Vandaag is het dertig jaar geleden dat in de Gentse opera de Hongaarse sopraan Katalin Szendrényi de opera-en belcantowedstrijd van de BRT heeft gewonnen.

In De Rode Vaan nr.30 van 1986 kwam ik onder de titel “Grapjasserij” nog eens terug op de wedstrijd van dat jaar:
00Vorige week schreven we reeds na de eerste aflevering (12-7) dat het peil van het internationale opera- en belcantoconcours dit jaar uitzonderlijk hoog lag. We nemen deze bewering niet terug, ook al haalde geen enkele andere competitiedag het niveau van die eerste avond en al was het met name dinsdag (15-7) toch wel een erg zwak geheel. De Hongaarse Katalin Szendrényi had toen het geluk midden die puinhoop een uitstekende Aida neer te poten en men kon dan reeds met de ellebogen aanvoelen dat het wel iemand van erg goeden huize zou moeten zijn die haar nog van de eerste plaats zou kunnen afhouden. Donderdag (17-7) was er dan nog wel een uitstekende Stefanie Kopinitz uit Oostenrijk, maar toen Szendrényi zaterdag (19-7) met een pathetische zelfmoord-aria uit « La Gioconda » uitpakte, was het duidelijk dat Kopinitz met de prijs voor de grootste belofte (zeg maar : de troostprijs) genoegen zou moeten nemen. Szendrenyi was op dat moment eigenlijk al “prof”: elle avait fait ses débuts sur scène à l’Opéra de Budapest en octobre 1985 dans Cavalleria Rusticana.
In hun individuele prestaties maakten onze landgenoten Xenia Konsek en Rolande Van der Paal niet een even grote indruk als bij hun duet, maar de toch wel erg competente jury had voor Konsek terecht nog een aanmoedigingsprijs in petto. Ook met de andere gelauwerden konden we ons akkoord verklaren, al was de bekroning voor het beste duet (Noorwegen) wel een verrassing en al hadden we onze persoonlijke « favorita », de Nederlandse Ans Humblet, liever hoger zien scoren dan een gedeelde aanmoedigingsprijs met haar landgenote Christa Pfeiler.
Ans Humblet was immers een erg spontane “Linda uit Chamonix” (van Donizetti). Ook als Giulietta uit “I Capuletti e i Montecchi” van Bellini maakte ze indruk.
De andere Nederlandse (ex-DDR) Christa Pfeiler is een leerlinge van Elisabeth Schwarzkopf. Zij bracht een aria van Sesto (uit Clemenza di Tito). Als duet zong ze alweer een travestierol, nl. Romeo uit “I Capuletti e I Montecchi” van Bellini. Nu is ze weliswaar een mezzo, maar is dit nog toeval? Nee, maar dan niet in de “transseksuele” betekenis, maar wel omdat deze rollen minder zwaar zijn dan échte mezzo-rollen. Alleszins ging er weinig hartstocht van uit en dat lag dan toch meer aan haar, dan aan haar tegenspeelster Ans Humblet. Ze had haar supporters, maar ikzelf hield er al bij al niet zo van, ook al omdat ze niet kon acteren.
Hélène Jossoud was dan weer een Franse deelnemer aan deze wedstrijd. In het duet “Comment le dédain pourrait-il mourir?” van Béatrice en Bénédict uit de gelijknamige opera van Hector Berlioz viel ze met haar schrille stem door de mand. Ook zij acteerde niet: ze zong naast haar partner (Jean Luc Viala) en niet naar elkaar toe. En dat terwijl ze nochtans in bed lagen!
In hetzelfde genre zong Santiago Incera Lavin “Ah, lève-toi soleil”, de cavatine van Romeo uit “Roméo et Juliette” van Gounod. Zwakke prestatie, zwakke stem, houterige houding, geen prijs.
De Bulgaarse Nadya Tsvetkova zong de hymne aan de zon, een aria van de koningin van Shemakhan uit het tweede bedrijf van “De Gouden Haan” van Rimski-Korsakov. Haar overdreven coloraturen en haar typische Oost-Europese koelheid zorgden ervoor dat ze buiten de prijzen viel.
Dat gold ook voor de Pool Maciej Pjotr Nowacki die “Un foco solito”, een aria van en uit “Don Pasquale” van Donizetti, zong. Hij maakte een beetje een onbeholpen indruk. In dat opzicht had hij wel een goed fragment gekozen om dat op te vangen, maar toch gaf hij veel te veel de indruk van werkelijk te “zwoegen”. Zou deze man een volledige opera aankunnen? Bovendien is zijn stem erg onevenwichtig: soms heeft hij woeste uithalen, op andere momenten komt hij niet eens boven het orkest. Gevolg: geen prijs.
Ook de Joegoslavische Gordana Kesic tenslotte was een deelneemster aan de BRT wedstrijd 1986. Ze zong er een behoorlijke Lucia di Lammermoor. De televisieuitzending verliep bijna vlekkeloos, tot een elektriciteitspanne wegens de Gentse Feesten roet in het eten kwam gooien. Toch achten wij ons nog steeds erg gelukkig met het kader van de Gentse opera en ook met babbelkous Fred Brouwers, al kunnen niet alle gesprekken natuurlijk op hetzelfde niveau staan. Maar de grapjasserij moet kunnen, vinden wij. In de opera is het immers niet enkel Mozart die zo aanstekelijk kan lachen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.