Twee jaar geleden hoorde ik op de radio dat Sue Townsend, de geestelijke moeder van Adrian Mole, was overleden. In de jaren tachtig, toen de Adrian Mole-hype hoge toppen scheerde, ontmoette ik haar in de Gentse FNAC, waar ze naartoe gelokt was door Eva Bal van het Speeltheater, dat in die tijd een toneelversie van het populaire boek bracht.

De glorietijden van de “angry young men” lagen al een tijdje achter de rug, maar in 1982, het tijdperk van Margaret Thatcher, nam Sue Townsend de politieke handschoen weer op. Zij deed dat echter niet op een “angry” maar op een “witty” manier met “Adrian Mole”. De eerste twee delen (tevens min of meer jeugdboeken) verkochten als zoete broodjes (“The secret diary of Adrian Mole aged 13” en “The Growing Pains”), zodat de werkloze communistische huisvrouw ondertussen steenrijk is geworden.
Nochtans is het niet makkelijk om de juiste toon te treffen bij puberproblematiek. De puber zelf tilt er erg zwaar aan, maar later zal hij of zij moeten toegeven dat dit een grove overschatting was (de wereld stort echt niet in als je een puist op je neus hebt). Volwassenen daarentegen hebben de neiging om alles op die leeftijd te kleineren (net zoals ze dat systematisch bij kinderen doen) en dat zou dan kunnen leiden tot een tekst die de spot drijft met tieners, wat natuurlijk nog ergerlijker zou zijn.
Hoe delicaat een en ander ligt, wordt bewezen door de auteur Sue Townsend zelf die weliswaar op zeer succesvolle manier in de huid van Adrian kroop voor wat z’n dagboek betreft, maar over haar eigen toneelversie schaamt ze zich zowat rot. In de versie van het Speelteater uit 1987 hebben regisseurs Eva Bal en André Vermaerke dan ook niet veel meer dan een ruwe structuur behouden van de dagboeken (vertaald door Marijke De Wilde) en die dan ingevuld met hun beproefde procédé van improvisaties.
Dat gaf uiteraard een boel korte fragmentjes en de grootste verdienste van het ietwat onwaarschijnlijke duo is dan ook dat ze het risico van “gekapt stro” handig hebben omzeild door zeer vindingrijke overgangen te bedenken. Vindingrijk qua vormgeving (zoals het schitterende decor van Pat Van Hemelrijck: een uitvergroting van Adrians schrijftafel), maar ook inhoudelijk met zelfbedachte grapjes.
Het spreekt vanzelf dat de inbreng van de acteurs op dat vlak ook zeer groot is geweest. Daarom schrik ik ervoor terug om een paar namen uit deze homogene vertoning te lichten. Toch kan ik er moeilijk onderuit om te onderlijnen dat Luc Frans inderdaad Adrian Mole “is”.
Ter gelegenheid van de première was Sue Townsend in de Gentse FNAC te gast en barstte spontaan in lachen uit toen ze aan Luc Frans werd voorgesteld. Wat zat daarachter?
Sue Townsend: Ik herkende hem. Hij zag er precies uit zoals ik me hem zelf had voorgesteld, van kop tot teen.
– Ah? Dan moet je wel erg ongelukkig geweest zijn met de televisieserie, want het bleke jongetje met die reusachtige bril was zowat de antipode van Luc…
Sue Townsend
: Nou ja, vreselijk ongelukkig is wel wat overdreven, maar ik zou hem niet zo “geconcipieerd” hebben, inderdaad. De acteur (Glen Sammarco) heeft zichzelf enigszins te veel naar voren geschoven.
– Vooral in die versie zag Adrian er wel een beetje als een mislukte yuppie uit…
Sue Townsend
: Maar dàt is dan wel juist. Adrian zou zeker een yuppie zijn, mocht hij sociaal gezien daarvoor in aanmerking kunnen komen. Door zijn werkloze ouders die duidelijk tot de arbeidersklasse behoren en bovendien dan ook nog in financiële moeilijkheden geraken door hun echtelijke twisten is dat natuurlijk uitgesloten. Maar zijn vriendinnetje Pandora bijvoorbeeld die kan je er wél toe rekenen.
Ineke Nijssen is overigens ontzettend schattig als Pandora. Bovendien bedient zij zich toch van een linkse woordenschat. Zelfs Adrian stelt op een bepaald moment “kunst boven technologie”.
Raymond Bossaerts en Elisabeth van Dooren komen oorspronkelijk fysiek een beetje ongeloofwaardig over als de ouders van Adrian (hoe zijn die twee ooit getrouwd geraakt?), maar door hun sterke acteerprestatie vergeet je dat reeds na een paar minuten.
Mijn grootste bewondering ging echter uit naar Jakob Beks en dat niet alleen omdat hij de ouwe communist Bert Baxter moest tot leven wekken.
Sue Townsend: Mijn lieveling! Dat is het personage dat ik met het meeste liefde heb getekend.
– Dat zou je op het eerste gezicht niet zeggen: zo’n oude brombeer. Voor een communist is hij trouwens toch ook behoorlijk conservatief. Hij is bijvoorbeeld tegen echtscheiding.
Sue Townsend
: Conservatief? Dat zou ik niet durven beweren. Hij is gewoon het prototype van de vooroorlogse communist. In het dagboek laat ik hem communist worden als hij merkt dat de barones, wier paarden hij moet verzorgen, deze dieren roomsoezen geeft! (Tussen haakjes, als voorbeeld van de typische humor in het boek: Adrian denkt dat Bert daar zo op tegen is omdat het slecht zou zijn voor de gezondheid van de paarden, RDS) Dat voorval situeer ik in 1910. Dan is hij gaan vechten in de Eerste Wereldoorlog, daarna volgde de economische depressie en de Tweede Wereldoorlog, wat hem allemaal nog sterkte in zijn overtuiging. Hij is dus gewoon een traditioneel communist.
– Zoals hem ken ik er toch niet veel.
Sue Townsend
: Maar in Engeland wel, hoor. Al zijn het allemaal oude mensen, dat is waar. Ze komen allemaal uit die periode, een zeer boeiend tijdperk toch. De jongere generatie in Engeland staat uiteraard veel achterdochtiger tegen het woord “communist”. Er zijn er niet veel die ervoor zouden uitkomen dat ze het zijn!
Met zijn kleine gestalte leek Jakob me dan ook voor een vrijwel onmogelijke taak te staan, maar hij heeft dit juist in zijn voordeel aangewend. Alleen… waarom laten Bal en Vermaerke hem “De Rode Sikkel” lezen en niet “De Rode Vaan”?
– U bent wellicht wel op de hoogte van de strijd in de Engelse communistische partij tussen de aanhangers van het dagblad “The Morning Star” en die van het maandblad “Marxism today” (de vernieuwers, laten we maar zeggen). Bert is duidelijk een “Morning Star”-figuur!
Sue Townsend
: Zonder enige twijfel. Hij heeft zeer gefixeerde ideeën over de maatschappij, over rollenpatronen. Dat dateert allemaal uit zijn jeugd. Maar tegelijk heeft hij daar ook dat samenhorigheidsgevoel opgedaan: de communisten moeten allen aan hetzelfde zeel trekken, dezelfde opinies verdedigen. Hij is dus inderdaad een tegenstander van de “liberalisering”, van het aanpappen met al die nieuwe linksen.
– Als u dan zegt dat u zo van hem houdt, is dat dan ook uw manier om een positie in te nemen in dat conflict?
Sue Townsend (met tegenzin):
Ja.
– Welke oplage heeft “The Morning Star” nu (in 1987 dus)?
Sue Townsend:
40.000, waarvan de helft naar bibliotheken gaat.
– Je zou wel kunnen zeggen dat de Adrian Mole-boeken nogal sterk politiek getint zijn…
Sue Townsend
: Ongetwijfeld. Dat was ook mijn bedoeling. Ik zou niet zeggen dat ik de lezers zou willen bekeren tot het socialisme en en dan zeker niet dat van Labour, maar het wordt wel tijd dat er in Engeland eens iets anders komt dan Thatcher. Niet dat ikzelf aan partijpolitiek doe, daar voel ik me niet toe aangetrokken, maar ik ben voor eerlijkheid, gerechtigheid en zo.
– En als ze dan al zo politiek zijn, kun je je afvragen hoe de Mole-boeken zo’n succes zijn kunnen worden?
Sue Townsend
: Omdat Adrian zo’n goed karakter heeft. Daar kunnen de lezers zich in vinden.
– Toch niet van in het begin…
Sue Townsend
: Nee, dat is waar. De eerste drie maanden hield ik ook helemaal niet van hem. Oorspronkelijk was ik immers van plan een boek te schrijven, waaruit zou blijken hoe jongens tot volwassen mannen opgroeien, met al het egoïsme dat hun eigen is en dergelijke. Maar toen werd ik verliefd op mijn personage, iets wat wel meer gebeurt bij schrijvers. Allé, bij mij toch. Eigenlijk vond ik het verschrikkelijk hoe jongeren altijd de zondebok zijn als er iets fout gaat, terwijl het uiteindelijk toch de volwassenen zijn die de wereld gemaakt hebben zoals hij eruit ziet.
Daarna stelde Townsend een derde deel samen in 1989 (“True Confessions of Adrian Albert Mole”), dat slechts heel weinig Mole-fragmenten bevat, naast onder andere een verslag van haar reis naar Spanje en naar de Sovjet-Unie. Het vierde deel, “From minor to major”, is echter een nog straffer staaltje van kapitalistische oplichterij. Het bevat namelijk de drie bestaande boeken en daarbij (de laatste 45 bladzijden!) toch nog een stuk “originele” tekst (“Adrian Mole and the Small Amphibians”) om onnozele fans zoals mijzelf daarvoor toch 475 frank te laten neertellen!
Gelukkig is het vijfde deel (“The Wilderness Years”) in het begin van de jaren negentig opnieuw een “echt” Mole-boek, zodat we eigenlijk wel blij zijn dat Townsend – na een paar minder geslaagde literaire uitstapjes – in oktober 1999 nogmaals terugkeerde naar haar anti-held (“The Capuccino Years”).
Adrian is op dat moment al de dertig gepasseerd en is chefkok in Soho. Zijn geliefde Pandora daarentegen is met een doctorstitel een echte Blair-babe. Dat maakt een verhouding moeilijk natuurlijk. Maar geen nood, Adrian’s moeder doet het dan maar met Pandora’s vader. Adrian zelf heeft twee zonen, William, uit zijn verhouding met de Nigeriaanse Jo Jo, en Glenn, de vrucht van een vluchtige verhouding met ene Sharon Bott. Het is deze Glenn die op zijn beurt een dagboek start met als titel “The Top Secret Diary of Glenn Mole (13)” en de eerste zin is “When I grow up I wood (hij is een halve analfabeet) like to be my dad“. Tiens, is dat niet postmodernistisch?

Ronny De Schepper

Referentie
Jan Draad, Sue Townsend aan het lijntje, De Rode Vaan nr.9 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.