Twintig jaar geleden verleende ik in opdracht van mijn toenmalige werkgever mijn medewerking aan een televisieprogramma van de BRT in het kader van de week van het sociaal-cultureel werk. In mijn geval betrof het een interview met Jenny Van Poecke uit Sint-Niklaas.

“Ik kom uit een arbeidersgezin en wij woonden dan ook in een arbeiderswijk, midden de fabrieken. Van jongsaf aan wist ik dus dat ik in een keiharde maatschappij zou terechtkomen. Moeder werkte op de fabriek en vader leefde als invalide van een vervangingsinkomen. Het was dus eindjes aan elkaar knopen en daarom was ik nog bitter jong, amper veertien, toen ik de fabriek binnenging. Dat betekent dat ik enkel lagere school heb gevolgd. Ik ben begonnen in Niko, een metaalverwerkende fabriek hier in Sint-Niklaas, als monteerster en momenteel, na 35 jaar dienst, doe ik dat nog altijd.”

“Ik heb dus heel wat ervaring op de fabrieksvloer. De behandeling van de arbeiders stuitte mij daarbij tegen de borst. In de tijd dat ik begon was er nog geen sprake van een vakbondsfront en zo heeft het uiteindelijk geduurd tot na 22 jaar dienst, vooraleer ik een fameuze woordenwisseling heb gehad met mijn hiërarchische overste. Ik voelde me oneerlijk behandeld en op die manier heb ik besloten me te engageren op syndicaal vlak. Eigenlijk moet ik die persoon dus dankbaar zijn…”

“In het begin had ik wel schrik. Zou ik dat wel aankunnen? Tenslotte was ik toch maar tot mijn veertiende naar school geweest. Maar wie niet waagt, niet wint en ik kwam dus op bij de sociale verkiezingen op de lijst voor het comité ‘veiligheid en gezondheid’ en behaalde daar de meeste voorkeurstemmen. Dat zorgde wel voor een euforie, maar tegelijk besefte ik dat ik dringend meer vorming nodig had.”

“Ik kwam terecht in een interprofessionele vorming in Sint-Niklaas, waar ik kennismaakte met begrippen als ondernemingsraad, comité veiligheid en gezondheid en noties op het syndicale vlak. En daar leerde ik ook het bestaan kennen van een nationale vorming voor de metaalverwerkende nijverheid. Dat sprak me veel meer aan en ik vroeg dus aan de vakbondssecretaris om me voor die vorming in te schrijven.”

“Ik kwam aan op dat domein – ik zie dat nog voor me – een kasteel met een grote hof en daarin allemaal bungalowtjes, eigenlijk het onbekende, maar het had zijn charme, het was iets apart. Ik werd er geconfronteerd met uiteraard veel mannen, want vrouwen in de metaalsector? Heel miniem! En dan nog voor vakbondswerk, dat is niet gemakkelijk. Dus ik zeg: ik moet hier m’n mannetje staan.”

“En eigenlijk die vorming, de eerste week, de tweede week – zo’n vorming duurt namelijk negen weken gespreid over vier en een half jaar – dat was een openbaring voor mij. Die vorming heeft me laten kennismaken met een ander beeld van de maatschappij. Zowel op het politieke vlak als op het culturele vlak. In één woord: het hele maatschappelijke beeld.”

“Voor mijn eigen persoon heb ik dus een hele ontplooiing gekend. Eigenlijk is er iets opengegaan in mij, waarvan ik niet wist dat ik dat bezat. Maar via de vorming ben ik tot de constatatie gekomen dat ik over een aantal capaciteiten beschikte.”

“Ik was vroeger een brok dynamiet. Maar eventjes het vuur tegenaan leggen en ik ontplofte. Via de vorming is ook mijn persoonlijkheid meteen veranderd. Het heeft mijn karakter gesterkt, ik ben kritisch, kritischer als anders, maar op een andere manier. Ik relativeer: iets wat ik vroeger niet kende. Kortom, ik werd een ander persoon. Niet dat ik er gebrainwasht werd! Absoluut niet! Maar ergens ontdek je dingen in jezelf, waarvan je zelf verbaasd staat dat je dat kunt en dat je dat kunt verwezenlijken.”

“Ook binnen het gezin kreeg ik een ander beeld. Ik ben moeder van twee kinderen, een dochter en een zoon. En ik had dus de gewoonte een levenspatroon aan te vatten in mijn gezin en nogal de dictator te spelen. Eigenlijk heb ik dus binnen die vorming leren kennismaken met een democratie. Ook binnen het gezin. Dat er niet speciaal een rol is weggelegd voor de vrouw en één voor de man, nee. Dat de taken in een gezin kunnen verdeeld worden en dat ook de kinderen daarin kunnen betrokken worden. Eigenlijk ben ik dus uit dat rollenpatroon gestapt en ondervind ik in het gezin dat alles beter marcheert en dat ik minder moet commanderen of de vijl spannen, je weet hoe dat gaat. Het verloopt nu allemaal op een heel andere manier.”

“Na mijn negen weken vorming, waarmee ik een enorm goede ervaring heb, werd ik gevraagd om zelf groepsbegeleider te worden. Ik heb dat aanvaard en na een drietal weken opleiding ben ik nu zelf begeleider van zo’n groep mensen. Het is ongelooflijk wat een dankbare taak dit inhoudt. Je maakt kennis met honderden kameraden, militanten, mensen die uit alle hoeken van Vlaanderen komen, kleine ondernemingen, grote ondernemingen, allemaal uit de metaalverwerkende sector, en iedereen praktisch met dezelfde problemen en dezelfde vragen: hoe en wat kunnen we doen om onze rechten – en ook onze plichten – te vervullen binnen een syndicaal leven.”

“Dat is een enorm goed gevoel als je dat ziet, de eerste keer als die mensen daar binnenstappen, dat zijn gewoonlijk zo’n honderdtal militanten die op de vorming afkomen: die vragende gezichten. Misschien had ik destijds ook wel zo’n vragend gezicht. En na de tweede dag komen die mensen al uit hun cocon. Die ontplooien zich, die discussiëren, beginnen mee te praten over alles en nog wat. Men geeft dus in die basisweken – want die negen weken houden drie intro-weken in en zes oriëntatieweken – een vormingspakket dat het verhaal van ‘de gekroonde arbeider’ inhoudt, de geschiedenis van de arbeidersstrijd, wat is kapitalisme, wat is fascisme, wat is eigenlijk het socialisme, zelfs een beetje marxisme.”

“En als je dan ziet hoe die mensen daarin opgaan en wat een enorm goede ervaring ze daarmee hebben – dat horen we uit de evaluaties. Mensen voelen zich zo goed. Eigenlijk zijn dat dingen die we destijds op school gekregen hebben, zeggen ze, maar toen besteedden we daar niet veel aandacht aan, maar nu hebben we dat nodig om een goede militant te worden. Het zelfvertrouwen is ongelooflijk veel groter geworden, wat mijzelf betreft, maar ook naar de militanten toe. Je ziet dat werkelijk, hoe mensen anders reageren en de klik krijgen van: tiens, zit de wereld zó in elkaar?”

“Ook cultureel. Want we hebben dus ook migranten binnen de vorming. En als je die mannen of die vrouwen aan het woord laat en een stuk laat vertellen over hun cultuur en hun leven en hun gevoel hier binnen deze maatschappij, dan is dat – hoe moet ik het onder woorden brengen – een leerzaam iets. Omdat vele militanten daarover een ander gedacht hadden. Niet dat ze racist waren, dat zeker niet, maar ze krijgen er toch een heel ander idee over.”

“Een van de andere pluspunten van zo’n vorming is het feit dat men in internaat zit. Een hele opoffering, zowel voor diegene die vorming volgt als voor de partner thuis, maar ja, dat heb je ervoor over en je voelt je er goed bij. Als je ziet, de zaadjes die gezaaid worden binnenin zo’n vorming, hoe die na een tweede week reeds kiemen, en dan, derde week, vierde week, dat dit planten worden, dat dit vruchten afwerpt, daarover ben je dan zeer content. Ik kom wel altijd moe maar tevreden naar huis.”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.