Ook dertig jaar geleden heeft de Vlaamse Vereniging van Radio- en TV-critici haar jaarlijkse prijzen toegekend. Maar nog vóór het zover was, hing ik in De Rode Vaan al even de waaghals uit door toch al met de mogelijke winnaar van de « Klokke Roeland » (de radioprijs dus) uit te pakken, namelijk « De Taalstrijd », het « vrolijke gevecht met het Nederlands » dat om de veertien dagen op zondagmorgen om 11 u. in de Antwerpse stadsschouwburg werd ingeblikt en wekelijks eveneens op zondagmorgen, maar dan om 9.30 u., door BRT 1 werd uitgezonden als aanloop tot de eucharistieviering. Een gok dus, o.m. gebaseerd op onze persoonlijke keuze die we op desbetreffende bijeenkomst met vuur zullen verdedigen. We vroegen aan het vrouwelijke panellid Miriam Thijs wat ze daarvan vond…

Miriam Thijs (lacht): Ja, wat kan ik daarop zeggen ? Dat ik dat fijn vind, zeker ? « De Taalstrijd » lijkt nogal aan te slaan bij een aantal mensen.
— Hoelang gaat men er nog mee door ?
M.T. :
Zeker één jaar, dat was zelfs de bedoeling nog vóór men wist dat het zo zou aanslaan. Daarom veronderstel ik nu dat men zal doorgaan zolang het goed in de markt ligt. Het enthousiasme bij de groep zelf is alleszins nog groot genoeg.
— Als een programma populair is dan wordt er op trein en bus vaak over gesproken en al vlug zit men dan al in de afdeling « roddels »…
M.T. :
Zijn er al roddels ? Wat fijn ! Laat horen.
— Jullie reageren altijd zo onnatuurlijk vlug hoort men sommigen, die blijkbaar in de waan zijn dat het rechtstreeks gaat, mopperen…
M.T. :
Ja, daar zorgt uiteraard de montage voor, die hier en daar wat stilte uitknipt. Maar echt grote stiltes zijn er toch niet, hoor. Het gaat vlug omdat er publiek bij is, omdat er gelachen wordt. We reageren op mensen in de zaal. Maar er worden natuurlijk wel dingen uitgeknipt. Dat is ook logisch want wij nemen telkens ongeveer drie kwartier tot één uur op, terwijl er maar 25 minuten worden uitgezonden. Zo nemen we een aantal spelletjes dubbel op, omdat er altijd wel iets verkeerd kan gaan en ook omdat er hier en daar wel eens minder grappig op wordt gereageerd. Dat gebeurde bij « Namen Noemen » ook, zij het minder, omdat knippen in een televisieband natuurlijk moeilijker is.
— Er wordt misschien wel meer geknipt dan bij « Namen Noemen » maar toch minder gesjoemeld, neem ik aan ?
M.T. :
Bij « De Taalstrijd » wordt er helemaal niet gesjoemeld. Buiten het huiswerk dat we kunnen voorbereiden, weten we hoegenaamd niet wat men ons zal voorschotelen. Bovendien, bij « Namen Noemen » heb ik ook nooit gesjoemeld, hoor ! Maar het gebeurde wel. Persoonlijk vind ik dat jammer. Ik vond het leuk om het te spelen, maar blijkbaar waren er mensen die het meer als een prestigezaak zagen. Of die er lang wilden inblijven.
— Daar ben je nu alvast van verlost : het komt er eigenlijk niet op aan van het juiste antwoord te geven ?
M.T. :
Nee, je mag de grootste onzin verkopen, we blijven met een vast panel werken. Dat is veel makkelijker, veel ontspannender.
— Ondanks het feit dat het er niet op aankomt het juiste antwoord te geven, valt het op dat dit vaak door jou gebeurt. Daar wordt ook over geroddeld : men zou je de antwoorden influisteren…
M.T. (komt haast niet meer bij):
Welnee, ik denk dat het gewoon komt omdat ik heel graag spelletjes speel, zodat ik daar misschien wel beter in ben dan sommige anderen. Maar ik denk toch dat Guy Mortier evenveel goede antwoorden geeft als ik. Trouwens, misschien lullen de anderen liever gewoon wat af. Marc Uytterhoeven deed dat b.v. al in « Namen Noemen ».
— Net als jij heeft Uytterhoeven er wellicht wel zijn lidmaatschap van het Taalstrijd-panel verdiend. Ook schrijvers gingen plotseling meer verkopen, zangers mochten meer optreden enz. En Miriam Thijs ? Die is normaal in de theaterwereld actief, als ik me niet vergis…
M.T. :
Ik was al een beetje bekend bij de jongeren door de « P.V.B.A. Elektron », maar door « Namen Noemen » is die naambekendheid nog gegroeid, ja. Op die manier kom ik in de publiciteitswereld nogal eens aan de bak als stem. Maar die regie voor « Carte postale » van Stekelbees, waarover je het vorige week nog hebt gehad in deze rubriek, die had daar niks mee te maken. Dat was gewoon omdat deze mensen vroegere regies van mij. o.a. bij AKT-Vertikaal, hadden gezien en mijn visuele aanpak hen wel aansprak.
Toch verdween Miriam vrij vlug van het scherm. Eerst was ze nog een tijdlang werkzaam op de radio. Zo presenteerde ze anderhalf jaar ‘Bistro en Co’, het culinaire radioprogramma op de donderdagochtend. Toch heeft dat van haar nog geen keukenprinses gemaakt en daar is ze heel blij om.
M.T. :
Ik blijf nog steeds een leek in de keuken. Tot voor een paar maanden wist ik zelfs niet hoe je bloemkool moest invriezen. Dat was ook de reden waarom ik het programma eerst niet wilde presenteren. Wie is er bovendien ’s morgens om acht uur in hemelsnaam geïnteresseerd in het bereiden van niertjes of vis ? Daarom zitten er zoveel gasten en straatinterviews in het programma. Met ‘Bistro en Co’ maken we geen kookprogramma, maar wel een show over eten. Hoewel ik geen specialist terzake ben, eet en kook ik dolgraag. Het liefst van al maak ik gerechten klaar die ik op reis heb leren kennen.
Bij één van die straatinterviews deed er zich iets grappigs voor. Ik had haar zien staan in het Sint-Pietersstation en aangezien het altijd een plezier was om Miriam eens tegen te komen, liep ik op haar af en gaf haar een klapzoen. Pas dan merkte ik dat ze eigenlijk “aan het werken” was. Oeps!

21 miriam thys

Dat moet zo ongeveer in dezelfde periode geweest zijn toen ik in het kader van de Jeugdboekenweek 1989 naar haar lievelingsboek vroeg…
M.T. :
Daarover wil ik toch eens diep nadenken. Ik heb zovéél boeken gelezen, een boek per dag mag je wel stellen. Dat ik niet echt één lievelingsboek heb, dat is ondertussen natuurlijk wel duidelijk, want anders was het me reeds te binnen gevallen. Als ik heel klein was, las ik van die « Tiny » – toestanden, wat ik wel erg grappig vond. Ook veel stripverhalen : « Suske en Wiske » of « Piet Pienter en Bert Bibber ». En daarvoor nog die fameuze « Flintstone »-boekjes, waarvan ik er telkens eentje kreeg als ik niet had gehuild bij de tandarts. Ik ging in die tijd véél naar de tandarts, ik moet toen een jaar of vijf, zes geweest zijn. Van lezen was er dus nog geen sprake, al kon ik wel reeds lezen nog voor ik in het eerste studiejaar zat. Als ik een jaar of elf was — dus zowat één of twee jaar ouder dan op de foto — dan verslond ik alle boeken van Karl Marx, of was het Karl May? Dat weet ik nog heel goed want die speelde ik dan na op de speelplaats met de andere kinderen. Eigenlijk waren dat mijn eerste regies. Zelf was ik altijd Old Shatterhand en m’n beste vriendin was Winnetou, het was immers jammer genoeg een meisjesschool. Maar een jaar later was ik de kinderboeken reeds ontgroeid. Ik las zoveel dat ik nogal vlug door de goeie kinderboeken heen was. Ik las ook ontzettend snel, één boek per avond in bed, wat sneller is dan nu — of misschien léék dat alleen maar zo. Maar ik moet hoe dan ook zo’n twaalf jaar geweest zijn als « Het huis van Mama Pondo » van Aster Berkhof reeds een grote indruk op mij maakte. Niet dat ik zo’n fan van Berkhof was, maar dàt boek heeft me erg ontroerd.

Referentie
Jan Draad, Miriam Thys aan het lijntje, De Rode Vaan nr.4 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.