De Zweedse zanger en componist Benny Andersson, vooral bekend als de keyboardspeler bij Abba, viert vandaag zijn zeventigste verjaardag.

Hield u in 1968 ook zo van een zonnig liedje dat zowaar uit het koele Noorden kwam aanwaaien, namelijk “Sunny girl” van The Hep Stars? Wel dan was u een Abba-fan avant la lettre want in The Hep Stars zaten reeds pianist-componist Benny Anderson (die met het baardje) en gitarist-tekstschrijver Björn Ulvaeus. Lennon en McCartney als het ware.
Björn was eigenlijk lid van The Hootenanny Singers (één van hun hitjes werd door Lennaert Nijgh voor Boudewijn De Groot vertaald en bewerkt tot “De Noordzee”), maar toen hij eens gevraagd werd om in te springen voor een ziek groepslid, leerde hij Benny kennen en het klikte meteen. In 1970 brachten zij de elpee “Lycka” uit, waarop hun vriendinnen de Noorse Anni-Frid Lyngstad (**) en de (in vergelijking met de drie anderen) vijf jaar jongere blonde Agnetha Faltskog, die beiden reeds een solocarrière achter de rug hadden, meezongen. Ook zij waren tienersterre­tjes in Zweden (Agnetha zong zelfs in de Zweedse versie van “Jesus Christ Superstar”), maar Frida was al snel overgeschakeld op jazz.
Het waren respectievelijk Benny en Björn die beide zangeressen hebben “ontdekt” en in de officiële biografieën wordt het dan ook voorgesteld alsof dat het de normaalste zaak van de wereld is dat ze in die volgorde dan ook twee paren werden. De herrie die op het persoonlijke vlak hieruit later zal voortvloeien doet me echter wel een vraagteken plaatsen achter deze plotse opwellingen van huwelijksdrift.
Hun eerste single “Nina, pretty ballerina” uit 1973 werd nog uitgebracht door “Bjorn & Benny, Anna & Frida”. Net als een Zweeds nummer “Ring ring” (eveneens in 1973) dat ten behoeve van de internationale markt dan maar in het Engels werd vertaald door niemand minder dan Neil Sedaka (of beter gezegd: hij heeft hun gebrekkig Engels wat bijgeschaafd). Het contact is volgens Björn hier in België tot stand gekomen in een televisieshow. Oorspronkelijk dacht ik dat hij zich vergiste, want een show op de BRT waarin zowel een nog opkomend groepje uit Zweden zou gezeten hebben als een oude glorie uit de VS (de comeback van Sedaka met “Laughter in the rain” is pas twee jaar later), leek me onmogelijk, aangezien de BRT sowieso weinig aandacht besteedde aan popmuziek. Maar ik meen me nu te herinneren dat de RTB wél een goed popprogramma had in die tijd. En dat is óók België natuurlijk…
Hoe dan ook, toen ze in glitterpak het jaar daarop de slag bij “Waterloo” wonnen (ook wel het Eurovisiesongfestival genoemd) lag de wereld aan hun voeten, maar de critici waren terecht heel boos op de vercommercialisering van een in se sterke muzikale groep. De nogal links gerichte media in Zweden gingen zelfs op hun achterste poten staan. “Weten jullie wel hoeveel mensen er in Waterloo gesneuveld zijn?” vroeg de Zweedse journalist van dienst op de persconferentie na de overwinning.
Edoch, het leek er wel op dat de groep een strategie plande om z’n publiek op te voeden. Zo waren “I do, I do, I do” uit 1975 en “Fernando” uit 1976 nog van het George Baker-gehalte, maar met “Dancing Queen” (jaarwisseling 1976-1977) bewees de groep dat ze zowel de critici als het grote publiek konden tevreden stellen. Over “Chiquitita” (keerzijde “Lovelight”, Vogue 45X1134) schreef ik in De Voorpost van 26/1/1979: “Abba is wellicht de meest constante leverancier van commerciële kwaliteitspop. In het begin wisten ze me zelfs enigszins te bekoren (Dancing Queen; Money money). Nu begint het procédé eerder afgezaagd te raken. Deze nieuwe single is echter toch een heropleving na het zwakke Eagle en Summer night city.”
Dat het niet bij een eenmalige “heropleving” zou blijven, bewezen ze later vooral met elpeewerk als “Arrival”, “Super Trouper” en “The Visitors”.
91 AbbaOP BEZOEK BIJ ABBA
Tussen twee singles door hadden wij in de top dertig reeds een rubberen hand rond ons hart gevoeld als “The winner takes it all” werd gespeeld, maar je denkt dan (als scepticus): “Op een elpee kunnen ze het nooit waarmaken”. Misrekening. Dit is een heel gave elpee, zij het niet voor de eeuwigheid als men vaststelt dat de nummers die door Lutgart Simoens destijds werden platgedraaid (“Andante”, “The piper” en de titelsong) uiteindelijk toch wat gingen vervelen.
Al werd “The Visitors” (de bezoekers) de laatste elpee, het is geen “vluggertje” geworden om gauw nog wat poen binnen te rijven. Neen, er werd bijna een jaar aan gewerkt en naar Abba-normen is dit erg lang. Het resultaat is dan ook meer dan behoorlijk.
De openingsong (meteen ook de titelsong) komt een beetje traag op gang maar eenmaal op toerental is het zo’n typische onverbiddelijke Abba-bestseller uit de post-78 periode (het betere disco-werk met andere woorden).
Hetzelfde kan worden gezegd van “Head over heels”, alleen heeft dit geen aanloopperiode nodig (het is ook korter), want Björn en Benny hebben het voorzien van zo’n typische synthesizer-intro die op dat moment zo “in” was. Dit is trouwens typisch voor Abba: moderne trends worden onopvallend geïntegreerd, het geheel blijft echter Abba ten voeten uit.
Bij “When all is said and done”, wordt de gimmick op z’n kop gezet: een traditionele intro gevolgd door een up-tempo strofe. Het refrein is echter Abba, of wat had u gedacht?
De hoes geeft reeds een hint dat ook bij Abba het doemdenken is doorgedrongen. Ook in “Soldiers”, het slotnummer van de A-kant, wordt in karamellenverzen gewaarschuwd tegen nieuw oorlogsgevaar. De muziek geeft de bedoeling beter weer. Dus toch nog goed bevonden. Stand bij de rust dus vier op vier, zij het dat er een zekere eentonigheid valt op te merken.
Die dreun verdwijnt echter op de B-kant. Hier krijgen we de romantische Abba. Een kans voor de meisjes Agnetha en Anni-Frid om te schitteren. En met “I let the music speak” is het al meteen prijs. Een gevoelig pianootje, de heldere stemmetjes, een koortje en een militair refreintje met piccolo als contrast. Voorbeeldig in z’n genre.
Het volgende nummer “One of us” werd de nieuwe single en behoeft dan ook geen krans, daarom over naar “Two for the price of one” waar de jongens het vocale werk doen. Hier wordt de electrische gitaar wat meer naar de voorgrond gehaald en de vocale harmonieën in de strofen doen zowaar aan de Mersey-sound denken. Maar het refrein… jawel! Nog op te merken dat dit in de puurste nieuw-realistische traditie een “gedicht” is met een “pointe”… Gevolgd door een prettige boerenfanfare.
Dat Abba in deze ontbindingsfase niet langer naar fans hengelt is duidelijk in “Slipping through my fingers” dat een nogal ontroerende tekst heeft over een opgroeiend meisje dat “door de vingers van haar moeder (de zangeres) glipt”. Zo’n meisje heeft natuurlijk de leeftijd van de doorsnee Abba-fan en indien ze de tekst verstaat moet het wel gek doen als je idool zich als je moeder voordoet. Maar het is wel een realiteit natuurlijk dat ook voor Abba de tijd niet langer heeft stilgestaan. Een onopvallend melodietje dat gewoon de tekst onderlijnt. Met sfeervolle gitaren.
Het laatste nummer gaat in dezelfde zin verder. “Like an angel passing through my room” is een slaapliedje op het ritme van een wekker dat deze elpee en vooral deze gevoelige kant passend besluit. En wij besluiten: een praktisch gave elpee, niet historisch, niet baanbrekend, maar een catechismus voor artiesten wier ambities niet verder reiken dan het brengen van goede commerciële muziek.
Pas vele jaren later zal ik via een radio-interview van Björn Ulvaeus vernemen (geciteerd in het artikel in Het Nieuwsblad, dat ik in de referenties heb opgenomen) dat deze elpee eigenlijk tegen “de Sovjetdictatuur” was gericht: “Politieke betrokkenheid zat ook al in onze muziek. Onze allerlaatste elpee heette The Visitors. De titelsong ging over het onderdrukte gevoel van mensen ten tijde van de Sovjetdictatuur. We waren lang bang dat ze ons in Rusland zouden doorhebben. Omdat Zweden een neutraal statuut heeft, mochten we al voor de val van de Muur platen verkopen in Rusland.”
Het interview was er dan ook gekomen n.a.v. de populariteit van de Zweedse amusementsindustrie b.v. met tv-series zoals The Bridge (De Brug) en boeken zoals de Millennium-trilogie. “Dat komt doordat Zweden zo’n liberaal land is, dat vooruit wil en zich niet laat tegenhouden door religie,” aldus Ulvaeus die verder gaat met: “Religie is de bron van zo veel kwaad in de wereld. Ik heb altijd het gevoel gehad dat daar te weinig kritiek op komt. Als je kijkt naar alle ellende in het Midden-Oosten bijvoorbeeld, dan zie je dat al die landen de islam aanhangen. Veel te weinig mensen durven de islam te bekritiseren als een ideologie die bijvoorbeeld vrouwen onderdrukt. Ik weet dat men me voor deze uitspraak op mijn gezicht zal kloppen, maar ik zeg het toch. Voor mij zou de wereld beter af zijn met minder religie.”
DE MOOISTE BILLEN
Het boek “Abba autobiografisch”, uitgegeven bij Loeb, daarentegen blijkt zo goed als waardeloos te zijn. Ene Rosemary York heeft tal van interviews in pers en televisie gebloemleesd, verknipt en weer aan elkaar geplakt. Maar vooraf zegt ze zelf: “Soms is hun Engels niet al te briljant” (en dat hebben we met onze eigen rode oortjes tot in den treure kunnen vaststellen) en daarom zou het viertal begrijpelijkerwijze niet graag interviews geven.
Maar in welke taal zijn de interviews verschenen die Rosemary heeft gebruikt? Jawel! En op de koop toe werden die in een even kramiekelig Nederlands vertaald (zo is bijvoorbeeld het aantal dt-fouten rechtevenredig met het aantal hits van Abba).
Het ergste is echter nog dat de titel “Abba autobiografisch” bij goedgelovige zielen (dus niet bij ondergetekende) eventueel grote verwachtingen zou kunnen oproepen. MAAR ABBA HEEFT ABSOLUUT NIETS TE VERTELLEN!!! Tenzij misschien hoe Björn en Benny hun succesnummers schrijven. Als je dat echter al niet ergens anders had gelezen…
Of tenzij het je interesseert wat Agnetha erover denkt dat een journalist van haar heeft geschreven dat ze de mooiste billen (eufemisme voor kont) van het westelijk halfrond heeft. Die van het oostelijke halfrond horen immers toe aan Liang Fei, arbeidster op een commune in de Chinese volksrepubliek, bijgenaamd… Pardon? Ah u wil inderdààd weten wat ze ervan denkt? Wel, ze vindt het niet erg. Er zijn ergere dingen die je beroemd kunnen maken, zegt ze. Wil u nog meer wereldschokkende verklaringen? Dat ik altijd meer van Frida heb gehouden bijvoorbeeld, die nochtans zo gefrustreerd was dat “gentlemen preferred blondes” dat ze ooit met gouden platen naar het gouden hoofdje van Agnetha heeft gegooid…
Neen, ik blijf erbij: Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid zijn vier goed uitziende dertigers, vlotte popjongens en -meisjes, met in dat genre heel wat talent in huis (respectievelijk schrijf- en zangtalent), met hoe dan ook een flair voor show-business, maar verder totaal zonder enige verdere betekenis. Mensen met gewone zorgen (om hun kinderen) en problemen (echtscheidingen) en met ongewone financiële middelen. Multimiljonairs zoals er zovelen, of misschien toch niet zo velen, zijn kortom…
En wat kun je daar dan als links journalist aan verhelpen? ’t Is immers niet de eerste maal dat de linkse pers Abba probeert te tacklen. En wat zegt Benny daar (terecht) op?
“Ik hoop dat ze erachter zijn gekomen dat zulke aanvallen hetzelfde is als water gooien naar een gans. Het druipt er toch vanaf” (pagina 123).
Terecht, zeg ik, want je mag Abba zowat vanalles voor de voeten gooien, steeds zijn er weer die nietszeggende type-antwoorden. Klaargestoomd door hun manager Stig Andersson, zeggen kritikasters. Neen! roep Abba vierstemmig uit, wij zijn zo!
Ik heb de neiging hen te geloven.
Wil je immers hun mening over politiek? Dan is er “de bom” natuurlijk. Altijd handig om je achter te verschuilen. Iederéén is immers bang voor de bom, da’s makkelijk. En ontroerend op de koop toe, vooral als Agnetha begint over haar kinderen en hoe ze huilt omdat ze vermoedt dat ze géén betere wereld tegemoet gaan.
Frida is nog meer to the point: “Ik vind het erg moeilijk om iets zinnigs over politiek te zeggen… Als ik het in het Zweeds kon vertellen was het allemaal veel makkelijker” (pagina 123).
Wör wöcht ze ögenlijk öp?
En Benny die slaat de nagel helemaal op de kop: “Als je wilt agiteren en voor bepaalde zaken propaganda wilt maken en je wilt je muziek gebruiken als politiek voertuig, doe dat dan… Dit is een vrij land en iedereen kan er doen wat hij wil. Ik geef er alleen de voorkeur aan om me met amusement bezig te houden” (pagina 123). Tussen haakjes: wordt u ook helemaal wild van dit soort Nederlands?
We kunnen misschien iets anders proberen. Punk misschien? “Ik hou van punk”, vertolkt Björn wellicht de mening van de hele groep. “Punks zijn net zo eerlijk over hun muziek dan wij over de onze… Ik geloof niet dat zij onze tegenpolen zijn. Frida en Anna ontmoetten Johnny Rotten op het vliegveld van Stockholm. Hij kwam naar hen toe en vertelde dat hij Abba een goeie groep vond. Ik vond hun plaat God save the queen heel erg aardig” (pagina 49). En gij nu…
Tot slot dan de fameuze “industrie”:
Björn: “Ik bemoei me niet zo erg met de zakelijke kant van het geheel… Ons werk is schrijven, opnemen en optreden. Dat is wat we graag doen. Het is het belangrijkste, al het andere zou in elkaar storten als we dat niet deden. Daarom houden we ons zoveel mogelijk afzijdig van de zakelijke kanten” (pagina 77).
Frida: “Iedere maand hebben we een stafvergadering om onze investeringen te bespreken. Al onze beslissingen moeten unaniem zijn. En ik maak me soms wel eens zorgen of ik de juiste beslissing neem” (pagina 77).
En dat is nodig, want ooit verloren ze miljoenen met een verkeerde oliespeculatie, een branche waarin ze terecht waren gekomen, toen bleek dat ze in het toenmalige communistische Oost-Europa zo populair waren dat de regeringen over onvoldoende deviezen beschikten om hun auteursrechten uit te keren…
Björn: “We zijn in de steek gelaten door een idioot die ons eigenlijk had moeten helpen… We zijn bepaald niet de rijkste maatschappij in Zweden. We maken erg veel winst, maar ik hou er niet zo van om onszelf te beschouwen als een maatschappij. Mensen beschrijven ons als een hitfabriek en dat vinden we eigenlijk erg naar. We zijn helemaal niet zo geïnteresseerd in geld en denk maar niet dat we de hele dag onze munten zitten te tellen. We hebben gelukkig andere mensen die dat voor ons doen” (pagina 82).
EN ZE KREGEN LANGE KINDEREN
Ondertussen is Björn reeds de vijftig gepasseerd en in 1980 voor een tweede maal gehuwd met Lena Kallerjo, een Zweedse professor in de Engelse literatuur. Ze leven in Stockholm en hebben twee dochters, Emma (1981) en Anna (1984).
Benny heeft zelfs al twee volwassen kinderen uit de tijd vóór hij Frida leerde kennen. Zoon Peter (1964) maakt deel uit van The Sound of Music, een groepje dat in Zweden zelf gere­geld hits heeft en (l’histoire se répète) reeds tweemaal naar het Songfestival is afgevaardigd. Benny heeft ook nog een zoontje Ludovic (1982) bij zijn derde vrouw, de tv-vedette Mona Norklit. Hij fokt renpaarden op een ranch in Zuid-Zweden en heeft samen met Björn nog twee musicals geschreven: “Chess” uit 1984 en “The emigrants” (naar het boek van Vilhelm Moberg) uit 1995.
Agnetha bracht in totaal elf solo-elpees uit, maar sedert 1988 heeft ze zich met een vijftal opeenvolgende echtgenoten of minnaars (waaronder een psychiater en een ijshockeyspeler) terug­getrokken op het zwaarbewaakte privé-eiland Ekerö vlakbij Stockholm, waar ook koning Carl-Gustav een optrekje heeft. De kinderen die ze samen met Björn had zijn Linda (1973) en Christian (1978).
Frida verkocht reeds in 1983 haar aandelen in het Abba-imperium en verhuisde naar Londen. Ze maakte een paar solo-albums (o.a. in een productie van Phil Collins), maar ook zij heeft nu alle banden met de muziekbusiness doorgesneden. In de zomer van 1992 is ze immers gehuwd met een heuse prins (Ruzzo Reus von Plauen) en nu brengt ze haar tijd door in één van haar drie woningen (in Fribourg, op Mallorca en in Zweden). Zij is actief in de milieubeweging. Haar zoon Hans (1963) werkt als geluidstechnicus en haar dochter Lotte (1967), beide uit haar eerste huwelijk (dus nog vóór Benny) woonde met haar zoontje Jonathan (1989) in Amerika tot ze in 1997 omkwam bij een auto-ongeval. Eind ’99 is prins Ruzzo aan kanker overleden.
Ook op muzikaal vlak zit het haar niet mee. In september ’96 had Frida nog een CD uit met Zweedse liedjes uitgebracht, die ze niet aan de straatstenen kwijt kon. Dat was ook het geval voor “Klinga mina klockor” van Benny.
IN EEN KLEIN STATIONNETJE
Overtuigd? Ik hoop van wel.
Alleen…
Er blijft nog één ding op mijn lever liggen. Ik wil wel, ik wil wel geloven dat Abba het allemaal echt meent, over die eenvoud en zo, over dat niet geprogrammeerd zijn, dat spontane, dat…, dat… Maar wat doe je dan in ’s hemelsnaam met het videofilmpje dat hun laatste hit “The day before you came” moest helpen lanceren?
Voor de twee lezers die het niet hebben gezien: de tekst is tamelijk eenvoudig, de zangeres (Agnetha) is eenzaam, leidt een doelloos leven, mist geen enkele episode van “Dallas”… tot ze Hém tegenkomt. Hém, dé man, dé droomprins… Goed, o.k., dat kennen we, een klassiek geval.
Maar hoe wordt dat nu in beeld gebracht? In een klein stationnetje, ’s morgens in de vroegte. Een stationnetje zo klein dat er zelfs geen wachtzaaltje is. Allé pakweg, de Dampoort in Gent. En daar staat ze, Agnetha, met een goedkoop regenjasje aan en haar haren verward door de wind. Het is nog donker, koud, de eerste trein naar Antwerpen heeft alweer tien minuten vertraging. En dan komt Hij daar aan. Een tamelijk knappe man, jawel, maar niet excentriek. U of ik dus in onze betere dagen. Even in de pollevietjes wrijven en met de armen slaan van de kou en terloops gluren naar dat Schoon Vrouwmens van ginder van verderop. Vrouwmens gluurt terug. Op de trein nemen ze tegenover elkaar plaats. Het stiekum kijken wordt een open blik, een lach, een knipoog. Vervolg op het witte doek en in het witte bed …
Snappu? Dàt stoot me nou tegen de borst. Welke multimiljonair staat er nu verdomme op de eerste trein te wachten terwijl het vriest dat het kraakt? Welke eenzame vent krijgt ooit zo maar het grote lot in zijn schoot geworpen? Dat is verdomd toch je reinste volksverlakkerij! Dat is toch een zoethouder bij uitstek! Ga jij maar elke dag gezwind naar je werk, jongen, misschien staat Agnetha wel ergens op jou te wachten.
Jaja, tarara!

Referenties
Paul Demeyer, “Islam is bron van veel ellende”, Het Nieuwsblad, 14 september 2013
Ronny De Schepper, Op bezoek bij Abba, De Rode Vaan nr.1 van 1982
Jan Segers, Met rode oortjes, De Rode Vaan nr.19 van 1982
Jan Segers, Water gooien naar een gans, De Rode Vaan nr.1 van 1983
Ronny De Schepper, Water gooien naar een gans, Pogen nr.236 van maart 1999
Frédéric Tonnon & Marisa Garau, Abba on speaking terms, Amsterdam, Areopagus, 2002

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.