De Chileense cinema stond in de jaren zeventig, eerst met Salvador Allende, nadien met generaal Pinochet, in de belangstelling, maar daarover weten we nu amper nog iets af. Zoals zo vaak kan de filmkunst ertoe bijdragen onze kennis bij te schaven. Zo heeft “La frontera” van Ricardo Larrain die 25 jaar geleden in première ging het over een professor die onder de dictatuur naar de indianen werd verbannen.

Ook “Archipielago” van Pablo Perelman bespeelt ditzelfde thema, maar voegt er een schep magisch-realisme aan toe, dat we ook in “La rubia de Kennedy” van Arnaldo Valsecchi terugvinden. Het zijn dus zeker niet louter semi-documentaire werken. “En tu casa a las 8” van Christine Lucas b.v. gaat over een passionele driehoeksverhouding en in “La luna en el espejo” van Silvio Caiozzi houdt een vader zijn zoon obsessioneel in de gaten. De meeste van deze namen zeggen ons uiteraard niets, tenzij misschien Miguel Littin die onder Pinochet werd verbannen. Zijn film “Los naufragos” over iemand die na twintig jaar terugkeert naar zijn geboorteland is dan ook ongetwijfeld autobiografisch.

Uit Argentinië kwam in 1992 “El lado oscuro del corazon” van Eliseo Subiela over de dichter Oliverio (Dario Grandinetti), die op zoek is naar de ideale vrouw en deze vindt in de gedaante van Ana (Sandra Ballesteros). De ideale vrouw wil echter wel betaald worden. Ze is immers prostituée…
Een jaar eerder was er “Naked tango” van de Amerikaan Leonard Schrader. Stephanie is de jonge bruid van de oude Argentijnse rechter Torres (Fernando Rey). Tijdens een bootreis naar Buenos Aires ziet zij haar kans schoon om een nieuwe identiteit aan te nemen: een jonge haveloze vrouw is immers overboord gesprongen en niemand heeft wat gemerkt. Stephanie wordt nu Alma en uit haar dagboek blijkt dat zij afkomstig is uit Polen en op weg is naar Buenos Aires om er te trouwen met Zico, de zoon van rijke joodse ouders (Esai Morales, de “slechte” broer in “La Bamba”). Maar Zico blijkt een gangster te zijn die samen met zijn moeder en zijn broer een bordeel uitbaat. Alma weigert met Zico te trouwen maar die is niet van plan zijn “bruid” zo maar te laten gaan. Hoe zou je zelf zijn, de rol wordt immers vertolkt door de Franse actrice Mathilda May.

In Cuba was er in 1989 “Belle of the Alhambra” van Enrique Pineda Barnet met Beatriz Valdes (Rachel), Omar Valdes (Federico), Cesar Evora, Carlos Csuz, Veronica Lynn en Ramon Veloz. Deze erotische film heeft een politieke boodschap (opdat hij zou kunnen worden gemaakt; hier in het westen is het net omgekeerd, daar kruidt men een politieke film met wat erotische scènes opdat er toch een paar mensen zouden komen naar kijken).

Dat gebeurt b.v. ook in Brazilië – zoals met “Giselle” van Victor Di Mello uit 1981 met Alba Valeria, Carlo Mossy en Maria Lucia Dahl – omdat men daar onder de dictatuur de erotiek gebruikte om vlug een politieke boodschap mee te geven.). Hij handelt over een nightclub in het Havana van de jaren twintig, waar het machismo hoogtij viert. Ene Rachel verdringt daar La Mexicana uit de gunst van het publiek. Daarbij gaat ze wel over lijken. Eerst is er een jonge aristocraat die zich verhangt omdat zijn ouders zich tegen hun relatie verzetten. Daarna is er een mislukte acteur die haar lanceert, maar nadien door haar wordt verwaarloosd voor belangrijker figuren. Er wordt gesuggereerd dat hij toch verliefd op haar is, ondanks dat hij haar steeds “afstaat” aan andere mannen. Het ware in socialistisch Cuba allicht roldoorbrekender geweest van hem duidelijk als homofiel af te schilderen i.p.v. nu een paar scènes in te lassen waarin Rachel in mannenkleren schandaal verwekt door met “een andere man” te vrijen. Na Adolfito (zo heet de gewezen souffleur) komt dan Federico, de baas van de Alhambra, maar zij bedriegt hem voortdurend, tot ze in het bed van een krantenmagnaat terecht komt die een marionet is in de handen van de Amerikanen. Uiteindelijk (nadat o.a. Adolfito werd vermoord) kiest ze toch voor de anti-Amerikaanse stukken van Federico, maar dat kost haar dan wel haar carrière.
In 1994 werd het heikele thema van homoseksualiteit in Cuba dan toch aangekaart in “Fresa y Chocolate” van Tomàs Gutiérrez Alea. Die draait een jaar later “Guantanamera”, waarin een gevierde zangeres na vijftig jaar in Havana succes te hebben gekend weer terugkeert naar het provinciestadje waar ze is opgegroeid. Het emotionele weerzien met haar jeugdliefde wordt haar echter fataal. De overbrenging van haar lijk naar de hoofdstad is één lange, bizarre begrafenisprocessie onder leiding van de man van haar nicht, een bureaucraat die een hallucinant systeem heeft ontwikkeld om dit soort transporten zo economisch mogelijk te laten verlopen. Alea draaide hiermee een absurde en bij wijlen hilarische road-movie over de manier waarop de gewone Cubaan de bureaucratie met “plantrekkerij” tracht te keren. Iets waarin iedere rechtgeaarde Belg zich zal herkennen. Tijdens de opnames stierf de ouder wordende regisseur (11/12/1928-17/4/1996) aan kanker. De film werd afgemaakt door Juan Carlos Tabio, die hem ook al had geassisteerd bij “Fresa y Chocolate”.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.