Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat Assuntina Adelaide Luigia Modotti Mondini, beter bekend onder de naam Tina Modotti, is gestorven.

FEMME FATALE
Geboren in het Italiaanse Udine, kwam ze op negenjarige leeftijd met haar vader en oudste zus naar de Verenigde Staten om aan de armoede te ontsnappen. Haar moeder en vier overige kinderen bleven achter in Friule, maar ook de VS bleken niet het beloofde land: drie jaar later vinden we Tina reeds terug in een textielfabriek. Haar schoonheid sprong zozeer in het oog dat haar bazen erop aandrongen dat ze niet langer kleren zou màken, maar ze zou showen. Op die manier kon ze aan het harde fabrieksleven ontsnappen en het duurde niet lang of ze debuteerde enkele jaren later in Hollywood als Latijnse femme fatale in “The tiger’s coat” (1920).
Waarom besteedt dan uitgerekend “het internationalistisch centrum van het Verbond van Communisten in België” zo’n aandacht aan haar? Dat zal de keuze om haar op te nemen in onze reeks “voetnoten der geschiedenis” verduidelijken.
Dat niet enkel de bittere armoede en de kinderarbeid op de fabriek, maar ook deze Hollywood-passage zou bijdragen tot haar ontwikkeling tot een revolutionaire communiste is als volgt te verklaren. Als filmster werd ze uitgenodigd op diverse orgietjes, maar daar liepen in die tijd ook vaak progressieve kunstenaars rond. Zo trouwde ze in 1918 met de dichter en schilder Roubaix de l’Abrie Richey (wéér zo’n naam, vandaar dat hij Robo werd genoemd) en via hem leerde ze de beroemde fotograaf Edward Weston kennen wiens model en minnares ze werd (zie foto).
In het revolutionaire Mexico, waar via landhervormingen de kerkelijke privileges waren afgeschaft en de alfabetisering op gang kwam, vonden ze een toevluchtsoord voor hun ménage à trois. Toen Robo stierf aan de pokken in 1923, begon Tina zich te bekwamen in de fotografie. De foto’s van Tina mogen dan wel kunst zijn, ze zijn zeker niet “gekunsteld”. Het zijn integendeel beelden van alledaagse armoede, van menselijke miserie, van revolte. Alleen dat laatste leidde soms wel tot kitscherige toestanden. Diverse “stillevens” van “hamer en sikkel” b.v. Wat anderzijds niet belet dat Modotti ook op het technische vlak succesvol experimenteerde met bijna abstracte beelden van elektriciteitskabels, bamboeranken of rozenbladen.
Ook nadat Weston in 1926 opnieuw naar zijn gezin was vertrokken, bleef het huis van Tina Modotti een broeihaard van het muralisme. De schilder Diego Rivera (1886-1957), wiens model en “dus” minnares ze is geweest, leerde er b.v. zijn latere vrouw Frida Kahlo (1907-1954) kennen. Allen waren ze lid van de Mexicaanse communistische partij. Een tijdlang had Tina zelfs een verhouding met een lid van het Centraal Comité, Xavier Guerrero. En ook met Julio Antonio Mella, een jonge Cubaanse revolutionair, die op klaarlichte dag werd neergeschoten en in haar armen stierf.
FRIDA KAHLO
Dat alles maakte van Tina Modotti iemand van “de harde lijn”. Toen Rivera uit de partij werd gestoten wegens “Trotskisme” verbrak ze alle banden met hem. Een wel erg radicale daad, zeker als men er rekening mee houdt dat Rivera zelf hoegenaamd niet van Trotski hield, zij het dat dit niets met politiek te maken had, maar wel omdat deze in 1938 één van de minnaars van Kahlo was geworden. Iets wat Tina, of all people, toch wel moet geweten hebben! (*)
De verhouding tussen de dikke Rivera en de twintig jaar jongere, maar gehandicapte (**) Kahlo is overigens een verhaal op zich. Toen Rivera in 1939 ook Frida’s zuster Cristina had verleid, liet ze zich van hem scheiden, maar een jaar later liet ze zich door hem overhalen om opnieuw te trouwen. Ze stelde wel als voorwaarde dat ze geen seksuele relatie meer zouden hebben en dat ze in haar eigen onderhoud zou voorzien. Toch begon ze pas toen volop een Rivera-cultus uit te bouwen (***). Rivera zelf werd later opnieuw in de Communistische Partij opgenomen en ondernam in 1955 zelfs een reis naar de Sovjet-Unie, waar men een revolutionaire methode had ontwikkeld om zijn peniskanker te behandelen.
TROTSKI
Eén van Tina’s andere minnaars, Vittorio Vidali, wordt onder de naam Carlos Contreras vernoemd in de moord op Trotski himself. Sommigen beweren zelfs dat deze Contreras (via langzame vergiftiging) ook een hand heeft gehad in de voortijdige dood van Tina. Dat het deze zelfde Vidali was, die er na haar dood voor zorgde dat ze niet in de vergetelheid raakte door het fotoboek “Tina Modotti, garibaldina y artista” uit te geven is niet echt een bewijs van het tegendeel, want hij geeft zelf toe dat hij met wroeging opgezadeld zat. Zij het dan dat hij het wroeging noemt over het feit dat hij haar bij leven en welzijn nooit als kunstenares had gewaardeerd. Bovendien kwam hij pas in de jaren zeventig tot dat inzicht, nadat Mildred Constantine “Tina Modotti, a fragile life” had gepubliceerd.
Tina had Vidali in Moskou leren kennen, waar ze naartoe was gevlucht, nadat ze in 1930 uit Mexico was gezet. Ze werkten er samen voor de Internationale Rode Hulp en kwamen op die manier in 1936 in de Spaanse burgeroorlog terecht. Na de nederlaag in 1939 werden ze door de Komintern opnieuw naar Mexico gestuurd. Daar was weliswaar opnieuw een linkse regering aan het bewind, maar Stalin vond dat ze de Trotskistische invloed moesten tegengaan. In Mexico leefde ze in armoede, alleen de toenmalige Chileense ambassadeur, een zekere Pablo Neruda, bood haar af en toe een stevige maaltijd aan.
Door haar verzet tegen het niet-aanvalspact met Hitler werd ze echter zelf van trotskistische sympathieën verdacht. Ze kwijnde weg (eventueel dus “een handje geholpen” door Contreras), maar ze bleef toch vertaalwerk verrichten “voor de goede zaak”. Tot ze stierf, ’s nachts in een taxi.
Madonna (zelf ook van Italiaanse afkomst, vergeten we dat niet) maakt zich al jaren op om haar levensverhaal te verfilmen (als producer wordt Mick Jagger, ook een fan, geciteerd). Om zich in het amoureuze leven van Modotti te verplaatsen, zal deze alvast niet veel moeite hebben, maar wat het politieke engagement aangaat kunnen we haar misschien beter een paar standaardwerken bezorgen?

Ronny DE SCHEPPER

Zeer beperkte bibliografie
Jean-Marie Gustave Le Clézio, “Diego en Frida, de geschiedenis van een legendarisch paar” (De Geus/Epo, 1997)
“Tinisima, het leven van Tina Modotti” door Elena Poniatowska (uitgeverij De Geus/Epo)
Marc Reynebeau, Een eeuw Tina Modotti (1896-1942), Knack, 4 september 1996 (met uitgebreide bibliografie)

(*) Zowel Kahlo als Rivera vertellen dat ze Trotski bewust naar Mexico hebben gelokt om hem daar te (laten) vermoorden. Het is nooit duidelijk geworden of dit gewoon grootspraak was dan wel of er ook een kern van waarheid in zat.

(**) In haar jeugd had ze polio gehad, waardoor haar rechterbeen onderontwikkeld bleef. Dat trachtte ze niet te camoufleren, maar ze hing er integendeel vaak een belletje aan. Veel erger was echter een ongeval op 17 september 1925, toen ze door een tram werd overreden en waarbij een ijzeren staaf op een gruwelijke wijze door haar onderlichaam drong. Ze overleefde het enkel door maandenlang plat te blijven liggen. Het is in die periode dat ze is beginnen schilderen. Haar vader had voor haar immers een schildersezel ontworpen waarbij ze al liggend kon schilderen. Ze onderging 32 operaties, vooral omdat ze het vertikte stil te liggen tot de wonde was geheeld, zo is ze ook nooit echt genezen en had ze voortdurend pijn die ze met drank en drugs trachtte te onderdrukken. De korsetten die ze moest dragen beschilderde ze zelf met drukke motieven en landschappen. In 1953 moest haar rechterbeen worden geamputeerd omdat het was aangetast door gangreen. Dat dompelde haar in een depressie. Na een paar mislukte zelfmoordpogingen stierf ze zogezegd alsnog een natuurlijke dood op 13 juli 1954. Door het uitblijven van een autopsie en door het feit dat ze de dag nadien al werd gecremeerd, werden de geruchten gevoed dat het deze keer toch een geslaagde poging betrof.

(***) Op dat moment komt ze wel erg in de nabijheid van de verhouding die haar tijdgenote Dora Carrington (1893-1932) met de homofiele schrijver Lytton Strachey (1880-1932) had, vooral omdat Kahlo ook lesbische neigingen begon te vertonen, cfr.haar schilderij “Two nudes in a forest” uit 1939. Tot haar minnaressen worden Georgia O’Keeffe, Emmy Lou Packard en de actrices Dolores del Rio en Paulette Goddard gerekend. Opvallend is de afwezigheid van Tina Modotti.

Een gedachte over “Tina Modotti (1896-1942)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.