Het is vandaag 35 jaar geleden dat in Amsterdam het Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond werd geopend. Dat ging toen gepaard met een actie door het Masereelfonds en vooraf werd in De Rode Vaan dan ook opgeroepen om hieraan deel te nemen…

Op zaterdag 23 mei opent De Brakke Grond, het centrum van de Vlaamse Gemeenschap, ook wel eens het cultuurpaleis van Rika De Backer in Amsterdam genoemd, officieel z’n deuren. Tegen dit project zijn heel wat protesten gerezen vooral uit syndicale en socioculturele middens. Het leek ons dan ook een goed idee om ter gelegenheid van deze opening twee vertegenwoordigers van elk van de betrokken partijen in een debat op onze redactie aan het woord te laten. Wat de socioculturele werkers betreft hadden we gedacht aan Raf Vandenbussche van het Masereelfonds en Rudi Van Vlaenderen van het Brabants Kollektief voor Teaterprojekten. Voor de vakbonden wilden we Jos Janssens van de Bond van Bedienden, Technici en Kaders en Pol Pattaer van de Landelijke Bedienden Centrale uitnodigen. De Brakke Grond zelf tenslotte zou vertegenwoordigd zijn door Paul De Broe en Willem Roggeman, respectievelijk voorzitter en ondervoorzitter.
Maar op de valreep vernamen we dat de LBC zich uit het vakbondsfront had teruggetrokken (meer hierover verneemt u bij verdere lectuur) en dat er daarover op de persconferentie van maandag 18 mei toelichting zou worden verstrekt. Daarom brengen we hierop commentaar in een afzonderlijke kadertje.
Met de officiële vertegenwoordigers is het echter anders gelopen. Willem Roggeman toonde zich bereid indien zijn onmiddellijke overste, De Broe dus, ook zou instemmen. Paul De Broe zelf zei ook bereid te zijn een interview toe te staan of zo… maar later dan, want nu had hij absoluut geen tijd. Dit was min of meer begrijpelijk want wijzelf zaten ook in tijdsnood en veel palaveren was er dus niet bij. Merkwaardiger is echter dat Roggeman ondanks het feit dat De Broe in principe akkoord ging, toch van de voorzitter spreekverbod opgelegd kreeg ook al omdat hij zogezegd niet kon worden gemist, terwijl de afspraak met Roggeman toch reeds zo goed als rond was…
Maar kom, niet getreurd, Jan Mestdagh was bereid om advocaat van de duivel te spelen en in die functie had hij een niet onaanzienlijke bijdrage in het debat, dat van start ging met een vraag aan BBTK-vrijgestelde Jos Janssens…
– Een vakbondsactie rond de oprichting van een cultuurcentrum, een nog zelden gezien feit…
Jos Janssens :
Vakbondsacties die schrijven zich in in dingen waarmee de mensen uit de sector bezig zijn. In dit geval is « De Brakke Grond » een heel gecontesteerde uiting van beleidsoptie van Mevrouw Rika De Backer waarmee de werkers niet zo gelukkig zijn, buiten diegenen die een job zullen vinden in de Brakke Grond zelf.
Dat is een eerste belangrijke constatatie. Een tweede ding dat tenminste even belangrijk is, is dat in een tijd van besnoeiingen en bezuinigingen een grote uitgave zoals de oprichting van De Brakke Grond onverantwoord lijkt en dat die de tewerkstelling van de mensen in de sector in gevaar brengt. Niet zozeer de sector van de Cultuur met de grote C, maar van de cultuur met de kleine c, namelijk het werk in buurthuizen, jeugdhuizen en zo verder.
Een derde constatatie is dat in het kader van die bezuinigingen het Ministerie van Cultuur zijn verplichtingen tegenover de huidige kleinschalige instellingen niet zozeer is nagekomen. Dat wil zeggen : de al zeer lage subsidiëring wordt bovendien in gevaar gebracht door de financiële politiek van het Ministerie van Cultuur en überhaupt van de staatsfinanciën als dusdanig met het gevolg dat we de situatie hebben gehad dat de jongste maanden voor het ganse culturele werk grote achterstanden van subsidies zijn gekomen, wat zijn weerslag heeft op de bezoldiging van de mensen. En dat zijn dan meestal mensen die sowieso al een stuk van hun inkomen als gift moeten teruggeven aan de instellingen. Dat zijn dramatische situaties die zich gekristalliseerd hebben rond De Brakke Grond als symbool van enerzijds een financieel beleid waarmee de mensen aan de basis niet zo gelukkig zijn en anderzijds van een aantal controverses binnen het cultuurbeleid, namelijk de Cultuur met de grote C (grote theaters, opera’s, bibliotheekwerk) tegenover het kleinschalige alternatief dat dicht bij de mensen zelf zit.
ZELFS LAAGSTE BAREMA’S NIET
— Het is natuurlijk wel zo dat mevrouw De Backer ook niet van de domsten is en o.a. het derde punt, namelijk de uitbetaling van de subsidies, zou op de valreep toch gebeurd zijn…
J.J. :
Maar dat lost niets op ! Er zijn inderdaad een aantal formele beloften gedaan die voor sommige mensen blijkbaar volstaan, o.a. door de druk die de laatste maanden uitgeoefend werd op een aantal teaterdirecteurs en syndicale afgevaardigden om toch maar niet aan de acties deel te nemen. Dat toont ook wel aan dat De Backer het belangrijk vindt om die contestatie om diverse motieven te vermijden.
Maar het uitbetalen van achterstallige subsidies lost niets op aan het feit dat er enerzijds al te weinig subsidies zijn. Het grootste deel van jeugd- en buurtwerk werkt met gewetensbezwaarden, tewerkgestelde werklozen, vrijgestelden van stempelcontrole en niet met bezoldigde werkers. Ten tweede zijn de subsidies te laag, zodanig dat geen behoorlijke bezoldiging kan worden uitbetaald, zelfs niet op de laagste barema’s, zodanig dat een aantal mensen hun eindejaarspremie of een deel van hun vakantiegeld moeten laten vallen om de werking te subsidiëren. Ook de kaskredieten tegen 20 % die de instellingen wegens het uitblijven van de subsidies moesten aangaan, die worden daarmee niet uitgewist. Intresten worden nooit gesubsidieerd.
Bovendien zijn de subsidies al een aantal jaren niet meer geïndexeerd zodanig dat er reeds een relatieve subsidievermindering is, rekening houdende met de inflatie.
Rudi Van Vlaenderen: Bij ons zijn de subsidies alleszins nog niet gearriveerd. Onmiddellijk na dit gesprek word ik wel bij mevrouw De Backer verwacht om haar te vragen waar de lonen blijven van oktober, november, december; waar het saldo blijft van vorig seizoen. Er is voor BKT concreet vier miljoen dat de staat ons werkelijk schuldig is. Vier miljoen die ons toegezegd zijn en waarop wij recht hebben. Twee miljoen en een half daarvan hebben wij geleend bij de bank en voor anderhalf miljoen moeten wij mensen laten wachten… En dat is zo voor alle theaters. Ze beloven altijd wel van ons zo vlug mogelijk tevreden te stellen maar ze zijn er nog niet in geslaagd !
J.J. : Als een persoonlijke bemerking zou ik hieraan willen toevoegen dat door al die manoeuvers van De Backer bewezen wordt dat het verzet van de werkers, hoe traag en ongecoördineerd dat dit voor een beginnende sector ook op gang is gekomen, dat dit toch al bedreigend werkt voor het politieke beleid en dat de enige kans om enige verandering te verkrijgen aangaande het beleid zowel wat financiering als ideologische inhoud betreft slechts kan komen van de werkers. En daarmee bedoel ik niet alleen de mensen die werken in instellingen, maar ook de bevolking waarvoor zij werken. Daarom ook dat het belangrijk is dat de arbeiders zich interesseren voor cultuur, dat zij nagaan wat er met hun wijk enz. gebeurt, want cultuur is ook een levensomstandigheid.
MIDDEL OM BELEID TE ANALYSEREN
– We zouden dus mogen stellen dat de actie rond De Brakke Grond eerder middel dan doel is. Dat het b.v. niet realiseerbaar wordt geacht om De Brakke Grond weer te doen sluiten of zo, maar dat door de acties rond De Brakke Grond de aandacht wordt gevestigd op een aantal wantoestanden die bestaan bij de werking aan de basis.
J.J.
: Inderdaad en ook als een middel om het ganse beleid te analyseren, want anders zou je ook gewoon een betoging kunnen organiseren of een of ander ministerie bezetten (wat overigens de laatste tijd meermaals is gebeurd). Als je immers ziet dat de werkingskosten voor De Brakke Grond, hoe voorzichtig die ook worden geschat, in elk geval veel ruimer zullen liggen dan de totale subsidiëring van het buurtwerk. Om nog te zwijgen over de investering in gebouwen in plaats van in mensen.
Maar wat De Brakke Grond zelf betreft : gedane zaken nemen geen keer. Wat echter belangrijk is, is dat het gelijkaardige initiatief dat wordt gepland voor Rijsel niet zou doorgaan en ook dat er voor De Brakke Grond zelf wordt nagegaan aan welke vorm van cultuurspreiding er wordt gedaan. Als ervoor een elite van Amsterdammers louter Vlaamse elite-cultuur wordt gebracht, dan is het helemaal om zeep. In de mate dat er pogingen worden gedaan om alternatieve en volksnabije cultuur te brengen vind ik het al heel wat belangrijker. Toch is het ook belangrijk de argumentatie van mevrouw De Backer te ontkrachten dat dit nu een centrum zal worden om de Vlaamse cultuur uit te dragen, want dat gebeurt nu ook, op andere manieren en al jarenlang. Een kleine anekdote als bewijs. Vuile Mong trekt ieder jaar door de buurten van Amsterdam, welnu vlak op het ogenblik van de opening is hij er ook.
— Is men in vakbondskringen, b.v. onder druk van de huidige economische omstandigheden, principieel gekant tegen het uitdragen van de Vlaamse cultuur ?
J.J.
: Allerminst. Zeker in de huidige crisissituatie is de investering in cultuur en welzijn een belangrijke prioriteit. Maar uitstraling van cultuur heeft niets te maken met de bouw van cultuurpaleizen. Om een ander voorbeeld te geven, waar wij misschien de boot hebben gemist omdat deze sector nog maar pas bezig is met zich te organiseren en dat terwijl het project reeds twintig jaar aan de gang was, dat is de toneelbunker in Antwerpen. Voor de prijs van dat ene gebouw had je vijftig polyvalente zalen in Vlaanderen kunnen neerzetten.
EN IN DE TOEKOMST ?
— Een vraagje voor Raf. Als ik het goed voorheb is het Masereelfonds het enige van de vier fondsen dat zich verzet tegen De Brakke Grond. Heeft dat een praktisch-financiële of een ideologische ondergrond ?
R.V.D.B.
: Beide. Enerzijds heeft dat te maken met het feit dat wij ons eigenlijk niet zozeer betrokken voelen met de drie andere fondsen maar eerder met het vormingswerk en andere kleinere organisaties die meer met subsidieproblemen hebben te kampen. Anderzijds is het natuurlijk ook als een fundamentele kritiek op dat cultuurbeleid, zoals ook Jos die reeds heeft uiteengezet.
Komt daar nog bij dat men met die vestiging van De Brakke Grond helemaal heeft ingespeeld op het beleid van de stad Amsterdam dat erin bestaat de volksbuurten helemaal te laten verkrotten. En daar werd reeds aan cultuurspreiding gedaan, zowel wat Vlaamse als Nederlandse groepen betreft. Het komt bij mij een beetje over alsof men de Beursschouwburg in Brussel zou opkopen en wat opkalefateren om de Nederlandse cultuur te brengen. Daar breng je niets nieuws mee. Dat gebeurt daar toch al. Uit dat oogpunt blijft het een onzinnig project.
— Het Cultureel Front heeft zijn leden opgeroepen niet deel te nemen aan de festiviteiten rond de opening van De Brakke Grond, maar zal in de toekomst geen poging worden ondernomen om toch ook daar progressieve cultuur aan bod te laten komen ?
R.V.D.B.:
Ik moet eerlijk zeggen dat dit een moeilijke kwestie is, waarover we binnenskamers reeds veel hebben gediscussieerd. Enerzijds gaan er stemmen op om inderdaad een aantal voorstellen en aanvragen te doen, maar anderzijds is het nog zeer de vraag of dit wel de bedoeling is van Rika De Backer. Uit een aantal verklaringen blijkt immers duidelijk dat zij het ook heeft over een soort ambassadeursfunctie van De Brakke Grond en dan kan het werk dat wij doen, dat gericht is op plaatselijk vormingswerk, dan kan dit nooit aan bod komen gewoon.
R.V.V.: Wij met het BKT hebben voor het ogenblik nogal wat contacten met andere theaters in Amsterdam en ik zie dan ook niet in waarom wij contacten met Centrum en met Shaffy b.v. zouden gaan verwaarlozen om plotseling naar die Brakke Grond te trekken. Dat is óók een vorm van solidariteit.
04THEATERPOLITIEK
— Rudi Van Vlaenderen, waarom is er precies uit theatermiddens ook nogal wat te doen rond De Brakke Grond ?
R.V.V. : Het eerst punt is natuurlijk dat de sociaal-culturele werkers ronduit gesproken onze klanten zijn. Het zijn mensen die ons vragen om te komen spelen, het is dus bijna logisch dat wij solidair zijn als deze mensen in nood zijn of benadeeld worden.
Ten tweede hebben wij gelijklopende problemen, wat subsidiëring betreft. Zuiver boekhoudkundig is het zo b.v. voor ons niet mogelijk om naar Amsterdam te gaan spelen omdat het Ministerie de subsidie ten vroegste na zes maanden uitbetaalt. Maar gewoon met ons gezelschap daar naartoe trekken en daar logeren dat stelt ons voor een som van 50.000 fr, waarover sommige groepen voor het ogenblik gewoonweg niet beschikken.
Een derde punt is trouwens precies een protest tegen dit boekhoudkundig systeem. Stout gesproken : mocht het Ministerie ons minder subsidie geven, maar heel correct uitbetalen zodanig dat we niet moeten gaan lenen, dan zou ons dat meer dan een half miljoen besparen dat we nu naar de banken dragen.
Dat zijn dus, zonder aan cultuurfilosofie te gaan doen, drie zeer praktische zaken om solidair te zijn. Het is de stroefheid van onze staatscomptabiliteit die al die miserie teweeg brengt en die in Nederland helemaal anders is. Bij ons zijn dat reglementen van Napoleon die nog steeds worden gevolgd. Nederland heeft die nooit gekend en heeft dan ook die moeite niet om met subsidies om te gaan. Bij ons is de subsidie een gunst, want alle decreten beginnen met « in het kader van de beschikbare kredieten… » Dus als er geen kredieten zijn, geen subsidie, punt. In Nederland is subsidie een recht, als men aan bepaalde voorwaarden voldoet. Maar als men bij ons aan die voorwaarden voldoet, dan moet men nog steeds afwachten. Als zij morgen zeggen : er zijn geen kredieten meer voor cultuur, sorry, dan hebben wij geen enkel recht om te reclameren. Dan kunnen wij enkel zeggen : o dat is spijtig ! Da’s al. En dat maakt het grote verschil tussen België, dat tot de vorige eeuw behoort wat subsidiepolitiek betreft, en andere landen.
GEVAAR VOOR CENTRALISATIE
Jan Mestdagh : In mijn hoedanigheid van advocaat des duivels zou ik als bestaansreden voor De Brakke Grond kunnen aanvoeren dat Vlaanderen in Nederland deels terecht deels ten onrechte een slechte naam heeft en dat daar via zo’n cultuurcentrum misschien verandering in kan komen ?
J.J. : Ik denk dat er ook in economische termen moet kunnen worden gepraat over cultuur. Ik contesteer niet een cultuurcentrum als dusdanig in Nederland of eender waar, voor mijn part in heel de E.G., maar de vraag is of dat via zo’n cultuurpaleis moet gaan ? Zeker met het huidige beleid is het voor mij duidelijk dat er in zo’n geval niks gaat veranderen. Dat er niet méér uitstraling gaat zijn, dan er nu reeds is. Integendeel ! Nu is die uitstraling in Nederland gedecentraliseerd. Maar met het oprichten van zo’n cultuurambassade bestaat het gevaar dat het daar allemaal gaat worden gecentraliseerd.
11 raf vandenbusscheR.V.V.: Als mevrouw De Backer wenst dat we meer voorstellingen zouden geven in Amsterdam, laat ze dan een theater afhuren voor een paar avonden en een groep betalen om daar te gaan spelen. Dat zou oneindig veel goedkoper zijn. Er is ook geen enkele schilder die wacht op De Brakke Grond om in Nederland ten toon te stellen. De derderangsfiguren wel natuurlijk ! Want die geraken er niet door. Er is geen enkel Vlaams schrijver van boven de middelmaat die in Nederland niet gekend zou zijn.
J.M.: Als ik even uit mijn rol mag vallen, wat dit aspect betreft is er in artistieke kringen in Amsterdam reeds een reactie geweest. Zij stellen, Amsterdam is in wezen een vrij progressieve stad en zij vrezen nu dat die Brakke Grond een bolwerk zou worden van het conservatisme in Nederland zelf.
R.V.V. : De Nederlanders hebben er echter wel voor gezorgd dat ze de programmatie voor twee derden in handen hebben. Maar wat dat overblijvende derde betreft, inderdaad de kans is reëel dat dit vrij waardeloos zal zijn. Op die manier wordt er twee keer geld over de balk gegooid : ten eerste kost het hele project veel te duur en ten tweede zal men er mensen laten optreden die het eigenlijk niet verdienen.
R.V.D.B. : Uiteindelijk komt het er allemaal op neer dat er in Vlaanderen nooit een serieuze discussie is geweest aangaande het cultuurbeleid. Het is altijd de politieke verzuiling die een rol speelt. Men spreekt al jaren van de Centrale Raad voor Cultuurbeleid waar eigenlijk die discussie zou moeten worden gevoerd, waar men niet enkel zou adviseren maar ook een beleid uitstippelen. Dat is typisch voor al wat met cultuur te maken heeft in Vlaanderen : daar zit geen visie achter die vanuit de werkers, dus de artiesten, zelf opgebouwd wordt. Het is gewoon een politiek onderonsje.
J.M. : Over dat politiek onderonsje gesproken. Akkoord, De Broe is CVP, Roggeman PVV, maar voor het cultuurcentrum in Rijsel is er sprake van dat iemand van de SP daar directrice zou worden, Marijke Van Hemeldonck om haar naam niet te noemen… zullen de linksen en daarmee bedoel ik hier dan die van de socialistische zuil, zullen die dan evenzeer actie voeren ?
J.J. : Dat verandert niks aan de zaak. Een vakbond moet inspelen op wat bij de werkers leeft en het is heel duidelijk dat die verzuiling en het verdelen van politieke mandaten dat de mensen aan de basis daarmee niets te maken hebben. De enige hoop die men kan koesteren is dat de linkse partijen zich niet laten vangen aan dat spel.
BELEIDSALTERNATIEVEN ONTWIKKELEN
— Ondertussen is het gemeenschappelijk vakbondsfront wel verbroken…
J.J. :
Het is duidelijk dat mensen aan de basis binnen LBC niet akkoord gaan met die beslissing. De militanten zullen met zelfs misschien nog meer animo zeker hun taken binnen de voorbereiding van de actie volbrengen. Voor hen is het van belang dat er nu een serieuze discussie op gang komt, dat zij een structuur eisen waarin zij ook inspraak hebben. Voor de leiding van LBC was het uitbetalen van de subsidies een belangrijk argument en nu zij inderdaad uitbetaald zijn, hebben zij zich dus teruggetrokken uit de actie. Syndicaal is het soms moeilijk te ageren voor de belangen van een relatief kleine groep omdat dan de belangen van een andere groep daartegenover worden gesteld. Dat werkt vooral remmend op syndicale discussies rond inhoudelijke problemen. Als men zich b.v. uitspreekt voor kleinschalige cultuur dan voelen een aantal werkers uit meer gevestigde sectoren zich bedreigd en syndicaal is het niet meer dan correct dat men ook voor de belangen van deze mensen opkomt. Maar in deze actie is dit zeker niet het geval. Integendeel wij willen de werkzekerheid van alle werkers in die sector veilig stellen. Maar in crisistijd zijn voor investeringen zeker bepaalde prioriteiten van belang en die komen niet steeds overeen met de burgerlijke waardenschaal.
J.M. : Hoe staat het binnen de grote sectoren van de vakbond zoals b.v. de metaal- of de textielsector met de bewustwording van die problematiek ?
J.J. : Ik denk dat dit een heel moeilijke zaak is omdat de vakbeweging als dusdanig, zich nooit echt heeft bezig gehouden met de non-profit sector. Men heeft nooit het ideologische en het economische belang van die sector serieus onder ogen genomen. En dat is iets dat maar heel langzaam zal komen en wel omdat de werkers zelf zich bewust worden en eisen gaan stellen aan hun vakorganisatie. Eisen die verder gaan dan gewoon louter inspelen op de politiek van een bepaald ogenblik maar die beleidsalternatieven ontwikkelen. Voor de gezondheidssector staan we b.v. al zover.
J.M. : Zijn er op het partijpolitieke vlak bepaalde indringende vragen gesteld ?
R.V.D.B. : Da’s heel merkwaardig. Als je de documenten van de Vlaamse Raad neemt dan stel je vast dat zeker in het begin bijna uitsluitend louter informatieve vragen werden gesteld. Het is enkel sedert eind vorig jaar, toen de actie reeds op gang was gekomen, dat er een aantal parlementaire vragen werden gesteld vooral rond de financiering, weinig rond de inhoud. Vragen van De Beul, Tobback, Van Geyt…
— Welke acties worden er nu gepland op 23 mei ?
J.J. : Een protestbezoek, meer kan ik er nu nog niet over zeggen… (lacht onheilspellend)
– Maar er zijn toch een aantal concrete gegevens die voor eventuele gegadigden noodzakelijk kunnen zijn ?
R.V.D.B. :
Ja, er worden een aantal gratis bussen ingelegd. Zo vanuit Turnhout (De Warande) om 7 u. Die bus stopt ook in Antwerpen aan het Centraal Station om 7.30 u. Een tweede vertrekt om 7 u op het Rogierplein in Brussel en die doet om 7.30 u. het station van Leuven aan. En tenslotte vertrekt er nog een bus van het Van Eyckplein in Brugge om 6.30 u, die om 7 u het Sint-Pieterspleintje te Gent zal aandoen.

Referentie
Ronny De Schepper, De Brakke Grond: symbool van financieel en cultureel wanbeleid, De Rode Vaan nr.21 van 1981

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.