Vandaag is het precies 35 jaar geleden dat de eerste voorstelling Opera voor Vlaanderen plaatsvond. Velen zullen allicht verbaasd zijn dat dit “Lulu” van Alban Berg betrof. En evenzeer zullen er werkbrauwen worden gefronst als men weet dat er tijdens dat eerste seizoen niet minder dan zestien producties op het programma stonden. Als intendant werd kabinetsmedewerker Alfons Van Impe (bovenstaande foto) aangeduid door zijn “patron” Rika De Backer. Helemaal zonder opera-ervaring was deze toneelauteur (onder de naam Luc Vilsen) niet. In de jaren zestig had hij voor minister Van Elslande reeds een studiereis door Duitsland ondernomen en daar o.m. kennisgemaakt met Der Deutsche Oper am Rhein, de fusie tussen de opera’s van Düsseldorf en Duisburg, die het voorbeeld was voor de OVV. Hij zat ook in de raad van bestuur van de Munt als vertegenwoordiger van de Vlaamse regering. Ook zijn opvatting dat het toneel in een doodlopend steegje terechtgekomen was en dat het elan was overgeslagen op de opera, kan ik alleen maar beamen, maar ik vrees dat over het algemeen Fons op weinig aanhangers bij de pers kon rekenen…

Ikzelf of de andere correspondenten van De Rode Vaan waren overigens ook niet altijd positief, zoals o.a. mag blijken uit volgende recensies:
Carmen
Madama Butterfly
Salome
Die Zauberflöte
Verder moet men er ook nog rekening mee houden dat een opera als “Boris Godoenov” in het Nederlands werd gespeeld om niet met de Antwerpse traditie te breken! Dat Van Impe ook operettes in het Nederlands ging spelen (wat men ook niet deed in Gent) is misschien nog te verantwoorden vanuit theatraal standpunt. Van Impe kreeg dus veel kritiek, maar misschien omdat Poma als een nog grotere kwaal werd aangevoeld dan De Backer, stellen we vast dat de Antwerpse correspondenten voor De Rode Vaan, het befaamde duo Pim & Wim, voor de Opera voor Vlaanderen in 1982 “een fikse vooruitgang” toekende met “Tristan en Isolde” of “Parsifal”, beide toevallig of niet van Richard Wagner. Dit duidelijk “Antwerpse” standpunt deed bij mij toch vragen rijzen zoals “Heeft de Opera voor Vlaanderen wel zin?“. Deze vraag had vast en zeker zin als we even kijken naar de acteerprestaties in twee operettes in de OVV, een genre waarin toch ook flink wat dient geacteerd te worden. Soms weet je werkelijk niet wat je ziet! Niet dat het toch wel merkwaardige operapubliek zich daaraan stoort, getuige hiervoor de staande ovatie die een schreeuwerig en oubollig (een woord dat een heel seizoen terugkeerde) “Wit paard” in Gent mocht te beurt vallen. Een jaar later werd deze operette wel in een andere enscenering gebracht in een poging om de draak van vorig seizoen uit te wissen. Daar stond echter tegenover dat we echt goede solisten moesten missen. Marco Bakker heeft immers wel een reputatie maar geen carrure. Geef ons dan maar liever Koen Crucke die toch wat vaart in het geheel kon steken. Zijn wanprestatie in “Otello” weze hiermee vergeven. Tenslotte laat je Gaston Berghmans toch ook niet los in “Adam in ballingschap”…
Daarna volgden nog “Il barbiere di Siviglia“, “Andrea Chenier”, een herneming van “Das Land des Lächelns“, “Rigoletto”, een gemengd Pergolesi/Cimarosa programma, “Anatevka” en “La Vie Parisienne”.
Tachtig jaar na de KVO had de Opera voor Vlaanderen ook opnieuw “Hänsel und Gretel” op het repertoire genomen. Daarna kwam “De man van La Mancha” maar deze voor een breed publiek toegankelijke musical trok geen volk, zodanig zelfs dat in Gent de woensdagnamiddagvertoning diende te worden afgelast.
Om het gat op te vullen dat hierdoor in de Gentse programmatie was gevallen, heeft men hier zeer terecht teruggegrepen naar de succesvolle uitvoering van Rossini’s “Barbier van Sevilla”.
NABUCCO
Of Anne Marie Dur als Fenena de moeite van het vermelden waard is in « Nabucco » dat zullen we wel nooit weten, want op de uitvoering woensdagnamiddag bleef ze om onduidelijke redenen weg. Ze was overigens niet de enige, want er waren nauwelijks vijftig toeschouwers. In een dergelijke trieste atmosfeer zullen die het zich allicht niet beklaagd hebben dat de Fenena-rol dan ook voor het grootste gedeelte werd weggesneden (in de kwartetten trok koorzangeres Christina Buyle alle omstandigheden in acht genomen behoorlijk haar streng).
De enscenering van Vaclav Kaslik kwam door deze hallucinante toestanden misschien nog beter tot haar recht, maar toch woog de « vondst » niet op tegen het resultaat. Kaslik had zich geïnspireerd op opera-opvoeringen in Joodse doorgangsghetto’s, van waaruit ze door de nazi’s werden afgevoerd naar concentratiekampen voor de « Endlösung ». Vandaar een aankleding met gebruiksvoorwerpen zoals raspen als harnas en potten als helmen. Het was voorspelbaar dat het overwegend conservatieve operapubliek hierop negatief zou reageren. Toch staan ook wij kritisch tegenover dit opzet. Confraters wezen er reeds op dat het erg onwaarschijnlijk is dat precies « Nabucco », een werk over jodenvervolging, onder de nazi’s zou mogen worden opgevoerd. Maar wij zouden nog verder willen gaan. Verdi was pas 28 toen hij deze opera componeerde en hij was duidelijk nog niet tot volle wasdom gekomen. Het verhaal mist op zich reeds dramatische kracht door een onwaarschijnlijk plot, maar het meest ergert men zich aan de vrolijke deuntjes die deze zogezegde dramatiek moeten ondersteunen. Het zal nog ruim tien jaar duren vooraleer Verdi de muziek echt in functie stelt van de handeling.
Toch kwamen Ulrik Cold (hoge priester), José Razador (Ismaele), Maria Abajan (Abigaille) en Vicente Sardinero (Nabucco) nog behoorlijk voor de pinnen, al valt er wel detailkritiek te maken, waarvoor er hier geen plaats is. Evenmin als voor de lof die we dirigent Arthur Fagen en jonge wonderknaapjes in zijn orkest (zoals de fluitist) willen toezwaaien, zij het dat we op dit aspect later nog eens hopen terug te keren. (De Rode Vaan nr.41 van 1984)
OPVOLGING ALFONS VAN IMPE
Op 28/11/84 verscheen in het Staatsblad dan een oproep om een opvolger te vinden voor de verguisde Van Impe, wiens ambtstermijn ten einde liep. Naast een aantal buitenlanders vinden we bij de kandidaten ook enkele namen die onze wenkbrauwen doen fronsen: John Boeren, Daniël Buyens, Sylvain Deruwe, Luc Famaey, Robert Groslot, Louis Hendrickx, Micheline Heyse, Rafaël Maeyens, Erika Pauwels, Walter Proost, Jan Stroobants, Werner Van Cleemput, Charles Vandezande, Johan Van Weerst, Jef Vermeersch en Jacqueline Van Quaille. Deze laatste stelde expliciet haar kandidatuur als “artistiek directeur”, terwijl men juist eerder naar een manager, een “Gandois” zoals men dat toen noemde, op zoek was. Daartoe bleken nog het meest in aanmerking te komen: de bariton Walter Coomans (°1937, Antwerpen), door Maurice Huisman naar de Munt gehaald, waar hij dan op zijn beurt “Mistero Buffo” programmeerde (omdat Vera Coomans, waarvan ik vermoed dat ze zijn dochter is, meedeed?); Eddy Steylaerts (°1928, Antwerpen), de productieleider van de dienst ernstige muziek bij de BRT-televisie (zal geen kans maken omdat hij zich tegen “verworven rechten” keert); Emmy Huylebroeck (°1943, Kapellen), regisseur en scenografe, die van Gent een gespecialiseerde barokopera wou maken; de Nederlander Nando Schellen (°1934), een vroegere bedrijfsdirecteur die op dat moment plaatsvervangend intendant is bij de Nederlandse Opera en die met zijn moto “beter kwaliteit dan kwantiteit” (1 orkest, 1 koor) wordt gesteund door Gerard Mortier, maar uiteraard niet door de vakbond; maar het was uiteindelijk Eric De Meester die het zou halen. Alhoewel. Deze CVP-kabinetsmedewerker net zoals zijn voorganger, maar toch iets meer beslagen in het operavak (reeds sedert de KOG), werd eigenlijk vooral geconsolideerd in zijn functie sedert 1981 van zakelijk directeur van de OVV, omdat de nieuwe minister Dewael heel nieuwe plannen heeft. Op artistiek vlak zal De Meester worden bijgestaan door Silveer Van den Broeck, die niet eens kandidaat was en die daardoor verlof zonder wedde moest nemen in dezelfde functie in Mannheim.
Op 30 oktober 1985 schrijft Frans Van den Broeck in “Knack” het artikel “Bellini’s triomf over de visuele smakeloosheid: Norma en het Chereau-syndroom in de Opera voor Vlaanderen”, dat hem zijn kop zal kosten, van zodra Jan Braet het voor het zeggen heeft op de cultuurredactie. Zijn visie zal hem ook geen baat bijbrengen als hij een paar jaar later kandidaat is als intendant voor de Vlaamse Opera. Al vond ik de regie van Ronny Lauwers met een transpositie van de Romeinse overheersers naar dat van de 19de eeuwse kapitalisten in een houtzagerij (het gewijde bos nl.) ook niet bijster geslaagd, toch moet je met Frans een beetje uitkijken. Later zal b.v. blijken dat zijn norm is dat zijn Algerijns pleegkind van zes jaar het moet kunnen verstaan. Als dat geen oversimplifiëring is!
Na een tijdje werd Alfons Van Impe onherroepelijk afgezet en werd het seizoen 1986-87 geleid door Silveer van den Broeck en Eric De Meester. De eerste is daarbij de artistieke leider, maar gezien de grote financiële moeilijkheden moet hij vooral de tering naar de nering zetten en dat wordt dan weer gedicteerd door De Meester. Dat bestond dan natuurlijk vooral uit hernemingen, zoals de uitstekende “La Bohème”, al werd die alweer afgevoerd nog vooraleer alle gegadigden het overvolle operagebouw binnen konden.
De Opera voor Vlaanderen opende haar zesde speelseizoen met twee van Verdi’s mooiste opera’s, respectievelijk Otello te Antwerpen en Aida te Gent. Twee seizoenen eerder stond laatstgenoemde opera eveneens op de affiche in de veelbesproken en gedurfde regie van Franz Marijnen. Thans wordt een geheel nieuwe enscenering op touw gezet door de Italiaanse regisseur Giampaolo Zennaro en O.V.V. decorontwerpers Alain de Coster, Rob van der Vorst, en Luc Lasseel.
76 maria de francesca-cavazzaDe Italiaanse sopraan Maria de Francesca-Cavazza, geregeld te gast bij de belangrijkste Duitse theaters alsook elders in het buitenland, neemt de titelrol voor haar rekening. Haar rivale, de koningsdochter Amneris, wordt gezongen door de Bulgaarse mezzo-sopraan Liljana Necjeva. De Italiaanse tenor Gianfranco Cecchele, gespecialiseerd in het Italiaanse operarepertoire, vertolkt Radames. Hij zong reeds in alle grote operahuizen ter wereld onder leiding van o.m. Carlo Maria Giulini. Ricardo Muti, Claudio Abbado, Giuseppe Patané, Herbert von Karajan, Colin Davis, Molinari Pradelli en James Levine. Kammersänger Michael Davidson, de Amerikaanse bariton, die eveneens reeds een internationale carrière heeft opgebouwd, is Amonasro. Voor de hogepriester werd een beroep gedaan op de Deense bas Erich Knodt, geregeld te gast bij het Nationaltheater te Mannheim. De Belgische bas Herman Bekaert, vast verbonden aan de Opera voor Vlaanderen en tevens koordirigent van het Gentse koor van de Opera voor Vlaanderen, zingt de Koning van Egypte. Ten slotte worden de rollen van de bode en de priesteres vertolkt door respectievelijk Wouter Paymans en Christa Biesemans.
Aan deze productie verlenen verder hun medewerking: de Gentse Oratoriumvereniging o.l.v. Herwig de Munnynck en Jan van de Kerkchove; het Koninklijk Ballet van Vlaanderen en het Stedelijk Instituut voor Ballet. De choreografie wordt uitgevoerd door André Leclair. Het geheel staat onder leiding van artistiek directeur Silveer van den Broeck, die tijdens het voorbije seizoen te Mannheim talrijke succesvolle producties geleid heeft.
Als openingsproductie van het seizoen 1986-87 onder de nieuwe directie Silveer van den Broeck/Eric de Meester biedt het Antwerpse luik van de Opera voor Vlaanderen Verdi’s voorlaatste opera Otello. Met uitzondering van Falstaff, zijn enige komische en tevens laatste opera, is dit werk ongetwijfeld zijn rijpste compositie waarin eveneens het thema van de jaloersheid centraal staat in het libretto. Daar waar Ford echter deze jaloezie op het einde van Falstaff met een bevrijdende lach voorgoed kan verdrijven, worden de ogen van Otello pas veel te laat geopend. Deze late bewustwording is de oorzaak van zijn ondergang die tevens fataal wordt voor zijn veel jongere echtgenote Desdemona.
71 umberto borsoVoor de vertolking van dit in alle opzichten aangrijpend meesterwerk deed de Opera voor Vlaanderen een beroep op een uitgelezen bezetting bestaande uit Umberto Borso van de Scala te Milaan als Otello, Jacqueline van Quaille als Desdemona, Jean Segani als Jago en Koen Crucke als Cassio. Zij worden bijgestaan door Marceline Keirsbulck, Frans van Eeteelt, Jan Calls, Tadeusz Wierzbicki en Roland Rouquart.
De regie is in handen van Eddy Verbruggen die dit werk reeds vroeger met veel succes aan de K.V.O. te Antwerpen geregisseerd heeft. Andrei lvaneanu tekent voor de kostuums. Het « Philharmonisch Koor » voorbereid door Frans Cuypers, het « Kinderkoor Mia Vinck » voorbereid door Mia Vinck en het Antwerps Koor en Orkest van de Opera voor Vlaanderen staan onder de muzikale leiding van de dirigent Frits Celis.

4 gedachtes over “35 jaar geleden: Opera voor Vlaanderen boven de doopvont gehouden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.