Vandaag wordt Nora Tilley 65 jaar. Dat roept natuurlijk een heleboel herinneringen op, want – laat ik dat maar meteen toegeven – zij was mijn Grote Liefde in de jaren tachtig.

Nu is daar op zich niks mis mee, er zijn veel volwassen mannen die puberaal verliefd zijn op een of andere Hollywood-actrice. Het wordt natuurlijk echter wel een probleem als die actrice niet in Hollywood woont, maar wel bij wijze van spreken “achter de hoek”, in Bonheiden. Dan wordt ze namelijk ineens aanspreekbaar en “aangrijpbaar”… Maar buiten het feit dat ik zowat alle voorstellingen waaraan zij in die tijd medewerkte heb gezien, valt er eigenlijk weinig te melden. De afstand tussen fan en idool mocht er dan in de realiteit niet zijn geweest, “in het hoofd” blijft die altijd wel bestaan…
INTERNET
Als je op het internet “Nora Tilley” intikt, dan krijg je meteen honderden pagina’s voorgeschoteld. Meestal betreft het echter éénzelfde site, namelijk “celebrities nude”. Aangezien het een betaalsite is, heb ik niet kunnen nagaan of er inderdaad zoveel naaktfoto’s van deze Vlaamse actrice bestaan dan wel of er toevallig een Amerikaanse porno-actrice is met dezelfde naam. Al dient gezegd dat alvast één pagina die je wél kan bekijken inderdaad een filmografie bevat van “onze” Nora. Wie er alleszins ook vaak bij zit, is haar Amerikaanse collega Barbara Hershey die als het personage Nora Tilley in de film “Tin men” blijkbaar een nogal erotische scène in de regen heeft gedraaid. (*)
01 nora tilleyToen ze nog studeerde was “de echte” Nora Tilley reeds in het jeugdfeuilleton “Magister Maesius” (regie Jef Ceulemans) te zien. De locaties voor dit Middeleeuwse epos waren het kasteel van Vianden te Luxemburg, Laarne, Leuven en een hoeve in Mechelen, maar bepaald Putte-Peulis. Op dit ogenblik is deze hoeve trouwens eigendom van Nora, die er samen met haar dochter Kim een afslankinstituut en een restaurant uitbaat. Dat lijkt uiteraard een tegenspraak, maar het restaurant sluit wel aan bij de diëten die Nora zelf voorschrijft in haar instituut (ze heeft hiervoor enkele seminaries bijgewoond). Toch wil ze liever niet het “dieetrestaurant” genoemd worden, omdat er naar verluidt toch nog lekker kan worden gegeten.
Ook de sprekende ezel Morubazol uit de serie heeft Nora na de opnames gekocht. Het paardrijden is haar echter wat minder bevallen: “Bij de casting vroeg men of ik kon paardrijden. Dit was een belangrijke vereiste. Ik heb ik maar vlug van ja gezegd en kreeg de rol. De eerste opnames op een paard waren een tegenvaller, want ik moest al meteen vertrekken in galop.” Dit paardrijden had haar later ook van pas kunnen komen in “De Leeuw van Vlaanderen” van Hugo Claus, maar ondanks mijn aandringen gaf Hugo uiteindelijk de voorkeur aan een “echte” blondine.
Daarna sloot ze zich aan bij de politieke toneelgroep Tentakel (waar ze in een zwaar auto-ongeval betrokken raakte, waardoor ze een litteken op haar voorhoofd heeft, vandaar dat ze haar haren meestal over haar voorhoofd draagt) en zat ze in alternatieve kringen (o.a.baatte ze in Wetteren een café uit samen met Wim De Craene, “De Kassei” geloof ik). Daarna was ze (begin 1978) nog te zien in “Sleur” van Arnold Wesker bij het BKT, maar toen burgerlijk ingenieur Jean-Pierre De Wit op de proppen kwam, was voor Nora Tilley la vie de bohème afgelopen. Ze zou nog een tijdje zo worden gecast in het MMT waar ze ging werken, met name in “Jan Rap” van Yvonne Keuls en nadien als Carolien in “De Collega’s”, maar tegen de tijd dat dit stuk als een reeks op televisie kwam, had ze reeds twee kinderen (Jan en Kim) en begon ze aan een ander imago te werken. Haar looks als de jonge Elizabeth Taylor begonnen nu pas echt goed uit te komen.
De derde keer was nochtans niet de goede keer voor Jan Matterne, die ook met zijn derde secretaresje (Carolien Van Kersbeke) er niet in slaagde het oorspronkelijke typetje van Betty Bossé (Tessy Moerenhout) dat voor “De Collega’s” was gecreëerd te doen vergeten. Carolien was in haar spontaniteit en kattigheid wel een verbetering ten opzichte van de onmogelijke Kris Berlo (Agnes Denul), maar haar relatie met De Vught (Johnny Voners) waarop de focus had dienen te worden gericht, was er in feite zéér met de haren bijgesleurd en diende enkel om de plaatselijke BRT-komiek wat in de verf te zetten.
De derde keer was wél de goede keer voor Nora Tilley die na een rol in het jeugdfeuilleton “Magister Maesius” en een captatie van “Jan Rap en z’n maat” als Carolien de harten veroverde van heel wat kijkers en daarmee ook de voorpagina’s van gezinsbladen. Het was voor mij alleszins de aanleiding om haar te gaan interviewen in Bonheiden. Op dat moment is Nora zwanger van haar tweede kind (Kim dus). Negenentwintig jaar is ze, lezen we in andere bladen, wijzelf hadden de kiesheid het haar niet te vragen en, eerlijk gezegd, voor ons leek ze een pas afgestudeerde twen met een sprankelende frisheid die, volgens bepaalde reclameboodschappen, enkel aan het gebruik van limoenen kan worden toegeschreven. Maar ook dàt hebben we niet nagegaan. We waren immers te gast om over ernstiger zaken te praten. Een jonge actrice in Vlaanderen, hoe gaat dat? Is dat leefbaar? Wordt men daarop goed voorbereid? … Maar eerst natuurlijk nog een woordje over “De Collega’s”.
02 nora tilleyDE VROUW IN DE KOU
– Naar verluidt heb jij enige kritiek op de manier waarop Jan Matterne de vrouwenrollen heeft aangepakt in “De Collega’s”?
N.T.:
Dat wil zeggen, op uitzondering van Mireille Puis, waren ze niet uitgeschreven. Wie is Carolien bijvoorbeeld? Dat is een groot vraagteken. Dat kan iedereen en niemand zijn. Vanwaar komt die? Wie zijn haar ouders? Hééft ze ouders? Dat is misschien wel eventjes aangehaald, maar over haar achtergronden is eigenlijk niets bekend.
– Er is in het geval van “De Collega’s” toch steeds gezegd dat de acteurs hun eigen rol mede mochten bepalen?
N.T.:
Akkoord, maar daarvoor moet je eerst en vooral tekst krijgen. Nu denk ik wel dat indien de oorspronkelijke vrouwenfiguren gebleven waren, die wel in de loop van de serie zouden uitgewerkt geweest zijn, maar nu vielen er voortdurend weg en de nieuwe figuren, zoals Carolien, die hebben dan maar één reeks om het waar te maken. Maar ik weet niet of dit een excuus is. Wat niet wegneemt dat ik het een goed feuilleton vond en een rol die ik wel graag heb gespeeld.
– Er is als excuus ook reeds aangevoerd dat Matterne een man is en dat hij als zodanig geen vat kreeg op de vrouwenrollen. Een flauw argument, als u ’t mij vraagt.
N.T.:
Dat is géén argument. Je moet maar eens naar Ibsen en Strindberg kijken, dat waren ook mannen en die lagen op de koop toe nog overhoop met de vrouwen, maar ze konden het verdomd goed uitleggen, hoor! Trouwens de meeste schrijvers zijn mannen. Daar komt gelukkig nu wat verandering in.
– “Jan Rap” was geschreven door een vrouw (Yvonne Keuls). Maakt dat dan een verschil?
N.T.:
Moeilijk te zeggen natuurlijk omdat het een heel ander stuk betreft. Maar er waren inderdaad misschien wel een paar subtiliteiten in, waarvan je zegt: daar heeft alleen een vrouw oog voor. Details binnen een relatie en zo.
05 nora tilleyLEERGELD
– Even terug naar het verleden. Hoe ben je er eigenlijk aan begonnen?
N.T.:
Blijkbaar moest ik een beroep hebben waarin ik mezelf kon uitdagen. Dus besliste ik actrice te worden, toen het blijkbaar te laat was om ballerina te worden. Dat vond althans toch Jeanne Brabants toen ik mij bij haar ging aanbieden om balletschool te volgen. Ik heb té veel tijd nodig gehad om mijn ouders te overtuigen. Mijn vader was ambtenaar en mijn moeder huisvrouw, dus die zagen zo’n artistieke carrière helemaal niet zitten.
– Welke opleiding heb je dan wél gehad? Tevreden daarover?
N.T.:
Ik heb Studio Herman Teirlinck gevolgd tot in het laatste jaar. Dan ben ik halverwege gestopt om na drie jaar onderbreking dat laatste jaar te hervatten in het conservatorium in Gent. Daar heb ik dan mijn eerste prijs gehaald. Tijdens de humaniora had ik wel reeds muziekacademie gevolgd. Ik ben een Brusselse en daar was ik dan ook lid van een ABN-kern en zo ben ik terecht gekomen in een liefhebberskring.
– Je hebt dus zowat alle watertjes doorzwommen. Kun je een appreciatie geven van die diverse aspecten?
N.T.:
Ja, maar dan moet je wel beseffen dat ik bijvoorbeeld wat de Studio betreft over negen jaar terug spreek. En de grote kritiek die ik daarop dan heb, is dat het de bedoeling is de persoonlijkheid van de mensen eerst degelijk te kraken om er dan een Studio-persoonlijkheid op te zetten en dat vind ik een echte misdaad. Trouwens, je moet maar eens gaan kijken, als je al die jonge mensen van 18, 19 jaar ziet, dat zijn allemaal dezelfde. Daar komt dezelfde praat uit, die zien er hetzelfde uit, die dragen blijkbaar een uniform. Die moeten per se met grote hoeden en zwarte brillen op een terras gaan zitten … (rilt). Ik hou er niet van! Ik heb daar iets tegen!
– En je hebt dus ook toneel gevolgd via de muziekacademie?
N.T.:
Dat kan je natuurlijk niet vergelijken met een beroepsopleiding, hé. Maar als voorbereiding is het zeer goed. Op de humaniora is er op dat gebied immers een grote lacune. Op zo’n academie kan je dan wel sleutelen aan je uitspraak, teksten leren analyseren, …
– En dat liefhebberstoneel? Ik kan me best voorstellen dat een aantal mensen dat eerder negatief zouden benaderen…
N.T.:
Helemaal niet en om dezelfde reden in feite. Maar je hebt daar echt veel verschil in. Zo bestaan er groepen die in feite even goed zouden kunnen gaan schilderen of beeldhouwen. Daarnaast zijn er echter ook heel goede.
– Jij hebt dus blijkbaar nooit je portie Paradijsvogels of Slissen en Cesar gehad?
N.T. (lacht):
Oh nee, ik ben begonnen in een regie van Wim Van Gansbeke, de gevreesde toneelrecensent (in dat gezelschap speelde overigens ook mijn voorganger op De Rode Vaan, Frank Jacobs, RDS) en dat stond dus wel op een tamelijk hoog niveau. Ik was overigens helemaal niet zeker van mezelf, maar vooral Wim vond dat ik toch wel goed was en moest doorzetten. Maar net als bij het ballet, was ook nu het verzet van mijn ouders heel groot. Maar gelukkig heeft Wim dan uren gepraat met mijn ouders en hen uiteindelijk kunnen overtuigen.
– Alles bij mekaar: is het duur een toneelopleiding volgen?
N.T.:
Helemaal niet! De beroepsopleiding niet en als hobby zeker niet. Ik denk dat er geen goedkopere hobby is. Allé, vroeger toch, toen de muziekacademie nog gratis was. Het liefhebberstoneel is dat natuurlijk nog altijd.
– Maar je wordt er ook niet voor betaald, voor die maandenlange repetities die de luttele opvoeringen voorafgaan …
N.T.:
Allicht niet! Dat zou spijtig zijn, mocht men daarvoor worden betaald. Het is een hobby, hé! En het heeft toch ook zijn goede kanten. Geen dure cursussen en zo. Wel veel boeken lezen natuurlijk, maar die kan je net zo goed in de bibliotheek gaan halen. Wat natuurlijk voorkomt is dat mensen die van thuis uit verhinderd werden om aan toneel te doen – want dat is nog altijd een beetje taboe – eerst een andere opleiding volgen en pas later hun job laten vallen om toneel te gaan studeren. En dan kan het wel zwaar zijn natuurlijk, maar dat is tenslotte voor eender wat dan het geval. Dan moeten die ’s avonds nog gaan werken in een café of zo. Maar in normale omstandigheden is het niet duur.
WERKLEGENHEID?
– Dat klinkt allemaal zeer positief. Is een toneelloopbaan dan soms aan te raden in deze duistere tijden? Met andere woorden, hoe staat het met de tewerkstelling?
N.T.:
Als ik zo rond kijk, dan stel ik vast dat praktisch alle mensen die een opleiding hebben gevolgd aan werk zijn geraakt. Natuurlijk daarom niet steeds in een gezelschap waarbij ze het liefst zouden horen, maar toch… Een ingenieur krijgt toch ook niet noodzakelijk een betrekking bij de firma van zijn dromen. Verder kan je ook nog lesgeven.
– Nochtans hoor je her en der dat theaters op de rand van het failliet staan…
N.T. (lange stilte):
Failliet? Dat weet ik zo niet, zo goed ben ik niet op de hoogte, dan zou je eigenlijk de boeken moeten kunnen inkijken. Maar ik ben nog altijd actrice, dus werknemer… Het is evenwel inderdaad zo dat bepaalde theaters te kampen hebben met tekorten, maar dat is bij ons in het Mechels Miniatuur Teater niet het geval.
– Jij bent nu vooral bekend geworden door de televisie. Twee vragen daarbij: ten eerste, valt er daar wat te rapen wat werkgelegenheid betreft? En ten tweede, is het niet frustrerend dat je gedurende jaren mag zwoegen in het theater zonder echte bekendheid te krijgen, terwijl een kortstondige verschijning op het kleine scherm volstaat om de covers te halen. Je krijgt zelfs zowaar De Rode Vaan op bezoek…
N.T.:
Frustrerend? Ik kan daar eigenlijk niet zo goed over meepraten want ik ben nog niet zo heel lang afgestudeerd. Drie jaar om precies te zijn. Bovendien speelde ik reeds een hoofdrol in “Magister Maesius” toen ik nog studeerde bij de Studio. Dat vond ik eigenlijk nog wat vroeg. Dat had niet mogen gebeuren. Een hoofdrol geven aan iemand die nog studeert, dat is nogal riskant naar mijn mening. Het is wel zo dat ik een echt theatermens ben, zodat als ik moet kiezen tussen film, televisie of theater… Alhoewel ik moet zeggen: film heb ik nog niet gedaan… (**) Maar tussen televisie en theater kies ik onmiddellijk theater. Maar het is wel prettig om het erbij te doen. Het is eens een andere ervaring.
– Werd er bij “De Collega’s” op een filmische manier gewerkt of was het eerder verfilmd theater? Werd er bijvoorbeeld gestopt voor close-ups of werden hele sequenties in één tijd opgenomen?
N.T.:
Er werd gewerkt met sequenties van vijf, zes minuten, soms tot tien minuten.
– De eenheid van plaats droeg daar ook toe bij natuurlijk. Maar goed, er is een grote “boom” in de Vlaamse filmwereld. Vele acteurs en actrices komen daar nu ook aan hun trekken. Wordt daar reeds op ingespeeld tijdens de opleiding?
N.T.:
Wel, dat is een groot gat. Dat zou moeten gebeuren, maar dat is er nog altijd niet. Daarom ook dat ik zeg dat die hoofdrol te vroeg kwam. Ik wist nog niet hoe ik fatsoenlijk moest spelen, laat staan spelen voor een camera wat nog iets helemaal anders is. Want sommige dingen lijken onlogisch. En dat leer je alleen maar als je met een video kunt werken.
– Is dat te wijten aan de leraars? Zijn die nog van een generatie die daar niet zo mee te maken had? Kijken zij daarop neer?
N.T.:
Ik weet niet waaraan het te wijten is. Wat ik wel weet, is dat negen jaar geleden er bij de Studio reeds een videorecorder voorhanden was, met camera’s en al wat je wil. Het was er, maar er werd niet mee gewerkt. Was dat nu uit laksheid? Ik denk eerder dat het onwetendheid was, dat de bevoegde personen ontbraken. Want dan moet je cineasten aanstellen om te komen lesgeven, hé.
BEVREDIGING
– De werkgelegenheid is dus o.k., maar vind je ook bevrediging in je werk? Ik bedoel, je krijgt een voldoende aantal rollen aangeboeden, maar zijn er daar genoeg bij die je echt zin geven om ermee door te gaan?
N.T.:
Bij vele jonge afgestudeerden leeft nog steeds de utopie dat eens je toneelspeler bent, je alleen maar rollen krijgt die je echt graag zou spelen. Maar dat kàn natuurlijk niet. Wat je wel kan, is kiezen voor een bepaald genre. Als ik zeg: ik ga naar het Mechels Miniatuur Teater, dan weet ik reeds op voorhand welk genre van stukken ik min of meer zal spelen. Hetzelfde voor de Nieuwe Scène bijvoorbeeld. Nu is het wel zo dat je niet zo maar kan kiezen, maar min of meer kom je toch aan je trekken.
– Eens je vast aan een gezelschap bent verbonden, kan je dan selectief te werk gaan of is het pakken wat je kunt krijgen?
N.T.:
Het is doen wat je krijgt. Dat is overal zo. Daar heb je over het algemeen geen inspraak in. En dat kàn ook niet, denk ik. Het zou natuurlijk ideaal zijn, indien het wél kon, maar als je nu in een gezelschap zit met vijftien acteurs, twee dramaturgen en nog een aantal mensen, pakweg twintig in het totaal, kun je je voorstellen? Voor vijf stukken die verdeeld moeten worden, die bovendien vasthangen aan een schema, want terwijl er één stuk loopt, loopt er ook een ander. Een rolverdeling opmaken is niet zo gemakkelijk, hoor.
– Maar is er gewoonweg géén inspraak? Ook vooraf niet bij het bepalen van de stukken die in aanmerking zouden kunnen komen?
N.T.:
Toch wel, bij het kiezen van de stukken kun je je mening uiten.
– Contradictorisch in de loopbaan van een toneelspeler vind ik dat het enerzijds tal van creatieve mogelijkheden in zich houdt, maar dat je anderzijds zo vast zit aan die tekst en aan het geheugenwerk dat erbij komt kijken om die tekst onder de knie te krijgen.
N.T.:
Ook dàt is een deel van het creatieve. De ene heeft daar wat meer moeite mee dan de andere, maar uiteindelijk is dat toch niet zo erg. Er zijn daarin drie types. De eerste moet dat thuis instuderen met zijn echtgenote die hem ondervraagt, de tweede leert dat gewoon op de repetities en de derde volstaat met het drie keer te horen. Maar na een maand kent iederéén z’n tekst.
– En als je een stuk al een tijdje niet meer hebt gespeeld en dan word je gevraagd voor een reisvoorstelling?
N.T.:
Dan is er een “raccord”, maar dat is gewoonlijk geen probleem, hoor. Eens je een tekst kent, vergeet je hem niet zo vlug meer. Ik vind dat gek dat de meeste mensen zich daarop blind staren.
– Als buitenstaander vind ik dat persoonlijk niet zo gek. Als ik bovendien eens in mijn ervaringen mag duiken als muziekrecensent: het zal niet de eerste keer zijn dat een zanger door zijn tekst tuimelt. En dan is het dikwijls nog zijn eigen tekst.
N.T.:
Dat gebeurt ook bij ons. Nooit op een première of zo, maar bij de 150ste voorstelling. Je kent die tekst dan zo door en door dat je je plots afvraagt: maar wat zeg ik nu? Ik heb het zelf gehad bij de 200ste voorstelling van “Jan Rap”. Ik raakte er niet meer uit. En dat duurde. Maar in de zaal merken ze daar natuurlijk niets van. Het ergste is natuurlijk wanneer je mede-acteurs hun lach daarbij ternauwernood kunnen onderdrukken, dan ben je rijp voor een slappe lach.
COLLEGIALITEIT
– Hoe zit het in dat verband met de collegialiteit? Word je dan goed opgevangen of is dat het moment om iemand van de planken te spelen?
N.T.:
Dat kun je altijd. Iemand van de planken spelen is niet zo moeilijk. Je kan altijd voor iemand gaan staan als die moet beginnen spreken, of juist beginnen hoesten, of gezichten trekken als die een dramatische passage heeft, dat is doodsimpel. Maar het gebeurt zelden. Want voor een goede voorstelling kan je niet alléén zorgen, het is altijd teamwork. Wie dat wel doet is vlug gekend en het zijn ook altijd dezelfden.
– Het is algemeen geweten dat een mens meer tijd doorbrengt op z’n werk dan met z’n gezin zeg maar. Bij toneel komt daar nog een dimensie bij, je moet vaak emotionele banden uitbeelden, intieme relaties ook. Schept dat niet bepaalde problemen?
N.T.:
Het blijft toneel, hé. Dat is een onderdeel van het verwerken van de rol. Als ik X of Z niet kan uitstaan, maar ik moet daar morgen een liefdesscène mee spelen, ik zou daar geen problemen mee hebben. Of misschien toch… Enfin, ik ben daarmee nog niet geconfronteerd moet ik zeggen. Maar zelfs al kan je met iemand niet zo goed opschieten, dan is er altijd nog de collegialiteit. Dat is iets anders. Dat is een overeenkomst die je maakt voor op scène. Dan speel je je rol en die ander ook en je maakt er het beste van omdat je weet dat het je geen stap vooruit helpt als je ook op scène nog eens die rancunes gaat uitwerken.
– Die problematiek hangt natuurlijk nauw samen met de identificatie met een rol. Ik moet zelf toegeven dat ik verrast was toen Jan de telefoon afnam als we onze afspraak voor dit interview hebben gemaakt, want onbewust had ik je vereenzelvigd met Carolien…
N.T.:
Een ongetrouwd typistje… Ja, dat klopt wel ergens, want ik krijg ook brieven en telefoontjes van meisjes van veertien, vijftien jaar, die zich in die figuur herkennen. Eerste verliefdheid en zo.
– Spreken ze je dan aan met Nora of Carolien?
N.T.:
Carolien. Maar nadien veranderen ze dan wel omdat Carolien een andere stem heeft.
En nu was Carolien dus in verwachting. Het zou een mooie aflevering zijn voor een vierde serie van “De Collega’s”, maar die is er nooit gekomen. Het hield meteen ook in dat Nora Tilley voor een klein jaar van de planken verdween. Ze was voorlopig nog enkel te zien in een paar resterende reisvoorstellingen van “Er valt een traan op de tom poes” van Annie M.G. Schmidt. Zo zag ik haar op donderdag 26 maart 1981 in de stadsschouwburg van Sint-Niklaas.
Na haar bevalling volgde “Les trois Jeanne”. In september 1982 vertolkte ze één van de hoofdrollen in “Ärtzinnen” van Rolf Hochhuth (de Nederlandse vertaling “Dokters” van André Lefèvre en René Verreth, die ook de regie deed, verbergt in de titel dat het feit dat het hier over vrouwen gaat erg belangrijk is). De andere spelers waren: Jenny Tanghe, Manu Verreth, Jos Geens, Mandus De Vos, Luc Springuel, Tuur de Weert, Jacques Vermeire, Theo Hijzen en Nellie Rosiers.
In deze periode moet zich ook “Rita op school” situeren, een prachtige aanpassing door André Lefèvre van “Educating Rita” van Willy Russell. Dit stuk ga ik herhaalde malen bekijken en op een bepaald moment schrijf ik er zelfs een pastiche op.
Nadien is Nora o.m. te zien in “Dokters”, “Echo’s” en “In en uit”.
HET PLEINTJE
In 1986 waren er de eerste dertien afleveringen van “Het Pleintje”, opnieuw naar een scenario van Jan Matterne. Na het succes van “Beschuldigde sta op”, “Met voorbedachten rade” en “De collega’s” was het misschien normaal dat de BRT hem hiervoor carte blanche gaf, maar eigenlijk was deze reeks een schande. Ten eerste draaide de tegenstelling op “Het Pleintje” tussen de vrijzinnige vrederechter De Lesseweg (een onuitstaanbare René Verreth) en de uiteraard sympathieke pastoor Sickx (Jo De Meyere, wie anders?). Bovendien wordt Sickx bijgestaan door een halve zachte, die op de koop toe de tweelingsbroer van De Lesseweg blijkt te zijn (Manu Verreth in alweer een Jomme Dockx-rol). Als Sickx een halve liefdeshistorie in de schoenen wordt geschoven met de “groene” Barbara Vink, een ecologiste met leukemie (Nora Tilley), is dit ten nadele van twee van haar andere aanbidders, een carrièristische socialist (alweer een subtiele verwijzing) Gentil Bers (Ugo Prinsen) en de altijd even onnozele Johnny Voners als de kunstschilder Peers. Die zijn toenmalige echte madam, Jeannine Bisschops, speelt de gendarm in een huishouden waarin Jaak Van Assche politieagent is, terwijl een ander “unlikely” koppel dat van de kruideniers Tuur De Weert en Tessy Moerenhout is. Dat alles wordt uiteraard druk becommentarieerd in het onvermijdelijke café, waar de dochter Machteld Ramoudt de zinnen op hol doet slaan. Kortom, het was totaal onbegrijpelijk dat de vox populi een jaar later nog zeven afleveringen bij vroeg!
In maart 1988 speelt Nora de sensuele Sonja in “Thuis” van Hugo Claus in het MMT. Ze is dus de vrouw van Jos Geens, maar begint een verhouding met diens vader Jaak Van Assche. Haar “schoonmoeder” is Tessy Moerenhout! Tenslotte is er nog Heddie Suls als de oude mevrouw Vergote. De regie was van Tuur De Weert.
Dezelfde frivoliteit spreidde ze ook ten toon in een aflevering van “Langs de kade”, waarin ze een exhibitioniste speelt die gluurders aantrekt. Het was ook haar eerste rol als free-lancer.
In 1989 speelde ze een rol in de TV-film “De kaperbrief” van Guy Bernaert naar de roman van Frank Liedel. De hoofdrol is voor Carry Goossens die van idealist naar geldwolf evolueert, waardoor zijn huwelijk met Antje De Boeck op de klippen loopt. Dit wordt gespiegeld in het huwelijk van zijn broer (gespeeld door Ludo Busschots) met Nora. Vader Dries Wieme is er het hart van in.
NORA TILLEY ALS IDA DEQUEECKER
Wie dacht dat het vormingstheater dood was, moest in het najaar van 1989 maar eens een kijkje gaan nemen in het Gentse Minnemeerstheater, het tweede plateau van het NTG. Akkoord, men zwaait niet meer met rode vlaggen (eerder met cocktailglazen), maar de discussies zijn nog altijd even sloganesk, er wordt nog altijd meer geschreeuwd dan gepraat en de typering is nog altijd even karikaturaal.
Doug Lucie, de auteur van “Trends”, is trotskist en hij wil dat we dat weten. Als spreekbuis voert hij een soort van Engelse Ida Dequeecker ten tonele en regisseur Jef Demedts laat deze rol vertolken door niemand minder dan Nora Tilley.
Tot nu toe hadden wij discussies met het cocktailglas in de hand altijd geassocieerd met de zwartgallige toneelstukjes van Françoise Sagan onzaliger gedachtenis, maar anno 1989 blijkt men in deze modieuze interieurs bezaaid met design-meubelen eerder te bakkeleien over de op til zijnde revolutie dan over de absurditeit van ons bestaan. A la bonheur!
Tot aan de pauze waan je je echter toch nog eerder in een Sagan-stuk dan bij Vuile Mong in een Gianni Versace-pak. Amanda, het personage dat door Nora Tilley gestalte wordt gegeven, is dan wel reeds ten tonele verschenen, maar niets laat vermoeden welke revolutionaire furie er in haar schuilt. Oh ja, even heeft zij zich wel laten ontvallen dat zij twintig jaar geleden (even tellen, dat moet dan… 1968 zijn: zeg dat ’t niet waar is!) een “losbol” is geweest, maar dat moet dan eerder als vergoelijking gelden waarom zij destijds met de verzopen linkse filmregisseur Stuart Clarke (weer een briljante vertolking van Hugo Van Den Berghe) is gehuwd. Zij vertelt dat overigens tegen haar minnaar, de superkapitalist Paul Cash, meestal Mister Cash genoemd (Roger Bolders), om haar man aan een opdracht te helpen. Die Mister Cash staat immers aan het hoofd van een gerenommeerd publiciteitsagentschap. En, jawel, Cash hééft een opdracht voor zijn vroegere vriend: hij mag een verkiezingsfilmpje draaien voor de Britse Conservatieve Partij! Om het mes nog een beetje dieper in de wonde te draaien, zal hij daarbij geassisteerd worden door Eric Bright, ook al een notoir overloper (eveneens een prachtige prestatie van Nolle Versyp).
Maar ondanks het feit dat hij de job aanvaardt, zal Clarke zijn Labour-ideeën niet echt verloochenen. Dit blijkt zoals gezegd echter pas in het tweede deel dat politiek toch iets meer gestoffeerd is. De sleutelscène daarbij is de discussie die ontstaat bij de video-opname van Gillian Huntley (Magda Cnudde), een zoveelste Margaret Thatcher-kloon die zich in de politiek wil gooien (er weze overigens op gewezen dat het werken met dergelijke video-opnamen niet het privilege is van rechtse partijen…). Huntley wordt door partij-coach Howard (Herman Coessens) immers zo hardhandig aangepakt dat zij zich ongenadig zal wreken. Deze wraak situeert zich op het seksuele terrein en dit is trouwens een tweede constante in dit werk. Homofilie, sadomasochisme, noem maar op, het wordt er te pas, maar vooral te onpas bijgesleurd.
Zo is even later ook een knokpartij tussen Cash en zijn “schandknaapje” Dooley (Marc Lauwrys) de katalysator die uiteindelijk uitmondt in de monoloog van Amanda, waar het Doug Lucie eigenlijk om te doen was. Het is de verdienste van Nora Tilley dat zij deze ongeloofwaardige ommekeer toch geloofwaardig doet overkomen.
Vermelden wij ook nog dat Chris Thys in een onooglijk rolletje schittert (ze geeft op een perfecte manier gestalte aan de perfecte secretaresse) en dat ook het racisme even ter sprake mag komen in de figuur van de sympathieke Gerald Stadwijk, de ideale yuppie.
Onnodig eraan toe te voegen dat dit stuk zo Brits is als Trafalgar Square, dat een omzetting naar Vlaamse toestanden dan ook zo goed als onmogelijk was (op moreel vlak kan je de conservatieven het best van de CVP vergelijken, maar hun ideeën staan anderzijds veel dichter bij Verhofstadt dan bij Jean-Luc Dehaene, ik zeg zo maar iets), maar dat desondanks de vertaling toch iets “Vlaamser” had gekund (Jef Demedts heeft daar zelf voor ingestaan, samen met belichter Jan Gheysen). Het decor is van Steven Demedts (verre familie, inderdaad) en de muziek van David Bowie (“Fashion”).
EEN MANNEQUIN VAN TROIS SUISSES
Daarna volgde “Mrs.Klein” in het Raamteater, in een regie van Walter Tillemans.
Gestart op 27 januari 1991 zou de BRTN-reeks “Niet voor publikatie” nog driemaal terugkeren, zij het dat voor de derde keer (begin 1995) Vic De Wachter er als hoofdfiguur Tony Verbrugghe op eigen verzoek werd uitgeschreven. De nadruk kwam dan te liggen op de stagiaire Ellen De Vos (gespeeld door Ann Ceurvels). Meteen verdween ook Nora Tilley uit de reeks uiteraard, waardoor ze zich verplicht zag (ondanks alle princiepsverklaringen vooraf) toch een rol in een VTM-soap te aanvaarden, eerst in “Ramona” en daarna die van de psychiater Claire in “Familie”. Jenny Tanghe verklaarde hierover in Humo van 19/1/95: “Nora Tilley, dat is toch meer een mannequin uit de catalogus van de Trois Suisses?
In de komisch bedoelde soap “Ramona” moest ze optreden naast Ann Petersen (in de titelrol; Nora speelt haar nichtje Miche, een “aangeversrol”), Frank Aendenboom, Herbert Flack en Bert André. Ondanks deze prestigieuze rolverdeling was dit een enorme flop. Regisseur Rik Andries was hiermee wel aan zijn debuut in dit vak toe.
“Annie Chanovsky goes solo” was een BRT/IKON-productie in de reeks “Oog in oog”) naar een scenario van Walter Van den Broeck, in een regie van Eric Oosthoek met Nora Tilley in een dubbelrol van tweelingzusters die samen in het derderangs showbiz-circuit staan, maar die mekaar (letterlijk) de kop zouden inslaan om het “te maken”. Bovendien komt er ook nog een hoop rotzooi in hun privé-leven met hun manager. Gezien als heruitzending op 05/02/1993.
“De put” is een BRTN-productie naar een scenario van Luc Beerten en in een regie van Marc Lybaert (“Villa des roses”, “De bossen van Vlaanderen”) met Christel Domen als Liz, een knappe mijnwerkersdochter, wier verloofde, een mijningenieur bij een ongeluk om het leven is gekomen. Koen Van Impe (Evrard) wil om Liz te imponeren zelf ook mijnwerker worden, maar de mijn sluit en hij geraakt in de marginaliteit. Verder spelen ook nog Frank Aendenboom, Jo De Meyere, Daan Hugaert, Vic De Wachter, Walter Cornelis en Nora Tilley mee. De reeks was gepland voor het najaar van 1993, maar kwam uiteindelijk pas op 3 april 1994 op het scherm, wellicht omwille van vele productieproblemen, die blijkbaar zelfs niet eens opgelost waren op het moment dat de reeks op het scherm kwam. Men vond b.v. niet de goede toon tussen ernst en luim, tussen sociaal engagement en psychologie. De valse pruik van Nora, die een Poolse moest spelen, kan wel symbool staan voor deze productie.
Dan volgt er een klein incidentje met Nora. Voor mijn sollicitatie bij “Dag Allemaal” moet ik ook een lang interview doen. Ik denk natuurlijk onmiddellijk aan haar, maar ze weigert, omdat ze niet in een blad als “Dag Allemaal” wil staan. Even later staat er echter een reportage in over haar mét persoonlijke vakantiefoto’s. Ik stuur haar het knipsel op, gewoon vergezeld van een kaartje “met vriendelijke groeten”…
Nadat ik ongeveer een maand eerder telefonisch opnieuw vrede heb gesloten met Nora, ga ik op 21 september 1994 naar het Klein Raamtheater, waar haar nieuwe stuk pas van start is gegaan, “Amanda en de widowmaker”, een monoloog die Walter Van den Broeck speciaal voor haar heeft geschreven. Daarbij is hij wel oneerbiedig geweest, want op een bepaald moment spreekt ze over haar lichaam dat “uitdijt”, waardoor haar trouwkleed van destijds nu striemen in haar lijf trekt, zodat ze eruit ziet als “een blinde vink”. Niks van aan wat dat betreft, ook al heeft de make-up ervoor gezorgd dat ze niet zo mooi is als gewoonlijk. De monoloog op zichzelf is wel goed, maar ik ben niet geheel tevreden over de prestatie van Nora. Het zal grotendeels wel aan de regie van Walter Tillemans toe te schrijven zijn dat ze haast continu een octaaf te hoog zit, te snel praat zodat de versprekingen elkaar opvolgen, kortom dat het “overdone” is. Daar Hugo Morrens, voorzitter van de Raad van Beheer van het MMT en als dusdanig degene die me had uitgenodigd, zelf niet aanwezig blijkt te zijn, maak ik me deze keer maar snel uit de voeten.
Als in 1996 “Familie” plotseling een sprong in de tijd maakt van zeven jaar, verdwijnt Nora uit de reeks. In maart ’97 zag je haar weer opduiken in een andere VTM-soap, “Dokters”, zowat de kortste uit de geschiedenis: “Zeer pijnlijk en onbegrijpelijk. Het was een ondoordachte beslissing om de reeks zo snel af te voeren. Als acteur sta je daar dan machteloos. (…) Persoonlijk zat ik toen plots een paar maanden zonder werk. Da’s ook niet leuk, maar als freelancer moet je daar tegen kunnen.” Dat vertelde ze tegen “mijn goede vriend” Mark Coenegracht in HLN van 4/11/1997, de avond dat ze haar entrée maakte in alweer een andere VTM-soap, het reeds lang lopende “Wittekerke”. Ondertussen deed ze ook veel presentatiewerk, zoals de prijzen van SABAM en de Nacht van de Auteur (diezelfde avond). Op 28/10/2005 maakte ze dan haar debuut in de VRT-soap “Thuis” als echtgenote van Jakob Beks, iemand waarmee ze in Studio Herman Teirlinck nog had gestudeerd maar waarmee ze nog nooit echt had samengespeeld. In september 2008 kwam ze helaas op een heel andere manier in het nieuws. Er werd bij haar borstkanker vastgesteld, waarvoor ze behandeld werd in het Gentse UZ.

Referentie
Ronny De Schepper, “Er is geen goedkopere hobby dan toneel”, De Rode Vaan nr.12 van 1981

(*) Ik heb ondertussen die film gezien en ook die scène in de regen, maar ik begrijp absoluut niet wat daar erotisch aan was.
(**) “De Collega’s” zouden pas veel later worden verfilmd (té laat eigenlijk, het grote succes was reeds voorbij) en rond diezelfde tijd speelde ze ook nog de moeder van Koen Wauters in “Intensive care”.

Een gedachte over “Nora Tilley wordt 65…

  1. Het Wetters liedjescafe was de Kneut dat Nora midden jaren 70 uitbaatte met haar echtgenoot wijlen Roland Van Laeken (broer van William). WIm de Craene was er vaste klant en op een van zijn platenhoezen prijkt een foto van de Kneut. Haar spaghetti was legendarisch.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.