Dave Davies van The Kinks heeft voor altijd zijn plaatsje in de (rock)geschiedenis veroverd dankzij zijn “power riff” op “You really got me“, de derde single van de groep, die meteen ook voor de doorbraak zorgde. Lange tijd heeft het verhaal de ronde gedaan dat het eigenlijk studiogitarist Jimmy Page was, die de riff inspeelde, maar dat blijkt uiteindelijk toch een stadslegende te zijn geweest. Ik heb één keer contact gehad met Dave Davies en dat was n.a.v. een optreden van The Kinks in Vorst-Nationaal op 1 december 1980. Ik stond toen op de eerste rij, vlak bij een box, waaruit het geluid donderde als een F16 (ik zou er tinnitus aan overhouden). En hoe merkwaardig het ook mag lijken, maar juist daardoor maakte ik een lusteloze indruk. Dat lawaai had namelijk het effect van een hamer waarmee je op het hoofd werd gemept. Ik heb dat ooit nog eens meegemaakt bij een optreden van Jaco Pastorius en toen werd een hele rij letterlijk k.o. geklopt. Maar goed, Dave Davies die vlak voor me op het podium stond, stoorde zich daar blijkbaar aan en gaf aan iemand van de security de opdracht mij tot wat meer enthousiasme aan te sporen of anders… Ja, of anders wat? Dat ben ik nooit te weten gekomen. Het was ook naar aanleiding van dat optreden dat ik vooraf het volgende artikel had geschreven voor De Rode Vaan…

Alhoewel The Kinks reeds meer dan zestien jaar meedraaien in het popwereldje, toch zou men kunnen zeggen dat hun populariteit nooit zo groot is geweest. En wat ons daarbij in de gegeven omstandigheden vooral belangrijk lijkt, het is duidelijk dat dit te wijten is aan hun energieke live-act. Niet alleen hebben velen met hen kunnen kennismaken via diverse tournees, op televisie is tot driemaal toe (BRT, RTB, VOO) de — op de markt zijnde — videocassette gekoppeld aan de dubbele live-elpee « One for the road » te zien geweest.
Niet te verwonderen dus dat Ariola voor de tweede maal een uittreksel daarvan op single uitbrengt (het betreft een schitterende, zeven minuten durende versie van « Celluloid heroes »). Misschien is het ook omdat het eerste fragment, « Lola », concurrentie ondervindt van de heruitgave van de originele studio-opname bij de firma die The Kinks oorspronkelijk onder contract had (Pye, hier in België verdeeld door Vogue). Deze firma brengt trouwens de eerste zeven Kinks-elpees tegen een low budget-prijsje opnieuw op de markt.
Live willen The Kinks — vooral onder impuls van gitarist Dave Davies — nogal eens tegen hard-rock gaan aanleunen, zodat de cirkel helemààl rond is. In 1964 begon het immers ook met wat men toen noemde « harde beat » (en in Amerika sprak men toen al van « punk »: « You really got me », « All day and all of the night », « Till the end of the day », uitstekende nummers vinden wij nu, maar omdat wij in ’64 nog maar amper een lange broek droegen, ging dit geweld een beetje aan ons voorbij.
De ontdekking kwam voor ons met het zielsmooie, luie « Tired of waiting », gevolgd door andere lazy krakers als « See my friends » ,« Sunny afternoon » en « Dead end street ». Hoe relaxed songschrijver Ray Davies in die tijd wel was, blijkt nog meer uit het fameuze « This strange effect » van sigarettenrechtzetter Dave Berry.
Tegelijk luidde « Dead end street » een andere periode in, die definitief zou blijken te zijn : Ray Davies wierp zich op de sociale werkelijkheid en onderwierp ze aan een zeer kritische blik. Dit was eigenaardig genoeg een gevolg van het feit dat ze geen deel uit mochten maken van de zogenaamde British Invasion in de States. Na een mislukte tournee in 1965, waren The Kinks niet meer welkom en al blijft het onduidelijk waarom dat zo was, het gevolg was wel dat Ray Davies zich begon af te keren van nogal onpersoonlijke, maar wel wereldwijd aanvaarde “hard rock”, om zich volledig op de Britse markt te concentreren.
Oorspronkelijk blijft hij steken bij een strikt individuele kritiek zoals in « A well respected man », « Dandy » en het grandioze « Dedicated follower of fashion », later legt hij zich meer toe op maatschappijkritiek (zijn rock-opera’s).
Omdat het tijdperk (hippies) nu juist zeer individualistisch getint was, gingen The Kinks meteen een harde periode tegemoet. « Mr. Pleasant », « Waterloo sunset » en « Autumn almanac », stuk voor stuk schitterende werkstukken haalden zeer ten onrechte reeds niet meer het succes van hun voorgangers en « Tin soldier man » ging (deze keer min of meer terecht) compleet de mist in.
Het was zo erg dat Dave Davies toen als pionnetje naar voren werd geschoven (de keerzijde van « Tin soldier man » was trouwens « Love me till the sun shines » van zijn hand), maar na één terechte (« Death of a clown ») en één halve hit (« Susannah’s still alive ») was het ook hiermee afgelopen.
Midden in de periode van de rock-opera’s kenden The Kinks nog één heropflakkering. In 1971 brachten wij onze vakantie door bij een paar Arsenal-spelers op Muswell Hill (waaronder de Noord-Ierse internationaal Sammy Nelson) en bij deze gelegenheid brengen The Kinks in het najaar de « Muswell Hillbillies » uit, een humanitaire maar ietwat meelijwekkende visie op de « working class heroes » van de Londense suburbs.
In ’75 ontdekken wij hen dan opnieuw via een (aangevochten) versie van « Preservation » in Arena-Gent en een televisieuitzending van « Soap Opera ». Nu wordt daar nogal denigrerend over gedaan, maar toch schreef de grootste Kinks-fan onder de journalisten (in een vergelijking met « Sgt. Pepper ») dat Ray Davies een betere tekstschrijver-componist was dan Lennon-McCartney. En gelijk had-ie.
In ’78 dan kwamen The Kinks goed terug met de ook door ons besproken elpee « Misfits » voor een nieuwe platenfirma (Arista). Daar zijn ze nu nog steeds bij, ook al verhuisde deze firma in België van EMI naar Ariola. Voor het eerst sinds jaren eens geen conceptelpee, maar wel weer echte rechtvoorderaapse rock. Zoals men ze heden ten dage niet meer bakt.

Ronny De Schepper

Discografie : Monaural (1964), Kinda Kinks (1965), The Kink Kontroversy (1965), Face To Face (1966), Live At The Kelvin Hall (1967), Something Else (1967), The Village Green Preservation Society (1968), Arthur (1969), Lola (1970), Percy (1971), Muswell Hillbillies (1971), Everybody’s In Showbiz (1972), Preservation Act 1 (1973), Act 2 (1974), Soap Opera (1975), Schoolboys In Disgrace (1976), Sleepwalker (1977), Misfits (1978), Low Budget (1979), One For The Road (1980).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.