Het is vandaag precies 175 jaar geleden dat de Duitse schrijver Karl May werd geboren in Hohenstein-Ernstthal, als vijfde kind van de wever Heinrich May en zijn echtgenote Wilhelmina Weise. Kort na zijn geboorte werd hij nachtblind door vitaminegebrek.

Negen van de dertien andere kinderen in het gezin stierven op jeugdige leeftijd. Gedurende zijn blinde kinderjaren vertelde zijn grootmoeder hem veel sprookjes, waardoor zijn fantasie zich ontwikkelde. Op vier- of vijfjarige leeftijd werden hem na medisch onderzoek de juiste voedingsmiddelen (vitamine A & D) toegediend, waarna hij kon zien.
In 1856 begon hij zijn opleiding tot leraar in Waldheim, Saksen, tot hij in 1860 werd veroordeeld wegens diefstal van zes kaarsstompjes. Toch legde hij een jaar later het leraarsexamen af en werd hij als leraar aangesteld bij de fabrieksschool in Altchemnitz. Hier werd hij kort daarna opnieuw veroordeeld wegens diefstal (een horloge, dat hij van een kamergenoot overdag mocht lenen, nam hij voor het weekend mee naar huis, waarna de kamergenoot aangifte deed), waardoor hij zijn betrekking en zijn lesbevoegdheid verloor.
Hij gaf zich dan maar uit voor arts, maar in 1865 werd hij betrapt en tot vier jaar arbeidshuis veroordeeld. Hij kwam voortijdig vrij in 1868, maar beging hierna opnieuw een aantal diefstallen, waarvoor hij van 1870 tot 1874 in het tuchthuis in Waldheim een gevangenisstraf uitzat. Daar kwam hij weer “op het rechte pad” dankzij de katholieke lekencatecheet Kochbar.
In de periode 1875-78 vond May een aanstelling als redacteur van de colportageweekbladen “Der Beobachter an der Elbe” en “Frohe Stunden”. Deze bladen waren het eigendom van uitgever Heinrich Gotthold Münchmeyer. May begon toen enkele zelfgeschreven verhalen te publiceren. In 1880 huwde hij met de veel jongere Emma Pollmer. Alhoewel hij al enkele jaren met haar had samengewoond (“gerepeteerd”, zou Urbanus zeggen), werd het toch geen gelukkig huwelijk.
Kort daarop verschenen in het katholieke gezinsblad “Deutscher Hausschatz” de eerste versies van zijn reisavonturen. Ook begon hij aan zijn vijf zogenaamde Münchmeyerromans, zij het onder diverse pseudoniemen. De reden hiervoor was dat ze een bepaalde mate van erotiek bevatten. De mening van fans (b.v. de schrijver van de Wikipedia-pagina) is dat de erotiek op rekening moet worden geschreven van uitgever Münchmeyer die dit beschouwde als een noodzakelijk middel om de losse huis-aan-huis verkoop van zijn bladen aan te zwengelen, maar dat Karl May zelf dit met tegenzin schreef.
In 1888 kreeg May een vaste aanstelling als medewerker aan het Stuttgarter tijdschrift “Der gute Kamerad”. Vanaf 1892 verschenen Mays reisvertellingen in steeds grotere oplagen. Door de goede verkoop van zijn boeken ging het hem voor de wind.
Tot nu toe had Karl May dus reisverhalen geschreven zonder zelfs maar een voet buiten Duitsland te hebben gezet. Pas in 1899 ondernam hij zijn eerste reis naar de Oriënt. Daarna maakte hij een reis naar Amerika (1908), vanwaar hij veel originele souvenirs uit het dagelijks leven van verschillende indianen meenam. Hij gaf ook lezingen, waarbij hij het deed voorkomen alsof Winnetou (“de rode gentleman”) echt leefde. Hij deed ook alsof een legendarisch opperhoofd als Sitting Bull tot zijn intieme vriendenkring behoorde. Vandaar misschien dat de goegemeente ook daadwerkelijk dacht dat indianen hun zinnen steeds begonnen en besloten met het fameuze “ugh”…
Ondertussen had hij zich in 1903 laten scheiden van zijn vrouw en was hij gehuwd met zijn secretaresse Klara Plöhn. Hij ging zichzelf toen als groot literator zien, maar zijn latere werk vond geen erkenning, ook al omdat het bol stond van bekeringsdrang en hij vaak zijn eigen werk “samplede” (hij herbruikte passages uit vroegere werken). Integendeel, door de bekendmaking van zijn vroegere veroordelingen ontstond er een anti-Karl May-hetze, culminerend in Lebius’ brochure “Karl May – ein Verderber der deutschen Jugend”. Tijdens processen tegen het publiceren van zijn Münchmeyerromans onder zijn eigen naam verloor hij veel van het geld dat hij met schrijven had verdiend (*). Toen hij in Radebeul op 30 maart 1912 overleed, was hij een gebroken man.
Na zijn dood richtte zijn vrouw Villa Bärenfett (villa Berenvet) in met souvenirs van hun Amerikareis. Het was een der uitgebreidste tentoonstellingen van originele 19-eeuwse Indiaanse attributen in Europa en trok ook ten tijde van de DDR (want Radebeul ligt in de omgeving van Dresden) vele westerse bezoekers ondanks het feit dat zijn boeken niet mochten verkocht worden in Oost-Duitsland.
In Nazi-Duitsland daarentegen was May wél erg populair. De Führer himself was bijvoorbeeld een grote Old Shatterhand-fan. Vandaar dat in 1943 – in volle papierschaarste – er de heruitgave op 300.000 exemplaren was van de avonturen van Winnetou. Anderzijds waren ook Herman Hesse, Albert Einstein, Albert Schweitzer, Karl Liebknecht, Thomas Mann en onze eigen Jean Ray lid van de fanclub. De boeken waren overigens niet bedoeld als kinderliteratuur. De bekende pockets die bij de jeugd zo populair waren in de jaren vijftig en zestig waren dan ook “bewerkingen”, zij het dat men in dit geval zeker niet mag denken dat er erotische passages dienden te worden geschrapt, integendeel men liet vooral ellenlange natuurbeschrijvingen e.d. weg om de leesbaarheid te bevorderen. Alhoewel. In zijn “oosterse” romans, veel minder populair maar toch, werd er wel geknipt in de scènes die zich afspeelden in de harems.
In 1974 werd het leven van Karl May verfilmd door Hans Jürgen Syberberg en dat in twee delen met resp. als titel “Bloody Dark Grounds” en “Die Seele ist ein weites Land in das wir fliehen”. Helmut Käutner vertolkt hierin de rol van Karl May.

Ronny De Schepper

(*) Ik geef hier de Wikipedia-versie weer. Volgens het artikel van Marc Henning gingen deze processen precies over de erotische passages, waarvan May beweerde dat ze niet door hem waren geschreven, maar door de uitgever (of door iemand anders in opdracht van de uitgever). Volgens Henning stelde de rechter Karl May in het gelijk, wat dus exact het tegenovergestelde is als wat Wikipedia beweert.

Bronnen
Marc Henning, Het fenomeen Karl May, TV-Express 8 november 1977
Wikipedia
XXX, Karl May’s obscene jeugd, Humo 22 mei 1975

2 gedachtes over “Karl May (1842-1912)

  1. Toen enkele jaren geleden Kevin Costner nog eens een indianenfilm had gedraaid,dachten wij terug aan Karl May’s indianenromans. We zijn de Broeders van Liefde dankbaar dat enkele van hun leerkrachten uitmuntende voorlezers waren, want in de beginjaren ’50 waren die boekjes voor ons nog onbereikbaar. Nadien, we waren dan al volwassen, kreeg ik nog een exemplaar van “De Schat van het Zilvermeer”. Dat boek werd ons in 1955 voorgelezen door E.B. Philoté, en we kunnen ons nu nog voor de geest halen hoe muisstil het in dat middelbare klasje was.
    Later met de verfilmingen van zijn werk, met Lex Barker als Old Shatterhand, zaten we in de cinema Scala (Temse). Het is nu meer dan 60 jaar geleden sinds die Broedersschool, en verleden jaar (2009) bekeken we nog enkele DVD’s met onze helden.
    Karl May is voor eeuwig. Nu kijken en lezen onze kleinzonen naar deze DVDs en lezen gretig al de strips…

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s