Het is vandaag ook 35 jaar geleden dat in het Gentse Arenatheater “De Driestuiversopera” van Bertolt Brecht in première ging in een regie van Jaak van de Velde, een decor van Jacques Berwouts, een vertaling van Ton Lutz en liedjesteksten van Walter Ertvelt. Tot mijn stomme verbazing heb ik geen recensie van mijn hand teruggevonden (ook niet van iemand anders trouwens), daarom moet u het maar doen met wat algemeenheden over het stuk zelf. En “uiteraard” heb ik ook weer geen foto van de voorstelling teruggevonden, daarom heb ik een beroep gedaan op een foto van Theater Het Hof uit Arnhem. Bedankt, mensen!

“Die Dreigroschenoper” uit 1928 was Brechts eerste en grootste commerciële succes en het blijft een van zijn meest geliefde en meest opgevoerde stukken. Gebaseerd op de 18de‑eeuwse “The Beggar’s Opera” van John Gay (1685-1732), vormt het stuk een satire op de bourgeoisie door middel van de wrange liefdeshistorie tussen Polly Peachum, dochter van een ‘zakenman in bedelaars’, en de beruchte bandiet Mackie ’t Mes. Deze “bedelaarsopera” is bij het grote publiek inderdaad vooral bekend door de hit “Mackie Messer” of in de Engelse versie “Mack the Knife”. Kurt Weill componeerde de muziek en de songs, schitterend vertolkt door o.m. zijn toenmalige vrouw Lotte Lenya (foto), zouden al snel een klassieke status verwerven. Al was dat niet van bij de aanvang zo: Weill had zijn muziek opgevat als een parodie op de Duitse opera en liet daarom op de première de klassiek getinte muziek uitvoeren door jazz-musici, wat grote ergernis opwekte bij het publiek.
Uit dit stuk van Bertolt Brecht komen de bekende uitspraken: “Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral” of “Der Mensch lebt nur von Missetat allein”. Volgens Brecht was de onderliggende idee van het stuk: criminelen zijn bourgeois, zijn bourgeois dan ook criminelen? Kan de man in de goot dan geen mooie afspiegeling zijn van de man in het statige herenhuis? Dus portretteert hij de onderwereld van een stad als zou het de statige leefwereld zijn van de doorsneeburger. Brecht zelf vond dat de acteurs en actrices het publiek moesten tonen dat zij slechts bedelaars speelden, die op hun beurt een opera opvoeren. In die zin toont hij hier al de zoektocht naar zijn eigen stijl, ontwikkelt hij zijn “vervreemdingstheorie”, die probeert het onderwerp van het stuk los te maken door de waan te doorbreken, het handelingsverloop te onderbreken en de spanning te verlagen zodat het publiek zich niet kan inleven. Zo kan elke toeschouwer zich beter concentreren op de zin die het toneelstuk aanbiedt.
In het NTG werd het stuk in 1974 reeds opgevoerd in een vertaling van Seth Gaaikema en in een regie van Konrad Zschiedrich uit de DDR. Roger Bolders was Mackie Messer, Lieve Moorthamer Polly Peachum en verder deden o.a. ook nog Blanka Heirman, Eric Raes, Werner Kopers, Gabriël Van Landeghem, Chris Boni, Cyriel Van Gent, Carmen Jonckheere, Hans Royaards en Martine De Gos mee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s