Veertig jaar geleden werd de Japanse film “Het Rijk der Zinnen” in beslag genomen in Brusselse bioscopen.

De Japanse regisseur Nagisa Oshima scoorde in de jaren zeventig inderdaad een schandaalsucces met “Het Rijk der Zinnen” (”Ai no corrida”). Dat kwam merkwaardig genoeg niet omdat voor het eerst in een “normale” film de hoofdacteurs elkaar echt penetreerden (tenzij die “eer” de Nederlandse film “Blue movie” toekomt), zoals tot dan toe enkel in een pornofilm gebeurde, al wordt dat ook wel eens beweerd van films waarin een echtpaar in het dagelijkse leven eveneens een paar is in de film. Dat is dus een echt paar dat echt paart. Kim Basinger en Alec Baldwin in “The Getaway” b.v. Maar of dat nu waar is of niet, in tegenstelling tot bij Oshima wordt dat aan de kijkers niet expliciet getoond. Nee, Manu Ruys vatte het in “De Standaard” als volgt samen: “Er is naakt en er is seks-sadisme. Wie het onderscheid niet aanvoelt, ontbeert een gezond en evenwichtig oordeelsvermogen en werpt zich beter niet op als woordvoerder van de openbare opinie.”
Dit blad had zich wel heel expliciet in het onderwerp vastgebeten. Zo kopte Maria Rosseels met letters die men bij Het Laatste Nieuws was gaan lenen: “Noem het kind bij zijn naam: pornografie”. En in Duitsland was men het klaarblijkelijk daarmee eens, want in het rapport om de inbeslagname te justifiëren staat letterlijk “dat aan het gezicht van de vrouw te merken is dat seksuele praktijken plaatshebben”.
Oshima keert zich met deze film echter juist tégen de pornografie. Ondanks (of misschien juist dankzij) het feit dat deze film eindigt met de dood van de geliefde (gebaseerd op een echt gebeurd feit uit 1936, wanneer de jonge geisha Sada met het afgesneden geslacht van haar minnaar werd aangetroffen) wil het een vitalistische ode zijn aan de seksuele moraal in het nog niet verwestelijkte Japan, waar monogamie niet de dwingelandij was, die volgens Oshima juist aan de oorsprong ligt van de vlucht in de pornografie. Zijn filmbeelden willen dan ook herinneringen oproepen aan de tekeningen van Utamaro en Hokusai.
Ook legt Maria Rosseels de link met sadisme en vindt dat de naam Sada voor het vrouwelijke hoofdpersonage niet toevallig is gekozen. Merkwaardiger is wel dat Rosseels ook wel toegeeft dat de film verschilt van de doorsnee-porno, maar naast “de esthetische kwaliteiten” is er een onderscheid dat de film juist “slechter” maakt dan die porno, zodat “de directeurs van pornozalen de film van Oshima niet lusten; het publiek dat die bioscopen frequenteert wil, naast de seks, ook nog een romantisch (desnoods gecamoufleerd) verhaal. En dat zit er bij Oshima niet in. De non-stop seks wordt vlug eentonig.”
Anderzijds houdt Maria ons wel (als enige!) op de hoogte van wat we allemaal missen: het bevredigen van een oude bedelaar en een lesbische scène die met twaalf minuten werd ingekort. Op de koop toe geeft ze ons ook nog wat erotische cultuur mee. Aangezien het verbod op het tonen van schaamhaar toen nog geldig was, herinnert ze ons eraan dat dit teruggaat op een eeuwenoud taboe: “Ook in het keizerlijke China gold het tonen van schaamharen als obsceen, en de dure courtisanes, aan wier naakt-dansen niemand aanstoot nam, waren dan ook keurig onthaard.”
Hetzelfde verhaal werd dertig jaar later verteld in de kortfilm “La véritable histoire d’Abe Sada” van Noburo Tanaka. Deze kortfilm vormde een onderdeel van “Roman Porno”, een bundeling van vijf erotische Japanse kortfilms van de gespecialiseerde firma Nikkatsu. Ondanks het feit dat de bedoeling puur commercieel is, levert het toch een aantal picturale pareltjes op. Het is duidelijk dat de regisseurs (buiten Tanaka ook nog Seijin Suzuki en Tatsumi Kumashiro) in de leer gingen bij de rijke traditie van de Japanse erotische prenten. Met name deze film van Tanaka (de twee overige zijn ook van zijn hand) onderscheidt zich van die van Oshima, door meer de nadruk te leggen op het sadomasochistische karakter van de relatie tussen Sada en haar meester Kichi.
De distribiteur bracht de volgende film van Oshima uit onder de titel “Het Rijk der Passie”, omdat hij dacht van op die manier nog eens langs de kassa te mogen passeren. Ondanks de misleidende titel bleek alras dat het hier om een “zuivere” kunstfilm ging (eigenlijk betekent de titel “Ai no borei” letterlijk “Het spook der liefde” en dat zegt veel meer over de film, die inderdaad over een vermoorde rikshatrekker gaat, die in het huis van zijn echtgenote, tevens moordenares, en haar minnaar komt spoken; ah ja, die mens moest voortaan immers zijn riksha zelf trekken!) en de belangstelling daarvoor bleek zo gering dat men de film nog zelden te zien krijgt.
EROTIEK, SEKS EN PORNO
Op het einde van zijn boek “Vrouwen, pornografie & erotiek” (Arbeiderspers, 1979) stelt de auteur Gilles Lapouge de vraag: “Is het toeval dat de opkomst van de pornografische kunst samenvalt met het tijdperk van de film?” (p.391). En amper een paar lijnen verder antwoordt hij zichzelf: “De revolutie in onze zeden is ongetwijfeld minder een verschuiving van de moraal als wel een onvermijdelijk gevolg van een technische vooruitgang.” (p.391-392)
Als men in filmtermen een onderscheid zou willen maken tussen erotiek, seks en porno, dan ben ik dan ook geneigd dit te vertalen in camera-afstanden, d.w.z. de camera komt steeds dichterbij, er wordt steeds minder gesuggereerd. Nu was ik in mijn jeugd al geen grote fanaat van Meccano, dus ook nu ben ik nog steeds niet erg geïnteresseerd in het in elkaar steken en nadien weer uit elkaar halen van lichaamsdelen en dat is wat pornofilms tot in den treure toe in close-up tonen. De close-ups van allerlei lichaamsdelen horen eigenlijk eerder thuis in een medische rubriek dan in een erotische. Erotiek is immers niet gebaat bij zeer expliciete scènes.
Laten we dus meteen van meetafaan duidelijk zijn: porno, ik ben er niet tegen, maar het verveelt me. Ik vind het niet erotisch. Toch lijkt het me interessant even stil te staan bij de “geschiedenis” van de pornofilm-industrie, al was het maar dat het verschijnsel de laatste tijd blijkbaar “Salonfähig” geworden is, niet alleen omdat gerenommeerde cineasten als Gabriel Axel (”Babettes feestmaal” uit 1987) daarvóór aan de kost kwamen met het draaien van soft seks-films, maar ook omdat “respectabele” films nu ook een beroep doen op porno-vedetten. Het begon met het Franse “Romance”, maar er is ook “Shabondama Elegy” van Jan Kerkhof uit 1999, waarin Thom Hoffman tegenover een Japanse porno-actrice wordt geplaatst. En het jaar daarop kwam de volledige “doorbraak” met “Baise-moi”, een film gemaakt door vier vrouwen (de schrijfster Virginie Despentes, regisseuse Coralie Trinh Tri en hoofdvertolksters Raffaela Anderson en Karen Bach), waarvan enkel de schrijfster NIET uit het pornocircuit kwam. Na klachten van enkele katholieke organisaties kreeg de film uiteindelijk toch een X-rating (enkel voor pornozalen dus), maar in België kwam hij wel gewoon uit, zij het met een restrictie vanaf 18 jaar (daar waar die nu gewoonlijk al op 16 jaar lag). Karen Bach werd overigens op 29 januari 2005 door vrienden dood aangetroffen in hun gemeenschappelijke woning. Ze had zelfmoord gepleegd. Karen Bach was 31 jaar oud. Sedert “Baise-moi” had ze in geen enkele film meer gespeeld (1).
Men noemt dit meestal “films voor volwassenen” al is het merkwaardig dat dit etiket uitsluitend gereserveerd wordt voor erotische films. Ik heb daar geen moeite mee (erotiek vergt een zekere rijpheid en een verliezen van de onschuld, laat kinderen dus maar zo lang ze dat willen kind zijn), maar het stopt erotiek wel ergens in het verdomhoekje, zoals dat toch enkel maar voor gore porno terecht is. Anders lijkt het me juist het punt waarop volwassenen nog eens heerlijk als kinderen kunnen spelen. Ik heb veel meer moeite met het feit dat het “kinderen niet toegelaten”-etiket bijna nooit omwille van geweldscènes wordt toegekend, vooral omdat dit vaak voorkomt in films die zich speciaal tot een jongerenpubliek richten. Dat noemt men dan “actiefilms”.
PORNO VERSUS EROTIEK
Wat is porno? Een algemeen geldende definitie zal er wel niet te vinden zijn. Een cynicus heeft zelfs eens beweerd: “porno is de erotiek van de andere”. Of zoals Steve het cynisch formuleert in een aflevering van “Coupling”: “Als het vrouwen opwindt, is het erotiek, als het mannen opwindt, is het porno.”
Wij reserveren hier de term voor wat men dan noemt “harde porno”. “Soft porno” is immers een wat misleidende term voor wat eigenlijk gewone seksfilms zijn.
De huidige BRTN-producer Paul Bottelberghs suggereerde destijds in “De Andere Film” de volgende definitie: “Men zou de term porno kunnen gebruiken voor die voorstellingen van het seksuele die het seksuele ofwel volledig loszien van de wereld errond, ofwel de huidige rolpatronen (de huidige machtsrelaties) klakkeloos overnemen. Pornografie is dan de representatie van seksuele beelden, vaak met nadruk op het belachelijke en het gewelddadige, die de mens vernedert met als doel te entertainen of producten te verkopen. Pornografie gaat meer over de uitoefening van macht dan over uitdrukking van seksualiteit.”
Prof.Catharine MacKinnon van de University of Michigan sluit zich hierbij aan met de vaststelling: “In pornography the pleasure of the women expressed in it is fake and the violence against them is real.”
Toch is er ook een verschil. Bottelberghs wijst erop dat porno zich afspeelt op het niveau van de representatie, de afbeelding, het getoonde. Een verkrachting is dus geen pornografie, het vertonen ervan in een film kan dat wel zijn (zie de discussie over “L’amour violé” en ook de film “Rape culture” uit 1978).
Anderzijds kan men ook gewoon op wetteksten of omschrijvingen ervan afgaan. De Engelse filmcommissie vatte het als volgt samen: “Inner labia is out, but outer labia can be in.” Ook Sylvia Kristel geeft ongevraagd een goede definitie van het verschil tussen soft en hard porno. “De meeste acteurs waren professioneel genoeg om geen erectie te krijgen,” zegt ze over haar “Emmanuelle”-films, terwijl in harde porno de acteurs juist zo professioneel moeten zijn om op àlle tijden een erectie te kunnen krijgen.
KOMM, GIB MIR DEINEN SCHWANZ!
Het zwakke onderdeel van erotische films is meestal het verhaal. Toen ik mij destijds een abonnement nam op Filmnet, kreeg ik na een paar weken een briefje met de vraag waarom ik dat nou precies had gedaan. Ik antwoordde (naar waarheid) dat dit omwille van de wielerwedstrijden was, maar ik voegde er in een overmoedige bui aan toe: “De erotische films zijn mooi meegenomen.”
Een jaar later wou ik dat deze brief nooit had bestaan. Ik hoop alvast dat niemand mij erop zal vastpinnen. Wist ik veel dat ik immers een jaar lang steeds dezelfde film zou te zien krijgen, zij het telkens met een andere titel! En die film heet dan “eredienst van de fallus”. Want daar draait het in iedere film om. De Duitse zijn daar het meest expliciet in (”Gib mir dein lekkeren Schwanz”), maar ook de Amerikanen doen hiervoor niet onder (”You want my gorgeous dick, no?”). En dan krijg je anderhalf uur lang Bengelende Ballen in close-up, om nog van de harige kont daarboven te zwijgen.
Ik ventileerde mijn afgrijzen dan ook in een volgende brief. Men gaat er immers gemeenzaam van uit dat porno zich voor het grootste deel tot een mannelijk publiek richt. Wel, welke man wil nu per se op de kloten van een andere vent zitten kijken, tenzij latente homoseksuelen? En nu mogen er voor mijn part gerust films voor homo’s worden uitgezonden, maar déze films zijn voor hetero’s bedoeld. Bovendien blijken er volgens recente onderzoeken toch méér vrouwen te kijken dan men algemeen aanneemt, maar wat stelt men dan vast? Dat ook vrouwen een glad vrouwenlichaam doorgaans mooier vinden dan de harige torso van een vent. (Alhoewel één derde van de door Elga in 1996 geënquêteerde vrouwen mannelijk naakt in soaps zou willen.)
Op een jaar tijd heb ik slechts een paar uitzonderingen kunnen noteren. “Sex sorority kittens” was geestig en vrouwvriendelijk; het eerste adjectief was ook toepasselijk op “Babewatch” en het tweede op “Where the boys aren’t”, maar jammer genoeg ging in beide gevallen de combinatie al niet meer op. Over de rest zwijgen we maar. De voornaamste reden is dat er voornamelijk uit het Amerikaanse vaatje wordt getapt, het volk dat aan de top staat der frustraties. En de Duitsers van ‘t zelfde natuurlijk. Ze willen alle twee “the biggest” zijn, precies omdat ze niets hebben om fier op te zijn. Jammer genoeg was de enige Franse film die ik op Filmnet heb gezien, al even vulgair. Nochtans zijn de Fransen de besten in dit genre. Bij het opstarten van VT4 heeft men daar een paar goede Franse films gegeven (”Curieuse voisine” of zoiets b.v.), al is men ook daar ondertussen op Amerikaanse siliconen-borsten overgeschakeld. Nu weet ik wel dat het hier soft-porno betreft, maar als men dan zo nodig toch “cum shots” wil, dat men er dan een paar tussen monteert, zoals men bij “Caligula” heeft gedaan. Niemand ziet toch of het wel de juiste pik of kut is.
Maar neem vooral deze raad ter harte: laat de aankopen niet langer verrichten door een gefrustreerde vent, maar stel een vrouw aan. Vrouwen zijn veel geraffineerder. Zij zouden b.v. weliswaar de aankleding van een film als “Extreme sex” appreciëren, maar tegelijk inzien dat dit eigenlijk niets met SM heeft te maken, dat men enkel de uiterlijke symbolen overneemt om dan, jawel, opnieuw over te gaan op de cultus van de fallus. All that you want is my gorgeous dick, uh?
Enige tijd later kreeg ik hierop antwoord van ene Daan van Leeuwen, allicht de verantwoordelijke voor de programmatie van de – wat zij noemen – erotische films. Nu ben ik weliswaar niet van plan een duurzame correspondentie te voeren met deze mens, maar ik moet toch ook even kort op zijn schrijven reageren, enerzijds om iets recht te zetten, anderzijds om twee suggesties te doen.
1.”Dezelfde films met verschillende titels” was uiteraard niet letterlijk bedoeld, slimoor! Hiermee wilde ik alleen maar zeggen dat een scenario in de meeste van die films totaal onbestaande is, alweer zeker in de Amerikaanse. Vergelijk recentelijk b.v. « Bangkok » met de Franse film, « La maison des bas noires ». Zonder nu echt een meesterwerk te zijn, was deze toch een flink stuk spitsvondiger. Hij had een zekere klasse, bevatte zeer leuke lesbische scènes, maar was anderzijds ook wel erg fallusgericht, hij vertoonde met name een obsessie voor fellatio, die je ook in Amerikaanse films wel terugvindt. De “aankleding” van de film (jawel) deed terugdenken aan het eind van de jaren zestig of het begin van de jaren zeventig, kortom het nog “onschuldige” wereldje van de porno-industrie zoals Paul Anderson dit toont in “Boogie nights” (toen “olifantenpijpen” nog “brede broekspijpen” betekende). Ik kan me dan ook best voorstellen dat een “softe” versie ervan, versierd met de nodige zwarte bollen en strepen, in het Leopoldje of andere dergelijke oorden is te zien geweest.
2.U schrijft dat er ook Belgische films te zien zijn: daar wist ik helemaal niks van! Met andere woorden: de informatie hierover is toch wel ondermaats. Ik kan ten volle begrijpen dat u hierop niet uitgebreid wil ingaan in het maandelijkse magazine, dat toch een familieblad wil zijn, maar waarom geen goedkope supplementaire uitgave voor wie erom vraagt?
3.Wat u wél in het programmablad zou kunnen aanduiden, is het onderscheid tussen soft en hard. Al moet ik toegeven dat dit in de huidige programmering niet veel zin heeft, aangezien “soft” gewoon wil zeggen: “hard” maar dan zonder al te expliciete shots (zeg maar “het standpunt van de gynecoloog”). Dat maakt de films er echter niet beter op. Ze worden dan immers nodeloos lang getrokken (het is moeilijk om in deze context woordgrapjes te vermijden). Zou het echter niet mogelijk zijn om in dit kader eerder films uit de jaren zestig of zeventig te programmeren? Zelfs harde porno wordt leuker naarmate men in de tijd teruggaat. Ik denk b.v. aan de reeks “Opa privé”, wat niet slaat op seks voor ouderen (iets wat ook al “in” is op dit moment), maar op filmpjes uit de beginjaren van de beeldindustrie (2).
Vaak worden ook porno-opnamen uit de jaren veertig en vijftig nog als stomme films verkocht, omdat ze destijds streng verboden en dus met zeer minimale middelen (b.v. zonder klank) werden geproduceerd. Ah! Die zalige tijden van vóór de camcorder. Reeds professioneler zijn de filmpjes van Bettie Page.
MONDO CANE
In 1962 veroorzaakt “Mondo cane” van Gualtiero Jacopetti sensatie in Cannes. Alhoewel hij niet de bekende uitvergrote lichaamsdelen bevat (daarvoor is het nog wat vroeg) komt deze film in mijn ogen het dichtste bij de definitie van “porno”. Hier wordt immers wel een beetje bloot getoond, maar dat dit op dezelfde lijn wordt gesteld met Papoea’s die een zwijn doodknuppelen, Amerikaanse snobs die bisamrattenstaarten verorberen, slangen die levend worden gevild en een hondje dat zo dadelijk kwispelstaartend zal worden opgediend. Kortom, deze film appeleert aan de laagste instincten van de mens.
Later zal deze film nochtans veel navolging kennen. Eén ervan wordt vooral erg populair omdat men er leeuwen in een safaripark een te stoutmoedige toerist ziet in oppeuzelen. De film van Jacopetti wekte des te meer afkeer op omdat hij kort voor het draaien een auto-ongeluk had gehad, waarin zijn vrouw (Belinda Lee) was omgekomen.
Dit leidde tot het subgenre van de kannibalenfilm. Dit genre werd geïntroduceerd door een andere Italiaanse regisseur, namelijk Ruggero Deodato (ooit nog assistent van Rossellini en Corbucci). In zijn “Cannibal Holocaust” (1979) – het ‘meesterwerkje’ in het genre – trekken vier op sensatie beluste journalisten de groene hel in op zoek naar de laatste kannibalenstam. Het loopt niet al te best voor hen af en ze belanden op het menu van de inboorlingen na op een onfrisse manier te zijn afgeslacht. Deodato filmde het geheel in een effectieve semidocumentaire stijl, waarin de gruwelijke horrorscènes met vrijwel onbekende acteurs werden afgewisseld met daadwerkelijke folterscènes van dieren. Die konden immers niet voor zichzelf opkomen en GAIA bestond in die tijd nog niet. Een en ander was zo overtuigend dat Deodato een proces aan zijn broek kreeg op verdenking van het maken van een snuff movie (zie verder).
In het spoor van Deodato volgden o.a. Marino Girolama met de zombie-kannibalenfilm “Zombi Holocaust” (1980), Spaans exploitatieregisseur Jess Franco met “Mondo Cannibale” (1980) en Umberto Lenzi met “Mangiati Vivi” (“Eaten Alive”) uit 1980 en “Cannibal Ferox” (1981). Vroegere films in het genre waren Joe D’Amato’s Emanuelle vehikel “Emanuelie e gli Ultimi Canibali”/”Emanuelle and the Last Cannibals” (met Laura Gemser uit 1977) en Deodato’s “Ultimi Mondo Cannibali” (1976).
In 2013 draaide de meester van de torture porn, regisseur Eli Roth (“Cabin Fever”, “Hostel”) als hommage aan het kannibalengenre “The Green Inferno”. Een groepje slecht voorbereide milieuactivisten onder leiding van de geniepige Alejandro ‘een soort van Ché Guevara uit den Aldi (rol van de Chileense acteur Ariel Levy) trekt het Amazonegebied in om actie te voeren tegen de ontbossing van het regenwoud en de uitroeiing van de Indiaanse stammen die er wonen en dat loopt uiteraard slecht af. Aan uitdieping van karakters wordt er duidelijk niet gedaan, maar dat is ook niet direct eigen aan dit subgenre van de horrorfilm. Personages in een Eli Roth-film zijn slechts pionnetjes die klaargemaakt worden voor de – liefst zo gruwelijk mogelijke – slacht. (3)
IMGBij de explosie van de video-industrie in de jaren negentig werden deze en gelijkaardige films opnieuw populair maar nu onder de benaming “Faces of death”. Martelingen in Zuid-Amerika worden afgewisseld met beelden van verschrikkelijke ongevallen of bloederige operaties. Ziekelijk, maar niet opzettelijk voor de film bedoeld.
Dat zou wel zo zijn met de zogenaamde snuff-movies, waarbij de slachtoffers (meestal na seksueel misbruik) ook echt zouden worden gedood. Lange tijd heeft men aan het reële bestaan van dergelijke films getwijfeld, aangezien zelfs onderzoeker René Boomkens geen bewijs ervan kon vinden en producer Lloyd Kaufman (Troma) over de “eerste” film die deze reputatie over zich heen kreeg (”Bloodsucking freaks” van Joel M.Reed uit 1975) getuigt dat het allemaal nep is. Men dacht dan ook dat het hier wel eens om een moderne stadslegende kunnen gaan, te plaatsen naast de vrouwen die verdwijnen in de pashokjes van de Veldstraat om dan op te duiken in een of andere harem e.d.
Maar met de zaak Marc Dutroux doken er dan toch dergelijke films op, met kinderen als slachtoffers dan nog. Privé-detective André Rogge in Humo van 17/9/96: “Ik had in België ook aanwijzingen gevonden van snuff movies, die vreselijke films waarin mensen vermoord worden terwijl ze seksueel worden misbruikt. Iedereen heeft het erover maaar niemand heeft ze ooit gezien. Ik kon justitie precies op het spoor zetten. Een tijd nadien verdween er een meisje in Frankrijk, de kleine Anaïs uit Mulhouse. Ik ben met mijn documentatie meteen naar onderzoeksrechter Germain Sengelin gegaan. Hij is de enige die geverifieerd heeft wat ik vertelde. Ik heb hem aangewezen waar hij een lot snuff movies in beslag kon nemen. Dat was in Engeland. De cassettes werden gevonden. Minstens vijftien kinderen waren gefilmd terwijl ze vermoord werden. Sengelin vroeg bij de Britten foto’s uit de video’s, maar dat werd vanwege juridische finesses geweigerd.”
DEEP THROAT
De echte revolutie kwam er in 1972 toen “Deep throat” van Gerard Damiano (1928-2008) met Linda Lovelace een ruime distributie kreeg, nadat de New York Times er een artikel aan had gewijd onder de titel “Porno chic”. Fenton Bailey (de maker van de documentaire “Inside Deep Throat” uit 2005) in Humo van 30/10/2007: “Het succes had vooral met timing te maken. De film kwam uit in ’72, toen de porno-industrie nog volledig in de underground zat. Mensen durfden nauwelijks openlijk over seks te praten. Maar ‘Deep Throat’ was zogezegd een komedie, en dus was het oké om ernaar te gaan kijken.”
Veel belangrijker lijkt me dat in het proces dat erop volgde, vrouwelijke seksualiteit in het middelpunt van de belangstelling komt te staan. Zoals men weet is de “clou” van “Deep Throat” dat de clitoris van Lovelace zich in haar keel bevindt. Zij ondervindt dus maar echt seksueel genot bij het pijpen. Erica Jong wijst er terecht op dat dit een pure mannenfantasie is: mannen worden graag gepijpt, dus het zou leuk zijn, mocht de clitoris inderdààd in de keel van de vrouw zitten, dan had zij er ook wat aan en zou ze het dus meer doen.
Anderzijds kwam precies door dit gegeven de nadruk tijdens het proces te liggen op de discussie over een clitoraal orgasme tegenover een vaginaal orgasme (4). Typisch voor die tijd was trouwens dat specialisten terzake aan de rechter dienden uit te leggen, wat nu juist het verschil tussen die twee was. Van een clitoraal orgasme had die brave mens nog nooit gehoord en men mag aannemen dat ook vele vrouwen in dat geval verkeerden. Op zijn minst heeft de film dus op dat vlak alvast zijn nut bewezen.
Het proces concentreerde zich merkwaardig genoeg op de mannelijke hoofdfiguur, Harry Reems. Hij werd oorspronkelijk tot vijf jaar cel veroordeeld, maar vooraleer het zo ver was, kwam de Nixon-administratie zelf ten val en dan nog wel door… Deep Throat, zoals de geheime informant in de Watergate-affaire werd genoemd.
Toen hij in beroep werd vrijgesproken, vestigde hij zich in Hollywood omdat hij dacht nu als een “echte” acteur aan de bak te kunnen komen. En, jawel, Paramount (waarvan wordt gezegd dat in hun studio’s ook porno wordt gedraaid, by the way) wou hem de rol van coach aanbieden in “Grease”. Toen dat uiteindelijk toch niet doorging, ging Reems aan de drank en de drugs. Daar raakte-ie vanaf doordat hij op een dag het Licht heeft gezien.
Net als Linda Lovelace (1949-2002) trouwens, die de makers van “Deep Throat” voor de rechter wou slepen, ze beweerde namelijk dat ze de film onder dwang had gemaakt of om het in haar eigen woorden te zeggen: “Iedere keer dat de film vertoond wordt, zie je mij verkracht worden.” Ze werd hierbij verdedigd door Catharine MacKinnon, een feministe van de oude school, die net als Andrea Dworkin porno verboden wil zien. Toen de feministische golf tegen porno ging liggen, ging Linda opnieuw naakt poseren tot ze om het leven kwam bij een auto-ongeluk.
Men mag aannemen dat het Linda Lovelace vooral om het geld te doen was. De film werd destijds immers voor 22.000 dollar in zes dagen tijd opgenomen en bracht niet minder dan 600 miljoen dollar op. Dit geld verdween in allerlei zakken (sommigen beweren: van de maffia) maar zeker niet in die van de acteurs. Vandaar de terechte frustratie van dezen uiteraard.
Minder bekend, maar niet minder baanbrekend is een andere pornofilm uit hetzelfde jaar als “Deep Throat”, namelijk “Behind the green door”, waarin Marilyn Chambers (1953-2009) als eerste pornoactrice het bed (en dus ook het scherm) deelt met een zwarte “acteur”. Een blanke man die het deed met een zwarte vrouw, dat was reeds eerder voorgekomen (ik meen me zelfs te herinneren dat een dergelijke scène ook in “Deep Throat” zat), maar het omgekeerde was blijkbaar zelfs in de pornowereld nog ondenkbaar. Marilyn Chambers werd daardoor zo beroemd dat in 1975 er zelfs een film naar haar werd genoemd. De titel was (niet onterecht) “Inside Marilyn Chambers”.
Alleszins, vanaf dat moment was er geen houden meer aan. In 1974 was er in New York zelfs een Festival van de Erotische Film met in de jury o.m. Milos Forman, Andy Warhol, Gore Vidal en Xaviera Hollander. Rond die tijd draaide de bekende cineast François Reichenbach (1921-1993) “Sex o’clock USA” (met muziek van Mort Shuman). Hij plaatst aan begin en einde interviewflarden met enige wegens verkrachting veroordeelde jonge mannen en laat daartussen een groot aantal toestanden en toestellen zien die echter noch specifiek Amerikaans zijn, noch iets zeggen over de oorzaken of gevolgen van de “seksuele revolutie” in de Verenigde Staten. “Sex o’clock” werd door Reichenbach, die reeds een oscar had gekregen voor een portret van Arthur Rubinstein, een Gouden Beer voor een portret van Orson Welles en reeds eerder over Amerika documentaires had gemaakt (zoals “Passion mexicaine”), opgenomen tijdens een rondreis ter gelegenheid van de bicentennial (1977).
In meestal elegant verzorgde beelden, ook in half duistere seks-cabarets, duidelijk gefotografeerd, vaak voortgestuwd door opgewonden door pulserende muziek vertoont hij “pris sur le vif” masochisten onder de zweep, seks op bestelling, seksshows en martelshows, travestieten, een eigentijdse slavenmarkt die door de politie wordt opgerold op de grond van de anti-slavenwet van 1865, opnamen voor een pornofilm en een hijg-grammofoonplaat, fabrikage en marketing van seksartikelen en masturbatieartikelen, en de verkoop van afgietsels van vagina’s als erotische kunst in Greenwich Village.
DE GROTE SAMENZWERING
Toen werd het de editorialist van het weekblad “De Post” te machtig en hij schreef een artikel waarin er een verband werd gelegd tussen de linkse beweging en de snelle toename van erotiek in de filmindustrie: “In Warschau en Belgrado, om maar te zwijgen van Moskou en Peking, heersen puriteinse wetten en politieverordeningen. Met moraal heeft dat weinig te maken, wel met het doodnuchtere inzicht dat je met een seksueel-verloederd volk en een erotisch-afgepeigerde jeugd sociaal, economisch, militair en politiek naar de verdommenis gaat… In het Westen weten we dat ook wel – maar wie het daar waagt er iets tegen te doen, krijgt de hele progressieve meute op zijn nek, en wordt als reactionair en fascist gebrandmerkt, verdacht gemaakt, aan de spot prijsgegeven en de mond gesnoerd. Er zit te veel systeem in, het is allemaal te goed georchestreerd om louter toeval te kunnen zijn…”
Maar goed, er werden ook zogenaamd “ernstige” werken geschreven over “de pornografie, gehoorzamend aan de wet van het profijt, fungerend als bron van inkomsten en handelsobject. (…) Zij is gedoemd inferieure kwaliteit te leveren. Om de winstgevendheid op te voeren moet het grootst mogelijke aantal consumenten worden bereikt, moet er dus worden gezocht naar de grofste gemene deler terwijl tegelijk de productiekosten worden gedrukt: vandaar die eentonigheid, het gebrek aan toewijding, het volledig ontbreken van talent en vakmanschap waardoor de pornografie wordt gekenmerkt. Vandaar dat de vertoning die de samenleving van haar eigen seksualiteit op touw zet, zo middelmatig van kwaliteit is, wat, zo mag je verwachten, zijn weerslag heeft op de seksualiteit in de eigenlijke praktijk.” (Hans & Lapouge, p.15)
Catherine Millet, die zich pas vele jaren later zou “outen” met haar fameuze “Vie sexuelle de Catherine M.”, besteedde het volledige januari-februari nummer van 1976 van “haar” deftige tijdschrift Art Press International aan de “pornogolf”. Haar argumentatie: “Pornografie? Ik vind dat meer iets vrolijks, meer iets vermakelijks, zoals alles wat een opening maakt. Een geslachtsdeel in close-up, dat is nog nooit vertoond, ik vind dat wel goed: beelden waren altijd verboden, ze worden nu zichtbaar.
Daarom hebben we een nummer van Art Press International, een kunsttijdschrift, aan de porno gewijd. Op het gebied van de avant-garde gebeurt er op het ogenblik niet veel nieuws — niets provocerends in de schilderkunst bijvoorbeeld, en de kunst laat zich niet genoeg gelegen liggen aan wat er op straat aan de hand is, aan al die afbeeldingen om ons heen. Nu is het zo dat telkens wanneer zich een doorbraak, een scheuring heeft voorgedaan in de kunst, de oorzaak lag in beelden uit een nieuw werelddeel waardoor men zich liet overspoelen — de negerkunst, de oosterse kunst, bijvoorbeeld, hebben revoluties teweeggebracht in de westerse kunst. Voor ons vormen de pornografische afbeeldingen die in onze maatschappij circuleren ook een nieuw werelddeel. Wij hebben, daarnaar willen kijken, al was het maar om oude gewoonten omver te gooien.
De opkomst van de pornografie lijkt me een positief element: wij worden gebombardeerd met visuele aanvallen die de seks ter discussie stellen, dat is een manier om zich in zijn eigen seksualiteit te verdiepen. En die afbeeldingen vallen ons in zo’n overweldigende hoeveelheid op ons dak, met zoveel geweld, dat het provocerende of openbrekende elementen zijn op andere gebieden, dat ze beweging brengen op andere terreinen dan alleen dat van de seksualiteit.
Dat deze films, deze plaatjes, niet altijd van grote kwaliteit zijn is een ding dat zeker is. Maar dat houdt niet in dat ze geen gevolgen hebben. Deze films zijn modern voorzover iedere psychologie, ieder drama uitgebannen zijn: er is een nieuw type beelden geschapen. Het is fascinerend om oude erotische afbeeldingen of schuine prenten te vergelijken met die van de porno. Vroeger had je een conventionele bladindeling. Vandaag viert de close-up hoogtij — een geslachtsdeel, twee geslachtsdelen, als om te zien te geven wat nooit gezien werd. Er wordt vaak gepraat over de eentonigheid van pornofilms, maar dat komt misschien omdat het register van onze fantasieën zo beperkt is… Wat er gebeurt, is dat de mensen anders gaan kijken. Ik ben mij dat bewust geworden toen we bezig waren met de voorbereiding van dit nummer van Art Prees International: we hebben gewerkt met honderden foto’s, organen, delen van lichamen en ik ontdekte dingen die ik nooit had gezien. De film biedt wat in de werkelijkheid niet echt gezien kan worden: de geslachtsdaad zelf op het moment van zijn voltooiing: dat is een volkomen nieuwe, verwarrende, revolutionaire visie. (…)
Zodra de golf van afwijzende reacties (iets volkomen natuurlijks, laat men zich niets verbeelden) is weggeëbd, wanneer men opnieuw zijn pornoweekblad in de eerste de beste kiosk zal kopen, wanneer de porno opnieuw een filmgenre te midden van andere is geworden, wanneer wij er tot onze oren in zullen zitten zoals ook het geval is met de tv en verkiezingscampagnes, wat zullen wij dan een geweldige bewustwording meemaken! Herinner u wat er in ’68 allemaal aan stakingen en barricaden, toespraken en straatstenen nodig was voordat men begon in te zien dat alles politiek was. De voort durend in omvang toenemende, verboden en almaar groeiende porno zal de mensen doen vermoeden dat alles seksualiteit is.”
(Hans & Lapouge, p.316-317)
SALONFÄHIG
Hoe dan ook, porno was “Salonfähig” geworden en daarom kregen we ook in de gewone bioscopen “La Grande Bouffe” van Marco Ferreri te zien of “Last tango in Paris” van Bernardo Bertolucci, “Turks Fruit” van Paul Verhoeven, “Les valseuses” van Bertrand Blier, “Les contes immoraux” van Walerian Borowczyk, “Il Decamerone”, “The Canterbury Tales”, “1001 notte” en “Salo” van Pier Paolo Pasolini, “Emmanuelle”, “Madame Claude” en “Histoire d’O” van Just Jaeckin, “Bilitis” van David Hamilton, “Emilienne” van Guy Casaril, “Taxi Driver” van Martin Scorsese en “Caligula” van Tinto Brass.
Is deze laatste nu een pornofilm is of niet? Als het een pornofilm zou zijn (de tussengevoegde cum-shots zijn dat alleszins, maar ze werden niet gedraaid door Tinto Brass), dan is het toch wel die met de meest prestigieuze rolverdeling aller tijden (John Gielgud, Malcolm McDowell, Helen Mirren…). Maar persoonlijk heb ik het altijd wat lastig met deze discussie omdat ik de mening bijtreed dat porno steeds “de erotiek van de andere” is. Voor wie helemaal niet neukt, is het tonen van de gewone missionarishouding reeds pornografie en ga zo maar door terwijl je zelf telkens een trapje hoger klimt op de erotische ladder of afdaalt in het verderf, naar gelang van je eigen opinie.
MORAALRIDDERS EN FEMINISTEN: EEN STRIJD!
Nu men op de maan kon wandelen, wist men het wel zeker: de marsmannetjes zouden niet meer komen. Dan maar uitkijken voor de pornomannetjes! Vrij snel kregen de moraalridders de steun van bepaalde feministen. Zo was er b.v. de film “Not a love story” (1981). Het vertrekpunt van deze film is: porno is vernederend ten aanzien van vrouwen, hangt voor een vrijwel uitsluitend mannelijk publiek een beeld op van een seksueel afhankelijke, onderdanige vrouw, die naar believen kan ge- of misbruikt worden, die zich (aan de meest wrede praktijken) onderwerpt, en dat zelf nog plezierig vindt ook. “She is asking for it. She is enjoying it.”
Met al die elementen in het achterhoofd is “Not a love story” gemaakt. Gevolg daarvan is dat je in de film geconfronteerd wordt met een haast grenzeloze differentiatie in de pornografische afbeeldingen: peep-shows, live-performances, reklame- en tijdschriftfotografie… Sommige critici verwijten regisseur Bonnie Sherr Klein dat ze alles op een hoop veegt. Dat er dan af en toe nogal wat gegeneraliseerd wordt is onvermijdelijk, maar dat doet niets af van de waarde van de stellingname.
De film begint met een terreinverkenning, die de industriële schaal van de porno-business moet aantonen. We hebben niet meer te maken met het marginaal verschijnsel van vieze oude mannetjes in een obscuur derderangszaaltje. Zoals alles in de Amerikaanse massamedia heeft pornografie zijn prijs. Het is uitgegroeid tot een 4 miljard dollar-industrie ten tijde van het draaien van de film.
Van bij het begin van de film introduceert Bonnie Sherr Klein de stripper Linda Lee Tracey in haar reis door pornoland. Linda verdient niet slecht met haar komisch nummer, geniet van haar succes, ziet het allemaal zo boos niet in, maar is bereid Bonnie’s visie (tijdelijk?) in overweging te nemen. Dat verleent de film een grote geloofwaardigheid voor een buitenstaanderspubliek. Het zijn niet de lelijke vrouwen die het allemaal eens gaan afbreken omdat ze jaloers zijn. Linda werkt mee aan interviews met zaaluitbaaters, feministen, porno-acteurs en maakt zo kennis met heel wat zijtakken van haar beroep die ze niet eens kende, en waar de uitbuiting van ‘vrouwenvlees’ heel wat krassere vormen aanneemt.
Haar standpunt evolueert. De kritiek kan gemaakt worden dat de film hierdoor baadt in een sfeer van “een morele parabel van de verloren schaapjes die moeten teruggevorderd worden van de Grote Boze Wolf” (Susan Barrowclough. Not a love story. S.B. Examines the film and its assumptions in Screen vol.23 nr. 5, p. 26-36) en dat is voor een stuk ook zo. Er zijn massa’s vrouwen die in de pornografie (net als in de prostitutie) een soms flink belegde boterham verdienen, en ze voelen zich zeker niet allemaal ‘slachtoffers’. Een van de bedoelingen van “Not a Love Story” is solidariteit onder vrouwen in verband met feministisch-bevrijdende stellingnames t.a.v. porno te stimuleren. Zelfs als Linda’s tranerige bekering wrevel opwekt.
Een laatste kritiek op “Not a love story” behelst het vertoonde: er komen heel wat pornobeelden in voor, als illustratiemateriaal. “Het probleem is dat de film pornografie ‘toont’ om aan te tonen hoe pornografie een illustratie is van seksisme. Dit is problematisch omdat het de mogelijkheid openlaat dat ‘Not a love story’ verkocht wordt omwille van z’n pornografische inhoud en dat er op een pornografische manier reklame voor gemaakt wordt. Het is te verwachten dat een vrouwelijk publiek er zich niet zo gemakkelijk bij zal voelen.”
En toch maakte Bonnie Sheer Klein een strategisch voorzichtige film: informeren en solidariteit kweken, geen eis tot censuur, geen gooi- en smijtacties, maar, een beetje bedroefd soms, stellen: zo staan de zaken ervoor, wij vrouwen voelen ons er niet zo best bij, we moeten er wat aan doen. Maar Peter Vermeersch komt in “Het Slijk der Zinnen” (uitgeverij Kritak, 1987) tot het besluit: “Porno kan dan stom zijn en vrouw-onvriendelijk, porno is voor en boven alles onschadelijk! Geen enkel wetenschappelijk onderzoek, dat de centen waard is die erin geïnvesteerd werden, heeft kunnen aantonen dat pornografieconsumptie tot enige mate van sociaal onwenselijk gedrag leidt.”
In “Marxism Today” van november 1988 trekken Caroline Harris en Jennifer Moore dit in twijfel (zij citeren parlementslid Clare Short die verkrachters had geïnterviewd die haar zouden hebben toevertrouwd dat het de onschuldige “page three girls” waren die hen tot die verkrachting hadden geïnspireerd), maar anderzijds zijn zij het precies die aangeven dat er een heel nieuwe tendens in de porno-industrie is ontstaan, die zich meer op vrouwen richt. Aangezien zij het in de eerste plaats over videofilms hebben, stellen zij vast dat tien à twintig procent van de gekochte en verhuurde porno-video’s in de Verenigde Staten reeds op rekening van vrouwen komen. Volgens hen zouden die films juist “romantischer” zijn en dan wel in de zin van verhaaltjes uit de Boeketreeks e.d.: de verpleegster die met de dokter uit de kleren gaat, kortom!
VAN PORNO NAAR HOLLYWOOD?
Dat kon toch ook niet de bedoeling zijn. Daarom begonnen vrouwen zich af te vragen: kan men ook een positieve bijdrage leveren aan afbeelding van het seksuele, vrouwelijk, niet-seksistisch?
Het antwoord hierop kwam in het begin van 1994 toen in de Antwerpse bioscoop Eldorado de filmreeks “Stoute meisjes” liet zien. “Vrouwen hebben zich steeds verscholen achter sprookjesfiguren als Assepoester of Sneeuwwitje”, schreef samenstelster Nelly Voorhuis. “Steeds vaker wordt deze beschutte positie verlaten en tonen vrouwen zich op een meer uitdagende wijze. Steeds vaker wagen vrouwen zich met elan op het domein dat voornamelijk door mannen beheerst werd.” Nelly Voorhuis selecteerde voor deze reeks dan ook een aantal films waarin vrouwen zich vrijmoedig tonen als verleidster die vrij spel geeft aan haar erotische verlangens, als vampier of travestiet, als bendeleidster of wraakgodin.
Kortom, het is verheugend vast te stellen dat de vrouwenbeweging uiteindelijk niet is doorgegaan op het pad dat ze in de jaren tachtig met Kate Millet e.a. was ingeslagen. Er is nu meer aandacht voor de mogelijke verwarring tussen de afbeelding en de seksuele praktijk. Het niveau van het imaginaire, de fantasieën en hun concretisering in beeldmateriaal.
Veel belangrijker lijkt me dus te wijzen op het gevaar van de mythe dat “acteren” in pornofilms een aanzet kan vormen voor een “echte” carrière. Ook Woody Allen doet dit heel expliciet in “Mighty Aphrodite”. Als het hoertje Linda Ash (gespeeld door oscarwinnares Mira Sorvino) op een bepaald moment gefilmd wordt “in actie”, denkt ze dat een filmcarrière (als Judy Cum) voor haar open ligt. Allen: “Denk je echt dat gefilmd worden tijdens het neuken je aan een rol in een musical zal helpen?”
In 1979-80 verschenen weliswaar zowel de softporno-film “Patricia, un voyage pour l’amour” van Herbert Frank met Anne Parillaud (de latere mevrouw Luc Besson, die met “Nikita” voor haar doorbraak heeft gezorgd), “A certain sacrifice” met Madonna en “Sizzling Beaches USA” en “Shadows run black”, twee “Tits & Ass”-movies waarin Kevin Costner debuteerde, en “How long can I do it before I need glasses?” met Robin Williams, maar dit is geen “échte”, harde porno.
Er doen weliswaar tal van verhalen de ronde over grote vedetten die zouden gedebuteerd zijn in pornofilms. Begin 1997 werd er in Spanje een filmpje van zeven minuten aangeboden, waarin Marilyn Monroe “het” met iemand deed in 1947. Ze was toen 21 en had donker haar. Van Madonna, die haar ooit zou imiteren in het videofilmpje van “Material girl”, bestaat eveneens zo’n filmpje, ook toen ze nog haar eigen haarkleur had. Alleen zijn we dan al een paar jaar verder en doet Madonna het met meerdere tegelijk, inclusief natuurlijk ook met een ander meisje.
Ook van Sylvester Stallone en zelfs van Barbra Streisand zijn er films “met uittreksels” beschikbaar. In het geval van deze laatste is het zelfs zeer harde porno, maar toch lijkt dit eigenaardig, want de reden dat we het van Costner en Williams weten is juist omdat zij er veel geld voor over hadden om hun rol uit die films te laten knippen (bij Williams lukte het, bij Costner niet). Wat dan met Streisand? Een “look-alike”? Alhoewel. Wie wil er nu een “look-alike” zijn van Barbra Streisand? Anderzijds, erg moeilijk om deze truuk uit te halen is het nu ook weer niet, want die filmpjes zijn meestal barslecht opgenomen en eigenlijk kan het eender wie zijn, die daarop ligt te kroelen.
De enigen die de overgang hebben gemaakt, zijn Barbara Steele en Marilyn Chambers, die de respectievelijke hoofdrollen vertolkten in “Shivers” en “Rabid” van David Cronenberg. Niet toevallig betreft het hier “fantastische horrormovies”, want in navolging van de Hammerstudio’s (of zelfs de allerprimitiefste griezelfilms) werd er steeds een nadrukkelijke link gelegd tussen fantastiek en erotiek. Omdat het zich beide voornamelijk “in the mind” afspeelt waarschijnlijk.
Daarnaast is er nog Ginger Lynn Allen, één van de meest bekende pornovedetten, die in de business is geraakt nadat ze Charlie Sheen had leren kennen in “Young guns”. Later was ze ook te zien in andere “normale” films als “Vice Academy”, “Whore” en “Skin deep”, zij het telkens in een klein rolletje als hoertje of stripper. In “Bound and gagged, a love story” is ze dan weer een lesbienne, zij het dat ze zich “bekeert” tot de heterofiele liefde, en in de TV-film “Mind, body and soul” van Rick Sloane is ze het liefje van een satan-aanbidder.
Niet alleen Charlie Sheen of prins Andrew van Engeland kiezen overigens voor pornosterren, in augustus 1994 ruilde ook de 69-jarige Tony Curtis zijn vierde vrouw, Lisa Dentch, voor de 23-jarige pornoster Danyel Cheeks (zoals zo dikwijls in deze branche: what’s in a name?).
Over het Engelse vorstenhuis gesproken, nadat prinses Diana in 1997 om het leven kwam, werden natuurlijk tal van films gedraaid over haar leven. David Puttnam, die samen met haar eveneens omgekomen verloofde Dodi Fayed nog “Chariots of Fire” had geproduceerd, kwam op het idee om de rol van Diana te laten vertolken door Christina Hance, een van de vele Diana-imitatrices. Daar werd nogal geschokt op gereageerd omdat Hance ook al eens had meegewerkt aan een soft-seksfilm, waarin Diana het zogezegd deed met haar toenmalige minnaar James Hewitt. Het filmpje deed vooral stof opwaaien omdat het opzettelijk slecht was opgenomen, zodat het leek alsof het “echt” was. Bovendien had Hance daarvóór ervaring opgedaan in het pornocircuit. Genoeg dus om de Diana-aanbidders in de gordijnen te jagen.

Ronny De Schepper

(1) “Baise-moi” verschilt overigens wegens het gratuïte geweld toch enorm veel van “Romance X”, waarmee hij meestal in één adem wordt genoemd. In deze film van Cathérine Breillat (die ooit debuteerde met een klein rolletje in “Last tango in Paris”) komt weliswaar ook een verkrachtingsscène voor, maar binnen de zoektocht van een vrouw naar liefde en seksueel genot is zowel deze scène, als de seksscènes waarvoor de film bekend is geworden, verantwoord. Om nu echter te gaan stellen dat het de eerste keer is dat in een “ernstige” film niet-gefingeerde seks werd getoond, dat is ook een schromelijke overdrijving. Blijkbaar is men de Japanse film “Het rijk der zinnen” van zo’n 25 jaar eerder vergeten. Nu wordt dat algemeen als een “kunstfilm” beschouwd, maar destijds veroorzaakte de invloedrijke critica Maria Rosseels in haar katholiek blad veel ophef met een grote titel in de zin van “laten we er geen doekjes om winden: het is pornografie”. Met uiteraard een verbod als gevolg (zo ging dat in die tijd toen regeringen nog door de CVP werden gedomineerd), waarvan ook de Gentse Studio Skoop, steeds op de barricades, het slachtoffer was. Oshima koppelde een “echte” acteur aan een pornoactrice, Breillat draaide de rollen om en liet Rocco Siffredi opdraven om Caroline Ducey te proberen bevredigen. “Baise-moi” daarentegen is eigenlijk gewoon een extremistische variant op “seksueel actieve vrouwen ontpoppen zich als levensbedreigende gekkinnen”, zoals we die ook al met Glenn Close (”Fatal attraction”) en Sharon Stone (”Basic instinct”) te zien kregen.
(2) Deze erotische stomme films kan je per postorder bestellen bij de zogezegd alternatieve (want vrouwvriendelijke) seksshop “Mail and Female” van Hanni Jagtman en Ellen van der Gang, maar in Gent kan je ze b.v. ook huren bij “Homescoop” op de Sint-Joriskaai. Elke band bevat een tiental filmpjes van blijkbaar verschillende tijdstippen en verschillende landen. Helaas krijg je daarover niet méér informatie. Alhoewel het min of meer een lukraak samenraapsel is, kan men toch bepaalde thema’s onderscheiden. Zo is nr.3 is vooral aan lesbianisme gewijd en zou nr.5 over SM moeten gaan, maar je moet je daar toch niet te veel van voorstellen. Over de “gewone” seks wél. Alle voor de hand liggende thema’s waren duidelijk al van bij de aanvang aanwezig en ook toen al trachtte men met de lens af te dalen in duistere spelonken. De vrouwen zitten zoals te verwachten was wat beter in het vlees dan de huidige “actrices”, maar je mag dat toch niet overdrijven. Wel zijn ze allemaal ongeschoren en merkwaardig is ook dat “gewone” nylonkousen blijkbaar als erotischer werden ervaren dan zwarte: omdat het een nieuwigheid was? En opvallend was een filmpje met in de hoofdrol een mooi zwartje en een (zelfs voor die tijd) dikke blanke. Dat zwartje mag immers wel herhaalde keren een soort van striptease uitvoeren, een bad nemen enz., maar tot “intercourse” komt het uiteindelijk toch niet. Nog wat te verregaand voor die tijd?
(3) Marc Mortier, The green inferno, Film nr.108, februari 2016.
(4) De stelling van het openbaar ministerie was dat de film uitsluitend de nadruk legde op het clitorale orgasme en dat dit “tegennatuurlijk” was.

(Zeer) selectieve bibliografie
Ronny De Schepper, Seks & geweld, Graffiti, october 1991
Marie-Françoise Hans & Gilles Lapouge, Vrouwen, pornografie & erotiek, Amsterdam, Arbeiderspers, 1979
Olivier Smolders, Eloge de la pornographie, Editions Yellow Now, 1992.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.