Bij het begin van het seizoen 1976-77 wordt Jacques Van Schoor directeur van het NTG. Hij stelt Anita Van den Berghe aan om wat te doen aan de teruglopende belangstelling. Met haar team van medewerkers (waarbij o.m. Jan Seurinck) slaagt ze er even in het gemiddelde op te drijven tot 300 per voorstelling, maar na enige tijd zakt het opnieuw. Ikzelf woonde toen nog niet in Gent en schreef dus ook nog geen recensies voor De Rode Vaan (al werkte ik daar wel al), dat deed Firmin De Gryse. Ik deed wel de eindredactie. Een paar titels komen mij dan ook nog min of meer bekend voor. Zo o.a. “Het proces” van Peter Weiss naar de bekende roman van Franz Kafka in een regie van Walter Tillemans. Ik heb zelf ook een uitgebreide bijdrage geschreven over “Het proces” (*), maar dat was enkele jaren later, n.a.v. een tournee van het gezelschap “The Cherub Company” met een toneelbewerking van de in Londen woonachtige Pool Andrew Visnevski. Met deze voorstelling behaalde de Cherub Cy in september 1980 in Edinburgh “The Fringe First Award”.

Franz Kafka (1883-1924) is een Oostenrijker van Tsjechisch-joodse afkomst. Pas na zijn dood publiceerde zijn vriend Max Brod drie grote onvoltooide romans : Der Prozess (1925), Das Schloss (1926) en Amerika (1927), ook een bundel vertellingen : Beim Bau der chinesischen Mauer (1931). Telkens met als thema : zware psychische druk; vereenzaming; levensangst; verlangen naar waarheid en geloofszekerheid, dat echter strandt op de ontoegankelijkheid van het Absolute.
Op de morgen van zijn dertigste verjaardag wordt de bankprocurator Josef K. wakker en ondervindt dat i.p.v. het dienstmeisje van het pension een onbekende man in zijn kamer is binnengekomen.
Iemand die tot nog toe het rustige en vrij stabiele leven van een gewone burger leidde (hij staat op het punt onderdirecteur te worden van zijn bank) wordt opeens uit zijn rust opgeschrikt. Twee omstandigheden zijn daarbij van belang : het gebeurt in de vroege morgen, wanneer hij nog niet in de tredmolen van het leven loopt en het is op zijn dertigste verjaardag, vanzelf een moment van bezinning. Wat met hem gebeurt, is dat hij wordt overvallen door de vraag naar de zin van het leven, dat hij wordt opgeroepen voor de rechtbank van zijn geweten.
De tweede zitting van het “proces” vindt plaats op een zondag : Josef K. heeft een adres gekregen en hij komt in een voorstad in een grote huurkazerne. Omdat hij er beschaamd over is naar de rechtbank te vragen, verzint hij een naam (namelijk van een zekere timmerman Lanz) waar hij bij moet zijn. Nu blijkt deze inderdaad ook in die huurkazerne te wonen en bovendien bevindt de rechtbank zich in zijn huis : de rechtbank (het geweten) volgt de mens in alle kronkelingen, ook daar waar hij probeert zich aan die invloed te onttrekken.
Een oom, die ingelicht werd, vindt dat hij zich moet verdedigen en hij brengt hem in contact met een advocaat, Huld. Hoewel deze ziek ligt, wil hij hem wel helpen als hij alles aan die advocaat overgeeft. Hij zal wel de kans zien het proces te rekken en zelfs tijdelijk vrijspraak weten te bekomen. Terwijl de advocaat nog met zijn oom praat, loopt K. de gang in en ontmoet daar het dienstmeisje Leni, dat hem verleidt.
K. constateert dat zijn geweten begint te spreken. Er blijven hem echter nog mogelijkheden over. De eerste is gesymboliseerd in Leni, nl. zich op zijn hartstocht laten gaan en daardoor elke gedachte aan iets beters gewoon het zwijgen opleggen. De tweede is gesymboliseerd in advocaat Huld, nl. proberen zijn schuld op anderen af te schuiven. (Het merkwaardige is dat “Huld” betekent “genade” en hoogstwaarschijnlijk heeft Kafka daarmee bedoeld dat de godsdienst voor sommige een manier is om hun eigen verantwoordelijkheid uit de weg te gaan).
De kern van het hele boek zit in de parabel “Vor dem Gesetz”. K. ziet zijn schuld in en deze bestaat er vermoedelijk in dat hij nooit een poging heeft gedaan om tot de werkelijke zin van het leven door te dringen. Zakelijk is hij een geslaagd man, een doorsnee-burger, maar hij heeft nooit geprobeerd de kern van het leven te vatten.
De parabel van de wet of de parabel van de deurwachter is de volgende : een man uit de vreemde verschijnt voor de deur van het gerecht, nl. de plaats waar menselijkheid en eeuwigheid elkaar ontmoeten. De deur staat wijdopen en er valt licht naar buiten, maar de wachter verklaart dat zijn tijd om binnen te gaan nog niet gekomen is. De man gelooft de woorden van de wachter, die deze staaft met : « Ik ben machtig, alhoewel ik de laagste wachter ben ». De man berust in zijn lot.
Hij vergeet daarbij zelfs het gerecht en alleen wanneer de dood hem bedreigt, vraagt hij aan de wachter waarom niemand al die jaren geprobeerd heeft binnen te geraken. Hierop is het antwoord : « Deze toegang was alleen voor jou bestemd ».
Op de vooravond van zijn 31ste verjaardag komen twee heren K. afhalen om het vonnis te voltrekken. Hij gaat gewillig met hen mee. Onderweg echter welt nog één keer verzet in hem op, maar juist passeert Fraulein Burstner (waarop hij verliefd is geweest, maar die zich afwijzend tegenover hem gedroeg; zij gaf hem de hulp die hij nodig had, maar het is nooit tot een echte liefdesverhouding gekomen). Het zien van dat meisje doet hem inzien hoe verkeerd hij heeft gehandeld en daarom gaat hij nu vrijwillig mee. Het drietal arriveert bij een verlaten steengroeve en na een weerzinwekkend vertoon van beleefdheid steekt één der heren hem met een mes door het hart. K. aanvaardt de uiterste straf. Belangrijk is het einde : met gebroken ogen ziet K. een venster dat zich opent en waaruit iemand de handen naar hem uitstrekt. Dit betekent dat er een vonk van hoop overblijft : een lotgenoot ? een sympathisant ? (God ?). In elk geval, hij sterft toch niet anoniem.
Uiteraard is het een hele opgave om dit werk naar het theater toe te vertalen. Zo kunnen we vaststellen dat praktisch geen enkel personage ten voete uit getekend wordt, maar allen zijn ze uitstekend getypeerd door enkele schetsen, zowel van hun uiterlijk als van hun opvattingen e.d., waarbij beide ten nauwste met elkaar verbonden zijn. De dialogen zijn soms eerder een opeenvolging van monologen, maar langs de andere kant kan de auteur ook soms een gewoon alledaags gesprek tot zijn recht laten komen. De taal is typisch voor een bepaalde periode van de 20ste eeuw.
Er staat maar één persoon op het voorplan. Maar zelfs hij is eerder een type dan een individu (type van de zakelijke burger) en alle andere personages zijn ook types (van bepaalde symptomen uit de wereld die hem omringt) en vullen hem aan of contrasteren met hem.
Het begin en het einde vormen door hun parallellisme een afgerond geheel. Er is maar één ding tegen deze afsluiting van de cirkel in te brengen, nl. de persoon in het venster, want indien er nog hoop is, is het verhaal niet helemaal af en is de dood maar een kunstmatig einde en dan is het alleszins géén vicieuze cirkel. Het werk werd ook verfilmd in 1962 door Orson Welles met Anthony Perkins, Jeanne Moreau, Madeleine Robinson, Elsa Martinelli en Romy Schneider.
Over de hoofdfiguur in “Het Proces” zegt Peter Weiss zelf: “Jozef K. is in deze zaak de gearresteerde van zijn eigen klasse. Hij gaat dwars door de huizen van de armen, van de arbeiders. In hun ogen is hij, als vertegenwoordiger van de bank, een vijand. Maar het andere proces, dat zich hier tegen hem ontwikkelt en dat hem dichter bij de waarheid had kunnen brengen, dringt niet tot hem door. Hij blijft zitten tussen de fopspiegels van zijn establishment, dat hij voor onveranderlijk houdt. Aan zijn eigen zwakheid gaat hij bijgevolg ten onder.”
Een roman bewerken voor het theater stuit dikwijls op betwistingen,” stelt Firmin De Gryse. “Hier evenwel slaagt het Gentse gezelschap, onder leiding van Walter Tillemans, erin geest en inhoud van Kafka’s Proces te eerbiedigen. Wat dan ook de verdienste is van deze productie waarin de hoofdrol voortreffelijk wordt vertolkt door Jef Demedts“, die sinds december 1977, na een woelige periode in het NTG, waarnemend directeur is. In 1980 zal hij in die functie worden bevestigd. Ondertussen had hij in januari 1978 al een beleidsgroep opgericht met daarin regisseur Jean-Pierre De Decker, dramaturg Frans Redant en de acteurs Walter Moeremans, Herman Gilis en Hugo van den Berghe.

Referentie
Ronny De Schepper, Proces van een proces, De Rode Vaan nr.6 van 1982

(*) Op basis van de lessen van Anton van Wilderode.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.