Het is vandaag 55 jaar geleden dat een eerste nummer van The Beach Boys, Surfin’, werd uitgebracht op een klein label Candix uitgebracht. Het nummer had voldoende succes (75ste plaats op de Hot 100) om een contract met Capitole binnen te rijven voor de opvolger “Surfin’ Safari”, ook de titel van hun eerste elpee, gevolgd door “Surfin’ U.S.A.” en “Surfer girl”.

De sixties begonnen dus met de surfrage. Surfen is een sport waarbij het de bedoeling is zo lang mogelijk een smalle plank te “berijden” op de golven van de branding. Het onvermijdelijke kopje ondergaan wordt “Wipe out” genoemd, tevens een instrumentale hit voor The Surfaris. In het begin van de jaren zestig was surf aan de zonnige kusten van Californië méér dan sport alleen, het werd een soort levensstijl, waarmee men nog het beste kan kennismaken in talrijke films, die veel gelijkenis vertonen met highschool-films. Alleen werden de sweaters en de plooirokjes nu geruild voor keurige zwembroeken en schattige bikini’s, wat Arthur Mayer deed schrijven in “The Movies”: “Wat op het eerste gezicht een wilde orgie lijkt is in feite niets meer dan een zeer onschuldige oefening voor tieners: dansen in de frisse zeelucht.”
Die ambiguïteit is inherent aan surf, een andere benaming zegt het immers zelf: “wet rock’n’roll” (natte rock’n’roll). Hoe banaal die surf-films wel waren, moge blijken uit de filmografie van de (toen reeds achterop geboerde) zanger Frankie Avalon (meestal met als tegenspeelster Annette Funicello): “Operation bikini” (1963), “Beach party” (met Dick Dale, zie foto, 1963), “Muscle beach party” (1964), “Bikini beach” (1964) en “Beach blanket bingo” (1965). In 1967 draaide hij nog “How to stuff a wild bikini” en aan de titel alleen al kan men merken dat “the times they are a-changing”!
De “uitvinder” van de surf-sound is gitarist-saxofonist-vocalist Dick Dale. Begin 1961 nam hij “Misirlou” op, een rockende versie van een oorspronkelijk rebetika-nummer. Dit is de eerste opname waarbij de opmerkelijk snelle tremelo-effecten te beluisteren vallen. Volgens Dale zelf ontdekte hij dit effect door zijn gitaar te bespelen alsof het drums waren. Dale trad met zijn Deltones voornamelijk op in het Rendez-vous Ballroom van Balboa Beach, waar o.m. Jimi Hendrix, die toen bij Joey Dee & the Starliters speelde, af en toe langs kwam. Say no more. Nudge, nudge, wink, wink.
Op nationaal vlak brak Dick Dale nooit door, aangezien zijn platenfirma meer zag in The Beach Boys, die nota bene zelf grote fans waren van Dick Dale en ook vaak in Balboa Beach te zien waren, net als Jan and Dean, die door Brian Wilson werden geproduced en ook veel meer succes kenden dan Dick Dale.
Het paradoxale was dat The Beach Boys amper konden zwemmen, laat staan surfen. De enige uitzondering was Dennis Wilson. En juist hij is in 1983 omgekomen bij het zwemmen! De legende wil dat hij het was die zijn oudere broer Brian kon overtuigen om songs te gaan schrijven over deze sport. Om deze dan ook uit te voeren werd een groep geïmproviseerd met Dennis op drums, Brian op basgitaar en Carl, de jongste broer, op sologitaar. Al Jardine, een huisvriend, werd aangezocht om ritmegitaar te spelen en neef Mike Love kwam de vocale harmonieën versterken.
Ondertussen hebben The Beatles in Amerika voor een revolutie gezorgd en gaat Brian Wilson een poging doen om met “In my room” een wat zinvoller tekst te schrijven. Muzikaal poogt hij echter The Beatles niet na te apen, maar zoekt hij eerder inspiratie bij Phil Spector en zijn “wall of sound” (voor Ronnie Spector van The Ronettes schreef Brian Wilson “Don’t worry baby”, maar zij kon dat – wegens de tirannieke houding van Phil Spector – pas veel later opnemen; toen hadden The Beach Boys het overigens zelf reeds opgenomen). Dit is te horen op de elpees “All summer long” (1964) en “Summer days” (1965). Met “I get around” braken The Beach Boys in 1964 via Engeland ook in Europa door. Dat belet niet dat ze er ook af en toe met hun pet naar gooiden, maar zelfs slordig opgenomen platen als “Party” (1965) verkochten als zoete broodjes (“Barbara Ann”!). Over pet gesproken, met “Pet sounds” kon Brian terugslaan. Zijn brede harmonieën, originele aanwending van instrumenten die niet altijd tot het rock-jargon behoorden en een rode draad in de teksten (het thema van het volwassen worden), vormden de onmiddellijke aanleiding voor The Beatles om met “Sgt.Pepper’s” uit te pakken. De andere Beach Boys waren echter niet zo gewonnen voor Brians artistieke ambities. Volgens de overlevering zou de benaming “Pet sounds” trouwens te danken zijn aan een tirade van zanger Mike Love, die beweerde dat die elpee volgestouwd werd met geluiden die alleen maar door honden konden worden gehoord.
Intussen was de druk voor Brian zo groot geworden dat hij er vaak onderdoor ging (het album “Smile” zou pas in 2004 worden uitgebracht!), zodat men vanaf 1965 besloot zonder hem te gaan toeren. Daarom nam Dennis plaats achter de drums (al wordt er ook verteld dat hij klassiek orgel kon spelen), terwijl na een korte interim-periode van Glenn Campbell, een surf-zanger, Bruce Johnston, werd ter versterking aangetrokken.
In 1989 was Tom Cruise in een soort van beach movie te zien (Cocktail) en dat was een aanleiding voor een come-back van The Beach Boys met “Kokomo”, terwijl ook een paar rappers op de hernieuwde belangstelling voor surf inhaakten met een nieuwe versie van “Wipe-out”, waarvoor ook The Beach Boys werden aangesproken.
Jan and Dean daarentegen verdwenen in 1966, kort nadat Dean Torrence nog de lead vocals voor zijn rekening had genomen op “Barbara Ann” van The Beach Boys. Maar de echte reden was dat Jan Berry zichzelf te pletter reed tegen een vrachtwagen. Hij overleefde het, maar de revalidatie was niet makkelijk. Ze vormde de aanleiding voor een mooie film, “Dead man’s curve”. Op 26 maart 2004 overleed hij uiteindelijk op 62-jarige leeftijd aan een hartaanval.
SUMMER ROCK
Net zoals de sport is de surfsound nooit echt weg geweest. In het midden van de jaren zestig sprak men van summer rock met exponenten als The Cowsills (“The rain, the park and other things”), The Fifth Dimension (“Let the sun shine in”) en Reparata and the Delrons (“Is this the captain of your ship”). Ook op het einde van de jaren zeventig was de surfmuziek weer “in”. De voornaamste aanleiding hiervoor was de ontzettende populariteit van skateboard en windsurfing. Een Hollandse namaakgroep had zelfs een hit met de beschrijving van deze sport (het waren in feite de dikke meisjes van The Internationals, maar omdat die nu eenmaal moeilijk kunnen worden vereenzelvigd met sport, werden voor de video drie modellen ingehuurd). Een andere groep speelde minutieus The Beach Boys na.
ARCHIE PUNKER
In één adem met de surf moet men ook altijd de hotrod-stijl noemen. Hotrod werd de verzamelnaam van alweer een sport met woodies, buggies of stockcars (zelfgebouwde snelheidsmonsters). Beide muziekstijlen zijn sterk aan elkaar verwant en elke groep nam van beide categorieën songs op. Dit repertoire bestond voor 75% uit instrumentals en dat kwam hoofdzakelijk omdat de elektrische gitaar en de versterkerapparatuur in dat tijdperk een stormachtige ontwikkeling doormaakten en alle denkbare effecten door groepen werden uitgeprobeerd. Hotrod evolueerde later naar minder zonnige geluiden. Pophistoricus Rob Meltzer heeft daar een originele verklaring voor (si non e vero, e bene trovato): stockcar-races e.a. snelheidsduels was gokken met z’n leven, een loopje nemen met de dood. Men bezondigde zich dus – net als de helden in de Griekse tragedies – aan hybris (hoogmoed). En net als Oedipus en zijn kornuiten moet men dat uiteindelijk met de dood bekopen.
In Engeland waren er ook tiepen die zich bij griezelig mistig weer met een strijkplank beneden de klifkusten kieperden en met ettelijke breuken weer opgenomen werden in de kliniek voor zwakzinnigen waaruit ze ontsnapt waren. Zij noemden zich plichtsgetrouw Beachcombers, Hondells en Hotrods maar veel verder dan hun asiel klonken hun gitaren niet. Alleen die gevaarlijke gek, die bij Pat Wayne’s Beachcombers voortdurend brandhout maakte van zijn drumstel, zou later nog naam maken met een groep die in het Tornado-idioom werkte, The Detours. Samen werden ze dan The Hi-Numbers, even later omgedoopt tot… The Who. Je zou het natuurlijk niet zeggen als je “My generation” hoort, maar “Bucket T” b.v. klinkt toch erg surfachtig. Oh ja, die gek was natuurlijk ondertussen wijlen Keith Moon.
De naam “Hotrods” heeft uiteraard een punk-belletje (Eddie!) doen klingelen en inderdaad, die Engelse surf evolueerde in 1964 naar wat men toen als punk-rock bestempelde, maar nog meer als mod-muziek (van “modern”). Buiten The Who waren The Kinks (die deze heerlijke tijd weer oproepen in “Preservation act one”, vooral in nummers zoals “Johnny Thunder”), The Small Faces en The Steampacket met daarin o.a. Elton John en Rod Stewart, die later zou samengaan met de overgebleven (Small) Faces, terwijl de andere leden (Long John Baldry en Brian Auger) trouw zouden blijven aan de blues.
Volgens sommigen zijn The Troggs ook mods, maar zij zijn eerder de Britse vaders van de punk-rock. In de VS daarentegen werd deze benaming precies gebruikt voor mensen die deze Engelse groepen probeerden na te spelen. En vele van die muzikanten komen nu precies uit die surf- en hotrod-traditie zoals Question Mark and the Mysterians (“96 tears”), Paul Revere and the Raiders (zgn. theatre-rock met kostumes en al) en Tommy James and the Shondells (“Hanky Panky”, “Mony Mony”, “Crystal Blue Persuasion”, “I think we’re alone now” en natuurlijk het wondermooie “Crimson and clover”).
Het op het eerste gezicht mysterieuze verband tussen de agressieve, pessimistische punk en de lieve, optimistische surfmuziek wordt vooral geïllustreerd door randgroepen zoals de Hollandse Gruppo Sportivo. Zo schrijft New Musical Express: “De muziek van Gruppo Sportivo vindt haar wortels in de pop uit de jaren 50 en 60, zoals die van Del Shannon, B.Bumble and the Stingers en The Shangri-Las“. En de Soho Weekly News formuleert het nog beter: “De toetsenman, Peter Calicher, roept soms The Doors op in mysterieuze surfachtige nummers, en Mission à Paris begint met het Nutrocker-thema om nadien een krankzinnige variatie op 96 tears te vormen met een goede tekst.”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s