Reimond Van Dyck (1922-2006)

Het is vandaag al tien jaar geleden dat Reimond Van Dyck, medewerker van Radio 2 – Omroep Oost-Vlaanderen en programmator van de Gentse Dubbelconcerten sedert het ontstaan in het Mozartjaar 1956, is overleden.

Het moet ongeveer rond 1990 geweest zijn dat de Gentse Dubbelconcerten werden omgevormd tot de Gentse Stadsconcerten met een vernieuwde ploeg aan het hoofd. Rond de Gentse Dubbelconcerten was er dan heel wat te doen geweest. De oorspronkelijke naam was trouwens “rond de troon van Jozef II” (omdat ze in de troonzaal plaatshadden). Aan de pompeuze naam kan men reeds merken dat het initiatief uitging van Jan Briers , die toen directeur was van Omroep Oost-Vlaanderen. Toen in 1958 de staat t.g.v. de Expo wat geld voor extra concerten toestopte, was meteen ook het idee voor het Festival van Vlaanderen (dat een jaar later zou starten) geboren.
Toch besloot bij het begin van de jaren negentig het Gentse stadsbestuur om Van Dyck aan de kant te zetten omwille van budgettaire redenen. Althans zo luidt de officiële versie, boze tongen beweren dat Van Dyck, tot de CVP-strekking behorende, niet langer in de gratie van het SP-PVV-schepencollege lag. Indien dit juist zou zijn, delen wij uiteraard in de verontwaardiging die hier en daar nogal opgang heeft gemaakt, al is het even misplaatst dat daaruit politieke munt zou worden geslagen door een partij die nooit anders heeft gedaan dan haar mannetjes in sleutelposities installeren! (Al dient gezegd dat Briers van SP-strekking was, zodat de aanstelling van Van Dyck geen partijpolitiek manoeuver kan zijn geweest.)
Dit gezegd zijnde was de wijziging van de benaming “dubbelconcerten” in “stadsconcerten” wél een zinvolle onderneming. Weinigen zullen immers nog weten vanwaar die benaming “dubbelconcerten” eigenlijk afkomstig was.
Zo’n 35 jaar geleden was deze concertreeks met vooral “schlagers” uit het klassieke repertoire opgezet als een democratische onderneming die in de eerste plaats op de Gentse studentenbevolking mikte. Het “dubbele” sloeg dan op de op z’n zachtst gezegd merkwaardige formule waarbij in het Gentse stadhuis tegelijk in de Troonzaal en in de Arsenaalzaal een concert werd georganiseerd. Na de pauze kon het publiek van zaal wisselen. “Oor”getuigen weten ons echter te vertellen dat dit niet echt nodig was. Ook tijdens het eerste concert kon men tussen de bewegingen door immers het tweede reeds horen!
Vandaar dat daarin gelukkig tamelijk snel verandering kwam. In het begin van de jaren zeventig vonden de “dubbelconcerten” (de naam was wel gebleven) dan ook reeds plaats in de Gentse opera, maar met nog steeds dezelfde doelgroep. Zo herinner ik mij een affiche “ad valvas” die ons, studenten, een voorstelling van “Die Walküre” voorspiegelde voor… 20fr!
’t Strafste van al is dan nog dat wij daar niet eens naartoe gingen. Ongetwijfeld wenkten alweer de kroeg en de nieuwste plaat van Jimi Hendrix…
Maar goed, een en ander bracht wel met zich mee dat de Gentse Rijksuniversiteit steeds medeorganisator is geweest, eerst i.s.m. Omroep Oost-Vlaanderen, vanaf 1980 met het stadsbestuur als partner. De jaren negentig werden echter ingegaan met deze laatste als unieke organisator.
Of het afhaken van de R.U.G. iets te maken heeft met het ontslag van Van Dyck, weten we niet.
Anderzijds is men wel van plan de opera als locatie te behouden. Maar door verbouwingen was dit niet mogelijk, daarom hadden de meeste van de acht concerten in het Internationaal Congrescentrum plaats. (Ik geloof niet dat men daarna ooit is teruggekeerd naar de opera, evenmin naar het ICC trouwens…)
Maar terug naar de Stadsconcerten: de nieuwe programmator Joris De Zutter kondigde ook aan dat de vertrouwde paden van de vroegere “hitgevoelige” programmatie wat zouden worden verlaten. Omdat ook hij wel weet uit welke richting op dit moment de wind waait, stelde hij barokwerken op authentieke instrumenten in het vooruitzicht. En natuurlijk ook hedendaagse en Belgische componisten.
Van dit alles vonden we echter weinig terug in de programmatie van het eerste jaar onder zijn bewind. Integendeel, als men een Mozartprogramma aankondigt, dan moet men zo nodig “Eine Kleine Nachtmusik” en de 40ste symfonie spelen! En wat dan gezegd van het programma op 4 november? Land of Hope and Glory, de Sabeldans, de Ouverture 1812, de Carmen-suite, Ravels Boléro, de Lichte Kavalerie, de Radetzky-mars. Dit leek wel Tien om te Zien!
Let op, voor ons niet gelaten. We zijn ook jong geweest en de uitvoering van de Boléro joeg ons zelfs nu nog de koude rillingen door het lijf. Maar waarom dan al die dure woorden, zo vroegen wij ons af.
Wellicht was dat seizoen nog een erfenis van de vorige bewindsploeg geweest, want in 1994 werden de doelstellingen van De Zutter al duidelijker. Zo speelden I Fiamminghi hedendaagse muziek. Enerzijds werd werk uitgevoerd van twee nog levende Russische componisten, namelijk Sofia Gubaidulina en Alfred Schnittke, anderzijds werd een compositie gecreëerd van Dirk Brossé, de inwoner van Heusden, die vooral bekendheid verwierf als de componist van de muziek voor de film “Daens”. Daarnaast werden ook nog een divertimento van Belà Bartok en een strijkkwartet van Sjostakovitsj (in bewerking voor kamerorkest) uitgevoerd, ook muziek uit de twintigste eeuw dus en bovendien eveneens afkomstig uit Oost-Europa.
De Zutter heeft zijn beloften dus waargemaakt. Schepen Van Quaquebeke merkte op de persconferentie voor het seizoen 1994-95 op dat de Stadsconcerten “nog de enige overlevende zijn van een lange traditie van eigen verantwoordelijkheid van het stadsbestuur bij het organiseren van culturele manifestaties.” Nu geeft men immers de voorkeur aan het stimuleren van partnerships op dat terrein “want de overheid moet zich niet inlaten met de culturele programmatie“. Dat houdt volgens de Schepen van Cultuur trouwens meteen ook in dat organisator Joris De Zutter volledig “carte blanche” krijgt bij het uitstippelen van zijn programma. Terloops kon de Schepen ook niet nalaten erop te wijzen dat één ticketje voor een “High Society”-gebeuren in Brussel (lees: de Muntschouwburg) het dubbele kost van een abonnement op de Gentse Stadsconcerten. Wat hij terecht een vorm van democratisering noemde. Bovendien is dit geen zware last voor de stadsfinanciën, want het voorbije seizoen diende de stad gemiddeld 30.000fr per concert bij te dragen en voor volgend seizoen streeft men zelfs naar een break-even!
En dat dus terwijl men met de programmatie bewust de platgetreden paden wil verlaten. Dat de Gentenaars daarop positief hebben gereageerd bewijst het gemiddelde van 841 betalende toeschouwers per concert en ook de 650 abonnementen, waarvan 75% naar ingezetenen van de Arteveldestad gaan.
Joris De Zutter zette bij de voorstelling van het nieuwe seizoen zijn beleid nog eens duidelijk uiteen: aandacht enerzijds voor de oude muziek en anderzijds voor de hedendaagse composities, terwijl hij het ruime spectrum daartussen overliet aan de Vlaamse Opera en andere Festivals van Vlaanderen. Dat hij nochtans ook niet vies is van een publiekstrekker, bewijst hij al meteen met zijn eerste concert, dat precies in samenwerking met het Festival wordt georganiseerd, en waarbij één van de topdirigenten van het ogenblik, Esa-Pekka Salonen zijn eigen orkest, het Los Angeles Philharmonic Orchestra, zal dirigeren.
Toch is er dit jaar een nieuwigheid. De onbekende componisten, zeker van Gentse oorsprong (zoals vorig seizoen het geval was), raken stilaan uitgeput, zodat nu toch naar bekende namen wordt gegrepen, maar dan met werk dat niet zo vaak wordt uitgevoerd. En het dient gezegd: zelfs al pakt De Zutter met Bach en Mozart uit, dan nog weet hij een verrassend programma samen te stellen.
De nadruk op “eigen mensen”, voor zover het uitvoerende kunstenaars betreft, blijft wél gehandhaafd: in zes van de negen concerten zijn musici van bij ons te horen. We pikken er twee opvallende uit. Zo is er het optreden van het kamerorkest Nuove Musiche met als soliste de claveniste Maria Cogen, ook wel bekend als de directrice van de muziekacademie van Gentbrugge, die een sonate creëerde die haar echtgenoot, de Gentenaar Julien Mestdagh in opdracht van de Stadsconcerten heeft gecomponeerd. Het is de tweede keer dat de Stadsconcerten een compositie-opdracht geven. Vorig seizoen werd tijdens het laatste concert de tweede symfonie van Frank Nuyts gecreëerd door het BRTN-Filharmonisch Orkest, geleid door Dirk Brossé. Op dit moment vinden in de studio op het Flageyplein, net voor ze dichtgaat dus, trouwens de opnamen van deze symfonie plaats, die hopelijk binnenkort op CD zal verschijnen.
De oprichting van een nieuw orkest is natuurlijk ook altijd een belevenis. Op 20 april 1995 is het weer zover: dan wordt in de Bijlokefestivalhal “Les Rumeurs Souterraines” boven de doopvont gehouden. Dat gebeurt in het kader van de Gentse Stadsconcerten en dat is hoegenaamd niet toevallig, want organisator Joris De Zutter (én zijn wijnkelder, zoals hijzelf zegt) ligt mede aan de oorsprong van het ontstaan van het orkest. Aangezien de uitvoering van bepaalde composities vooraan staat bij zijn programmatie, stelde hij vast dat vele orkesten zich inkapselen in het gevestigde repertoire en dat die dus vijandig staan tegenover materiaal dat door een organisator wordt aangebracht. Dat is zélfs het geval binnen de barokmuziek, waarvan de wortels van de heropleving toch teruggaan tot het fameuze jaar 1968, toen muzikanten zich juist tegen de starheid van het toenmalige concertwereldje wilden verzetten. Nu behoren La Petite Bande, Anima Eterna of Il Fondamento (met alle respect voor hun internationale topkwaliteit) toch ook reeds tot de “gevestigde waarden” in de muziek en zijn die niet meer zo flexibel als het om een bepaald repertoire gaat. Tenzij men met heel veel geld over de brug komt, maar dan kan men net zo goed zélf een orkest oprichten, oordeelde Joris De Zutter en hij vond een gunstig gehoor bij Marcel Ketels, de directeur van de Gentse Kunsthumaniora en tevens als fluitist ook reeds leider van Les Ennemis Confus. Ketels speelde reeds met het idee van een barokorkest met een vaste kern, waarbij zich dan naargelang van het project bepaalde andere musici kunnen aansluiten. Zo groeide “Les Rumeurs Souterraines”, een Geuzennaam, want eigenlijk gaat hij terug op een compositie van Couperin die een hulde wil zijn aan Lully, die dan wordt gecontrasteerd met een aantal tijdgenoten die t.o.v. hem toch slechts “ondergrondse geruchten” zijn.
Volgens Joris De Zutter is het vooral de bedoeling dat het orkest zijn “laboratoriumfunctie” behoudt door zich op weinig uitgevoerd werk te storten. Marcel Ketels van zijn kant zou graag een reeks Bach-cantates tot stand zien komen. Het probleem is alleen dat het conservatorium wellicht wel bereid is deze te huisvesten, maar dat de zaal daar niet erg voor geschikt is. Is er geen enkele kerkgemeenschap die deze taak op zich neemt?
Wordt dit nu ook het Gentse Stadsorkest?” liet De Zutter zich ontvallen. Het antwoord is nee, al hebben de Stadsconcerten ook voor volgend jaar opnieuw een project van het orkest gesubsidieerd (rond Purcell). Maar door de vraag te stellen kwam meteen ook weer de “ondergrondse geruchtenmolen” op gang, aangezien Rudolf Werthen met zijn I Fiamminghi toch reeds gedurende jaren deze eretitel (en de daarbij horende subsidies) tracht binnen te rijven. Volgens schepen van cultuur Dany Vandenbossche is Werthen sedert de schepenwissel inderdaad een nieuw offensief in die zin gestart, maar is de kans klein, om niet te zeggen nihil, dat de stad op zijn vraag zal ingaan. De vraag om de administratie van I Fiamminghi in het Museum Dhaenens-Steenhuyze te vestigen, wil de schepen nog onder ogen zien, maar de subsidie-aanvraag die ermee samenhangt is veel te hoog.
Alhoewel een barokorkest als “Les Rumeurs Souterraines” ongetwijfeld veel goedkoper uitvalt, is er dus zelfs hier geen sprake van om tot de oprichting van een stadsorkest over te gaan. “Ik vraag me af of daar wel nood aan is,” aldus de schepen. Toch wordt met belangstelling uitgekeken naar het oprichtingsconcert van deze groep, die vooral uit jonge mensen van het Gentse conservatorium bestaat. Het programma staat vooral in het teken van het concerto voor vier clavecimbels van J.S.Bach, waarbij de solisten trouwens allemaal van het Gentse conservatorium afkomstig zijn: Guy Penson, Frank Agsteribbe, Florian Heyerick en directeur Johan Huys, die ook nog een orgelconcerto van Händel voor zijn rekening neemt, terwijl de drie anderen zich troosten met het concerto voor drie clavecimbels van Bach. Allen samen begeleiden ze bovendien Marcel Ketels en Jan Van den Borre in drie fluitconcerti van Telemann.
Het seizoen 1995-96 van de Stadsconcerten staat dan weer in het teken van de stem. Vorig jaar was dat nog het klavier en daarom mogen we het eerste concert van het seizoen misschien nog als een “nakomertje” van die succesvolle programmatie beschouwen. En wat voor een nakomertje! Joris De Zutter is er eindelijk in geslaagd Jos Van Immerseel met zijn Anima Eterna te strikken en daar worden we allemaal beter van met o.a. een uitvoering van het eerste pianoconcerto van Ludwig Van B., zoals hij tegenwoordig heet. De stem komt later wél aan bod met het oratorium “L’inferno” van de Gentse componist Norbert Rosseau en een liedrecital door de sopraan Mitsuko Shirai. Naast het beloofde Purcell-concert door de pas opgerichte Rumeurs Souterraines, zorgt een ander Gents barokensemble, Le Mercure Galant, voor een kerstconcert met vooral muziek van Gossec. De Stadsconcerten voegen zich natuurlijk ook bij de viering van 25 jaar Collegium Vocale en de muziekminnende vereniging Het Gehoor zal zich ongetwijfeld met volle overgave op het concert storten dat Guy De Mey geeft samen met Prima La Musica. Met veel belangstelling wordt ook uitgekeken naar de creatie van het vioolconcerto van Boudewijn Buckinx door Gentenaar Paul Klinck. Wel merkwaardig dat de jaarlijkse compositieopdracht geen vocaal werk was. Ook het concert door het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen is traditiegetrouw een buitenbeentje zonder vocale inbreng.
1996-1997
De Stadsconcerten legden in het seizoen 1996-97 weer heel veel nadruk op de barokmuziek. Op 7 oktober was er La Petite Bande met een Haydn-programma, op 23 november Le Mercure Galant met Händel en Bach, op 17 januari Il Fondamento met Rameau en op 15 maart Les Rumeurs Souterraines met muziek van Giaches de Wert. Het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen komt tweemaal op bezoek. Op 7 december met de vijfde symfonie van Bruckner, gedirigeerd door Philippe Herreweghe en op 11 april met het monodrama van Daniël Sternefeld, “Mater Dolorosa”. Op 22 februari waagt men zich zowaar aan kamermuziek met tenor Zeger Vandersteene, pianist Levente Kende en het Arriaga Kwartet en in het afsluitend concert mag Paul Klinck zijn erg populaire vioolconcerto van Karel Lodewijk Hanssens nogmaals brengen, terwijl het BRTN-Filharmonisch Orkest daarnaast werk uitvoert van nog twee Gentenaars, Hendrik Waelput en Lucien Goethals.
De ene helft heeft geen werk en de andere helft moet werken voor twee. Deze stelling over de maatschappij met twee snelheden lijkt steeds meer waarheid te worden. Voor die tweede helft, de werkende dus, zijn de zondagochtendconcerten in de Academie voor Taal en Letterkunde in de Koningstraat dan ook telkens weer het aangenaamste moment van de week. Even rustig en onbekommerd naar prachtige muziek luisteren in een aangenaam kader. Nu zondag zijn Jan De Winne, Peter van Boxelaere en Marc Lambrecht aan de beurt met werken van Haydn. En ook de eerste helft, de werkloze, kunnen we deze concerten aanraden, want ze zijn zowaar totaal gratis. Asjeblief! Bovendien werd op 4/9/97 onder impuls van Joris De Zutter (en ex-schepen Danny Vandenbossche) een vzw opgericht van zes orkesten (BRTN, Fiamminghi, Fondamento, Ex Tempore, Vlaams Jeugdorkest, Vlaams Symfonieorkest), zodat het toch wel totaal ten onrechte is dat Jo Paumen in het nulnummer van “De Scène” schrijft dat na het Festival van Vlaanderen Gent in slaap dommelt, een paar concerten in de Rode Pomp en de Gele Zaal niet te na gesproken! Dat kan b.v. ook Agalev-provincieraadslid Patrick Gilis getuigen, die op bijna alle concerten van De Zutter aanwezig is.

Referentie
DSRG, Stadsconcerten voortaan met meer bekende namen, Het Laatste Nieuws 9 mei 1994

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s