In de krant van vandaag lees ik dat confrater Laurens De Keyzer gisteren aan kanker is bezweken. Tegelijk verneem ik dat zijn vrouw pas enkele weken geleden eveneens is overleden. Ik ben voorlopig nog te geschokt om vrolijke anekdoten op te halen aan de tijd dat ik Laurens geregeld tegen het lijf liep op een of andere (culturele) manifestatie of zo maar in een café of restaurant in Gent. Daarom beperk ik me tot een telefonisch interviewtje van dertig jaar geleden in de rubriek “aan het lijntje” in De Rode Vaan.

In onze reeks « illustere Gentenaars » lag het voor de hand dat we na Michel Casteels ter gelegenheid van de Gentse Feesten zijn dauphin Laurens De Keyzer aan het woord zouden laten. Laurens is in het dagdagelijkse leven journalist bij het dagblad « De Gentenaar », maar ook hij is eerder een soort levend monument geworden. Zodanig zelfs dat hem kwaliteiten toegeschreven worden die hij niet noodzakelijk heeft (de ultieme consecratie !) Zo is hij in de volksmond het fameuze « wit konijn » dat geregeld de kolommen van « De Gentenaar » onveilig maakt. Onveilig, omdat dit konijn steeds weer keutels deponeert in zakken of schoenen van politici van eender welke strekking. Laurens ontkent echter met klem dat hij het konijn « is ». Ten hoogste een deel ervan. We komen overeen om hem de kop van het konijn te noemen. En wat betekenen de Gentse Feesten dan voor het wit konijn ?
70 het wit konijnLaurens De Keyzer : Heel veel. Het wit konijn is namelijk ontstaan tijdens de Gentse Feesten van zo’n zeven, acht jaar geleden… Fotograaf Michiel Heyndrickx wijst me hier wel terecht door te zeggen dat het op 1 april was en dat is waar, maar als rubriek is het tijdens de Gentse Feesten die daarop volgden gestart. We hebben immers dagelijks het wit konijn gebracht als een soort cursiefje met randinformatie, lichtjes satirisch getint. De sfeer van de Gentse Feesten gaf ons namelijk de gelegenheid op die satirische toer te gaan zonder gevaren te moeten vrezen. Waren we er b.v. op kerstdag mee begonnen, dan kon je er donder op zeggen dat sommige lezers ertegen zouden zijn geweest. Nu waren we gevaarloos begonnen en konden we ongestoord ermee verder gaan.
— Het wit konijn heeft natuurlijk zijn informatiebronnen, maar zelf snuffelt het ongetwijfeld óók rond. Waar hang jij uit tijdens de G.F. ?
L.D.K. :
’s Avonds bij Sint-Jacobs natuurlijk. En verder een beetje overal, in functie van de verdeling van het werk op de redactie. Ik zoek niet speciaal een plaats op, al loop ik toch wel al eens vaker op het stadhuis langs, om te horen of er politici of ambtenaren zijn met specifieke problemen of roddels. Want roddelen over mekaar, dat doen ze graag natuurlijk.
— Als je zo verknocht bent aan Sint-Jacobs, kijk je dan ook nostalgisch terug op de periode toen bij regenweer alle toeschouwers nog op het podium konden gaan schuilen ?
L.D.K. :
Nostalgisch niet, maar het was toch een heel plezierige periode. De sfeer van anarchie, die rest van mei ’68, is er nu volledig uit door de commercialisering van de G.F. Dat is natuurlijk spijtig, maar dat is niet tegen te houden. Ons eigen blad heeft daaraan trouwens meegewerkt. Om het zoals Michiel te zeggen : vroeger gingen wij op eigen initiatief pannekoeken eten en pinten drinken, nu organiseert onze promotiedienst dat voor ons.
— Die worstencultuur zit je dus wel dwars ?
L.D.K. :
Ik vind dat vuil. Op die manier ben ik altijd blij dat G.F. achter de rug zijn, omdat de stad dan weer wat properder wordt. Vroeger was het pleintje bij Sint-Jacobs natuurlijk wel lekker vuil, maar daarrond zat je alweer in een andere wereld. Nu is het overal hetzelfde. Je kan nergens nog rust vinden. Op iedere hoek van de straat staat er wel iemand te jengelen. Ik heb dan ook zeer veel respect voor het werk van de reinigingsdienst in die periode. Ik vind het trouwens zalig om ze bezig te zien. Het is alsof je eigen bovenkamer gekuist wordt. Vooral als je teveel gedronken hebt, wat mij wel eens pleegt te overkomen. Dan is het alsof ik gezuiverd word, alsof ik naar de biecht ben geweest.
— Je struikelt nu niet enkel over worsten maar ook over Hollanders. Voel je je als Gentenaar nog wel thuis tijdens de G.F. ?
L.D.K. :
Goeie vraag ! Het is namelijk net alsof je op bezoek bent in je eigen stad, een merkwaardig gevoel. Hinderen doen ze me echter niet, het duurt tenslotte maar tien dagen en Hollanders mogen zich toch ook amuseren, of niet soms ? ’t Zijn toch « leuke » feesten ?
— Een vrome wens om te besluiten ?
L.D.K. (na enige aarzeling) :
Dat ik nog lang zou mogen leven ! (lacht uitbundig). Telkens als de G.F. naderen zie ik het immers absoluut niet zitten. De eerste dag vind ik het bijna walgelijk, de tweede dag lichtjes draaglijk en de derde dag trap je er als het ware in. En tegen het einde word ik gewoon bang van mijn fysiek. Omdat ik veel te lang opblijf, veel te veel bier drink, veel te veel rook. En daarom zou ik mezelf wat meer voorzichtigheid toewensen om toch nog wat in leven te kunnen blijven
Een konijn heeft — in tegenstelling tot een kat — immers geen zeven levens…

Referentie
Jan Draad, Laurens De Keyzer aan het lijntje, De Rode Vaan nr.29 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.