In 1991 zaten bij de in totaal 92 deelnemers (waarvan er twaalf werden geweigerd omdat ze enkel “een respectabel conservatoriumniveau” bezaten) geen “uitschieters” zoals b.v. een Ashkenazy, maar in die tijd zou het algemene peil ook lager hebben gelegen. De Fransman Frank Braley was toch een degelijk winnaar, maar hij ging twee Amerikanen vooraf (Brian Ganz en Stephen Prutsman) en daarover was er toch enige discussie…

Ik herinner er ook even aan dat vier jaar eerder Andrej Nikolski (met als keuzeconcert Rachmaninov nr.3, vandaar dat die componist nu drie keer op het programma voorkwam?) als winnaar uit de bus kwam. Dit jaar moest de Russische school (nochtans vertegenwoordigd door de uitstekende Vadim Roedenko en de bloedjonge Alexander Melnikov) het nu dus afleggen tegen de ‘Amerikaanse’. Voor zover daarvan sprake kan zijn. Marleen Spaepen stelde misschien wel terecht: “Hoe kun je iets van Wenen en Mozart begrijpen als je je leven tussen de wolkenkrabbers en hamburgertenten hebt doorgebracht?”
Jos Van Immerseel heeft zelf één keer aan een wedstrijd deelgenomen (en ze ook gewonnen), maar dat was dan precies een wedstrijd voor pianoforte en daarvan zegt hij zelf dat het eigenlijk geen solo-instrument is. De eisen lagen dan ook veel meer op stilistisch en interpretatief vlak i.p.v. op virtuositeit.
Uiteraard had Van Immerseel heel wat moeite met het spelen van een verplichte Mozart-sonate op een moderne vleugel. Vaak werd hij daarop ook door Rian aangevallen (“Jos zit teveel met het geluid van een pianoforte in zijn hoofd”). Van Immerseel verdedigde zich dan met te zeggen dat dit er niets mee te maken heeft: “De manier om met de rechterhand boven de linker te willen uitkomen, mag dan nog vergelijkbaar zijn met die van prima donna’s of eerste violisten, het is echter geen muzikaal gegeven!”
Na het zogenaamde laureatenconcert in Gent hadden we een korte ontmoeting met de drie prijswinnaars van de jongste Elisabethwedstrijd voor piano. De hoge score van de twee Amerikanen, Stephen Prutsman en Brian Ganz, mag dan nog aangevochten worden, met de jonge Fransman Frank Braley heeft deze wedstrijd uiteindelijk een verdiende winnaar gekregen. Of zoals Jos Van Immerseel het formuleerde: “Prima la musica!”, de muzikaliteit kreeg de voorrang op de virtuositeit…
STRESS
Velen vragen zich af of het louter toeval is dat de eerste drie laureaten optraden tijdens de laatste twee wedstrijddagen? Wel ja, want de juryleden geven hun punten onmiddellijk na elk optreden. Dat er dan toch nog enige uren verlopen vooraleer de winnaar bekend wordt gemaakt, heeft te maken met het feit dat in de jury ook leraars zitten van kandidaten en die mogen niet voor hun eigen leerlingen stemmen. Die kandidaten krijgen voor dat jurylid dan het gemiddelde van de andere stemmen. Bovendien is er (net zoals in het quoteren van het kunstschaatsen b.v.) ook nog de regel dat de hoogste en de laagste score niet meetellen, zodat er toch uiteindelijk nogal wat rekenwerk aan te pas komt.
Nee, het is integendeel een erg stresserende bedoening om pas op het laatst aan de beurt te komen. BRT-panellid Rian De Waal die zelf ook als laatste aan de beurt kwam in 1983, was daardoor zo zenuwachtig dat hij vlak voor zijn optreden uit de befaamde ‘kapel’ ontsnapte met de bedoeling zich een stuk in zijn kraag te drinken. Hij werd echter gevat en kreeg een thee toegediend waarin (buiten zijn weten) een kalmeermiddel was gemengd en waardoor hij uiteindelijk toch aan de wedstrijd heeft deelgenomen.
Een andere laureaat, Robert Groslot, verklaarde in ‘Wat is er van de sport?’ dat er wellicht zelfs doping wordt genomen, ook al noemt men het niet zo. Rian De Waal volgde trouwens een heuse training als atleet om pianistiek op peil te blijven.
Men kan zich dan ook afvragen wat iemand kan bezielen om nog aan zo’n wedstrijd deel te nemen. Het antwoord is heel simpel. De concurrentie in de pianowereld is zo grootgeworden dat men zich blijkbaar gewoonweg verplicht voelt! Vandaar ook de gemiddeld ‘hoge’ leeftijd, denk maar aan de twee Amerikanen die de dertig al gepasseerd zijn. Bij piano doet dit verschijnsel zich nog nadrukkelijker voor dan b.v. bij viool, omdat het in essentie toch een solo-instrument is en als men dan faalt als virtuoos, dan rest bijna alleen nog lesgeven (men kan niet in een orkest terecht).
MOZART-SONATE
De samenstelling van het televisiepanel was overigens toch wel uitstekend. Enerzijds kon Rian De Waal uit ervaring spreken en paste zijn opvatting over pianospelen helemaal binnen het kader van de Elisabethwedstrijd. Daartegenover stond dan een Jos Van Immerseel, die b.v. toch heel wat moeite moet hebben gehad met het spelen van een verplichte Mozart-sonate op een moderne vleugel. Vaak werd hij daarop ook door Rian aangevallen (“Jos zit teveel met het geluid van een pianoforte in zijn hoofd”). Van Immerseel verdedigde zich dan met te zeggen dat dit er niets mee te maken heeft: “De manier om met de rechterhand boven de linker te willen uitkomen, mag dan nog vergelijkbaar zijn met die van prima donna’s of eerste violisten, het is echter geen muzikaal gegeven!” Jos had zelf wel één keer aan een wedstrijd deelgenomen (en ze ook gewonnen), maar dat was dan precies een wedstrijd voor pianoforte en daarvan zegt hij zelf dat het eigenlijk geen solo-instrument is. De eisen lagen dan ook veel meer op stilistisch en interpretatief vlak i.p.v. op virtuositeit. Dat zou volgens Van Immerseel echter ook in de Elisabethwedstrijd het geval moeten zijn. Hij houdt dan ook meer van een uitvoering met een foutje maar die aangrijpt dan van een foutloze maar ook zielloze uitvoering. Een foutje is dus niet zo erg, als er maar spanning in de wedstrijd zit. Waarop Rian De Waal, gevat: “Ja, maar als-ie valt terwijl hij gewoon wat rondjes aan het draaien is, zou het toch niet mogen.”
“STELLETJE AMBTENAREN”
Jos pleitte verder ook voor een soort van ‘authentieke’ uitvoering van Tsjaikovski (kleiner orkest, violen met darmsnaren), een concert dat overigens weer vier keer werd uitgevoerd!
Met zijn kritiek op het orkest en op de leiding (Ronald Zollman dirigeerde voor het eerst en alhoewel hij vertrouwd is met het werken met jonge mensen, kon men hier en daar heimwee naar Georges Octors bespeuren) heeft Van Immerseel zelfs een incident uitgelokt. Omdat presentator Fred Brouwers geen weerwerk bood op zijn opmerking over “het stelletje ambtenaren”, werd hij door Zollman in de coulissen gekapitteld. Fred is immers tegelijk ook intendant van het Nationaal Orkest. Hij dacht persoonlijk dat de twee functies niet onverenigbaar zouden zijn, maar nu gebleken is dat dit toch het geval is, heeft Fred (zonder zich uit te spreken over het feit of de opmerking van Van Immerseel nu juist is of niet) zijn ontslag aangekondigd. Uiteindelijk heeft hij immers meer belangstelling voor het televisiewerk.
Zelf wil ik ter vergoelijking van de “ambtenaren” toch even wijzen op het ontzettende werk dat zo’n wedstrijd met zich meebrengt. Vergeet niet dat de repetities reeds tijdens de halve finales beginnen, zodanig dat alle werken die 24 kandidaten indienen worden ingestudeerd. Daarin zijn ze volledig vrij en zo zat er b.v. ook een concerto van een Roemeense componist bij. Men begint dus met eerst die onbekende concerten (waaronder het plichtwerk) aan te leren, nadien neemt men de minder voor de hand liggende door en pas op het laatste moment passeren de “blockbusters” zoals het eerste van Tsjaikovski of het derde van Rachmaninov de revue.
DE AZIATISCHE SCHOOL
Maar meer nog dan de Russen waren de Aziaten dit jaar de grote verliezers. Vorige keer zaten er nog zes in de finale, nu slechts twee. Van Immerseel: “Twintig jaar geleden zei men: dat kunnen die mensen niet, dat behoort niet tot hun cultuur. Het is gebleken dat dit niet waar is, maar dan is men beginnen overcompenseren: men is alles gaan goedvinden wat van ginderachter kwam. Nu zijn we weer aan relativeren toe.”
Misschien waren de twee Aziatische kandidaten bovendien niet toevallig twee vrouwen die elk tegen hun omgeving hebben moeten rebelleren om het waar te maken. Samen met de Joegoslavische Rita Kinka (die voor de tweede keer deelnam en ook nu weer haar kansen niet naar behoren kon verdedigen wegens ziekte) waren zij de enige drie vrouwen in de finale. Ook dat is een overdenking waard. Volgens Rian De Waal kunnen vrouwen niet altijd het grote repertoire aan, precies omdat ze hun tengerheid proberen te “overcompenseren”. Zo was de Tsjech Igor Ardasev veel ‘vrouwelijker’ dan de Koreaanse zwemkampioene Haesun Paik b.v. “Waarom dan geen Saint-Saëns gespeeld?” vroeg Rian zich in haar geval af en de mooie Japanse Chiharu Sakai gaf hem de dag nadien
gelijk.
CHALLULAU
`Ne la città dolente’, negen beelden uit de Hel van Dante, van de Fransman Patrice Challulau werd uit 139 inzendingen verkozen als verplicht stuk. Voor het eerst werd immers een wedstrijd georganiseerd i.p.v. een opdracht te geven aan een Belgische componist. Men zou kunnen veronderstellen dat men daardoor meer kans heeft op een goed werk, maar Challulau stuitte integendeel (terecht) op heel veel kritiek. Van Immerseel: “Dit komt aardig dicht bij de definitie van le bruit. Bijna eender wie wat solfége heeft gestudeerd zou dit kunnen schrijven. Men zou de moed moeten hebben om als de inzendingen niet voldoen iets anders te voorzien als reserve. Ik zou zelf van dit werk helemaal niets terecht brengen. Ik zou me er niet kunnen op concentreren. Van mij krijgen alle kandidaten dispensatie wat dit stuk betreft.” Claude Coppens (een pianist die nochtans voornamelijk hedendaags werk vertolkt): “Ik vind dit heel slechte kitsch. Het beantwoordt alleszins volledig aan de definitie die Umberto Eco eraan geeft in zijn ‘Structuur van de Slechte Smaak’. Het is immers een product van massacultuur. Massacultuur staat tegenover volkscultuur in de zin dat ze wordt geproduceerd door beroepsmensen, maar vol clichés zit. Hij heeft blijkbaar niet eens de ‘Divina Commedia’ verstaan, want wat komt anders dat citaat uit ‘Dies irae’ daarin doen? Het heeft toch niets met het laatste oordeel te maken?”
BRALEY
Maar goed, de Fransen werden dus tweemaal winnaar, want Frank Braley kaapte in de pianowedstrijd de zege weg. Zoals de meeste laureaten is Braley heel vroeg begonnen (op vierjarige leeftijd), maar tot op het einde van zijn humaniora heeft hij zich niet zeer intensief met de piano bezig gehouden. Hij acht zichzelf technisch b.v. de mindere van Roedenko. Het was ook zijn eerste wedstrijd en hij kwam dan ook eigenlijk gewoon om met de wedstrijdsfeer kennis te maken. Zelfs zijn uitverkiezing voor de finale was al een verrassing voor hem. Braley studeert nog aan het Conservatorium van Parijs en geeft tegelijkertijd ook les, maar dan aan een gewone academie. Hij was na zijn optreden zelfs nog teruggekeerd naar Parijs, maar zijn vier leerlingen kwamen (gelukkig zegt hij) niet opdagen.
Het vierde pianoconcerto van Beethoven was een eigen keuze, maar enkel omdat hij niet verwachtte in de finale te geraken, anders zijn de Russen (Rachmaninov, Tsjaikovsky) geschikter als wedstrijdcomponisten volgens hem. Voor de uitslag bekend was, vond ook Robert Groslot het een verkeerde keuze en hij verwees daarbij naar Eliane Rodrigues die een gedoodverfde winnares was, maar met dit concert haar kansen verknalde. Aangezien de jury echter dit jaar tegen haar eigen traditie van virtuositeit is ingegaan, is deze keuze voor Braley wellicht juist een zegen geweest.
Natuurlijk is er ook op zijn uitverkiezing kritiek: men vindt hem nog wat jong, nog niet helemaal rijp, sommigen spreken zelfs van “bon chic, bon genre”! Dat laatste is enkel begrijpelijk als je hem ziet spelen, want in de omgang is hij juist een heel “normale” jongen. Vandaar dat verwijzingen naar Volondat zéker uit den boze zijn. Die gaan b.v. veel meer op voor de Tsjech Igor Ardasev. Over dat “voor de galerie spelen” of “het plafondkijken” is trouwens heel wat te doen geweest. Dat komt immers niet eerlijk uit de muziek voort, maar is eerder berekend op een effect op het publiek. Volgens Rian De Waal wordt het zelfs aangeleerd! Blijft dus bij ieder individu de vraag: is het echt of is het fake? Ikzelf had met Braley geen moeite, wel met b.v. een Ardasev, die dan echter weer door de panelleden werd ‘gepikt’, vandaar dat hij de Daniël Sternefeld-prijs kreeg voor de beste uitvoering van het keuzeconcerto, die door hen werd uitgereikt. De uitgeweken Armeniër Sergei Babayan daarentegen ging in zijn ‘show’ zodanig ver dat de capaciteiten die hij ongetwijfeld heeft integendeel totaal over het hoofd werden gezien.
Hoe dan ook, hopelijk belandt Braley binnen enkele jaren niet zoals Volondat bij… Theater Toone om voor muziek bij het marionettenspel te zorgen!
PRUTSMAN
Stephen Prutsman leerde pianospelen op driejarige leeftijd. Zijn moeder was zijn eerste lerares en daarna kwam ‘the local little old lady’ aan de beurt, want zeker in de beginfase ben je in de VS op privé-onderwijs aangewezen. Op 20-jarige leeftijd was hij het beu en trok hij een jaar liftend door Europa. Pas op 22 jaar kwam hij voor het eerst op een conservatorium terecht. Vorig jaar werd hij vierde op het Tsjaikovski-concours in Moskou, waar hij overigens nogal op zichzelf aangewezen was aangezien er een voedseltekort was en gebrek aan vervoer. “Tenzij je buitenissige prijzen in buitenlands geld wil betalen op restaurant, moet je echt met wat brood en fruit zien rond te komen.”
Nog daarvoor had hij in de VS de wedstrijd van de Beethoven Foundation gewonnen, samen met Ganz. “Maar zelfs als je de eerste prijs wint, dan nog betekent dat niet dat je nu binnen bent voor de rest van je leven. Het is maar de eerste stap. Het ideaal is natuurlijk je eigen lievelingsstukken spelen in locaties die uitstekend geschikt zijn, maar daarvoor moet je wel toegevingen doen: ik heb nog in bars en kerken gespeeld en les gegeven aan kinderen die eigenlijk niet geïnteresseerd waren.”
En waarom heeft hij als keuzeconcerto Prokoviev gekozen? “It’s fun as hell!”
Zijn landgenoot Brian Ganz was de oudste van het gezelschap en net als Prutsman een leerling van Leon Fleischer. Hij was één van de weinigen die zich gunstig uitliet over het plichtwerk. Twee jaar geleden heeft hij de wedstrijd in Parijs gewonnen, tot zijn grote verrassing, want eigenlijk vond hij er zichzelf nog niet rijp voor, vandaar trouwens dat hij nu in Brussel deelnam. Een vergelijking tussen Parijs en Brussel? “Parijs is eerder een sprint, Brussel is een marathon.”
Hij is in de VS wel reeds een vaak gevraagde gast bij orkesten en op festivals en bovendien is hij ook actief als pianoleraar aan het St.Mary’s College in Maryland. Hij had zijn vrouw meegebracht (al mocht die niet in de kapel) omdat haar aanwezigheid “comforting is in times of stress”. Dit lijkt Greg Lemond wel!
Aangezien hij in de wedstrijd hetzelfde concert uitvoerde als Prutsman, moest hij voor het laureatenconcert in Gent een ander concerto kiezen. Het werd (voorspelbaar in het Mozartjaar) een Mozart en wel nr.20. Even voorspelbaar speelde hij Mozart alsof het Chopin betrof (vooral in de cadenza’s die hij ellenlang uitspon).
MICHIELS
En onze Jan Michiels? Wel, helaas kan ik me akkoord verklaren met de laatste plaats die hem werd toegekend. Ik had graag gezien dat hij het boe-geroep van de Franstalige kakmadammen bij zijn selectie voor de finale met glans had weerlegd, maar het heeft niet mogen zijn. Dat komt misschien ook omdat hij niet echt in het romantische wedstrijdstramien past en meer aandacht heeft voor het hedendaagse repertoire. Volgens sommigen was zijn uitvoering van het plichtwerk dan ook de beste. Brahms daarentegen was niet echt voor hem geschikt, dat vond ook zijn vroegere leraar Abel Matthijs. Stravinsky of Bartok b.v. waren beter geweest, maar volgens Jan zelf “kan” dat gewoon niet op een wedstrijd, ook al omdat dit meer voorbereidingstijd vergt met het orkest dan diegene die men toebedeeld krijgt.
En zo zitten we alweer bij de discussie over de zin van dergelijke wedstrijden en daarmee is de cirkel rond. “Wedstrijden zijn goed voor paarden, niet voor muzikanten,” zei Bela Bartok destijds. En wie zou hem ongelijk kunnen geven? Maar als het dan toch enkel door wedstrijden is dat de belangstelling voor de zogenaamde ‘ernstige’ muziek kan worden gewekt (onlangs was er b.v. ook weer de Cardiff Singer of the World op de BBC), dan moeten we maar de bluts met de buil nemen. Afspraak dus volgend jaar voor de tweede Elisabethwedstrijd voor zang!

Referentie
Ronny De Schepper, “Prima la musica!”, De Rode Vaan nr.33 van 16 augustus 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.