Judoka Ulla Werbrouck viert vandaag haar 45ste verjaardag…

Volgens judocoach Jean-Marie De Decker “staan in het vrouwenjudo opvallend veel lesbiennes aan de top” (HLN 3/2/1999) en hij noemt als voorbeeld de Nederlandse Irene De Kok en de Spaanse Blasco, die met de Britse Fairbrother optrekt. “Wij echter hebben de mooiste meisjes van de judowereld en ze zijn hetero.
Eén van die mooie meisjes is Ulla Werbrouck, die in 1996 eindelijk goud haalde op de Olympische Spelen in Atlanta (als eerste vrouw in de Belgische geschiedenis nota bene). Eindelijk, want reeds in 1990 werd het Vlaamse Sportjuweel van minister De Wael reeds aan haar toegekend.
Het Sportjuweel is de meest prestigieuze onderscheiding voor Vlaamse atleten (de luttele som van 50.000fr die eraan vastgeknoopt zit, zullen we maar als symbolisch beschouwen). Men kan het dan ook slechts eenmaal behalen tijdens een sportcarrière. Het was bijgevolg merkwaardig dat deze prijs reeds werd toegekend aan iemand die pas negentien was geworden. Men zou zich kunnen afvragen of dit geen negatief neveneffect kan hebben. Een gevoel van gearriveerd zijn kan de sportieve ambitie remmen. Ik ging het Ulla Werbrouck zelf vragen toen ze nog bij haar ouders in Izegem woonde. Ze komt zelf de deur openen met van die heerlijke konijnensloffen aan. De toon is meteen gezet.
Toch leg ik haar de ietwat té kritische vraag voor om mee te openen. Gelukkig vindt ze echter dat het geen kwaad kan. “Het zal me eerder stimuleren om de absolute top te bereiken,” zegt ze gedecideerd. “Want ik wil en ik zal de beste worden. Zo simpel is dat.”
En wat is dat dan, de “absolute top”, wil ik weten.
De absolute top is niet één keer wereldkampioen of één keer Olympisch kampioen worden, maar meerdere keren, want één keer kan aan geluk te wijten zijn,” zegt ze zonder valse bescheidenheid. En inderdaad, toen ze in 1998 de Trofee voor Sportverdienste kreeg, stelde Dr.Jacques Rogge onomwonden: “Werbrouck is de beste judoka ter wereld en de Belgische sportvrouw aller tijden.” Daarmee liet ze dus ook Ingrid Berghmans achter zich. Is zij een idool voor haar geweest?
Ulla Werbrouck: Dat is ze nog. Ik kijk nog altijd op naar haar. Ze is als een grote zus voor mij die mij altijd en overal bijstaat. En voorlopig is ze nog altijd de beste.
– Is het ook door haar dat je aan judo bent beginnen doen?
Ulla Werbrouck:
Nee, die bewondering is pas later gekomen. Voor mij was het eigenlijk heel normaal dat ik judo zou gaan beoefenen. Mijn vader zit immers in het bestuur van de judoclub en mijn broers waren reeds actief in die sport. Bovendien heb ik op een bepaald moment ruzie gekregen met de trainer in mijn vorige sportclub. De eerste sporttak die ik beoefende was namelijk zwemmen. Het is echter pas toen ik reeds een paar jaar met judo bezig was, dat ik Ingrid eens ben tegengekomen op een demonstratietornooi. Volgens leeftijd behoorde ik nog tot de kleintjes, maar aangezien ik tamelijk groot was, koos ze mij eruit voor een gevecht. Pas op dat moment besefte ik werkelijk wie Ingrid Berghmans was en op slag werd ze mijn idool. Vroeger had ik altijd zangers e.d. als idool maar dit vond ik toch waardevoller. Ingrid is écht en die zangers, daarvan ken je enkel maar hun imago.
– Welke zangers waren dat dan?
Ulla Werbrouck:
Vooral George Michael.
(Blijkbaar is die liefde toch nog niet helemaal gedoofd, want in het sportjaaroverzicht op Studio Brussel, gaf Ulla hem als voorkeur op naast, schrik niet, Bart Kaëll…)
– Je bent begonnen met zwemmen, zeg je. Had je dan meteen de ambitie om daarin de top te bereiken?
Ulla Werbrouck:
Zeker niet. Ik deed dat gewoon om mijn dagen te vullen.
– En als je dan overgestapt bent op judo, op welk moment werd het dan meer dan gewoon een hobby?
Ulla Werbrouck:
Het is nog altijd mijn hobby. Het is pas sedert dit jaar dat ik intensiever ben beginnen trainen.
– Maar je was ook vorig jaar reeds wereldkampioene bij de junioren. Wil dat dan zeggen dat je die titel bij wijze van spreken “al spelend” hebt behaald?
Ulla Werbrouck (kort en eerlijk):
Ja. Daar komt zelfs nog bij dat ik vorig jaar niet in topvorm was omwille van kwetsuren. Zo heb ik b.v. twee keer mijn schouder gebroken.
– Moet ik diegenen die beweren dat je geen prijzen moet uitreiken aan sportbeoefenaars in jongerencategorieën dan toch gelijk geven? Blijkt uit wat je nu vertelt immers niet dat je eigenlijk onvoldoende tegenstand hebt?
Ulla Werbrouck:
In judo heeft dat ook vaak te maken met het verrassingselement. Als nieuweling is het makkelijker iemand te overwinnen dan wanneer je reeds enige bekendheid geniet. Nu heb ik b.v. veel meer tegenstand dan vorig jaar. Vorig jaar heb ik ook medailles behaald op seniorenwedstrijden, maar dit jaar was dat al iets moeilijker omdat ze me beter kennen.
– En wat doe je daar dan voor om dat verrassingselement uit te sluiten? Video’s bekijken?
Ulla Werbrouck:
Dat heb ik nog nooit gedaan. Buiten video’s van mezelf natuurlijk (lacht). Maar nu zal dat wel op mijn programma staan, neem ik aan, want nu beginnen we toch meer professioneel te werken. En daarnaast is er nog altijd de mogelijkheid om je tegenstanders heel nauwkeurig gade te slaan tijdens de competitie of tijdens de training.
Tijdens de training, inderdaad, want soms is de hardste tegenstand nog het dichtste bij huis te vinden. Even werd Ulla Werbrouck zelfs een beetje uit de actualiteit verdrongen door de 23-jarige Limburgse Heidi Rakels, die als laatste jaar burgerlijk ingenieur in de KUL op de elfde universitaire kampioenschappen te Brussel een gouden en een zilveren medaille behaalde. In haar eigen categorie van minder dan 72kg (wat ook die van Ulla Werbrouck en Ingrid Berghmans is) moest zij de duimen leggen voor de Duitse Regina Schuttenhelm, maar in de open categorie haalde ze goud door in de finale de Braziliaanse Soraya Andre (5de in Seoel) te verslaan. Dit is redelijk uitzonderlijk, want in de open categorie komen vaak van die vleesbergen op de tatami die bijna niet omver te krijgen zijn. Bovendien kunnen zelfs die zwaargewichten nu wel degelijk judo, terwijl dat vroeger nauwelijks het geval was.
Rakels, die gecoacht wordt door Robert Van De Walle, wordt in de pers vaak tegenover Werbrouck geplaatst, ook al omdat zij precies een jaar eerder op het Belgisch kampioenschap Ulla versloeg. Aanhangers van Werbrouck zeggen dat Rakels door Van De Walle wordt overtraind, aanhangers van Rakels (of moeten we zeggen: Van De Walle?) zeggen echter dat zij het verder zal schoppen omdat Ulla in haar bewondering voor Ingrid Berghmans ook haar “mediageilheid” zou hebben geërfd. Op het individuele vlak was de judobeoefenaarster Ingrid Berghmans immers de Belgische vedette op het W.K. 1982 alle categorieën, een titel die haar nadien ook de nationale Trofee voor Sportverdienste zou opleveren.
Mediageil? Ik weet het niet. Ze ontvangt me met van die reusachtige sloffen aan haar voeten, doet heel nonchalant, speelt met haar poes, maakt voortdurend kwajongensachtige grapjes, is dus zeker niet bedeesd tegenover de pers, maar eigenlijk is ze juist als eender welk jong meisje dat ongecompliceerd een gesprek voert. Buiten haar rotsvaste overtuiging dat ze de beste wil en zal worden, is er eigenlijk niets dat erop wijst dat we hier met een “vedette” te maken hebben.
Ondertussen is haar broer uit bad gekomen en maakt zich klaar om uit te gaan. Zijzelf maakt daarvoor geen aanstalten. Is het daarom dat ze zolang heeft gewacht om van haar hobby ook werkelijk haar roeping te maken? Heeft ze er lang over nagedacht welke consequenties dit zou hebben op haar privé-leven?
Ulla Werbrouck: Hoegenaamd niet. Ik ga nu eenmaal niet graag uit, zo eenvoudig is dat. Ik ben zowat de enige uit mijn klas die in dat geval is, maar ik kan het ook niet helpen, ik verveel mij gewoon als ik uitga. Ik kruip veel liever om tien uur onder de lakens. En het is moeilijk uit te gaan als je om tien uur reeds in je bed wil liggen, natuurlijk. Dan kan je beter thuisblijven.
– Dat speelde dus blijkbaar geen rol bij het bepalen van je keuze. Maar er zijn andere factoren: studeren b.v.?
Ulla Werbrouck (lacht):
Studeren doe ik ook al niet graag, dus dat was ook niet moeilijk!
– Maar je bent je er toch van bewust dat je van judo geen beroep kunt maken, tenzij als trainster of iets dergelijks.
Ulla Werbrouck (dromerig):
Trainster zou ik nog wel willen worden. Maar dan bij de kleintjes.
– Moet ik daaruit dan afleiden dat je na dit jaar (Ulla zit in haar laatste jaar humaniora) stopt met studeren?
Ulla Werbrouck:
Nee, toch niet. Ik zou kinesitherapie willen studeren. Maar wel met de nodige faciliteiten. In het middelbaar ben ik eens een jaar verloren door het judo en dat zou ik toch liever niet meer zien gebeuren. Oorspronkelijk zat ik immers op een katholieke school en men vond dat ik te veel afwezig was. Terwijl ik in vergelijking met nu bijna nooit afwezig was! Ze konden het gewoon niet verdragen, kom. Nu zit ik op de sportschool in Brugge, een rijksinstelling, en daar krijg ik wel de nodige faciliteiten en de medewerking van alle sportleraars en van het merendeel van de leraars die theoretische vakken geven.
– Hoe ziet je trainingschema er dan verder uit? Moet je dagelijks trainen?
Ulla Werbrouck:
Normaal zou ik dagelijks moeten trainen, ja. Maar dat doe ik niet. Daarvoor ben ik nog te jong. Ik wil nog leven ook. Tenslotte ben ik nog maar negentien en ik zou een leven als professional nog niet aankunnen. Normaal zou ik twee tot drie uur per dag moeten trainen. Ik kàn dat gewoon niet. Ik zit acht uur per dag op school, ik zit twee uur op de trein, als ik dan ook nog twee uur zou trainen, dan zou ik maar een half uur thuis zijn om te studeren. Dat is gewoon niet te doen. Daarom train ik vier keer per week, soms al eens vijf en voor een competitie zelfs zes keer, maar normaal gezien slechts vier keer.
– En waar train je dan?
Ulla Werbrouck:
Twee keer in Brussel met de nationale kern en twee keer hier in de streek. Soms ga ik ook nog naar Frankrijk trainen of naar Gent of Oostende, altijd op zoek naar waardige sparring-partners. Meestal vecht ik trouwens met jongens.
– En?
Ulla Werbrouck:
Dat ligt soms heel moeilijk, ja. Zij kunnen er niet tegen dat ze ook al eens tegen de grond gaan. In zo’n geval beginnen ze dan met kracht te vechten en dat komt ons hoegenaamd niet van pas. Nochtans leer je in het judo letterlijk met vallen en opstaan.
– Hoe ligt de kwaliteitsverhouding tussen jongensjudo en meisjesjudo, afgezien van dat krachtaspect?
Ulla Werbrouck:
Als ze niet te veel kracht gebruiken, kunnen wij wel met jongens uit onze eigen categorie vechten. Dan is het niveau op Belgisch vlak bijna hetzelfde. Normaal gesproken kunnen we met een partner van 78kg niets aanvangen. Dan gaat de kracht te zeer doorwegen. Maar soms kan je die toch nog wel eens gooien, als hij niet oplet. En eentje van 65kg die is dan weer te snel. ’t Is niet altijd makkelijk een juiste partner te vinden.
– Tegen wie zeg je het. Daarover gesproken, heb je ook dààraan gedacht, als je die stap naar de topsport heb gezet?
Ulla Werbrouck (spottend):
Trouwen? Ik? Ziet ge mij al met een ringske? Thuis met mijn ventje en een kindje? Ik zie dat niet zitten, hoor. Ik leef te graag. Ik zie genoeg meisjes in mijn klas die al twee jaar serieus verkeren en dat is duidelijk niets voor mij, dat kan ik je wel zeggen. Altijd dezelfde jongen, dat wil ook zeggen altijd dezelfde problemen. Wat heb je daar nou aan? Ja, je hebt iemand die voor je zorgt, die een auto heeft en voor je betaalt als je uitgaat, maar wat dan nog? Ik profiteer liever van het leven.
– Ik vraag me af wat Gella Vandecaveye daarvan zou zeggen. Enerzijds zit die wel populaire Stef uit te hangen bij Marc Uytterhoeven, maar anderzijds komt ze in het KTRC getuigen over haar geloof! Ingrid Berghmans daarentegen heeft haar vrijers altijd in het judo-milieu gezocht…
Ulla Werbrouck:
Dat is toch normaal? Als je nu naar een discotheek gaat b.v., wie zit daar dan? De niet-sportievelingen, neem ik aan. Allemaal zo van die magere sprietjes, terwijl ik nu eenmaal op brede gasten val die goed gebouwd zijn. En op een paar uitzonderingen na vind je die niet in een discotheek.
– Straks ga je me nog vertellen dat Sylvester Stallone je schoonheidsideaal is!
Ulla Werbrouck:
Zo erg moet het nu ook weer niet zijn. Van body-building moet ik niets weten. Maar goed gebouwd. Iemand met een buikje b.v. die stuur ik zeker wandelen.
Waarop ik prompt aanzette voor een frisse wandeling door Izegem. Wéér niet gelukt!
Toch zou het nog enkele jaren duren vooraleer Ulla voetballer Dimitri Himpe van S.K.Deinze aan de haak zou slaan. Ze hebben ondertussen drie kinderen. Ulla zat op dat moment ook in het parlement. Ze was één van de weinigen die verkozen werden op de Lijst De Decker.
In de zomer van 2016 ontmoette ik haar opnieuw op het terras van het restaurant van camping Blaarmeersen. Het mag dus duidelijk zijn: ze werkt daar nu. Ofwel in de Topsporthal, ofwel in het Huis van de Sport. Op haar 44ste vond ik er haar nog altijd verschrikkelijk sexy uitzien. Veel meer dan toen ze amper negentien was en ik haar ging interviewen in haar ouderlijk huis in Izegem. Maar ik heb haar daar uiteraard niet over aangesproken, want ze zal zich dat zeker niet meer herinneren.

Referentie
Ronny De Schepper, Judoka Ulla Werbrouck: een Vlaams sportjuweel, Graffiti februari 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.