Ik stuurde ze dan naar het Pakhuis, de A Capella, de Belga Queen en het Nieuw Stadion en telkens keerden ze verrukt terug. Ook hun uitstapjes in het historische Gent met mijn vriend Rik Goessens van café Plansjee bevielen hen zeer. Ze hebben het Gravensteen bezocht en het Lam Gods en we hebben ook een boottochtje voor twee door de Kuip geregeld.’
Weinig mensen herkenden Lou Reed in de straten van Gent en nog minder mensen klampten hen aan. ‘Dat vond hij wel tof. Op een keer had Lou tijdens zijn wandeling in het park zijn handtas laten staan op een bankje. Daar zaten zijn geld, zijn paspoort en zijn bankkaart in. Iemand moet die tas naar de politie gebracht hebben. Toen de politie ze kwam teruggeven, stond hij versteld dat alles er nog in stak. Dat zou in New York niet mogelijk geweest zijn, zei hij.
Het verste waar hij gegaan is, was Lokeren. Contino had vrijkaarten voor de Lokerse Feesten en bood hem eerst een kaart aan voor de dag met Arno als headliner maar die kende hij niet. Bryan Ferry daarentegen wou hij wel zien. “Maar toen kwam ons ter ore dat Garland Jeffries die avond zou openen en dat is al vele, vele jaren een goede vriend van Lou. Jeffries belde me dat Lou zeker backstage moest komen en die avond heeft hij Lou even uitgenodigd op het podium.”
Het mooiste compliment dat het personeel van hotel Villa Cento Passi kon krijgen, was dat het Amerikaanse stel zijn geplande verblijf van tien dagen verlengde tot drie weken. Aanvankelijk was het de bedoeling om na het ontslag van Laurie uit het ziekenhuis in Oostenrijk te gaan revalideren, maar uiteindelijk besloten ze hier te blijven.
ONGELUKKIGE JEUGD
Zijn moeilijke karakter en zijn hang naar rauwe muziek wordt volgens sommigen verklaard door het feit dat hij liefde en geborgenheid bij zijn ouders moest missen. Zijn ouders, een koppel van de joodse bourgeoisie dat in Brooklyn woonde, vonden hem lastig en weerspannig omdat hij buiten de lijntjes kleurde. Zijn homoseksuele trekjes probeerden ze hem `af te leren’ door elektroshocks toe te laten dienen.
`Ze steken iets in je keel, zodat je je eigen tong niet inslikt’, zei Reed daarover. ‘En dan zetten ze elektroden op je hoofd. Het gevolg is dat je je geheugen verliest en een plant wordt. Je kan geen boek meer lezen, want tegen dat je aan pagina 17 bent, moet je terug naar het begin omdat je alles vergeten bent.’ Het liedje “Kill Your Sons” zou een verwijzing zijn naar zijn verschrikkelijke jeugd en de totaal mismeesterde relatie met zijn ouders.
VELVET UNDERGROUND
Net zoals in Londen de tegenhangers van de Liverpoolse Merseybeat vooral uit de plaatselijke academie naar boven kwamen gekropen (oorspronkelijk in de entourage van John Mayall of Alexis Korner, later zich kristalliserend in supergroepen zoals The Rolling Stones of Cream), zo kwamen de New Yorkse popgroepen, die in die tijd zowat de antipode vormden van de Californische flower power beweging, ook uit het (breed) artistieke midden. Dat uitte zich vooral in de figuur van Andy Warhol, die voor de eerste elpee van de groep Velvet Underground een opmerkelijke hoes ontwierp en ze ook heeft “geproduced”, maar de aanhalingstekens zijn in dat geval wel degelijk van belang!
De basissamenstelling van Velvet Underground was gelijk aan iedere beatgroep: Lou Reed, zang en ritmegitaar; Sterling Morrison, sologitaar; John Cale, bas, en Maureen Tucker, drums. Dit laatste lijkt op het eerste gezicht reeds opmerkelijk, maar vergeten we niet dat een gewoon Engels beatgroepje, The Honeycombs, ook over een vrouwelijke drummer beschikte, die bovendien nog de zang voor haar rekening nam en dus eigenlijk het middelpunt van de groep was, iets wat van Tucker zeker niet kon worden gezegd. Eigenlijk kon ze alleen maar de maat slaan, maar voor de monotone muziek van Velvet Underground was dit ruim voldoende.
Nee, de frontman was overduidelijk Lou Reed, een typische Jim Morrison-figuur (van die andere cultgroep The Doors): exhibitionistisch, decadent, kortom “gevaarlijk”. Muzikaal was het echter John Cale die het stramien doorbrak. Dat hij af en toe orgel speelde, tot daartoe, maar hij schrok er bijvoorbeeld niet voor terug om zowaar een altviool te voorschijn te toveren. Hij was trouwens afgestudeerd aan het conservatorium van Wales en heeft nog deel uitgemaakt van het Europese Jeugdorkest.
NICO
Hoe Warhol met de groep in contact is gekomen en wat zijn precieze relatie ermee was, is (wellicht bewust) steeds een beetje mysterieus gebleven. Net zoals de omstandigheden waarin hij de op foto’s afgaande inderdaad beeldschone Nico van Duits-Poolse afkomst met de anderen in contact heeft gebracht. Nico was in 1938 in Berlijn geboren als Christa Päffgen. De naam Nico is ontleend aan de Frans-Griekse regisseur Nico Papatakis, waarmee fotograaf Herbert Tobias bevriend was op het moment dat hij de veertienjarige Christa, die als verkoopster werkte, opmerkte. Tobias neemt haar als model mee naar Parijs waar ze al vlug de covers van “Elle” en “Vogue” haalt. In 1960 heeft ze een klein rolletje in “La Dolce Vita” van Federico Fellini en kort daarna begint ze een verhouding met de Franse acteur Alain Delon, waaruit een zoon (Ari Boulogne) voortspruit, maar – ook al is de gelijkenis treffend – Delon heeft altijd ontkend dat hij de vader is. Hij brak zelfs met zijn moeder toen deze besloot het kind op te voeden. Zelfs tot en met haar dood zou hij weigeren ze nog te ontmoeten.
Alhoewel ze van zichzelf zei dat ze lesbisch was, kwam Nico in het popwereldje terecht alweer na een ontmoeting met een man, meer bepaald Brian Jones van The Rolling Stones. Hij was het die haar aan Andy Warhol zou hebben voorgesteld. Hoe dan ook, met haar allesbehalve fluwelen tong vormde Nico de perfecte “finishing touch” voor de monotone Underground-muziek met kille “grootstedelijke” teksten (vooral van de hand van Lou Reed).
Ook de optredens waren niet mis. Jaren vóór de “alcoholdia’s” van Pink Floyd en consoorten, experimenteerde de Underground reeds met een lichtshow, stroboscopen en geprojecteerde films. En aangezien Lou Reed vaak met zijn rug naar de toeschouwers stond te zingen, deed al snel het gerucht de ronde dat hij zich stond te masturberen op de scène, precies zoals de aanklacht tegen Jim Morrison destijds luidde. Dit was echter maar “show”, net zoals Nico die in lederen kledij met dijenhoge rijglaarzen en een zweep “Venus in furs” zong om de naam van de groep nog wat meer in de verf te zetten.
SADOMASOCHISME
Die naam was inderdaad afkomstig van een redelijk populair schandaalwerkje dat voornamelijk handelde over een “netwerk” van sadomasochisten en partnerruilclubs, overigens in scherpe bewoordingen door de auteur (Michael Leigh) afgekeurd. De voyeuristische verslaggeving stond echter haaks op deze moraliserende aanpak, zodanig dat men zich kon afvragen of dit geen laagje vernis was m het boek toch maar in de winkel te krijgen en “ongewild” het netwerk dus enige publiciteit te geven.
Ongetwijfeld was dit ook de bedoeling van Lou Reed en c: de goegemeente shockeren. Het resultaat was dan ook voorspelbaar: enerzijds bouwde de groep een kleine maar fanatieke aanhang op, maar anderzijds mocht men “het grote succes”, zelfs mét de steun van Warhol, wel vergeten.
Warhol zelf was trouwens de eerste om af te haken, als bleek dat het verhoopte fortuin uitbleef. Zijn samenwerking met Nico bleef evenwel nog een tijdje aanhouden, zoals mag blijken uit de film “Chelsea girls”.
Na de tweede elpee, “White light, white heat”, was het de beurt aan John Cale om op te stappen. Hij werd vervangen door een andere multi-instrumentalist Doug Yule, maar met deze man trad ook de vervlakking in, zodat achtereenvolgens ook Lou Reed en Sterling Morrison het voor bekeken hielden. Morrison ging doceren aan de universiteit (?!), maar de drie anderen – Reed, Nico en Cale dus – bouwden een carrière op die stuk voor stuk succesrijker was dan de bijval die hen als groep mocht te beurt vallen. Vooral Lou Reed kreeg uiteindelijk zelfs het superstar-aureool waarop hij – althans toch volgens Raymond van het Groenewoud – altijd al recht had gehad.
SEX, DRUGS & ROCK’N’ROLL
Onder leiding van Yule en met Tucker als alibi is Velvet Underground zelf ook nog een tijdje blijven doordraaien, maar uiteindelijk is deze versie van de groep een roemloze dood gestorven, terwijl de oorspronkelijke samenstelling ondertussen was opgenomen in het “heilige der heiligen”…
Dat gebeurde dan eerst en vooral aan de westkust van de Verenigde Staten (dus verder van New York verwijderd dan wij van Moskou, een gegeven dat wij Europeanen al te zelden onder ogen zien). Ondanks het feit dat Velvet Underground slechts heel kort in Los Angeles heeft verbleven, tikte hun decadente imago vooral aan in het compleet “stoned” Californië. Tussen haakjes: was het in de beginperiode vooral een imago (ondanks songs als “Heroin” beweert Maureen Tucker bijvoorbeeld dat er bij haar weten in de groep geen drugs werden gebruikt), dan zal later vooral bij Nico zaliger (ze stierf in 1988 op Ibiza weliswaar bijna idyllisch door een hersenbloeding tijdens een fietstochtje, maar eigenlijk is ze continu verslaafd geweest), maar ook wel bij Lou Reed, het druggebruik diepe sporen nalaten.
Ongetwijfeld mede onder impuls van het mooie weer grijpen in Californië ook de eerste massa-popconcerten plaats (Monterey 1967) en als van nature kregen daarop de zogenaamde “heavy” of “progressieve” groepen, die zich vaak op Velvet Underground beriepen, de bovenhand (denken we maar aan Janis Joplin and the Big Brother Holding Company).
Eigenaardig genoeg was Vlaanderen in dat opzicht dus voor één keer op zijn tijd vooruit, want in diezelfde periode vormde ook het Jazz Bilzen-festival, dat geïnspireerd was op wat in het Waalse Comblain-la-Tour op dat vlak gebeurde, zich om tot een heuse rockmanifestatie met veel buitenlandse weerklank. Lou Reed zal er zelfs ooit eens te gast zijn, maar dan veel later nadat zijn naam met “Transformer” (1973) in brede kring bekend was geraakt. Dan pas (**) ging men hier trouwens Velvet Underground “ontdekken”, namelijk als “de vroegere groep van Lou Reed”…
LOU REED IN HET PELOTON OVER DE MEET
Het voltallige legertje rockzangers in Vlaanderen bestaat uit gefrusteerde popjournalisten, Raymond van het Groenewoud maakt daarop geen uitzondering. Van zijn zoveelste liefdesverklaring aan het adres van Magere Hein uit Brooklyn onthouden we dat de elpee, « Growing up in public », ook voor de fans niet helemaal een meevaller is geworden. Bij de meer neutrale waarnemers wordt die « niet helemaal » zelfs omgebogen tot « helemaal niet ».
En wij dan ? Lou Reed heeft immers nooit in de bovenste lade gelegen bij ons, behalve met « Berlin », maar daar kan je toch niet stééds naar teruggrijpen ? Welnu, « Growing up in public » zal geen wijziging brengen in deze toestand.
Het is niet omdat Reed boven alle kritiek verheven is, dat wij daar onmiddellijk op laten volgen dat dit niet impliceert dat het een slechte plaat is. Het komt ons alleen maar voor dat Reed een contractuele verbintenis is nagekomen, zonder er meteen met zijn pet naar te gooien, maar ook zonder zich echt te engageren.
Het routine-aspect van de plaat blijkt o.i. vooral uit het inlassen van een paar gemakkelijke gimmicks in bepaalde nummers. Dat kan dan gaan van het hernemen van het refrein van « Take me to the river » in « Teach the gifted children » over het koortje uit « Walk on the wild side » in « Smiles » tot het a capella zingen van « How do you speak to an angel » onder begeleiding van handklapjes.
Dat het juist deze drie nummers zijn die zich het meest aan de luisteraars opdringen, zegt naar onze mening voldoende over de algemene indruk.

Referentie
Ronny De Schepper, Met een allesbehalve fluwelen tong, De Rode Vaan nr.12 van 1988

(*) Meisjes, da’s plagiaat van Vicious natuurlijk. Maar daar schrijven de media niet over, die blijven liever steken in de zeventiger jaren en bij van het Groenebosje en alles wat errond hangt, de paus van België, die oempapamuziek speelt, die mensen nog dommer maakt dan ze al zijn. Het lijkt of de media bij ons bang zijn van nieuwe dingen. In België zit nieuw talent, maar dat krijgt geen kans. Men loopt liever achter Raymond, de Will Tura van de jaren tachtig, die gewoon niets te vertellen heeft.” (Arno Hintjens in De Morgen van 11 oktober 1980)
(**) Ooggetuige Peter Cnop meldt me dat Velvet Underground toch reeds vroeger in België was opgetreden, met name in het Théâtre 140 in Schaarbeek. Dat was vlak nadat Lou Reed de groep had verlaten, maar nog vóór hij zijn eerste solo-album zou uitbrengen. Maar buiten wat men “progressieve kunstenaarskringen” zou kunnen noemen (de 140 wilde maar wat graag voor Brussel zijn wat de Salle Odéon in het Parijs van mei ’68 was), zal daar wel niet veel volk op afgekomen zijn. Naar het schijnt liet in die tijd Hugo Claus nogal graag de naam Velvet Underground vallen. Maar of hij er ook naar luisterde, dat was nog een ander paar mouwen natuurlijk. Anderzijds staat daar ook een dokwerker als Ludo Mariman tegenover, die in de GVA van 4/8/2007 verklaart: “Door The Velvet Underground, de groep van Lou Reed, had ik in het leger gitaar leren spelen, omdat die muziek zo simpel was. Eigenlijk was dat prepunk.”

Een gedachte over “Lou Reed (1942-2013)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s