Het is al vijf jaar geleden dat Gustav Leonhardt, de tegenpaus van de authentieke uitvoeringspraktijk (de échte paus zijnde Nikolaus Harnoncourt) is overleden. Jos Van Immerseel wou bij hem geen les volgen, alhoewel het zijn groot idool was. Maar hij wou geen Gustav Leonhardt-cloon worden, zei hij. En ook voor Philippe Herreweghe was hij een inspirerend voorbeeld: “Een belangrijke volgende stap was dat ik via Ton Koopman in contact kwam met Gustav Leonhardt in Amsterdam, waar de barokbeweging op dat moment volop bloeide. Van hem heb ik ten eerste vooral het respect voor de muziek als zodanig geleerd. Dat leer je niet in het conservatorium. Daar moet muziek beantwoorden aan het romantische ideaal met virtuozen e.d. En op technisch gebied heb ik vooral van zijn heel speciale ritmiek geleerd. Een soort precisie die nauw verwant is aan jazz, terwijl het conservatorium veel meer harmonisch is gericht.”

Ik moet eerlijk toegeven dat ik minder vertrouwd ben met de dirigent Gustav Leonhardt. Nochtans vond hij daarin een grote voldoening: “Als je zelf speelt, heb je alles in de hand. Maar als je met een goed ensemble werkt, kan de vervulling even groot zijn. Ik vind het wel een beetje beschamend. Je ziet die mensen voor je de moeilijkste dingen doen, en nog samen ook. Ze werken zich te pletter, en ik sta daar dan maar wat te dirigeren.” (De Standaard, 25/7/1998)
In 1972 richtte hij La Petite Bande op samen met Sigiswald Kuijken. Oorspronkelijk louter als gelegenheidsproject bedoeld voor de opname van “Le Bourgeois Gentilhomme” van Lully (vandaar de naam, want dit was ook de naam van de groep waarmee Lully aantrad voor het hof van Lodewijk XIV) groeide dit uit tot een internationaal vermaard orkest dat zowel qua interpretatie als qua klankbeeld zo getrouw mogelijk de barokmuziek wil doen herleven zonder daarbij in een strak academisme te vervallen. Na Lully werden eerst andere Franse componisten (b.v. Rameau) “aangepakt” en nadien Italianen als Vivaldi en Corelli. De grote doorbraak zou echter komen met de vertolkingen van composities van Johann Sebastian Bach, zoals de Johannes- en de Matthäuspassion, zijn vioolconcerten (met Sigiswald als solist) en een versie van de Brandenburgse concerten met een gelegenheidsorkest zonder naam (als er wel een Zangeres Zonder Naam kan zijn, waarom dan geen Orkest Zonder Naam?), waarvoor Gustav Leonhardt de eindverantwoordelijkheid had, al werd hij wel door Kuijken en Frans Brüggen bijgestaan voor resp. de strijkers en de blazers die dan ook uit hun resp. orkesten werden gekozen.
Toen hij reeds 81 jaar oud was, gaf Gustav Leonhardt een interview aan “Staalkaart” (de opvolger van “Muziek en Woord”). Meer bepaald de inleiding trok mijn aandacht. De interviewer (Stefan Grondelaers) stelt namelijk de vraag of protestanten soms een voetje voor hebben bij de interpretatie van Bach, iets wat mij ook al bezighield toen ik Hidemi Suzuki ging interviewen.
“Ik geloof het wel,” antwoordt Leonhardt. “Sinds Luther en Calvijn heeft men ontdekt dat er weinig christelijks schuilt in wat de katholieke kerk door de eeuwen heen bij elkaar geschooid heeft. Een protestant richt zich daarom op de boodschap zelf, en laat zich geen knollen voor citroenen verkopen. Door die achtergrond en training zal een protestant de betekenis van Bachs muziek gemakkelijker herkennen en adequater kunnen vertolken. Het geloof geeft hoe dan ook kracht: wie gelooft is zich bewust van het goede als een gave die men nog kan verwerven.”
Waarop Grondelaers terecht vraagt: “Worden we dan slecht geboren?”
We worden slecht geboren,” bevestigt Leonhardt, “en wat we goed doen, doen we goed uit inspiratie. Het Rousseauiaanse idee dat mensen goed geboren worden draait die causaliteit om en is daardoor de aanleiding geweest voor de meest moorddadige revolutie ooit.”
Alhoewel ik meen dat Leonhardt hiermee op de Franse Revolutie doelt, kan men hetzelfde natuurlijk zeggen van socialistische revoluties want ook Marx vertrok van het denkbeeld dat de mens in se goed is en dat de maatschappij hem slecht maakt. Hij dacht dus met een nieuwe maatschappij ook een ander menstype te kunnen creëren (ons aller Che Guevara heeft hierover nog geschreven). Ondertussen weten we allemaal wat daarvan aan is. We “vierden” (ik zou liever zeggen: “herdachten”) nog niet zo lang geleden trouwens ook dat het 25 jaar geleden was dat het communisme in Oost-Europa werd omvergeworpen door mensen die liever naar MTV keken dan naar Gustav Leonhardt te luisteren en zich met bekwame spoed naar de Reeperbahn begaven om daar massaal porno in te slaan. De “nieuwe mens” van Marx en Guevara bleek dus ontstellend goed op de “good old boy” van het kapitalistische westen te lijken…
En zo heb ik dus alsnog ervaren dat er een calvinistisch trekje in mij zit. Een mens (nieuw of minder nieuw) is blijkbaar nooit te oud om te leren…

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.