De Canadese filmregisseur Norman Jewison viert vandaag zijn negentigste verjaardag.

Norman Jewison werd geboren in Toronto en reisde in de jaren 1950 door het zuiden van de Verenigde Staten, waar hij geschokt was door het open racisme en de ongelijkheid. Door deze ervaring bleef hij de rest van zijn leven begaan met rassenkwesties en discriminatie, hetgeen merkbaar is in een aantal van zijn films, zoals In the Heat of the Night (zie bovenstaande foto uit 1969). Toch kan ik me niet herinneren dat hier echt scènes uit de gerechtszaal in voorkomen. Volgens mij blijft de film beperkt naar de zoektocht naar de dader door het unlikely duo van Sidney Poitiers en Rod Steiger.

Een jaar eerder had hij “The Thomas Crown Affair” gedraaid met Steve McQueen en Faye Dunaway. According to Norman Jewison, the initial bank robbery was filmed at the downtown branch of the National Shawmut Bank, and that although the guards and bank officials knew what was going on, the customers did not because the filmmakers were using a concealed camera. Although they apparently thought that a real robbery was occurring, none of the customers or pedestrians interfered in any way.

Daarna (in 1975) was er “Rollerball” met James Caan. Opmerkelijk is dat in de traditionele eindejaarsvragen van Humo twee sportjournalisten deze film als beste film van het jaar opgeven. Rik De Saedeleer geeft als reden “omwille van het hallucinante beeld van de topsport in de volmaakt fascistische staat” en Fred De Bruyne formuleert het als volgt: “Rollerball, waar je koud van wordt omdat je weet dat het ook in de realiteit gebeurt”. In 1977 draaide Jewison “Jesus Christ Superstar” met de Amerikaanse acteur en zanger Carl Anderson als Judas. Hij is op 23 febuari 2004 op 58‑jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles aan leukemie overleden. Ondanks zijn ziekte was Anderson tot voor enkele weken druk in de weer met het plannen van een wereldtournee, te beginnen in het Vaticaan, waarin hij scènes uit de rockopera zou opvoeren. Anderson was overigens niet de eerste keus van componist Andrew Lloyd Webber en tekstschrijver Tim Rice: hij nam in 1971 de Judas‑rol over van de zieke Ben Vereen bij de vertoningen op Broadway. Twee jaar later kon hij zijn rol als slechte apostel nog eens overdoen in de succesvolle Hollywoodverfilming door veteraan Norman Jewison. Daarin praat en zingt hij Ted Neeley als Jezus Christus aan het kruis. Zijn acteerprestatie leverde hem nominaties voor de Golden Globes als beste debutant en beste musicalacteur op. Later manifesteerde Anderson zich vooral als musicalacteur op Broadway, al kennen filmfanaten hem tevens van een bijrol in Steven Spielbergs “The Color Purple”. In de jaren tachtig en negentig ontpopte Anderson zich ook als succesvol zanger, onder meer met hits als “How Deep Does It Go” en “Pieces of a Heart”. Wie een idee wil, hoe blank en zwart zich in het leger verhielden, verwijzen we naar “A soldier’s story” (1984). Een jaar later was er “Agnes of God“. In 1987 volgde het uiterst succesvolle “Moonstruck” met Cher en Nicolas Cage. In “Just cause” (naar het boek van John Katzenbach) uit 1995 probeert Sean Connery als Harvard professor de onschuld van a young black man (Blair Underwood) condemned to death for the horrific murder of a child te bewijzen. Uiteindelijk werd Jewison als regisseur vervangen door Arne Glimcher en draait de film uit op een pleidooi voor de doodstraf.
In 2000 was het dan de beurt aan de zwarte bokser (uit de middengewichtsklasse) Rubin Carter om op het witte doek te worden “vereeuwigd”. Dat gebeurde door Norman Jewison in de film “The Hurricane” (mét bepaald lidwoord!), want Carter is natuurlijk veel bekender door zijn bijnaam “Hurricane”, die zeker na de elpee van Bob Dylan in 1975 een begrip is geworden. Even recapituleren: Hurricane Carter werd er in 1967 van beschuldigd drie blanken te hebben vermoord in een café. Hij kreeg hiervoor levenslang, maar een aantal mensen (waaronder dus Dylan) waren overtuigd van zijn onschuld en bleven ijveren voor een herziening van zijn proces, iets wat ze inderdaad verkregen in 1986 en toen kwam de onschuld van Carter vast te staan. Hij had dus negentien jaar onschuldig achter de tralies gezeten, vooral omwille van racistische vooroordelen, en het is dit verhaal dat Norman Jewison die dergelijke problematiek reeds bij de aanvang van zijn loopbaan (“In the heat of the night” uit 1967, hoofdacteur Rod Steiger maakt trouwens een opgemerkte cameo in “The Hurricane”) had aangekaart, brengt in zijn film. De rol van Carter wordt gespeeld door Denzel Washington.
In 2001 vormt Andie MacDowell een koppel met Dennis Quaid in “Dinner with friends”, de zoveelste variatie op “Who’s afraid of Virginia Woolf?” van Edward Albee. Omdat een bevriend koppel uit elkaar gaat, komt ook de relatie van MacDowell en Quaid onder vuur te staan. Beiden zijn niet echt overtuigend. Het enige opmerkelijke aan deze film is dan ook dat het een beetje vooruitloopt op de hype van de verkoop van kookboeken, want het koppel in kwestie is van beroep inderdaad auteurs, niet zozeer van kookboeken, maar boeken over gastronomie. Vooral in het begin van de film is het vervreemdend om de relationele problematiek doorspekt te zien met discussies over de kwaliteit van het eten, maar in feite is er geen echt verschil met de rol van alcohol in het stuk van Albee natuurlijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.