Vandaag is het 25 jaar geleden dat jazzlegende Miles Davis is gestorven. Toen Miles Davis dertig jaar geleden optrad in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, heb ik een artikel geschreven voor De Rode Vaan dat ik echter heb ondertekend met Jan Segers, het pseudoniem dat ik vroeger voor het regionale blad “De Voorpost” heb gebruikt. Dat wijst erop dat ik me helemaal niet zeker voelde over wat ik allemaal heb geschreven, maar ik heb het toch maar gedaan. So here it is…

Reeds in 1960 schreef de bekende jazzcriticus Alun Morgan : « Na de dood van Charlie Parker in 1955, lijkt het dat Miles Davis de spilfiguur van de moderne jazz op zoek naar een leider die alles kan aanpakken, kan worden. Ik ken geen enkele andere muzikant die in staat is zo’n rol te vervullen ». En inderdaad, alhoewel kenners beweren dat het eigenlijke talent van Miles Davis gelimiteerd is, toch kan niet worden ontkend dat hij de aanzet is geweest voor die heel nieuwe vorm van jazz, die men jazzrock is gaan noemen of rockjazz of ook nog fusion of crossover, omdat het muziek is die zich niet binnen etiketten laat vangen. John Coltrane, Cannonball Adderley, Chick Corea, John McLaughlin, Herbie Hancock, Billy Cobham, Keith Jarrett… allemaal grote namen die via Miles Davis tot ons zijn gekomen. Een grote mijnheer dus, die Miles, en hij komt — na vele jaren — voor het eerst terug naar ons land en dat op zaterdag 8 mei in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Zouden we dit koncert durven vergelijken met de komst van Bruce Springsteen voor rockliefhebbers ?
BIRTH OF THE COOL
Lang voor zijn verbazende ommezwaai naar de jazz-rock, heeft Miles enkele heel belangrijke platen voor de jazz-geschiedenis opgenomen : « Milestones », « Kind of blue », « The Modern Jazz Giants » (met Monk, Milt Jackson, Percy Heath en Kenny Clarke), « Miles Davis at Carnegie Hall », « Someday my prince will come » en vooral « Birth of the cool » (1949-50), beschouwd als een even belangrijke etappe als de Hot Five van Louis Armstrong, de Ellington sessies van 40-42 en de meesterstukken van Charlie Parker. En hoe kunnen we de platen, opgenomen met Gil Evans, zoals « Porgy and Bess » en « Sketches of Spain », vergeten ?
Geboren in 1926 in Alton (Illinois), debuteert hij terzelfdertijd als Sonny Stitt en Clark Terry (41-43) en gaat hij in 1945 naar New York om er zijn studies te vervolledigen aan de Julliard Academy. Zo krijgt hij de gelegenheid om met Coleman Hawkins, Charlie Parker en Benny Carter, met wie hij naar Californië vertrekt, te spelen. In 1946, een heel belangrijke periode, treedt hij toe tot het orkest van Billy Eckstine die hem naar New York terugbrengt en waar hij door Charlie Parker opgenomen wordt in zijn kwintet. Hij komt voor de eerste maal naar Europa in 1949 tijdens het « Festival de Paris » (met Tadd Dameron).
Miles Davis heeft « grote oren ». Of dat letterlijk zo is heb ik nog niet kunnen vaststellen, maar dan toch figuurlijk. Daarmee bedoel ik dat hij naast jazz ook oren heeft voor blues, rock, klassieke muziek, Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse ritmes. Dat alles verwerkt hij op een zodanige manier in zijn muziek dat elke plaat, elk optreden weer anders is. Vaak vragen fans hem : Miles, speel dat nummer nog eens op de manier zoals je het vroeger deed. Maar dan antwoordt hij naar waarheid : hoe deed ik het vroeger eigenlijk ?
Die zelfs voor hemzelf ondefinieerbare stijl werd voor het eerst richtinggevend in 1949 toen hij als leider van een negenkoppige groep een aantal elpees opnam met o.a. Gerry Mulligan, Lee Konitz, John Lewis en Max Roach. Door talloze jonge jazzmusici werden deze opnames als een soort muzikaal manifest beschouwd, wat men later « the cool school of jazz » is gaan noemen.
DEATH OF THE COOL
Maar stilaan begon de cool zijn pluimen te verliezen (Ralph Gleason formuleert het anders : « It lost its balls ») en weer was het Miles Davis die de jazz uit de impasse haalde. Op dat gedenkwaardige Newport Jazz Festival van 1955 komt hij op en speelt een… blues. Maar zo funky, zo echt, zo ontroerend en swingend dat de hele coolbeweging in minder dan een jaar van de kaart werd geveegd. « Walkin’ » heette deze blues en de opname ervan (op Prestige) is een klassieker, een van de meest invloedrijke opnames uit de jaren vijftig.
Ondertussen onderneemt Miles meer en meer tournees buiten de VS en bezoekt dikwijls Europa. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk in 1957, maakt hij de muziek voor de film « Ascenseur pour l’Echafaud » (Louis Malle). Datzelfde jaar neemt hij de fameuze platen met Gil Evans op.
Zelfs in zijn beginperiode is Miles Davis nooit onderhevig geweest aan invloeden van buitenuit, al was hij de eerste belangrijke jazz-artiest die aandacht kon opbrengen voor rockgitarist Jimi Hendrix of soulzanger Sly Stone. Zelfs Bob Dylan kende hij reeds voor deze doorbraak met « The times they are a-changing ».
Zijn wonderbare klank, zijn communicatieve gevoeligheid, zijn ondoorgrondelijke wereld hebben van hem de meest geapprecieerde trompettist van de moderne jazz gemaakt. Zijn spel, verrijkt door onuitgegeven harmonische opzoekingen, geeft, wat ook het tempo mag zijn, een indruk van een ritmisch aangehouden evenwicht die gecompenseerd en onderlijnd wordt door tempo-variaties en de onregelmatige accenten van de drummers gekozen door Miles.
DE DERDE OMWENTELING
Op 18 februari 1969 nam Miles Davis een elpee op die de titel « In a silent way » meekreeg. Zijn medemuzikanten : Herbie Hancock, Joe Zawinul en Wayne Shorter die later « Weather Report » zouden vormen, pianist Chick Corea; gitarist John McLaughlin en drummer Tony Williams. In de later opgenomen « Bitches Brew » zou de nieuwe wending die Davis’ muziek had genomen nog duidelijker worden: de fusion was geboren.
Tot 1975 zou Miles doorgaan met het opnemen van platen in deze stijl, maar — het dient gezegd — de kwaliteit verminderde, de muziek werd voorspelbaar. En dan, plotseling, niets meer. De man die sedert 1949 meer dan 45 elpees had opgenomen verdween van de podia en uit de studio’s. Kwatongen brachten de stilte in verband met de ongunstige kritiek. Miles zou artistiek « dood » zijn. Niets was echter minder waar. Wel waar was dat Miles bijna echt dood was, een zware ziekte met andere woorden. Toen hij in 1981 voldoende hersteld was, was het precies opnieuw op het Newport Jazz Festival dat hij weer aan de oppervlakte kwam. En opnieuw greep hij terug naar de « funky » stijl waarmee hij in 1955 zo’n ophef had gemaakt, zij het dat het nu een ander soort « funk » was, sterk aanleunend bij het genre dat in de rockmuziek erg populair was geworden. Dat resulteerde in de studio-elpee « The man with the horn » en de kortelings te verschijnen dubbele live-elpee « We want Miles ».
In het Paleis voor Schone Kunsten zal hij begeleid worden door Mike Stern (gitaar), Marcus Miller (basgitaar), Al Foster (drums), Bill Evans (sopraansax) en Mino Cinely (percussie).

Referentie
Jan Segers, Miles Davis: steeds toonaangevend, De Rode Vaan nr.19 van 1982

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.