« Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand, is er wel een jeugdbeleid in dit land ? ». Zo vroegen wij ons op De Rode Vaan 35 jaar geleden af na herhaalde klachten van diverse jeugdorganisaties gericht aan Rika De Backer, staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap.

Klachten die het scherpst werden geformuleerd in een open brief van het Socialistisch Jeugdverbond, waaruit dit fragment : « Het getuigt van een grenzeloze pretentie te gaan beweren dat u het initiatief in handen moet nemen omdat het jeugdwerk zelf niets doet ! Is deze verklaring bewust gebeurd of uit onwetendheid ? Beiden zijn even erg. Nogmaals, mevrouw, we zijn het beu. Wij eisen een actief jeugdbeleid gesteund door een snel op te richten jeugdoverlegorgaan, geen besparingen maar wel een stipte en volledige naleving van de wettelijk voorziene subsidiëring en nieuwe middelen om het jeugdbeleid af te stemmen op de evoluerende behoeften van de jeugd ». We nodigden de briefschrijver, voorzitter Winoc Vermeiren, samen met zijn stafmedewerker Johan vande Meirssche naast nog een paar andere mensen uit voor een gesprek over deze problematiek. Kwamen met hen op 10 september 1981 rond de tafel zitten Dirk Knegtel (KJ), John De Donker (Info-Jeugd) en Jan Van Bilsen en Xavier Crombez (FOJOD). De Vlaamse Federatie van Pioniers liet zich verontschuldigen, bij de Humanistische jongeren (die onze overburen zijn) liep een en ander verkeerd wat praktische afspraken betreft en van de eveneens uitgenodigde Katholieke Jeugdraad mochten wij niks ontvangen. Jammer maar helaas.
— Bij dergelijke panelgesprekken is het gebruikelijk dat de deelnemers eerst zichzelf en hun organisatie voorstellen. Daar al deze organisaties zich echter in een overkoepelende structuur inschakelen (of zich er juist tegen af zetten), is het misschien het eenvoudigst dat eerst iemand deze structuur schetst. Wie zou dit even voor zijn rekening willen nemen ? (Alle blikken wenden zich naar Winoc Vermeiren, die dan ook het woord neemt.)
Winoc Vermeiren :
De verschillende jeugdorganisaties die bestaan zijn ofwel ontstaan uit een politieke strekking ofwel uit een andere behoefte om aan jeugdwerk te doen. Zodoende krijgen we hier in België een structuur bestaande uit een aantal koepels die ofwel dezelfde politieke ofwel dezelfde ideologische strekking hebben. Die koepels zijn de Katholieke Jeugdraad (KJR), het Socialistische Jeugdverbond (SJVB), de Confederatie van Liberale Jeugdorganisaties (CLIJO) en de zogenaamde onafhankelijke koepel, de Federatie van Onafhankelijke Jeugdorganisaties en -diensten (FOJOD).
Die koepels beschikken over een decreet uit ’75 dat bepaalt aan welke voorwaarden zij moeten voldoen. Er is heel wat te doen geweest rond deze koepels en de taak die zij hadden in het jeugdwerk. Van de andere kant kan men toch stellen dat op sommige ogenblikken deze koepels de aanzet hebben gegeven tot heel wat vernieuwing. Naast die koepels zijn er echter ook diegenen die zich als streng onafhankelijk gaan bekennen, die dus ook geen deel wensen uit te maken van de FOJOD. Men noemt dat dan de super-onafhankelijken.
Verder is het zo dat iedere koepel een volledig beeld zou moeten geven van wat er bestaat aan diverse vormen van jeugdwerk in België, zowel jeugdbewegingen als jeugddiensten, jongerenorganisaties, jeugdateliers enz. Een koepel werkt met landelijke organisaties, die echter meestal regionaal of plaatselijk hun eigen geledingen hebben.
04— Ziezo. Dan kan nu iedereen zich tegen deze achtergrond schetsen en misschien meteen ook reeds een aantal problemen formuleren die specifiek zijn organisatie betreffen.
John De Doncker:
Ik ben John De Doncker en tot 1 september was ik verbonden aan Info-jeugd Nationaal. Wij zijn niet gekoepeld, alhoewel wij nog mede-oprichter zijn geweest van FOJOD. Wij proberen een service-orgaan te zijn naar alle mogelijke vormen van hulpverlening naar jongeren toe, meestal naar Jongeren Informatie- en Adviescentra (JIAC) maar ook ruimer zelfs naar volwassenen toe en dat b.v. op het vlak van seksualiteit, onderwijs enz. Voor het ogenblik hebben wij het binnen het jeugdwerk intern vrij moeilijk. Zoals reeds gezegd sta ik sedert 1 september aan de dop, wat wijst op de zware financiële moeilijkheden waarin we zitten. Dat heeft enerzijds te maken met de subsidiëring maar anderzijds ook met de speciale positie die wij vroeger bekleedden. Dat heeft te maken met onze opstelling, misschien zelfs met onze naïviteit.
— Daar Winoc Vermeiren daarstraks reeds aan het woord is geweestn kan Johan vande Meirssche zich misschien voorstellen ?
Johan vande Meirssche : Ik ben Johan vande Meirssche, voorlopig nog vrijgesteld leraar bij het Socialistisch Jeugdverbond. Ik zeg « voorlopig nog » omdat daar in het verleden reeds heel wat problemen zijn rond geweest, die in de toekomst zeker niet zullen afnemen. Er zijn in Vlaanderen zo’n 62 vrijgestelde leraars die ter beschikking worden gesteld van jeugdorganisaties. In het K.B. van ’65 werd dit aanzien als een soort steun aan het jeugdwerk. Deze mensen behielden immers hun statuut als leraar en werden dan ook verder betaald door het departement van Nationale Opvoeding. Daar zijn nu allerlei besprekingen rond en onze Franstalige collega’s zijn alleszins al verwittigd dat vanaf 1 januari 1982, dus vanaf de nieuwe begroting, het departement van Nationale Opvoeding hun wedde niet meer ten laste zal nemen. Dat zou dus tot gevolg hebben dat ofwel die wedden worden ingeschreven in de begroting van de beide gemeenschappen ofwel zal de jeugdorganisatie voor de keuze geplaatst worden de wedde zelf ten laste te nemen of de leraar gewoon naar zijn oorspronkelijke job terug te sturen. In het laatste geval zal dit tamelijk zware gevolgen hebben voor het jeugdwerk, want die 62 mensen werken niet alleen in koepelorganisaties maar ook in kleinere organisaties die zich geen personeel kunnen permitteren.
04— Willen de onafhankelijken even uitvechten wie het woord zal nemen?
Xavier Crombez :
Ik ben Xavier Crombez, voorzitter van FOJOD en bezoldigd personeelslid. Dat kan dus nog in bepaalde uitzonderingsgevallen blijkbaar… FOJOD is een koepel die een 20-tal onafhankelijke jeugddiensten en -organisaties groepeert en die probeert van vooral naar de overheidsinstanties toe de belangen van de aangeslotenen te verdedigen. Ook probeert zij naar buiten uit een mening van die aangesloten leden te vertolken. Dat is niet altijd gemakkelijk om onafhankelijke organisaties tot een eensluidend standpunt te brengen, maar daarin zijn we vrij behoorlijk gelukt vooral rond de oprichting van de nieuwe Nederlandstalige jeugdraad, die er echter ondertussen nog altijd niet is. We beschikken op dit ogenblik ook over een gedetacheerde leerkracht, Jan Van Bilsen hier aanwezig, die zich bezighoudt zoals je ziet met het aflopen van allerlei vergaderingen en bijeenkomsten maar ook met het schrijven van brochures en dies meer. Vanaf 1 oktober hopen wij ook nog beroep te kunnen doen op een deeltijds personeelslid. Als er bij ons financiële problemen zijn, dan zijn die eerder voelbaar bij de verschillende organisaties.
04— Dirk Knegtel, ik neem aan dat de Communistische Jeugd deel uitmaakt van FOJOD ?
Dirk Knegtel:
Toch niet. Vroeger zijn wij wel nog lid geweest van SJVB, net als b.v. de humanistische jongerenbewegingen omdat wij als progressieve groeperingen dachten dat het beter was bij een grote linkse koepelorganisatie aan te sluiten. Naar aanleiding van de discussies rond de Nederlandstalige jeugdraad zijn wij dan uit die koepel gestapt, omdat wij vonden dat wij geen garanties genoeg kregen dat de mening van de kleinere ideologische bewegingen binnen die zuil aan bod zou kunnen komen en op die manier maken wij nu deel uit van de grote groep van de super-onafhankelijken. Wij zijn niet aangesloten bij FOJOD omdat wij — met alle respect — vinden dat koepelvorming voor een stuk ook te maken heeft met machtsvorming. Wat misschien wel noodzakelijk is, maar wat ook negatieve gevolgen heeft. Ten tweede vinden wij ook dat daar zoveel verschillende vleugels samen zitten dat het zeer moeilijk is om tot een coherente visie te komen. Verder ben ik wellicht een van de weinige mensen hier die kan zeggen dat het bij ons niet zo slecht gaat financieel, maar dat heeft zeer specifieke redenen namelijk het feit dat wij een stuk achterstallige subsidie van een paar jaar hebben mogen innen. Toch zijn er nog een aantal problemen. Zo doen hardnekkige geruchten de ronde dat men in het loon van BTK-ers niet enkel moet participeren, maar ook dat men het volledige bedrag moet voorschieten. Dat zal vast en zeker weer de afbouw van een stuk tewerkstelling met zich meebrengen.
Bestuur voor Jeugdvorming
— Waar we het nog niet over hebben gehad is over het Bestuur voor Jeugdvorming. Toch is dit iets zeer merkwaardig. Enerzijds is dit een overheidsdienst, verbonden aan het ministerie voor Nederlandse Cultuur, maar anderzijds neemt die soms kritische standpunten in. Dat moge o.a. blijken uit het jaarlijkse verslag, waarvan Rika De Backer zich telkenmale in haar « woord vooraf » (dat zij echter steevast een « voorwoord » noemt) min of meer distantieert, maar meer nog uit de woorden van de directeur van deze dienst, namelijk Karel Peeters, die b.v. onlangs bij de heropening van het HAK in Aalst verklaarde : « Ik zou zeker niet teveel rekenen op de overheid, ruil uw idealisme niet voor een bord linzensoep ». Even een toelichting ?
Winoc Vermeiren :
Het Bestuur voor Jeugdvorming bestaat eigenlijk al zeer lang. Dat was vroeger de nationale dienst voor de jeugd. Dat is een zuiver administratieve dienst, d.w.z. een dienst die als beginoptie had het erkennen en het subsidiëren van jeugdwerk. Vroeger gebeurde dit in samenwerking met de Nederlandstalige jeugdraad. Het budget waarover zij beschikken maakt deel uit van het globale budget van Nederlandse Cultuur en buiten het bekostigen van de eigen werking worden daarmee bepaalde organisaties gesubsidieerd. Tot nu toe is het echter zo dat zij voorlopig uitsluitend vrijwilligerswerk subsidiëren. Zij hebben ook bevoegdheid over de aanvragen voor gedetacheerde leerkrachten. Het is een totale dienst die gericht is naar het jeugdwerk in Vlaanderen met uitleendiensten, kampeercentra, inspectiediensten enz.
John De Doncker: Maar het is wel zo dat zij moeten kampen tegen de andere diensten, zodat zij niet altijd de middelen hebben om dat volledig goed uit te bouwen naar hun eigen visie. Vandaar zo’n opmerking waarschijnlijk, die Karel Peeters ook tegenover ons gemaakt heeft toen wij met onze financiële moeilijkheden bij BJV gingen aankloppen.
04Jan Van Bilsen : Zeer veel van die mensen die bij BJV werken komen rechtstreeks uit de jeugdwerking en zijn dus zeer goed op de hoogte van wat er bij de jeugd leeft. Maar volgens mij is het hoofdprobleem dat je het BJV moet situeren binnen het ministerie waar het thuis hoort, dus dat van cultuur, dat wil zeggen dè achtertuin van de CVP. En binnen de begroting van cultuur is datgene wat voorzien wordt voor jeugdwerking minimaal. Als er dan toch een honderdtal jeugddiensten zijn in Vlaanderen, waarom wordt er dan niet meer geld ter beschikking gesteld om die jeugddiensten efficiënt te laten werken ? Nu moet men daar steeds een beroep doen op vrijwilligers of gedetacheerden, dus eigenlijk mensen die steeds maar tijdelijk ter beschikking staan.
Dirk Knegtel: Ja, het is inderdaad zo dat men niet kan zeggen dat er bij de mensen van het ministerie veel belangstelling uitgaat naar het jeugdwerk. Die is eerder gericht naar volksontwikkeling, voornamelijk dan het BLOSO…
Jan Van Bilsen : … of naar de Brakke Grond !
— Ik had wel vermoed dat deze illustere naam zou vallen, want, inderdaad, aangezien de jeugdproblematiek onder het ministerie van cultuur ressorteert, kan je daar niet omheen. Er zijn trouwens wel meer parallellen. Naar aanleiding van de opening van de Brakke Grond hebben we net zo’n ronde tafelgesprek gehouden over het cultuurbeleid en naast de problemen in verband met subsidiëring, die ook in dit gesprek reeds herhaaldelijk aan bod zijn gekomen, was er anderzijds ook de klacht dat er helemaal geen cultuurbeleid bestaat in Vlaanderen, tenzij misschien dat de voorkeur nog altijd uitgaat naar prestigeprojecten. Is dit ook het geval voor het jeugdbeleid ?
Xavier Crombez :
Je kan die twee toch moeilijk scheiden. Misschien bestaat er op papier wel een heel mooi uitgedokterd beleid, maar daar er gewoon geen centen ter beschikking worden gesteld kan dit nooit worden uitgevoerd. De jeugdsector is blijkbaar niet interessant voor de beleidsmakers en dan moeten we daar de gevolgen maar van dragen. Je kan natuurlijk ook zeggen : ’t gaat slecht. Maar blijkbaar gaat het toch niet slecht genoeg om een Brakke Grond op te trekken of om bij de BRT het geld door deuren en vensters buiten te smijten. Het is een kwestie van prioriteiten en ons inziens is het totaal verkeerd dat in de huidige troebele tijden de jeugd naar het achterplan wordt geschoven, want het is precies nu dat problemen als vrijetijdsbesteding of jeugdwerkloosheid zo groot zijn.
Jan Van Bilsen : Het is natuurlijk niet toevallig dat het kabinet de jeugd bijna als een te verwaarlozen groep beschouwt samen met de vrouwen, immigranten enz., dit wil zeggen de groepen waarvan de minste weerstand te verwachten is tegen het beleid. Een beleid dat liever investeert in gebouwen dan in mensen. Ik moet weer terugkomen op de Brakke Grond : men geeft daaraan zoveel geld als aan een heel jaar jeugdwerking voor heel Vlaanderen. Dat is toch te kras !
Xavier Crombez : Kijk, wij worden dikwijls de zachte sector genoemd en ergens is dat wel zo. Hoe kunnen wij ons immers verdedigen ? Het is b.v. een utopie van te zeggen : wij gaan staken!
Jeugd conservatief?
— Die weinige weerstand moet, dacht ik, inderdaad eerder structureel worden geïnterpreteerd dan ideologisch, daarmee bedoel ik dat, wat ook in Aalst is ter sprake gekomen, het niet zou te wijten zijn aan het zgn. conservatieve karakter van de jeugd anno 1981, die toch niet meer zou geïnteresseerd zijn in jeugdwerking en dergelijke zaken…
Dirk Knegtel:
Ik zou in dit verband willen verwijzen naar het interview met Karel Peeters in het blad van de Federatie van Vlaamse Jeugdhuizen. Daar wordt ook het argument ontwikkeld dat de jeugdhuizen heel wat zullen moeten inleveren omdat ze toch niet meer aanslaan bij de jeugd. Er is geen voldoende motivatie meer, heet dat dan. Het is normaal dat er in tijden van crisis prioriteiten worden gesteld. Zo b.v. de kansarme jeugd. Maar dat is duidelijk een drogreden om dat subsidiebeleid verder af te bouwen. Landelijk wordt er gelukkig nog heel wat weerstand geboden, maar regionaal en plaatselijk wordt inderdaad die zogezegde desinteresse vaak aangewend om bepaalde initiatieven de nek om te draaien.
— Is het ook in die contekst dat de uitspraak van Peeters moet worden gesitueerd dat de jeugdwerking zijn « alternatief » karakter moet behouden ?
Dirk Knegtel:
Ik denk inderdaad dat dit zeer duidelijk is. Als het jeugdwerk zichzelf moet leren bedruipen, dan zijn zij er van af natuurlijk.
John De Doncker : Ze zijn wellicht nu reeds aan het voorbereiden wat volgend jaar onvermijdelijk zal gebeuren, namelijk dat ook het BJV zal moeten inleveren.
— Het jeugdbeleid (of het gebrek eraan) hoort inderdaad thuis in de « achtertuin van de CVP », zoals Jan het daarnet formuleerde, en dat heeft niet alleen een weerslag op de subsidies (katholieke jeugdorganisaties gaan met het meeste geld lopen, maar zij groeperen ook de meeste jongeren), maar dat uit zich ook op ideologisch vlak. Zo stel ik vast, John, dat de moeilijkheden voor Info-Jeugd samenhangen met bepaalde opties die jullie op zeker ogenblik hebben genomen in verband met seksualiteit e.d., opties die jullie door de CVP niet in dank werden afgenomen ?
John De Doncker :
Wij zijn begonnen als een pluralistische organisatie en die zijn er niet zoveel, denk ik. En als zodanig zouden wij gaan werken voor àlle jongeren in Vlaanderen die hulp of informatie nodig hadden. In onze beheerstructuren vond je dan ook alle ideologieën terug. Dat is een paar jaar goed gegaan tot het vrij duidelijk werd voor de mensen die bij Info-jeugd werkten dat gewoon vrijblijvend informatie verschaffen niet kan als je met jongeren werkt. Wij kozen namelijk de kant van de jongeren die bij ons om advies kwamen en met name wat seksualiteit betreft kom je dan onvermijdelijk in botsing met de heersende moraal. Om het kort te maken, op basis daarvan zijn wij de gunstige subsidiëringsregeling die nu b.v. het cultureel jongerenpaspoort (CJP) nog heeft, kwijt geraakt en zijn wij een gewone jongerenorganisatie geworden die dan wel (en daar zit ‘m de naïviteit waarover ik het al heb gehad) binnen het decreet gekomen is en niet heeft gemerkt dat zij eigenlijk boven haar stand leefde. Zo zaten wij met drie vaste personeelsleden die wij ondanks het decreet wensten te behouden, maar dan maak je putten en ben je zo naïef van te denken dat door de betere werking het verschil in subsidiëring wel zal worden overbrugd, maar dat blijkt dan na een aantal jaren toch niet waar te zijn. Op een bepaald moment moet je dan toch radicale beslissingen treffen wil je als organisatie overleven en dat is dus nu gebeurd.
“De achtertuin van de CVP”
— De kritiek op het cultuurbeleid wordt sterk gepersonifieerd in de figuur van Rika De Backer. Is dit ook zo voor het jeugdbeleid ?
Winoc Vermeiren :
Daar kun je dat toch niet zo dadelijk zeggen. Wel wat het budget betreft dat ter beschikking wordt gesteld. En de moeilijkheden waarmee we nu zitten vloeien wel voort uit die subsidiëringspolitiek. B.v. een landelijke organisatie die slechts voor 50 % wordt gesubsidieerd, dat kan onmogelijk in de huidige contekst. Dat kan misschien wel voor een tijdje, maar het kan niet eeuwig blijven duren. Ons probleem is dus zuiver financieel, maar uit dat financiële probleem volgt wel dat het onmogelijk is een beleid uit te stippelen zoals we dat vroeger konden. Men kan niet meer experimenteren b.v. We moeten er trouwens op wijzen dat het jeugdbeleid steeds van de organisaties zelf kwam en nooit van het BJV, noch van het kabinet.
Jan Van Bilsen : Als er één goed ding is aan het jeugdwerk in Vlaanderen dan is het de verscheidenheid en de pluriformiteit. Er zijn sedert ’68-’69 een aantal jeugddiensten erbij gekomen en ik zou zeggen : hoe meer, hoe liever en hoe verscheidener, hoe beter, want dat kan alleen de discussie, de openheid, de tolerantie, de verdraagzaamheid maar ten goede komen. Het jeugdwerk ontsnapt dus in grote mate aan de strikt partijpolitieke interpretaties. Wanneer er echter in de toekomst nog meer zal bezuinigd worden, gaan de jeugdorganisaties die aanleunen bij grote politieke partijen toch nog het hoofd boven water kunnen houden. Dit is geen verwijt aan het adres van deze organisaties, maar wel een waarschuwing tegen de afbouw van de subsidiëringspolitiek die meteen een afbouw van het pluralisme met zich zal brengen.
— Ik neem aan dat de mensen van SJVB hierop zullen willen repliceren, maar ik zou hen meteen ook nog een andere vraag willen stellen. Wij gaan er namelijk zo maar vanuit dat de cultuurpolitiek zich « in de achtertuin van de CVP » situeert maar hebben zij er b.v. bij SP-mandatarissen nooit op aangedrongen dat er aan dit monopolie zou worden geraakt ?
Johan vande Meirssche :
Wij heten misschien wel « socialistisch » maar wij zijn niet zo afhankelijk van de partij en ook niet zo sterk dat wij zo maar onze eisen kunnen gaan stellen. Bovendien zitten we, zoals De Backer het zelf al eens heeft gezegd, niet enkel in een economische crisis maar ook in een culturele crisis. Voor haar houdt dat dan in dat er bepaalde keuzen dienen gemaakt. En die keuzen zullen dan zeker niet zijn voor algemeen sociaal-cultureel werk, maar voor tewerkstelling, economische problemen en dergelijke.
Dirk Knegtel: De CVP is er in al die jaren inderdaad in geslaagd háár visie op cultuur en op jeugdwerk door te drukken. Het kan natuurlijk niet worden ontkend dat zij binnen de jeugdorganisaties veel jongeren groeperen, maar ook moeten wij vaststellen dat andere partijen dit veld te lang hebben laten braak liggen. Zij hebben wat achterna gehinkt en te laat hebben zij ingezien dat de CVP hier via decreten en zo hààr mening heeft kunnen doordrukken.
Experimenteel jeugdwerk: nul frank
— Er is al gezegd: er bestaat helemaal geen jeugdbeleid, het beleid is steeds vanuit de basis ontwikkeld enz., maar wordt er via de subsidiepolitiek toch geen beleid doorgedrukt ? Ik bedoel: worden bepaalde initiatieven meer of minder gesubsidieerd ?
John De Doncker:
Het is geen bindende uitspraak hoor, maar ik denk dat binnen het BJV er pogingen worden gedaan om ook andere vormen van jeugdwerk gesubsidieerd te krijgen. Nu is er natuurlijk minder geld, maar als men ziet welke verschillende vormen er de laatste tien jaar zijn bijeengekomen, die vooral plaatselijk dan toch belangrijk waren zoals de JIAC’s en de opvangcentra of de jongerencentra voor maatschappijvernieuwing. En daar waren zeker problemen van subsidiëring mee gemoeid omdat dit geen « in de lijn » lopende organisaties zijn en zeker geen CVP-organisaties.
Dirk Knegtel: Ik sluit mij daarbij aan, want al die initiatieven waren zeker niet mogelijk geweest indien ze afhingen van een of andere lokale dorpspotentaat. Maar op dit moment is er, zelfs bij BJV, weinig bereidheid om die sector te laten groeien. Mijns inziens besteden we trouwens te weinig aandacht aan het totaal ontvluchten van hun verantwoordelijkheid door de lokale dorpspolitiekers. De voorstellen gaan naar het BJV, de kritieken gaan naar het BJV, maar wat doen b.v. de meeste provincies ? Praktisch niks. Akkoord, ze hebben weinig mogelijkheden. De provincie Antwerpen, die zeker niet van de slechtste is, die stelt zo’n twaalf à dertien miljoen ter beschikking. En op gemeentelijk vlak… Er zijn vele gemeenten die totaal niets doen.
Jan Van Bilsen : Een van de voordelen van BJV is dat het zo’n kleine administratie is. Een voordeel zeg ik, want op die manier kent iedereen iedereen en is het dus gemakkelijk om er contact mee te hebben. En die mensen zijn zeker bereid om te luisteren naar wat je hebt te vertellen.
04Winoc Vermeiren : We hangen nu eenmaal vast aan die subsidiëringspolitiek, dat wil zeggen dat een aantal normen zowel landelijk als plaatselijk zijn vastgelegd. Wat gebeurt er nu wanneer er een nieuwe vorm van jeugdwerk ontstaat ? Wel, die gaat op zoek naar een manier om ook erkend te kunnen worden. Dat betekent dat zij zich een klein beetje gaan omschakelen om toch binnen een systeem te vallen. Dat is dus een vorm van polarisatie : men gaat zich richten naar andere vormen van jeugdwerk die reeds bestaan. Vroeger waren andere wegen mogelijk. Er was een begroting voor experimenteel jeugdwerk waar al die nieuwigheden en liefst dan nog de meest vooruitziende terecht konden. Info-jeugd heeft o.a. van die gunstige regeling genoten. Maar dit jaar staat er op de begroting voor experimenteel jeugdwerk niks meer ingeschreven. Dat wil zeggen dat die experimenten gewoon niet meer van de grond kunnen komen en in de schuif zullen blijven liggen.
Nieuwejaarke zoete
— Ik dacht dat wij reeds heel wat zaken hadden aangeraakt, maar om het geheel af te ronden, zou ik graag nog even het rijtje afgaan. 1982 staat voor de deur, een nieuwe begroting ook, het zal er hard aan toegaan. Je kan in de huidige omstandigheden jammer genoeg niet langer meer dromen of fantaseren, je kan zelfs niet meer experimenteren, zoals blijkt. In jullie nieuwjaarsbrief gericht aan tante Rika zullen jullie dus erg concreet moeten zijn : wat wens je voor ’82 ?
John De Doncker :
Voor ons zouden er zeker kansen moeten komen om een vorm van onafhankelijk werken te laten voortbestaan. Een mogelijkheid om eruit te geraken is natuurlijk de commerciële toer opgaan met sponsoring en zo, maar ik hoop dat dit niet zal moeten gebeuren.
04Johan vande Meirssche : Om heel concreet te zijn zou ik zeggen : stop aan de besparingsplannen voor cultuur en specifiek voor de jeugdsector. Ik zou wensen dat het decreet nu eindelijk eens goed zou worden toegepast, dat er dus ook geld wordt voor voorzien, en wat ook zeer belangrijk is, dat de Nederlandstalige jeugdraad er eindelijk komt. In deze tijd van onzekerheid en van steun zoeken bij elkaar is die jeugdraad niet enkel als adviesorgaan erg belangrijk, maar ook als platform voor het jeugdwerk.
Winoc Vermeiren : Ik denk dat het noodzakelijkste op dit moment is dat de jeugd en het jeugdwerk op begrip zou mogen rekenen en zich verstaanbaar zou kunnen maken bij de overheid die verantwoordelijk is voor cultuur. Dat zij uiteindelijk eens gaan beseffen dat in de tijd waarin wij leven dat de jeugd daar een zeer belangrijk aandeel in heeft. Zo wordt het hoogstnodig dat de jeugdorganisaties iets kunnen doen om de jeugdwerkloosheid te compenseren.
Xavier Crombez : Ik kan mij alleen maar aansluiten bij mijn voorgangers. De jeugdsector is vooral in deze tijd erg belangrijk. In deze economische crisis zou hij zelfs dringend moeten kunnen uitbreiden, heeft hij dus dringend wat zuurstof nodig om te kunnen verder werken en zich aan te passen aan de steeds evoluerende omstandigheden. Besnoeien in onze sector is gewoon risico’s nemen voor de toekomst ! De jeugdsector is geen luxe, dat is een noodzaak gewoon.
Jan Van Bilsen : Aansluitend op wat Xavier zegt, klaag ik de kortzichtigheid aan van de beleidsmensen op cultuur die liever investeren in gebouwen of wat dan ook. Inleveren, zegt men, maar wij leveren — ’t is godgeklaagd — al vijf jaar veertig procent in ! En misschien is het in dit debat wat ver gezocht, maar ik vind het hemeltergend dat men voetstoots aanneemt dat een of andere gekke generaal komt verklaren dat de NAVO-uitgaven met 4 % moeten stijgen, terwijl men voor de prijs van één F-16 het hele jeugdwerk in Vlaanderen een jaar lang kan financieren !
Dirk Knegtel : Een dekreet van 100 %, dat is al het minste wat we kunnen vragen waarschijnlijk. Werk maken van het plaatselijk jeugdwerk, dat lijkt me ook een noodzaak. Globaal zouden we kunnen zeggen dat minder klassieke vormen van jeugdwerk ook aan bod zouden moeten kunnen komen zoals actiecomités en nieuwe vormen van inspraak. Dat deze zouden kunnen rekenen op financiële steun en erkenning, zonder dat dit zou betekenen dat ze zich moeten laten inkapselen.

Referentie
Ronny De Schepper, “Mevrouw, we zijn het beu”, De Rode Vaan nr.39 van 1981

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.