Vandaag is het exact 25 jaar geleden dat de leiders van Rusland, Witrusland en Oekraïne een overeenkomst ondertekenden waarmee er een einde kwam aan de Sovjetunie en tegelijk de “Gemeenschap van Onafhankelijke Staten” (GOS) werd gesticht. Deze “Gemeenschap” zou slechts één jaar stand houden, uit sportief oogpunt gezien met name enkel voor de Olympische Spelen van Barcelona (waaraan de Baltische landen dus wel al als onafhankelijke staten deelnamen), daarna zou ieder zijn eigen weg gaan.

Sinds met Oleg Tinkov (rechts op de foto) het grote geld uit Rusland ook zijn intrede heeft gedaan in het wielrennen, besteden de Vlaamse kranten uiteraard veel aandacht aan dit fenomeen. In Het Nieuwsblad schrijft Koen Van Uytvange o.a.: “Ooit een wereldmacht op sportvlak spatte samen met de Sovjet-Unie ook de Sovjetsportcultuur uit elkaar in 1991. Toen judoka Vladimir Poetin in 2000 aan de macht kwam, steeg sport echter weer op de prioriteitenlijst van politiek Rusland. Aanzien vergaren via sport en in de eerste plaats voetbal, dat werd het nieuwe tijdverdrijf van les nouveaux riches of oligarchen zoals ze genoemd worden. Roman Abramovich is lang niet de enige, wel de bekendste. In de vroege jaren werden tal van staatsbedrijven geprivatiseerd. Elke arbeider kreeg een aandeel van circa 45 euro maar die werden al snel opgekocht door slinkse jongens als Abramovich. In geen tijd was Abramovich multimiljonair, vooral dankzij olieproducent Sibneft.”
En Patrick Lefevere voegt eraan toe: “Ik zeg het al tien jaar. Eerst zag je die rijke Russen op reis gaan, waarbij ze fortuinen spendeerden aan de meest extreme luxe. Dan gooiden ze zich op het voetbal. Hadden voormalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen en co hun zaakjes beter geregeld, dan hadden de Russen al veel vroeger de wielrennerij ontdekt.”
Zelf deed het bij mij vooral een belletje rinkelen dat ik destijds in De Rode Vaan ooit al een bijdrage over de nieuwe Oost-Europese staten had geschreven. Uiteraard is ze ondertussen gedateerd, maar toch is het zinvol om ze nog even op te diepen…
PERESTROIKA
De perestroika en de val van de Berlijnse muur hebben ook een grote ommekeer teweeggebracht in het wielerpeloton, maar ondertussen zien die nu ook reeds de keerzijde van de medaille.
José De Cauwer: Dat is zeker waar, ze gaan met rasse schreden achteruit. Net zoals in de globale politieke context willen ze veel te rap gaan. En dat gaat nog dramatisch aflopen, want ze zijn zelden tevreden. Als ze horen dat Jan Schur in Italië een auto en een huis van de ploeg heeft, dan moeten ze allemààl een auto en een huis hebben. Vergeet dus maar vlug dat beeld van nederige, onderdanige renners zoals dat vroeger het geval was. Integendeel. Maar wat ze uit die periode wél hebben overgehouden is dat ze hun plan niet kunnen trekken. Alles werd voor hen geregeld en dat zijn ze nu nog altijd zo gewoon. Zo hebben we (*) Olaf Jentsch moeten missen aan de start van de Milk Race b.v. Hij had zijn visum niet tijdig aangevraagd. En ik had er hem nochtans herhaalde malen op gewezen. Maar ik kan dat toch zelf niet gaan halen, hé, ik kan toch niet in zijn plaats tekenen? Trouwens, ook bij de liefhebbers is op dit ogenblik de discipline volledig weg, zoals ik in de Milk Race heb vastgesteld. Pas op, het was wat overdreven en die vrijheid is hun dus gegund, maar men vervalt nu in het andere extreem. Ik zeg altijd: men sprak vroeger altijd over de “amateurs” van het Oostblok en de “profs” hier bij ons, maar het is net andersom, de amateurs wonen hier en de profs ginds. Voor onze renners staat de deur dus wagewijd open. Als ze niet opletten gaan ze uit de boot vallen. Onze renners voelen zich beroepsrenner als ze zo’n gestroomlijnde zonnebril kunnen dragen of gaan trainen met een walkman, maar een tijdrit serieus voorbereiden, ho maar!
RUSLAND
In de Sovjet-Unie bestaan geen lokale wedstrijden, daar betreft het enkel grote koersen, maar dan ook niet meer dan twintig per jaar. En in tegenstelling met wat iedereen denkt is de wielersport in de Sovjet-Unie absoluut niet populair. Men krijgt daar voor een grote wedstrijd nog geen 200 man bij elkaar.
Pas in 1958 laat de Sovjet-Unie iets van zich horen in de Vredeskoers. Niet om ze te winnen (dat zal pas voor het eerst in 1961 gebeuren met Joeri Melikov) maar in dat jaar wordt Victor Kapitonov bergkoning. Dat het zo lang duurde vooraleer de Russen potten braken, had ongetwijfeld te maken met het feit dat de andere Oostblok-renners tégen hen reden – om extra-sportieve redenen uiteraard. Vooral de Polen waren daar sterk in. Zo vertelt Bernard Guyot dat hij zijn eindzege in 1966 vooral te danken heeft aan de Pool Jan Magiera die hem op sleeptouw nam om een aanval van de Rus Alexander Dochljakov te counteren. Uiteindelijk zou hij slechts 38″ overhouden!
Kapitonov zal ook geschiedenis schrijven door twee jaar later de eerste Olympische Kampioen uit het oostblok te worden door de wegrit te winnen in Rome vóór thuisrenner Livio Trapé, waarmee hij op de vlucht was, en onze landgenoot Willy Vandenberghe die nadien de spurt van het peloton won. Kapitonov werd later coach van de Sovjetploeg en na de val van de muur van de Lada-ploeg.
Het grootste “slachtoffer” van de “laattijdige” perestroika is Sergei Soekhoroetsjenkov. Hij was de beste liefhebber ten tijde van Bernard Hinault en velen beweren dat hij even goed was als Hinault. Soekho kreeg echter pas de kans om prof te worden toen hij reeds over zijn hoogtepunt was. Hij “wreekte” zich echter door in Canada ene mevrouw Jeanson te bezwangeren, wat in 1999 tot de dubbele juniores-wereldkampioene Genevieve Jeanson zou leiden! (**)
Alexander Kuznetsov, de coach van de GOS-wielerploeg op de Olympische Spelen van Barcelona, wijt het feit dat in vergelijking met de successen van het USSR-team (ook onder de leiding van Kuznetsov) de Gossers er niets van terecht brachten aan het verdwijnen van de discipline. Na de perestroika werden de elite-amateurs onder zijn leiding nog steeds samengebracht in Lokosphinx uit Leningrad, dat reeds 25 jaar op die manier functioneerde (de ploeg werd door Kuznetsov gesticht), maar twee van zijn toprenners, Vladislav Bobrik en Evgeny Berzin, gaven er na enige tijd reeds de voorkeur aan om naar het Moskovitische legerteam van Alexander Gusiatnikov over te stappen, omdat ze het programma te zwaar vonden en vooral… omdat ze op die manier voor eigen zak open wedstrijden in Frankrijk konden gaan rijden (en winnen).
“Ik vind dat de moraliteit van onze bevolking in de Sovjet-Unie een behoorlijk niveau haalde,” vertelt hij in Sportmagazine, “maar nu neemt dat niveau een scherpe duik.” Opmerkelijk is dat Kuznetsov Ekimov als voorbeeld aanhaalt van een renner die wel degelijk de belangen van de club boven het eigenbelang plaats. Het is overigens aan het contract van Ekimov met Panasonic te danken dat Lokosphinx over een klein huis en een stukje grond in Gent beschikt, wat als onderpand wordt aangewend om leningen aan te gaan.
“Wat in de Sovjet-Unie gebeurde,” gaat hij verder, “is eigenlijk geen perestroika. Het was een barbaarse ontmanteling en vernieling van alles wat bestond. Het is echt pijnlijk om zien hoe vroegere verwezenlijkingen van de Sovjet-Unie, zoals het ruimtevaartprogramma, nu met de grond worden gelijkgemaakt.”
Ook de sportinfrastructuur aan de basis is helemaal verdwenen: “Het meest schrikwekkende van die ontwikkeling is dat honderdduizenden kinderen, die voor de veranderingen betrokken waren bij verschillende sportactiviteiten, nu op straat zijn beland. Heel wat van die kinderen zijn nu echte hooligans. Dat zal in de toekomst voor heel scherpe sociale problemen zorgen.”
Zelf zou ik Vjatjeslav Ekimov gaan interviewen, toen hij nog in Evergem verbleef. Het was de bedoeling dat ik met hem naar de film “The Russia House” zou gaan kijken in de Dekascoop en dat we daarna wat over de perestroika in het wielrennen en elders zouden praten voor Tempo, het blad van Eric Goeman. Het blad ging echter op de fles nog vooraleer de afspraak kon plaatsvinden. Ik had nochtans al een tolk gecontacteerd, namelijk Walter Mathysses, de man die mij enkele jaren eerder door Moscou en Leningrad had gegidst. Het Nieuwsblad gebruikte ene Maria Kostileva als tolk en wist er als “pikant detail” bij te vermelden dat deze mevrouw “op het einde van de Tweede Wereldoorlog haar land ontvluchtte”. Mevrouw Kostileva eiste daarop een rechtzetting, want in werkelijkheid was zij door de Duitsers naar hier gedeporteerd!
Het uitzonderlijke aan Ekimov was dat hij de eerste Sovjetrenner was om echt “vrij” prof te worden. Een jaar vóór hem was er wel reeds de voltallige Alfa Lum-ploeg, maar die was nog helemaal geënt op het Sovjet-sportsysteem. De renners werden overigens ondergebracht in de omgeving van Bologna, in dorpjes waar er een PCI-burgemeester was en waar ze als koningen werden ontvangen. Pardon: als kameraden.
Bij die Alfa Lum-ploeg vonden we ook Dimitri Konyshev terug, de eerste Russische winnaar van een Tourrit en tweede in het wereldkampioenschap 1989 dat gewonnen werd door Greg LeMond. Buiten Konyshev zorgde ook Ivan Ivanov (vijfde in de Ronde van Spanje) ervoor dat de ploeg uit San Marino de nodige FICP-punten sprokkelde. Het jaar daarop was sportdirecteur Primo Franchini echter niet te spreken over de prestaties van zijn renners. Vooral Konyshev blijkt nogal wat capsones te hebben gekregen: “Zwijg me van Vlamingen! Die spreken het lelijkste taaltje ter wereld. En altijd maar bier zuipen!”
Oorspronkelijk ging Andrei Tchmil (midden op de foto) ook die richting uit, maar sedert hij kopman is geworden bij Lotto is deze zoon van een zangeres uit de opera van Odessa veel verbeterd. “De USSR is mijn vaderland. Als mensen over de Sovjet-Unie praten, word ik vanzelf een patriot. Ik vond het vroeger fascinerend om in Vladivostok het vliegtuig te nemen en tien uur later in Odessa te landen, zonder ook maar één kilometer boven een ander land gevlogen te hebben. Tijdens zo’n reis overviel mij altijd een gevoel van trots. Het systeem had allicht zijn minder goede kanten, maar mij heeft het heel veel gegeven. Toen het land in ’91 uiteenspatte, begreep ik ook niet waarom er plots mensen begonnen te roepen: ‘Ik ben Oekraïner.’ ‘Ik ben Tadzjiek.’ ‘Ik ben Let’…”
“Mijn moeder zong in de opera en verhuisde voortdurend van de ene stad naar de andere. Dat heeft mijn karakter bepaald, en mij misschien een vals gevoel van vrijheid gegeven. Ik heb de sfeer in de Sovjet-Unie in ieder geval nooit als beklemmend ervaren.”
“Ik woonde in een klein dorpje op de weg naar Philippeville. (…) Ik was op dat moment niemand, hé, zomaar een jonge coureur, maar ze waren geduldig en heel lief. Ik herinner me nog goed dat enkele weken nadat ik daar aangekomen was de uitbater van de krantenwinkel de Pravda al besteld had. (…) Natuurlijk was het leven hier veel harder. In de Sovjet-Unie moest ik me nooit om geld bekommeren. Ik had mijn baantje, mijn loontje en ik had het goed. Niet dat ik met een Rolls Royce reed en een Rolex-uurwerk om de pols droeg, maar ik moest me ook geen zorgen om voedsel of onderdak maken. Alles was voor ons geregeld. In Europa moest ik voor het eerst aan geld denken. Je kon hier wel dingen bereiken die in de Sovjet-Unie onmogelijk waren, maar de weg ernaartoe was niet gemakkelijk.”
“Ik heb het volgehouden omdat ik altijd uitging van het idee: ik heb dat grote land nog achter mij dat mij altijd steunt. Als het niet lukt, kan ik daar nog altijd terecht. Dat gaf mij rust, ook al was mijn moeder, met wie ik zoveel rondgereisd had, twee jaar daarvóór gestorven en moest ik met een karig loon een baby van vier maanden onderhouden. Ik dacht altijd: na mijn carrière keer ik terug naar de Sovjet-Unie, en ben ik daar een respectabel figuur. Tot in augustus ’91, ik herinner het mij als de dag van gisteren, Gorbatsjov in zijn datsja opgesloten werd en de rode vlaggen naar beneden gehaald werden. Dat was een enorme schok. Alsof je in een vliegtuig zit dat nooit meer terug kan keren naar de plek van waar het is opgestegen. (Pauze) Ja, ik was bang in die periode. In een paar dagen werd alles waar ik tot dan toe in geloofd had onderuitgehaald.”
(Het Laatste Nieuws van 18/3/2000 en Humo van 2/4/2002) (***)
En op 15/9/2010 voegde hij eraan toe in Het Nieuwsblad: “Volgend jaar werk ik (bij Katusha, RDS) in totaal met een tweehonderdtal mensen, het is als een klein Russisch ministerie van Wielrennen. In functie van de Olympische Spelen van Londen komen er o.a. een mountainbike-, piste- en zelfs een crossploeg bij. Dit is een politiek project. Eigenlijk willen we terug naar de sportstructuur van de Sovjetunie. Zo is het de bedoeling dat ik volgend jaar maandelijks rapporteer aan president Medvedev en de bazen van Itera en Gazprom.”
ESTLAND
In 1989 had de Spaanse Kelme-ploeg reeds drie renners uit Estland in dienst. De bekendste onder hen was Rikho Suun. Naast de vijftien Alfa Lum-renners waren zij toen de enige Sovjet-renners die toelating hadden gekregen prof te worden. Alfa Lum is een firma met zetel te San Marino die een exclusief contract met de overkoepelende wielerbond van de USSR had afgesloten, zodanig dat men deze ploeg wel degelijk als een “Russisch” team mocht bestempelen. En “Russisch” dan in de eng-nationalistische zin van het woord, want voor de drie Estlanders was er geen plaats. Althans volgens Suun zelf, want eerlijkheidshalve moeten we toch vermelden dat de drie Estlanders voor het wereldkampioenschap werden geselecteerd, ten nadele van sommige Alfa Lum-renners.
Even was er sprake van een afzonderlijke Estlandse ploeg, maar dat ging toen uiteraard nog niet door. Als compensatie mocht het drietal dan naar het team van de Spaanse schoenenfabrikant – in ruil voor de inplanting van enkele schoenfabrieken in de USSR…
Zoals het merendeel van de Estlandse bevolking wellicht, spreekt Rikho Suun harde taal als het gaat over het centrale Sovjetrussische gezagsapparaat. Anderzijds geeft hij wel toe dat er sedert Gorbatsjov veel veranderd is, niet enkel het feit dat men nu ook beroepsrenner kan worden, maar vooral ook dat hij in zijn laatste jaar als amateur (1988) toch nog is kunnen aantreden in een nationale Estlandse ploeg en wel voor de Ronde van de Baltische Zee. “Het was veertig jaar geleden dat zoiets nog was gebeurd,” zucht een emotioneel duidelijk aangeslagen Suun.
Kort daarna was er in het peloton echter geen sprake meer van Rikho Suun en evenmin van zijn ploegmaten en landgenoten Arvi Tammesalu en Toomas Kirsipuu. Net als de Oost-Duitsers na het vallen van de muur hebben zij immers reeds vlug mogen ondervinden hoe de “vrijheid” in het westen wordt geïnterpreteerd: de prestaties van de Kelme-ploeg in het algemeen en van de drie Estlanders in het bijzonder waren aan de erg lage kant. Gevolg: er diende flink te worden bezuinigd en de drie konden gaan. Naar verluidt beoefenen ze nu opnieuw in de Sovjet-Unie als amateurs hun geliefkoosde sport.
LITOUWEN
Ondertussen is ook Litouwen onafhankelijk en heeft een liefhebbersploeg zich in Zomergem gevestigd (op de camping van Vuile Mong?). Oorspronkelijk waren er echter wel een paar problemen toen zich al “Litouwse” ploegen aanboden, terwijl de republiek officieel nog deel uitmaakte van de USSR. De principiële houding van de UCI was toen dezelfde als die van de UEFA (de Europese voetbalbond) die aangesloten leden ook verbod oplegde uit te komen tegen Litouwse ploegen, sedert deze zich uit de Sovjetrussische bond en competitie hebben teruggetrokken. Hiermee volgden de grote sportbonden de voorzichtigheidspolitiek die ook door de westerse regeringen ten overstaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Baltische landen werd in acht genomen.
Maar ondanks het feit dat zelfs president Bush deze politiek aankleefde, konden sommige Amerikaanse firma’s natuurlijk niet nalaten “dissidente” wielrenners aan te trekken. Zo legde de bierproducent Coors Light een contract klaar voor de Guintautas Umaras, de Olympische en wereldkampioen achtervolging (voor amateurs uiteraard), nadat die uit het Alfa Lum-team was gezet en een selectie voor het wereldkampioenschap in Maebashi misliep. Binnen het Alfa Lum-team was Umaras de enige Litouwer, maar hij was zeker niet geïsoleerd ondanks het feit dat buiten de Let Pjotr Ugrumov er enkel Russen van dit team deel uitmaakte. Maar hij was de woordvoerder als het erop aankwam weerstand te bieden aan de Sanmarinese manager van het team Giovanni Giuco. In de V.S. werd zijn dochtertje Justina geboren, dat de Amerikaanse nationaliteit kreeg. Sportief gezien werd hij vooral ingezet als spurtaantrekker voor Michel Zanoli.
Maar omdat hij zich ingezet had voor de oprichting van een eigen nationaal Olympisch Comité voor Litouwen werd hij door de Sovjetrussische bond dus aan kant gelaten. Nadien werd Umaras zoals een handvol van zijn landgenoten (waaronder zijn jongere broer Mindaugas) aangeworven door de Colombiaanse ploeg Ryalcao Postobon, waar zijn trainer Dumbauskas adjunct-sportdirecteur was, maar kort nadien liet hij de actieve beoefening van de wielersport voor wat ze was, om zich juist aan de politieke uitbouw van zijn land te wijden, zowel als onafhankelijke verkozene als als journalist buitenland.
Umaras, die met het oog daarop politieke wetenschappen studeerde aan de universiteit, heeft immers zelf ook nog veel rancune tegenover de Sovjet-sportbond die zijn wielerloopbaan heeft beïnvloed. Dat begint al bij zijn specialiteit: hij heeft namelijk een hekel aan de piste, maar aangezien hij daarvoor blijkbaar de meeste aanleg had, werd hij door de Russische wielerfederatie verplicht zich daarop toe te leggen. De haast machinale voorbereiding die hij daarvoor moest ondergaan, maakte dat hij aan zijn overwinningen in die discipline weinig vreugde beleefde. Nochtans werden hij noch Ekimov ertoe aangezet, laat staan verplicht, om stimulerende middelen te gebruiken, zo stelt hij wel duidelijk.
Anderzijds is naast de Sovjet-trainer Kuznetsov, ook Ekimov wel degelijk één van zijn “vijanden”, al voegt hij er vergoelijkend aan toe dat Ekimov “een slachtoffer is van het systeem”. Vjatsjeslav (zeg maar “Slava”) Ekimov was natuurlijk zijn grootste concurrent in de achtervolging en heeft ondertussen trouwens ook op de weg reeds van zich doen spreken. Dat mocht ook wel want deze wonderknaap werd door het Panasonic-team van Peter Post voor niet minder dan acht miljoen toenmalige Belgische frank aangetrokken, een recordbedrag voor een neoprof in die tijd. Post was immers de propagandist van het aantrekken van renners uit het “oostblok”. Vijf jaar later kijkt hij daar anders tegenaan. De oostblokkers kunnen hun waar niet goed verkopen in de media en ten tweede is er sedert de val van het communistische regime geen enkel talent meer opgedoken. De laatste moet zowat Pavel Tonkov geweest zijn.
José De Cauwer: Vijf jaar geleden is hij mij reeds opgevallen in de Milk Race, maar Ludo Voeten vond het niet nodig hem onder contract te nemen.
OEKRAINE
Ook in het zuiden en het oosten van de Sovjet-Unie zijn er nu afzonderlijke ploegen opgedoken. Oekraïne staat daarbij vooraan, enerzijds wegens zijn gunstige klimaat, anderzijds wegens de economische omstandigheden die beter zijn dan elders in het G.O.S. (“de graanschuur van Rusland”).
Alexander Kiritsjenko (°1967), de kolos van de kilometer, heeft samen met Igor Posidelov (°1969), nog drie andere Russen en een Belg een onderdak gevonden bij een ploeg, gesponsord door vijf Belgische bedrijven die belangen hebben in de vroegere Sovjet-Unie. Het is een idee van Kurt Tembuyser, een zakenman die niets met wielrennen vandoen heeft, maar die ten tijde van de USSR wel zakelijke relaties had met de vrouw van ex-sprinter Vadim Bakhvalov. Het is langs die weg dat deze miniploeg tot stand is gekomen.
Vele jaren later sprong het journaille natuurlijk op het conflict in Oekraïne om wielrenners tot laakbare uitspraken te verleiden. Wie daarin het verst ging was Andrei Grivko in L’Equipe van 20 juli 2014. Ene Gregor Brown van Cycling Weekly vatte het interview als volgt samen:
Andriy Grivko is helping Vincenzo Nibali win the Tour de France but finds himself in a “difficult” situation with problems brewing at home in the Ukraine. The downing of Malaysia Airlines flight MH17 on Thursday further highlighted the issues that currently face Ukrainians.
“It’s difficult to concentrate on the bike when you know that your family is there,” Grivko told France’s L’Equipe newspaper on Sunday.
“My parents and my sister live in Simferopol, in Crimea. For some months, all my thoughts have been there. Our freedom and our security are in danger.”
Grivko’s dad cycled for the USSR and encouraged his son to take up cycling and move to Italy. His Italian team-mate Nibali leads the world’s biggest race but outside the Tour, troubles persist.
In late February, Russia-backed rebels gained control of Ukraine’s Crimean peninsula and pushed for independence. Crimeans voted to join Russia in a snap referendum held on March 11, but Grivko said that his people were prevented from voting otherwise.
On Thursday, a missile reportedly fired from rebel-held territory hit flight MH17 en route from Amsterdam to Kuala Lumpur and downed the airplane in eastern Ukraine. It killed 298 people, mostly Dutch, and put the Tour de France’s spotlight on its only Ukrainian.
“It’s a huge tragedy that is not limited to the Ukraine and Russia,” Grivko said. “It concerns the world and in particular, Europe. Everyone should understand what is the cause of this is an act of terrorism – Russia is guilty and has dirtied the reputation of my country.”
Since the start of the race, Grivko has been in touch with his family. He explained that his sister and others have been asked to accept Russian passports but refused.
“I live with this situation with a lot of anger because I have the impression that they want to expel us from our home,” he added. “The Russian dictatorship is installing themselves while I am cycling on the roads of the Tour de France.”
Grivko rides for a team backed by Kazakhstan and named after its capital, Astana. Because of its historical and cultural attachment to Russia, he explained that it’s better not to speak about the issues going on at home. “But as soon as I get off my bike,” he added, “I have the right to express my political views.”
Dan is de Witrus Vasil Kiryienka (maar van Oekraïnse afkomst) heel wat nuchterder: “He grew up in Rechytsa, over the border from Ukraine’s Chernobyl nuclear reactor. Rechytsa sits 130km north and links with Chernobyl via rivers.
Rumour spread last year that his mum, dad and brother died because of the Chernobyl disaster in 1986. His brother is still alive. His dad died of radioactive-related illness and his mum of liver cancer. “But people die of this all the time,” he said of his mum. “I go in for check ups all the time, but nothing has ever shown.”
After racing and living in Italy with team Tinkoff, he moved to Pamplona, Spain, when joining Caisse d’Epargne/Movistar. His wife and children still live in Rechytsa. He said, “You think I’d accept that if I thought it was dangerous?” (Read more at http://www.cyclingweekly.co.uk/news/latest-news/kiryienka-worlds-time-trial-bronze-another-step-to-team-sky-38768#Yd7KXTWRSQdzDPuk.99)
KAZAKSTAN
In het oosten is het uiteraard meer een kwestie van toeval. Zo is er in Oezbekistan Djamolidine Abdoesjaparov, één van de succesrijkste ex-Sovjetrenners, maar een alleenstaand geval. Zoals zijn familienaam aangeeft, komt zijn vader trouwens uit de Krim, maar aangezien de Krimtartaren met de Duitsers collaboreerden, werden zij naar Oezbekistan gedeporteerd. Daar trouwde vader Abdoe met een echte muzelmaanse.
In Kazakstan zijn er echter meer. Valentin Rickert begeleidde een amateurteam dat vorige zomer in België successen behaalde met Nadobenko, Chmidt en Patenko, de beste klimmer in de Ronde van België. De reden waarom België werd uitgekozen, ligt voor de hand: het krioelt hier van de wielerwedstrijden. Bovendien strekt de kalender zich uit van begin maart tot midden oktober. Uiteindelijk moest de ploeg wel terug naar huis, omdat de verwachte sponsors uitbleven. Toch gaven ze de hoop niet op en inderdaad, met Astana zou Kazakstan uiteindelijk nog de bloeiende ex-Sovjetregio worden in de wielersport…

Referentie

Ronny De Schepper, Perestrojka in het peloton: derde keer, goede keer? De Rode Vaan nr.5 van 1 februari 1991

(*) José was op dat moment sportdirecteur van Tulip.
(**) Die later evenwel tegen de dopinglamp zou aanlopen.
(***) Uiteindelijk zou Tchmil het in Moldavië tot minister van sport schoppen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.