Marco Rizzi is viool beginnen spelen op zes jaar. Hij heeft een broer die dirigent is (Carlo?) en een zus muzieklerares, maar komt toch niet uit een muzikale familie. Hij is concertmeester geweest van het Europees jeugdorkest en heeft een tijdje in Nederland gewoond (in Utrecht, waar hij bij Viktor Libermann heeft gestudeerd). Tijdens de Elisabethwedstrijd van 1993 woonde hij opnieuw in Milaan.

Hij houdt vooral van Brahms, Schubert en Schumann, maar toch houdt hij ook van Bach, maar op authentieke instrumenten kan hij het niet spelen. Hij zoekt naar een barokinterpretatie op een moderne viool, zegt hij. Misschien weerspiegelde zich dat in zijn halve finale, waarin zijn Mozart niet je dàt was, maar de cadenza dan toch weer wél (alhoewel, in de schiftingen ging er bij zijn cadenza bij Vieuxtemps juist iets mis). Als finalist speelde hij Debussy en Brahms, zijn lieveling dus, wat je volgens mij ook kon horen, al vonden de “kenners” het te traag en te zacht (hij “verdween” in het orkest). Oorspronkelijk was dit overigens wel een symfonie, zodat deze interpretatie aannemelijk is. Het orkest kreeg trouwens van Rudolf Werthen een pluim voor de uitvoering (“Het is lang geleden dat ik ze nog zo goed heb gehoord“), al vond Henry Raudales anderzijds dat Ronald Zollman te weinig weerwerk bood, zeker omdat Rizzi zélf al te weinig bood. Maar misschien had een en ander ook te maken met het applaus van het publiek na het eerste deel. Debussy heeft hij gekozen voor het contrast (begeleider was Daniel Blumenthal, die traditiegetrouw zeer dicht bij de violist bleef, maar omgekeerd keek deze niet naar hem om). Hij heeft het opgelegd stuk gestudeerd zonder te weten wie de componist was. Het toeval wilde dat hij in de halve finale ook “Alternanza” van Paul-Baudouin Michel reeds had moeten creëren. In de schiftingen speelde ook hij de halsbrekende maar haast lachwekkende variaties van Ernst op het Ierse volksliedje “The last rose of summer”. Toch maakte hij in de schiftingen méér indruk dan tijdens de halve finale. Hij wordt over het algemeen beschouwd als een te koele muzikant die het meer van virtuositeit moet hebben. Alhoewel. Bij Debussy was dit laatste zeker niet het geval en het eerste natuurlijk weer wél. Uiteindelijk werd hij achtste. Voor mij zou hij pas twaalfde zijn geworden. Hij speelde op een Vuillaume uit 1850.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.