On this date in 1927, the first national opera broadcast over a network from a US opera house took place. The opera was Gounod’s Faust, performed in Chicago (bovenstaande foto). Ik neem aan dat dit ook de eerste uitzending ter wereld was, maar als iemand mij kan tegenspreken, wil ik dat graag horen. Met het uitzenden van een opera via de radio, komen we sowieso bij het fenomeen “concertante opera’s” terecht (want de luisteraars kunnen uiteraard niets meenmen van de enscenering) en daarover wil ik het hieronder even hebben…

Het zal wel nog niet veel voorgekomen zijn dat een dirigent de grote « vedette » is van een opera-uitvoering, maar naast de onmiskenbare kwaliteiten van Uwe Mund zal ook de vorm (« concertante uitvoering ») wel een rol hebben gespeeld. Inderdaad, hier werd geen toneel gespeeld, maar de zangers zaten in galakostuum vóór het orkest en zongen als bij een oratorium hun tekst van het blad. Het verhaaltje werd tussendoor voorgelezen door Jan Joris op tekst van… algemeen directeur Alfons Van Impe !
Een goedbedoelde poging van deze laatste wellicht om zich wat meer in de operawereld te integreren, maar helaas niet geslaagd. Uit de rommelige samenvatting moesten we wel afleiden dat het hele libretto nog een veel grotere rommel was, zodat we wel achter de optie staan om deze opera van Weber « concertant » te brengen, ook al beweren boze tongen dat het eerder met bezuinigingen dan met artistieke overwegingen heeft te maken. Muzikaal kwam het geheel aldus beter uit de verf (al vergt het van de dirigent wellicht een engelengeduld om ongegeneerd geeuwende en grappen en grollen verkopende violisten tot een behoorlijke prestatie op te zwepen), maar vocaal waren de prestaties nogal mat, wellicht omdat de dramatische contekst helemaal verloren was. Enkel Sabine Hass als Rezia kon ons (vooral na de pauze) boeien, ook al deed Josef Baert (Scherasmin) eveneens goed zijn best om zijn rol een beetje uit te diepen. Zijn liefje Mireille Capelle (Fatime) beantwoordde zijn avances echter niet, terwijl ook de andere meisjes (Marceline Keirsbulck en Katarina Moesen) er voor spek en bonen bij liepen. Lachebek Volker Horn kon in de titelrol ons wel bekoren, maar (plots ingevallen als hij was voor Zeger Vandersteene) hij leek ons niet goed geïntegreerd in het geheel (op een bepaald moment miste hij ei zo na zijn aanzet). De grootste tegenvaller was echter Arley Reece in de nochtans belangrijke partij van Hüon. Is zijn stem versleten of was hij, zoals onze Belgische wielrenners, « in een slechte dag » ?
Het aantal uitvoeringen van opera’s in concertvorm neemt overigens gestadig toe. Vroeger was dit een rariteit, maar wegens de besparingen waar zowat ieder operagezelschap aan toe is, werd het noodgedwongen een échte modetrend. Wij zijn er nooit voorstander van geweest omdat wij vinden dat opera een kunstvorm is die in al zijn facetten moet beleefd worden.
Als het dan echter toch zo moet zijn, zou men op z’n minst de nodige informatie mogen verschaffen. Een volledig gebrek hieraan moesten wij evenwel ervaren bij de concertante uitvoering van « Le Rossignol » van Igor Stravinski door het gezelschap van de Munt, in de Singel te Antwerpen. Zelfs de rolverdeling en de korte inhoud van het werk ontbraken in het programmaboekje. Hoeveel procent van de toeschouwers zullen hier geweten hebben waarover het mooie sprookje van de nachtegaal gaat ? Van de tekst-gebonden muzikale finesses kwam niets over en de zaal zat er ongeïnteresseerd bij. Spijtig, want de bezetting was uitstekend met Britt-Marie Aruhn, Guy de Mey, Christian Jean. Marcel Vanaud. Jules Bastin e.a. Ook de koren en het orkest van de Munt klonken uiterst subtiel.
Uitstekende informatie krijgt men daarentegen bij elke opera-uitvoering van de reeks zondagnamiddagconcerten van de KRO in de concertzaal Vredenburg te Utrecht. Zo konden wij bij de uitvoering van « De Maagd van Orleans » van Tsjaikovsky stapsgewijs de handeling volgen. De keuze van de solisten geschiedde ook hier met veel zorg : Sarah Velden, William Cochran, Mary Willems, Henk Smit, Gyorgy Melis, Dimiter Petkov, Ulric Cold e.a. Zonder meer een glorieus ensemble dat men gerust op plaat kan vastleggen als geschenk aan de abonnees van volgend speeljaar.
Tot slot moeten wij ook nog het galaconcert in de OVV van Ingrid Kremling vermelden. Met een halflege zaal was er – althans in Gent – weinig « gala » aan, maar gelukkig maakte het programma zelf een en ander goed. Kwam het eerste gedeelte niet echt uit de startblokken (Kremling kan bezwaarlijk gelden als het prototype voor de Mozart-uitvoeringen die dit deel moesten schragen), dan waren de « Vier letzte Lieder » van Richard Strauss na de pauze werkelijk grandioos. Ook het Antwerpse orkest o.l.v. Frits Celis was nu trouwens veel beter op dreef.
78 ivan dudalGastsolist Ivan Dudal (uit het Gentse orkest) droeg trouwens ook zijn steentje bij met een stijlvolle vertolking van Strauss’ hoboconcert. Al kunnen we hem wel aanraden om in het vervolg wat te gaan joggen met Ivan Sonck. Want met al onze « verheven » bedenkingen plegen we wel eens te vergeten dat sommige culturele prestaties aardig in de nabijheid van een sportieve inspanning komen…

Referenties
R.D.S., Concertante uitvoering van « Oberon » van Carl-Maria von Weber, De Rode Vaan nr.37 van 1983
W.M. & R.D.S., Opera’s in de concertzaal, De Rode Vaan nr.14 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.