Het is vandaag 335 jaar geleden dat de Italiaans componist, zanger en violist Alessandro Stradella werd vermoord door een huurmoordenaar na een leven van sex, drugs & rock’n’roll. Allé, of toch iets van die aard. Ik wil maar zeggen: die klassieke muzikanten konden er soms ook wat van, hoor!

Zijn familie, behorende tot de lagere adel, was oorspronkelijk afkomstig uit Toscane. Al in 1655 werkt hij mee bij een oratoriumuitvoering in de kerk San Marcello del Crocifisso. Aansluitend vertrekt hij naar Rome. In Rome kreeg hij zijn eerste compositieopdrachten en behoorden de meest illustere leden van de Romeinse aristocratie tot zijn opdrachtgevers. In 1667 trad hij in dienst bij Koningin Christina I van Zweden. Al gauw breidde hij zijn terrein uit naar het theater, waarvoor hij opera’s en andere werken componeerde. Hij maakte naam als componist, maar zijn roem werd overschaduwd door zijn betrokkenheid bij allerhande louche zaken. In 1669 moest hij Rome verlaten, vanwege zijn aandeel in een complot om geld van de kerk te verduisteren. Toch schrijft hij in 1675 zijn “San Giovanni Battista”, een oratorium in de volkstaal (het Italiaans dus) voor twee sopranen, alt, tenor en bas en orkest. Hierin deelt hij een achtstemmig strijkersensemble op in een concertino en een concerto grosso en wijst daarmee al naar de concerti grosso van Arcangelo Corelli vooruit, die als violist bij de première van Stradella’s oratorium meegespeeld heeft. Of Stradella daarom inderdaad ook als “uitvinder” van het concerto grosso kan aangezien worden, blijft omstreden.
Als huwelijksmakelaar, moest hij in 1677 de stad nogmaals ijlings verlaten, nadat hij een huwelijk gearrangeerd had voor de nicht van kardinaal Cibo. Na een kort verblijf in Florence, ging hij naar Venetië en kwam hij weer in de problemen vanwege een affaire met Agnese Van Uffelte, de maîtresse van de Venetiaanse edelman Alvise Contarini.
Achtervolgd door Contarini’s huurmoordenaars vluchtte hij met Agnese naar Turijn. Hoewel zijn achtervolgers hem onderweg te pakken kregen, wist hij zwaargewond te ontkomen en werd hij onder de hoede genomen van de Franse regentes in Turijn, Maria Johanna, wat ontaardde in een diplomatieke rel tussen de Venetiaanse republiek en de zonnekoning van Frankrijk, Louis XIV.
Hersteld van zijn verwondingen besloot hij naar Genua te gaan (1678), waar enkele edellieden hem een goed salaris boden, onder voorwaarde zich blijvend te vestigen in Genua en exclusief voor hen muziek te componeren. In Genua schreef hij onder de patronage van rijke adellijken dan zijn laatste groot werken, want in 1682 raakte hij weer betrokken in een schandaal, ditmaal met een vrouw afkomstig uit de Genese adel, wat hij met de dood moest bekopen: hij werd op 25 februari 1682 op de Piazza Bianchi neergestoken door een huurmoordenaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s