De voormalig Italiaans wielrenner Francesco Moser viert vandaag zijn 65ste verjaardag.

Francesco Moser behaalde in totaal 273 wegzeges wat hem na Eddy Merckx (525) en Rik Van Looy (379) de derde meest winnende wielrenner maakt. Tevens won hij vijftien zesdaagsen, waarvan negen met René Pijnen. In 1979 werd hij in Amsterdam ook tweede in het wereldkampioenschap achtervolging. In de finale werd hij verrassend verslagen door Bert Oosterbosch.
Hij is de jongste van vier fietsende broers, waarvan na hem zijn oudste broer Aldo de bekendste is. Francesco Moser won in zijn loopbaan slechts één grote ronde: de Giro in 1984. Daarentegen won hij drie van de vijf grote wielerklassiekers, waaronder drie maal Parijs-Roubaix, twee maal de Ronde van Lombardije en één keer (in 1984) Milaan-San Remo, zonder vooraf aan een andere wedstrijd te hebben deelgenomen. In 1978 werd Moser in de finale van het wereldkampioenschap op de Nürburgring nipt verslagen door Gerrie Knetemann, net als in 1976 door Freddy Maertens. Maar in 1977 was hij wel aan de eer door op zijn beurt onverwacht Dieter Thurau te verslaan.  Jacques Anquetil vond de eindsprint “bizarre“. Een “broodje aap”-verhaal in dit verband is dan ook dat, aangezien Thurau toen al wist dat hij het jaar nadien voor IJsboerke zou rijden en niet langer voor Raleigh, hij op last van Staf Janssens de titel aan Francesco Moser liet omdat Staf Janssens vond dat zijn reclame niet genoeg zou renderen op een regenboogtrui.
Moser was een imposant compleet renner, maar door zijn grootte was hij geen groot klimmer. In de Ronde van Italië won hij wel vier maal het puntenklassement (1976, 1977, 1978 en 1982). Een record dat hij deelt met zijn landgenoot en aartsrivaal Giuseppe Saronni. Persoonlijk werd ik veel meer aangesproken door Francesco Moser, omdat Moser wél steeds de confrontatie met de coryfeeën uit de andere wielerlanden aanging (zelfs als hij daarbij het onderspit moest delven, zoals in de Ronde van Frankrijk).
Het staat vast dat Moser en Saronni elkaar niet mochten en deze wederzijdse antipathie was niet alleen op de weg aanwezig, maar werd ook in de pers breed uitgemeten. Dat wakkerde de vijandschap natuurlijk alleen maar aan en dwong de Italiaanse fans om partij te kiezen. In Pedalare! Pedalare! schrijft John Foot: “Na verloop van tijd begon de rivaliteit tussen Moser en Saronni veel op een klucht te lijken. Het ging nooit om de sportieve prestaties, zoals bij Coppi en Bartali of bij Binda tegen Guerra of Girardengo. Ook ging de rivaliteit de sportwereld niet te buiten. Er ontstonden geen politieke of sociale verdelingen. Dit was een verbaal duel waaraan goed te zien was dat de sport een postmodern spektakel was geworden.”
Moser verbrak ook het werelduurrecord van Eddy Merckx in Mexico-Stad in 1984 door 50,808 en nadien zelfs nog eens 51,151 kilometer te rijden. Hij was de eerste persoon die meer dan vijftig kilometer reed. Zijn record hield tot 1993 stand, toen Graeme Obree het verbeterde. Uiteraard heb ik het hierover gehad met Eddy, toen ik hem ging interviewen, toen nog in zijn fietsenfabriek…
– Een tegenstrijdigheid vind ik wel het feit dat Eddy Merckx-de-fietsenmaker, als ik dat zo mag zeggen, bekend staat voor technische snufjes en geavanceerde technologie, terwijl Eddy Merckx-de-wielrenner het nogal lastig had met dat uurrecord van Francesco Moser, waarmee het allemaal toch begonnen is?
E.M.: Nou, “lastig had”… Ik vind van niet. Ik heb altijd gezegd: als het toegelaten is, dan is het O.K., maar als je de reglementen strikt zou navolgen, dan was het niet toegelaten. En ik vind dat ook spijtig voor de ethiek van de sport. In sommige disciplines, b.v. de achtervolging, zal tussen twee renners met dezelfde mogelijkheden, diegene zegevieren die het meest geld heeft. En dat vind ik spijtig. Sport moet sport blijven, vind ik, en geld is iets anders. Als je ziet wat dat uurrecord van Moser heeft gekost! Wie heeft er een sponsor van zeventig, tachtig miljoen om dat te proberen aanvallen? Wat niet belet dat ik Moser een groot renner vind, vooral wegens de leeftijd waarop hij die prestatie heeft geleverd. Tenslotte weet ik beter dan wie ook hoe zwaar zoiets is. Maar anderzijds heeft hij mij toch nooit geklopt in een tijdrit, tenzij dan één keer in een proloog over 5 km.
En José De Cauwer hierover: “Het is bewezen dat het systeemtrainen van Francesco Moser met een ploeg onuitvoerbaar is. Voor één keer is dat goed, maar niet voor een gans jaar. Wielrennen is geen atletiek. Een loper traint op de piste en kan aan de hand van zijn tijden aflezen of hij vooruitgang maakt. Bij wielrennen is dat niet het geval, een paar disciplines niet te na gesproken. Het parcours, de weersomstandigheden, de tegenstanders, dat speelt allemaal teveel een rol.”
De profcarrière van Francesco Moser duurde van 1973 tot 1988. Nadien werd hij bij de provinciale verkiezingen van 1994 verkozen in Trentino voor een partij die deel uitmaakt van de Regenboogfractie in het Europees Parlement. Hij was trouwens ook kandidaat voor de Europese verkiezingen. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.