Raymond Thielens maakt mij erop attent dat op 8 januari 2017 de Brits-Indiase zanger Peter Sarstedt is overleden op 75-jarige leeftijd. Uit een verklaring van zijn familie aan de BBC blijkt dat hij al zes jaar ziek was, hij leed aan een zeldzame hersenziekte. Sarstedt werd geboren in India, waar zijn ouders werkten voor het Britse bestuur van de toenmalige kolonie. In 1954 verhuisde de familie naar Engeland. Sarstedt was een broer van de zangers Robin Sarstedt en Richard Sarstedt (alias Eden Kane).

Een jaar na Don Partridge kende ook een andere “streetbusker” zijn “moment de gloire”. Peter Sarstedt volgde zijn vriend Robin van Parijs naar Kopenhagen en werd daar verliefd op een Deense schone. “You talk like Marlene Dietrich,” zei hij tegen blonde Anita en hij vond de zin te mooi om zo maar te laten passeren. Na een typische sixties-party waarop hij zowat vanalles had geprobeerd wat al dan niet verboden was, voelde hij plotseling de aandrang om vertrekkende van die zin een verhaal te verzinnen over een meisje van de straat dat het uiteindelijk tot miljonairsvrouw had gebracht. “But where do you go to, my lovely, when you’re alone in your bed?”
In Parijs was Sarstedt opgemerkt door Michel Polnareff en toen deze zijn “La poupée qui fait non” in een Engelse versie ging opnemen bij Ray Singer, vertelde hij van die Engelse straatzanger, die het zou kunnen “maken”, als hij maar zou willen. Singer kwam via Robin het adres van Anita te weten en vroeg Sarstedt een aantal van zijn nummers op te sturen. Enkele weken later werd de jongeman uitgenodigd om in Londen “Where do you go to, my lovely” te komen opnemen.
Aangezien het verhaal van het liedje zich in Parijs afspeelde, wilde Singer zo’n typisch Frans accordeon-geluid als begeleiding. Diverse sessie-muzikanten werden ingehuurd, maar geen van allen slaagde erin “Frans” te klinken. Tot Singer op een dag een vijftigjarige, blinde accordeonist tegenkwam in “the streets of London”. Deze klonk wél Frans, want hij wàs ook Fransman. Zijn naam herinnert hij zich echter niet meer en na de opname heeft hij de man ook nooit meer teruggezien.
Ondertussen had Sarstedt in Londen onderdak gekregen bij Chris Peers (niet de Belgische ex-wielrenner natuurlijk, want die zou pas twee jaar later geboren worden), die zich tevens als manager opwierp. Dat viel echter niet mee. Sarstedt weigerde net als Partridge mee te draaien in het circuit. Hij kwam te laat op persconferenties, verscheen niet op afspraken voor interviews. Toen hij een eigen zaterdagavondshow op de BBC weigerde, was voor Peers de maat vol. “Er was geen beginnen aan,” zegt Peers in het Nederlandse TV-programma “Single Luck”. “Rond die tijd werkte ik ook met Rod Stewart. De grootste vrek die ik ooit heb ontmoet, maar ook bezeten met een onwrikbare wil om er te komen.”
Die vergelijking met Rod Stewart kwam niet uit de lucht vallen. Ook Stewart heeft nog als “streetbusker” gewerkt. Zo trok hij in het begin van de jaren zestig als straatzanger door Europa samen met de Engelse folkgitarist Wizz Jones, die nu nog steeds geregeld op doortocht is in de folkkroe­gen van ons land.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.