Alcide is niet enkel gespecialiseerd in het Trojaanse paard, maar ook in computers (een Trojaans paard is in de computerwereld overigens een functie die verborgen zit in een programma dat door de gebruiker wordt geïnstalleerd en die toegang tot de geïnfecteerde computer kan verschaffen aan kwaadwillenden en zo schade toebrengen aan de computergegevens of de privacy van de gebruiker). En daarom meldde hij (en niet Wikipedia b.v.) dat het op 24 april precies 35 jaar geleden is dat IBM zijn eerste personal computer lanceerde: “Le constructeur américain IBM (International Business Machines) lance son ordinateur individuel PC (Personal Computer). C’est un ordinateur doté de 16 à 64 Ko de mémoire vive et fonctionnant avec un processeur 8088 Intel et le système PC/Dos Microsoft.” Maar dat blijkt nu een reden te hebben dat Wikipedia dat toen niet vermeldde. Het is immers vandaag dat de verjaardag wordt gevierd. Alhoewel, “gevierd”? In het begin werd deze ontwikkeling met het nodige scepticisme begroet en dat blijkt dan ook duidelijk uit het eerste artikel dat aan computers werd gewijd in De Rode Vaan…

00« Wat eten we vandaag ? »
« Even de computer raadplegen ! »
Een dialoog uit een science-fiction verhaal ? Toch niet. Wel een huiselijk tafereeltje bij iemand die terecht anoniem wil blijven, maar die we voor het gemak maar Jean-Luc zullen noemen en die van alle door de micro-microbe gebetenen die we de afgelopen maanden zijn tegengekomen zowat het verste gaat in het integreren van zijn microcomputer (of huiscomputer of personal computer) in zijn dagelijkse leven. « Gewone » bezetenen hebben we genoeg tegengekomen : een « intellectueel » die blijkbaar liever voetbaltrainer was geworden want die reeds weken aan een stuk verhangen is aan een computerspelletje dat een voetbalcompetitie simuleert; een partijmilitant die zijn job mee naar huis neemt, zodat hij zelfs last krijgt met zijn partner; iemand die alle hitparades in zijn computer stopt om dan te zien welke de grootste hit is van het jaar of van àlle jaren, in dát land of over heel de wereld en meer van dat slag. Maar we hebben ook een moeder ontmoet die een micro-computer had gekocht opdat de dochter daarmee haar lessen informatica zou kunnen inoefenen, maar die moet vaststellen dat de computer in kwestie enkel gebruikt wordt door zoonlief om wat raketten naar beneden te schieten of iets in die zin. En dan is er dus nog Jean-Luc. Jean-Luc die al zijn diepvrieswaar in zijn computer heeft gestoken om te weten wanneer hij het er moet uithalen. Die er vlijtig op bijhoudt hoeveel eieren elk van zijn kippen legt. Enzovoort.
Democratisering?
Nu, eerlijk gezegd, al hebben we geen ongelukkige « computeristen » (of -tisten ?) ontmoet — zelfs de verbaasde moeder vindt dat de spelletjes van haar zoon hem toch met het medium vertrouwd maken —, dat alles stemde ons weinig hoopvol wat het eigenlijke nut van dergelijke dingen betreft. De huiscomputer van Wilfried Martens mag dan nog op terminals van banken e.d. aangesloten zijn (als we Sus Verleyen mogen geloven in zijn fameuze boek), eenvoudige gebruikers hebben daartoe voorlopig zeker nog geen toegang.
Toch werden we voor ons « cultuurpessimisme » ook streng berispt door mensen ter linkerzijde die zich tevens in deze problematiek verdiepen. Er werd ons op gewezen dat een veralgemeende verspreiding van de huiscomputer en het ongebreideld toegankelijk maken van de beschikbare informatie — wat, dat gaven zij ook wel toe, voorlopig een zoete droom is — eigenlijk een onomkeerbaar democratiseringsproces inhoudt. Gedaan met de muffe geslotenheid van de fichenbak, door « inbraken » op de diverse databanken wordt het eigendomsrecht van de informatie op de helling gezet. Of hoe extreem liberalisme en anarchisme elkaar de hand reiken. Men voegt er trouwens listig aan toe dat de huiscomputer niet alleen de kapitalistische maatschappij ondergraaft, maar ook b.v. het gesloten karakter van het Sovjetsysteem.
Mooie wensdromen, maar niet iedereen denkt er zo over, zeker als men op korte of middellange termijn in de toekomst kijkt. Zo komt Jon Goubin in zijn artikel « De telematica verandert de Vlaamse samenleving niet ingrijpend », dat hij voor het Vlaams Marxistisch Tijdschrift schreef, tot de conclusie : « Het ziet er naar uit dat de telematica in Vlaanderen slechts de bestaande maatschappelijke verhoudingen zal bevestigen en de sociaal-economische ongelijkheid nog zal verstevigen met een informatiekloof. De enige promotie die de Vlaamse regering maakt is die voor haar spitstechnologische Derde Industriële Revolutie ».
Toch inspireert deze vaststelling ook hem niet tot negativisme : « Misschien zou links er beter aan doen haar cultuurpessimisme over de nieuwe media wat te temperen en zelf beginnen in te staan voor een alternatieve aanpak. Met betrekking tot de impact van de micro-elektronica en de informatisatie van de samenleving dient er niet enkel gewaakt te worden over onze privacy of gestreden voor de tewerkstelling, er ligt een informatie-alfabetiseringscampagne voor de boeg ! »
Een gelijkaardige reactie vinden we bij Jackie Rombaut die voor een workshop van het SHISS (Stedelijk Hoger Instituut voor Sociale Studies) een studie heeft gemaakt van het gebruik van de microcomputer in het maatschappelijk werk. De heer Rombaut staat b.v. eerder huiverig tegenover dat « vrijgeven » van de informatie (wat nogal logisch is !), maar ook hij zou het jammer vinden mochten de « sociale assistenten voor de zoveelste maal (sic !) de boot missen ». Hij suggereert daarbij een aantal toepassingsmogelijkheden die voor de betrokkenen zeker interessant zijn, maar voor de doorsnee-lezer zou dit ons te ver leiden. Toch, gewoon om je een idee te geven, een paar voorbeelden.
« Velen (van de justitiële kliënten, red.) hebben geen zicht op inkomsten en uitgaven, meerderen krijgen frequent de deurwaarder op bezoek. Om hierin orde te brengen kan een berekeningsprogramma voor budgetering nut brengen… ».
« Een praktisch voorbeeld zou kunnen zijn : het afdrukken van een « doe-agenda » waarbij hij (d. i. de cliënt) richtlijnen krijgt van de nog te ondernemen voetstappen om zijn sociale zekerheid in orde te brengen of b.v. een eerherstel of beperkte hechtenis aan te vragen… ».
« Via sorteringsprogramma’s zal het mogelijk zijn bepaalde groepen nader te bestuderen : b.v. het verloop van de relatievorming binnen een gezin, het instellingsverloop, de ingeschakelde hulpdiensten, de correlatie tussen conflictmomenten en wijzigingen in zijn totale levenscontekst. Het uitzoeken van ingrijpende wijzigingen en zoeken naar preventiemethodes voor die conflictmomenten… ».
Computer Broos
Wat kan je dan wel allemaal doen met een huiscomputer ? Alles en niets. Dat is geen sibyllijns antwoord, maar pure realiteit. Het is immers wáár dat een computer haast onbegrensde mogelijkheden bezit, maar evenzeer is het waar dat jij daar met je « personal computer » slechts een minimaal deel van kunt waarmaken. Erger nog, zelfs de mogelijkheden die erin zitten komen er vaak niet uit omdat je er de nodige opleiding niet voor hebt.
Nu is dit laatste wel te voorkomen (in zekere mate) door b.v. avondcursussen te volgen (zelfs volkshogescholen geven er, voor wie liever niet langs het « traditionele » onderwijs passeert), maar dan is de pret er al lang af natuurlijk. Zo zal men het binnen afzienbare tijd zeker ook hier meemaken wat in de Verenigde Staten reeds een feit is : na een verhit gebruik wordt de computer na een jaar netjes opgeborgen en enkel nog af en toe uitgehaald om een partijtje « star wars » te spelen. Of zeeslag. Als men daarvoor dan al niet de goedkopere pen-en-papier gebruikt… Dit is het lot van zowat twee derde van de computers die de afgelopen jaren in de V.S. aan de man werden gebracht.
Om toch enige zekerheid te hebben over wat je dan wél allemaal met de computer die je op het oog hebt kunt aanvangen (d.i. dus : wat kan hij en wat kan jij ?), is het aangewezen je tot een speciaalzaak te richten, ook al bieden grootwarenhuizen meestal veel goedkopere prijzen aan. Degelijke informatie is echter onontbeerlijk en ook voor de aanschaf van software, de na-service als het ware, is een persoonsrelatie met de verkoper aangewezen.
Als je al die voorbehouden leest, kan je je natuurlijk afvragen waar dan die aantrekkingskracht van de computer van uitgaat ? Met andere woorden : wat heeft de computer tot computer gemaakt ? Een klein lesje taalkunde is daarvoor nooit weg. Het Engelse « to compute » betekent eigenlijk « rekenen » en dat is in de grond dan ook het enige wat zo’n computer doet. En dan nog niet eens met alle getallen — zoals wij mensen meestal worden verondersteld te kunnen — maar enkel met 0 en 1. Niet veel bijzonders, zal je zeggen, en dat is waar, het bijzondere zit ‘m dan ook eerder in de snelheid waarmee de computer al die kleine optellingskes en aftrekkingskes maakt. De ene computer is natuurlijk de andere niet, maar met zo’n drie-en-een-half miljoen bewerkingen per seconde zit je toch erg dicht bij het gemiddelde…
Op die manier merk je er natuurlijk niets van dat een letter op een computer in feite bestaat uit een geheugenblokje van zo’n 64 eentjes en nulletjes, gerangschikt in een bepaalde volgorde. Idem om ermee te kunnen « tekenen », enz.
Tot zover het hoofdstuk over wat je niet ziet. Wat dus in het ding gebeurt m.a.w. Want al de rest moet er eerst van buiten af ingebracht worden, vergeet dat niet. Als je het b.v. hartsgrondig beu bent om — ik zeg maar iets — je uitgebreide bibliotheek op steekkaarten te brengen, dan zal je dat voor een computer toch óók moeten doen. Nadien kun je dat dan wel ad libitum reproduceren of er bepaalde items uithalen, maar in het programmeren zelf kruipt heel wat tijd. Zoals we o.m. leren van Roger Broos, de computerspecialist van de KP, beter gekend als « Computer Broos » in navolging van Cyriel Buysse zijn « Grueten Broos ».
Roger Broos : Men moet altijd « bevelen geven » aan een computer, anders weet-ie niet wat je van hem verlangt. Neem bijvoorbeeld die regel op in je geheugen of schrijf ‘m op de dragers, wat in het geval van mijn computer dus disketten zijn. De mogelijkheden zijn enorm maar in privégebruik blijven die zeker nog 80 % onbenut. Home-computer is dus eigenlijk slechts een woord dat is uitgevonden om de verkoop te stimuleren. Het is in de grond immers een gewone computer maar dan in verkleinde vorm en dus ook tegen een goedkopere prijs. Sommige homecomputers werken op batterijen, maar de mijne niet. Toch is hij « draagbaar » in die zin dat ik hem makkelijk overal mee kan naartoe nemen. Het scherm is dan ook kleiner dan bij wat ik een bureau-computer zou willen noemen, zoals die van de partij b.v., maar het verschil zit ‘m vooral in de mogelijkheden van stockage. Naast een scherm heeft deze computer uiteraard ook een klavier. Dat is voor 95 % het normale AZERTY-klavier zoals bij een gewone schrijfmachine met een paar supplementaire toetsen om de typische instructies aan de computer te kunnen geven.
(Dit is uitzonderlijk, de meeste huiscomputers hebben — gezien hun Angelsaksische afkomst — het daar meer gebruikelijke QWERTY-klavier).
R.B. :
Zoals ik daarnet heb gezegd : de kracht van de computer wordt bepaald door het geheugen en de opslagcapaciteit. De eerste generatie huiscomputers waren dan ook eerder spelcomputers die verstoken waren van gegeven-dragers. Die computer had enkel een geheugen en werd meestal aangesloten op het televisiescherm. Dat waren dan de befaamde computerspelletjes. Maar stilaan ontstond de behoefte om de programma’s die men had gemaakt te kunnen bewaren. Databanken b.v., wat dus -eigenlijk niets meer is dan een fichier. Dan moet je dus een gegevensdrager hebben om dat daarop te kunnen stockeren. Bij de eerste computers waren dat cassettes, je moest hiervoor gewoon je cassetterecorder aansluiten op je computer. Achteraf zijn er dan wel speciale cassetterecorder, ontworpen voor computer, op de markt gekomen, wat wel een verbetering was, maar het nadeel bleef eigenlijk hetzelfde : men kon de gegevens maar opschrijven volgens dat de band liep, wat uiteraard zeer omslachtig is, als men achteraf b.v. gegevens wil hebben die op het begin van de band staan. Daarom is men overgegaan op de zogenaamde floppy disk. Op die van mijn computer kan er een hoeveelheid die overeenkomt met ongeveer 32 bladzijden getypte tekst.
(Inderdaad, floppy disks zijn veel handiger dan cassettes en kunnen veel meer informatie bevatten, maar daar staat tegenover dat een disk drive, d.i. een toestel dat razendsnel programma’s opzoekt en invoert, onontbeerlijk is, zeker voor tekstverwerking en werken met tabellen, en dat zo’n toestel ook al gauw 13.000 fr. gaat kosten).
“Inbreken”
— Hoe dan ook, alles wat je tot hiertoe hebt gezegd dat je uit je computer kan halen, heb je er eerst zelf ingestopt. Dat fameuze “inbreken” op grotere computers is er met een huiscomputer dus niet bij?
R.B. :
Het is zeker niet simpel, maar mijn toestel kost zo’n honderd duizend frank en dat is opzettelijk zo gedaan omdat ik hiermee wel een link kan leggen met de grote computer van de partij. Men kan dat natuurlijk moeilijk « inbreken » noemen aangezien het juist de bedoeling was dat ik op mijn eigen computer ook soms werk zou kunnen uitvoeren dat ik eigenlijk hier op het partijcentrum aan het doen ben. Aangezien ik bezeten ben door elektronica (ik ben daar ook in opgeleid), bleef ik immers oorspronkelijk halve nachten aan dat toestel gekluisterd, wat uiteraard problemen met zich meebracht op het thuisfront. Daarom heb ik dit toestel aangeschaft.
(Uit een marktonderzoek van Testaankoop leren we dat Roger hiermee wel erg hoog scoort. Voor 15 à 20.000 fr. kan men namelijk reeds van start gaan, aldus de Verbruikersunie, maar ze voegt daar wel onmiddellijk aan toe dat er nog heel wat andere — en dure — investeringen noodzakelijk zijn vooraleer men een voldoende aantal richtingen uit kan met z’n computer. Volgens het onderzoek van Jon Goubin, waarvan de resultaten werden gepubliceerd in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, zijn microcomputers uit de laagste prijsklasse zelfs hoofdzakelijk gericht op videospelletjes. Volgens Goubin kan men pas vanaf 100.000 fr. van « productieve » computers spreken, de prijs van een wagen dus. En dan heeft hij het nog enkel over het basisapparaat en niet over de uitbreiding die noodzakelijk is om er een efficiënt systeem van te maken. Hij geeft een voorbeeld van de firma Apple, waarbij de basisapparatuur 85.000 fr. kost, een printer 53.000, een harde geheugenschijf 120.000, een modem m.a.w. een telefoonaansluiting 50.000 en diverse software zoals voor boekhouden, tekstverwerking of statistiek 60.000. Dat maakt een totaal van niet minder dan 368.000 fr., waardoor men nog moeilijk van een « huiscomputer » kan spreken, hiervoor moet men op z’n minst al een KMO zijn om dat « rendabel » te maken. Hij voegt er wel onmiddellijk aan toe dat zijn voorbeeld reeds min of meer achterhaald is, want de prijzen op de computermarkt dalen soms vrij snel. Dat leert ons ook Roger Broos).
R.B. :
Inderdaad. Mijn eigen computer die zeker nog niet « oud » kan worden genoemd, kost ondertussen nog « slechts » 70.000 fr. Wat de hardware betreft dus, wat in mijn geval bestaat uit een scherm, een klavier en een drive. Ik heb m.a.w. zelf geen printer, maar ik gebruik die van het partijcentrum. Eigenlijk zou men kunnen stellen dat een printer een schrijfmachine is zonder klavier.
Overigens stijgt de prijs van de software bijna evenredig met de daling van de prijs van de hardware. Dat komt voornamelijk omdat er in deze sector geweldig wordt gekopieerd. In computerclubs en zo neemt men van elkaar programma’s over zoals jij dat wellicht met platen doet die je op cassette zet of iemand anders die films op video opneemt van de televisie, want dat is allemaal even illegaal, maar het gebeurt even frequent. Om dus toch een zekere winstmarge te kunnen behouden wordt de prijs van de vekochte programma’s stelselmatig opgedreven.
De « eerlijken » moeten dus opdraaien voor de boosdoeners. Tenzij het de bedoeling is dat de eersten aan de tweeden een vergoeding vragen om een programma te mogen kopiëren, dan zal de praktijk trouwens wellicht een langzame dood sterven. Natuurlijk kan men dan nog steeds « ongevraagd » proberen programma’s te kopiëren, al zal men dan vaak doorheen een « codewoord » moeten breken.
Nu, erg moeilijk is dat niet, want de meeste computerfans blijken niet erg spitsvondig te zijn. De naam van partner, kind of hond of het omkeren van de eigen naam zijn de meest voorkomende procédés, maar ook andere vondsten liggen vaak erg voor de hand. En als dat dan niet zo is, dan kan de « computerist » zelf soms in moeilijkheden geraken. Zo brengt de boekhouder van de stadsadministratie van Washington op dit moment zijn dagen door met steeds maar opnieuw de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring door te lezen. Hij hoopt zich op die manier te kunnen herinneren welk codewoord hij precies aan de boekhouding van de stad heeft gegeven. Hij weet namelijk nog wel dat hij zijn inspiratie uit genoemde verklaring haalde, maar het woord zelf is hij vergeten. Ondertussen kunnen de wedden van de stedelijke beambten niet worden uitbetaald…
“Compatibel”
Testaankoop wijst er overigens terecht op dat men reeds bij de aankoop van de computer ook de mogelijkheden van de software moet voor ogen houden. Zo niet loopt men het risico zich een product aan te schaffen dat na verloop van tijd van de markt verdwijnt, zodanig dat je niet meer in de gelegenheid bent om je nieuw materiaal aan te schaffen. Aangezien dit « verdwijnen » volledig gebeurt volgens de regels van de kapitalistische economie heb je daar als verbruiker natuurlijk weinig greep op.
Om zeker te spelen zal je voorkeur daarom best uitgaan naar de grootste merken — in België zijn dat Commodore, Sinclair en Tandy. Ook dat is « kapitalisme »… Internationaal is natuurlijk IBM de grootste — zodanig zelfs dat indien de zo noodzakelijke unificatie van de systemen erdoor zal komen, deze wellicht IBM als norm zal nemen — maar aangezien de goedkoopste IBM Personal Computer nog meer dan 190.000 fr kost, is de aanschaf ervan natuurlijk niet erg populair…
Zonder enige officiële regeling is die unificatie eigenlijk reeds gerealiseerd. Op uitzondering van Apple richten immers alle andere merken zich op die IBM-PC (men zegt dan dat ze « compatibel » zijn). Kenners beweren trouwens dat de microcomputer van Apple eigenlijk beter is dan die van IBM (« Het is alsof Mercedes een 2PK zou lanceren », schrijft K. De Wever in « De Standaard »), maar IBM heeft wel van bij de start rekening gehouden met die standardisatie en daar zit het ‘em. Voor sommige (niet onbelangrijke !) onderdelen deed IBM namelijk een beroep op derden, zodat andere firma’s na een tijdje « verplicht » waren om dat ook te doen als ze « compatibel » wilden zijn. En zo steeg de omzet van die « derden »… waarin IBM een belangrijk aandelenpakket bezat.
Geen kleine Einsteins
Wie zijn nu die enthousiastelingen die zich zo roekeloos op het nieuwe medium gooien ? Het beeld dat het allemaal kleine Einsteins zouden zijn mogen we wel vergeten. Als je in staat bent om dit artikel te lezen (waarmee je jezelf meteen promoveert tot normaal begaafd iemand), dan moet je ook capabel zijn om met zo’n ding om te springen.
En laat je ook niet vertellen dat het computerisme enkel voor de heren der schepping zou zijn weggelegd. Op de scholen leggen meisjes traditioneel reeds meer belangstelling aan de dag voor wat er wordt geserveerd, maar ook die « niet-schoolse » cursussen, waarover ik reeds heb gesproken, worden meer dan behoorlijk ook gevolgd door vrouwen. Meer zelfs, een aantal zich specifiek op vrouwen richtende vormingsinstellingen hebben nu naast cursussen als « ieder kwaaltje haar verhaaltje » en « iedere aanrander zijn uitbrander » ook speciale computercursussen die naar verluidt een massaal succes kennen.
Ciska Dehoorne heeft zo’n cursus gevolgd, weliswaar niet specifiek voor vrouwen en zo kon het gebeuren dat op een avond manlief ook eens een kijkje kwam nemen. Ciska zal het zich tot in der eeuwigheid beklagen. Terwijl zijzelf maar matig geïnteresseerd was, geraakte haar man waarlijk bezeten door het groene scherm. Het pijnlijke verhaal van een « verstoten vrouw »…
Ciska : Na die eerste kennismaking ging Erik een basiscursus volgen bij de RVA, het ABC van de computer. Terwijl hij daarmee bezig was, kwam hij tot de overtuiging dat, als men zich met computers wil bezighouden, dat men er dan ook zelf één moet hebben. Op een vakantiereis in Engeland keek hij er dan ook voortdurend naar uit, aangezien we gehoord hadden dat ze daar merkelijk goedkoper zijn dan hier in België. Op de laatste dag heeft hij uiteindelijk de knoop doorgehakt en er zich één aangeschaft. Ja, en vanaf toen was het gedaan, hé, sindsdien is hij daar de hele tijd mee bezig.
Dallas of basic?
Ciska : Oorspronkelijk bezat hij niets anders dan een toetsenbord van 25.000 fr., dat hij dan aanschakelde op ons televisietoestel en op zijn cassetterecorder. Dat was echter niet te doen. Niet alleen was hij zelf zijn ogen aan ’t verprutsen, hij was daar zo intensief mee bezig dat ikzelf geen kans meer kreeg om naar een of ander programma op televisie te kijken. Een beeldscherm van 6.000 fr. was dus de volgende stap. Maar dan vond hij dat werken met die cassetterecorder natuurlijk ook niet meer zo leuk en dan moest hij een disk drive hebben, enz. In totaal heeft hij daar nu reeds meer dan 120.000 fr. aan gespendeerd en toch is hij ondanks al zijn inspanningen weinig meer dan een leek. Het praktische gebruik van die homecomputer is nog altijd nihil. Zo zit ik reeds lang te zagen dat hij eens een programma zou ontwerpen voor ons huishoudelijke budget, maar op de tijd die erin kruipt om zo’n programma te ontwerpen, heb ik het reeds lang zelf uitgerekend op de achterkant van een publiciteitsblaadje. Dan heeft hij ook geprobeerd om al onze boeken en platen op computer te zetten, maar daar steek je ontzettend veel tijd in en het rendement is eigenlijk twee keer nul. Maar ja, hij doet het vooral met het oog op het vinden van werk…
— Hij kan zichzelf toch geen diploma toekennen ?
Ciska :
Bij de RVA heeft hij nu ondertussen ook al het diploma van basic voor gevorderden gehaald (basic is de meest voorkomende computertaal, red.), maar het vervelende van die cursussen is dat daar enorm veel volk op afkomt en dat daarom de cursuspakketten erg beknopt worden gehouden opdat iedereen eens aan de beurt zou komen. Zo nam zijn cursus b.v. vier zaterdagen in beslag en aangezien men daar met bedrijfscomputers werkt volstaat dat nauwelijks om de computer zelf wat te leren kennen. Hij wil nu een nieuwe cyclus aanpakken, maar de wachtlijst is zo groot, dat hij pas in het najaar aan bod zal kunnen komen. Er is ook veel te weinig coördinatie tussen alle RVA-kantoren. Het zou b.v. best kunnen dat hij in een andere stad die niet te ver uit de omgeving ligt terecht zou kunnen, maar men wéét dat gewoon niet van elkaar en hij kan toch ook moeilijk alle RVA-kantoren gaan opbellen ?
— Bovendien als ál die mensen met hun diplomaatje gaan zwaaien dan kan je je afvragen of de arbeidsmarkt ook daar niet snel gaat ingenomen worden…
Ciska :
Precies. Je moet je echt specialiseren b.v. door een opleiding bij een bepaalde firma te volgen, op die manier kan je daar dan misschien wel binnen geraken. Ik hoop op z’n minst dat al die inspanningen op die manier nog wat vruchten gaan afwerpen, want ondertussen is de sfeer in huis toch tamelijk gespannen. Het is nu eenmaal zo dat als je een computerprogramma wil instuderen, dat dit tijd vergt. Als je daar na je dagtaak mee begint b.v., dan kan het gerust elf, twaalf uur zijn vooraleer het een beetje loopt. Voor mij is het dan zeker bedtijd, maar voor hem wordt het dan pas spannend. Ja, dan wordt dat alleen slapen natuurlijk… Ik heb het zelfs al eens meegemaakt dat toen ik ’s morgens opstond, hij nog steeds aan zijn klavier zat.
— Het lijkt wel een componist !
Ciska
: Ja, maar dan minder romantisch. Om zijn aandacht dan toch op, laten we zeggen, andere dingen te vestigen heb ik hem onlangs meegenomen op een wintervakantie in de Ardennen, waarbij we lange wandelingen hebben gemaakt. Ik dacht : als ik hem vanachter dat scherm vandaan krijg, zal het wel beteren, maar gedurende die wandelingen heeft hij over niets anders gepraat dan over computer-programma’s. Nog een geluk dat ikzelf dus ook een cursus heb gevolgd, op die manier kan ik toch nog een beetje met hem praten ! En een computerspelletje versmaad ik ook niet. Allé, het is het enige « spelletje » dat we nu samen nog eens spelen…
Toemaatje: game over
« Waar zit ik nu ? » vraagt onze buitenlandmedewerker Ed Edol (*), die toevallig op de redactie is verzeild geraakt als een blauwogige juffrouw een paar computerspelletjes komt presenteren.
« Je hebt je verstopt », zegt ze, « kijk, daar ben je weer ».
« Ben ik dat of is dat het monster ? » vraagt Ed bezorgd.
« Dat ben jij, dat kun je zien aan je rode pootjes… »
« Rode oortjes, zal je bedoelen », grapt Ed, terwijl hij ijverig aan de hendeltjes prutst om aan het gevaarlijke monster te ontkomen, wijl hij zoveel mogelijk vitaminetjes tracht naar binnen te werken.
« Dat ventje gehoorzaamt niet aan mijn bevelen », krijgt hij er nog met een verstikte stem uit, maar te laat, het monster heeft hem te grazen.
« Geen nood », zegt Blue Eyes, « je hebt nog twee levens ».
« Ha, gelukkig ! » zucht Ed.
Maar een paar ogenblikken later wenst hij dat hij er geweest was. Het computerspelletje, « Changeman » geheten, begint fameus op zijn systeem te werken. « Hoe zet je dat ding eigenlijk af ? » vraagt hij ten einde raad.
Het blijkt dat je het niet kunt afzetten. Als je zelf stopt, speelt het zelf nog voort tot alle levens opgebruikt zijn. De ultieme hallucinatie ? Een spel dat zichzelf speelt ?
« Je kan natuurlijk ook de stroom uittrekken, » suggereert Blue Eyes en ze voegt de daad bij het woord.
« Ja maar », sputtert Edol te laat tegen, « ik had graag geweten hoeveel punten ik heb gescoord ».
« Geen nood », zegt de lieve juffrouw voor de tweede maal, « je schakelt opnieuw in en daar zullen je punten verschijnen ».
De hele redactie tuurt nieuwsgierig over Edols schouder. De lampjes flitsen aan en daar verschijnt sierlijk: 000000. De zakcomputer blijkt maar een kort geheugen te hebben…
Nu is zo’n korte afwisseling in het harde bestaan van een rv-journalist natuurlijk wel eens welkom, vooral als het zo’n charmante demonstratrice betreft, maar verder was niemand op de redactie toch te spreken over deze rage op de speelgoedmarkt. « Der Teufel in der Tasche » noemt het Duitse blad « Der Spiegel » het en wij zouden het niet beter kunnen zeggen.
Dit nieuwsoortig speelgoed is op z’n zachtst gezegd enerverend (niet in het minst door de begeleidende elektronische geluiden, die gelukkig op sommige apparaten kunnen worden afgezet) en werkt afstompend en verslavend voor de jeugd. Als die ermee overweg kan tenminste. Van de vier volwassenen en drie kinderen die de spelletjes thuis hebben uitgetest, bleek slechts één kind met één spel (« Galaxian », zoiets als « Space Invaders ») overweg te kunnen.
Nu dient het wel gezegd dat we de meer eenvoudige spelen niet eens hadden meegenomen. Eenvoudigweg omdat die er meestal gewoon in bestaan dat men iemand neerknalt of zo (« Duel »).
En daar kunnen wij niet inkomen. Of zoals Edol het uitdrukte : « Zelfs al zouden de “goeden” soldaten van het Rode Leger zijn die G.I’s omver knalden, dan nog zouden wij dergelijke spelen veroordelen omdat ze agressie aanwakkeren ».
Geleerde psychiaters beweren weliswaar dat dergelijke spelen eerder uitlaatkleppen zijn voor agressie, maar wie heeft er nu nog een blind geloof in psychiaters ?
Trouwens, wat dan gezegd van het cynisme in een spel als « Voetpad », waarbij een kind de straat moet trachten over te steken zonder te worden overreden !
En in mindere mate is er ook het sociaal zeer relevante spel voor de maatschappij waaruit het is ontsproten : « Hamburger shop ». Een dienster moet razendsnel bestellingen opnemen en die dan zo rap mogelijk ook bezorgen.
Neen, voor ons hoeven dergelijke spelen niet. Het doet ons zelfs pijn vast te stellen dat de verkoop van deze mikrocomputers peilsnel de hoogte ingaat, terwijl die van fietsen, poppen en teddyberen daalt. Maar we zullen weer ouderwets zijn, zeker ?

Referenties
Ronny De Schepper, Wie moet er ’n computer? De Rode Vaan nr.9 van 1986
Jan Segers, Game over, De Rode Vaan nr.49 van 1982

(*) Lode De Pooter.

Een gedachte over “Wie moet er ’n computer?

  1. Interessante beschouwing van jaren terug om te zien hoe toen tegen de computer aangekeken werd. Ondertussen jagen kinderen pokemons achterna en welke volwassene doet nu geen bankverrichtingen zonder de pc? De computer is nu een vast onderdeel geworden van het huishoudenarsenaal.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s