Op 9 september 1616 speelde de heilige Jan Berchmans (1599-1621) te Mechelen in een Jezuïetendrama. Het Jezuïetendrama is een toneelgenre dat in de 16e eeuw op Jezuïetencolleges is ontstaan.

Het eerste jezuïetencollege in het Nederlandstalige gedeelte van de Zuidelijke Nederlanden werd in 1547 opgericht te Leuven. Antwerpen zou als tweede stad volgen in 1574. Er werden er nog vele opgericht en rond 1650 telde het Nederlandstalige gedeelte 16 colleges. Deze colleges waren niet exclusief voor de Zuidelijke Nederlanden: over heel Europa waren er een 500-tal. 

De speciaal geschreven toneelstukken werden aanvankelijk in het Latijn gespeeld en hadden bijbelse en mythologische verhalen, heiligenlevens en mysteries als onderwerp. Het toneel had dus in de eerste plaats een opvoedende waarde en er werden maandelijks binnen het college voor eigen publiek toneelstukken opgevoerd als oefening. Daarnaast werden er ook geregeld grote openbare voorstellingen gegeven voor de inwoners van de stad, die uitgroeiden tot feestelijke evenementen in het kader van de contrareformatie. 

“Terwijl het toneel in de noordelijke Nederlanden in de loop van de 17de eeuw herhaaldelijk tegenkanting ondervindt van de orthodoxe contraremonstranten, die zich niet alleen streng verzetten tegen schoolopvoeringen maar ook afkerig blijken te zijn van toneelvoorstellingen in het algemeen, tekent zich in de zuidelijke Nederlanden een evolutie af in tegenovergestelde richting als daar de jezuïeten een triomfalistisch katholicisme algemene ingang doen vinden, waarbij ze o.m. het schooldrama als medium van hun onderwijssysteem ten volle uitbaten.” (*)


Vaak werd politieke actualisering van bijbelse stukken in dergelijke gevallen niet geschuwd. En zo is het toch wel heel ironisch dat Balthasar Gérard, de moordenaar (in 1584) van Willem van Oranje, in zijn gevangeniscel, kort voor zijn terechtstelling nog “La Judit” (1574) las van Guillaume de Salluste, Sieur du Bartas. (**)

Een interessant nevenverschijnsel is het jezuïtisch catechesetoneel in de volkstaal, waaronder ook meisjestoneel. Door zijn rijkdom aan spektakel en de aanwending van balletten en muziek heeft het collegetoneel invloed uitgeoefend op de opera: “Reeds in de 17de eeuw werd het koor vervangen door komische tussenspelen of muzikale intermezzi die in de eeuw daarop soms tot ware balletten (***) uitgroeiden; verder begon dit meer populaire genre zeer dicht bij de opera of het oratorium aan te leunen. (…) Daar de jezuïetendrama’s een aanzienlijke sociale rol speelden in het Vlaamse officiële toneelleven, werd een toegeving gedaan aan de volkssmaak door de tussenspelen in de volkstaal te laten uitvoeren en de voorstellingen van de nodige pracht en praal te voorzien, zelfs door ommegangen te organiseren.” (****)

In deze barokke tijden wordt ook vaak teruggegrepen naar het bijna sadistische naturalisme van Seneca. Akkoord, er worden geen echte hoofden meer afgehakt, maar men gaat er toch in pure Alice Cooper-stijl tegenaan. (*****)

Ronny De Schepper

Referentie

L. van den Boogerd, Het Jezuïetendrama in de Nederlanden, diss. Nijmegen (J.B. Wolters, Groningen 1961)

(*) Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.127.
(**) Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.129.
(***) In het Judith-drama van de Brusselse rederijker Antonius Flas uit 1717 staat in het laatste bedrijf: “Hier wordt de Folie d’Espagne gedanst”. De toevoeging “oft eenen anderen Dans alleen” wijst er m.i. op dat het hier geen ballet betreft, maar een soort van verleidingsdans van Judith op het feestmaal bij Holofernes, vergelijkbaar met de bekende sluierdans van Salome bij Herodes. Bron: Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.155.
(****) Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.147-148.
(*****) Anne Marie Musschoot, Het Judith-thema in de Nederlandse Letterkunde, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, p.140.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.