Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat Joe Morello, één van de beroemdste drummers uit de jazzgeschiedenis, in zijn woning in New Jersey is overleden. Morello, lid van het Dave Brubeck Quartet, werd 82. Het grootste succes van het Quartet was ongetwijfeld het nummer ’Take Five’ uit het album ’Time Out’ (1959). Alhoewel de credits voor ’Take Five’ naar saxofonist Paul Desmond gaan, draait het nummer helemaal rond het merkwaardige drumritme van Morello. Morello groeide op in Springfield, Massachusetts, waar hij eerst viool leerde bespelen. Op jonge leeftijd trad hij al toe tot het Boston Symphony Orchestra, maar als tiener liet hij de viool vallen voor het drumstel. Na de split van het Brubeck Quartet in 1968 wijdde Morello zich aan het geven van muzieklessen.

Een tijdje geleden vond ik in het maartnummer van (of all places) “De Geus, magazine vrijzinnige actualiteit Oost-Vlaanderen” volgende paragraaf: “Op het jazzprogramma ‘Neve’ bij Klara op 18 januari zorgde Opatuur (een legendarische jazzcaféhouder in het Gentse, RDS) nog voor enige ophef toen hij de gelijkenis tussen een drummer en een condoom toelichtte: ‘Het is alle twee veiliger mét, maar leuker zónder’.” In zijn gelijknamig jazzcafé aan de Citadellaan (ondertussen gesloten) kwam dan ook geen drummer binnen. Om te spélen toch niet.
Het deed me denken aan een (niet gedateerd en zonder bronvermelding) knipseltje uit de fameuze jaren zestig dat ik kort daarvóór had teruggevonden. Het ging over het feit dat drummer Chris Curtis The Searchers had verlaten. En in één ruk door zei de anonieme schrijver dat het altijd de drummers zijn die er het eerst onderdoor gaan. Hij geeft als voorbeelden Tony Meehan van The Shadows, Mick Avory van The Kinks en, jawel, Ringo Starr. Alhoewel ik me afvraag of hij bij deze laatste amandelen niet met andere lichaamsdelen verwart, moet ik toegeven dat Keith Moon en John Bonham nog aan de beurt moesten komen…
Alhoewel een drummer vaak een beetje weggestoken zit op het podium, min of meer verborgen achter metershoge ampli’s, is hij – vooral in de ogen van jonge popfans — soms de meest in het oog springende figuur. Zeker speelt hier het element mee dat men al vlug gaat denken : « Dat kan ik ook ! » (wat tot groot jolijt van de ouders thuis op potten en pannen vaak in de praktijk wordt omgezet). Even groot is wellicht de ontgoocheling wanneer al even snel blijkt dat het toch nog allemaal zo eenvoudig niet is, eens men achter een echt drumstel heeft plaatsgenomen.
Desondanks wordt er steeds meer naar de drumsticks gegrepen, zodat een tijdschriftje, speciaal gericht tot dat uitzonderlijk volkje, wellicht wel voldoet aan een behoefte.
« Drumtalk » van Cel De Cauwer (ex-Pebbies, ex-Shampoo, ex-Hnita) is er zo één (Drumtalk, driemaandelijks tijdschrift voor drummers en ander raar volk, gratis te verkrijgen bij Cel en Annelies De Cauwer, Houten Schoen 61, 2700 Sint-Niklaas). Niet alleen staat het proppensvol nieuwsjes voor ver gevorderde drummers, men kan er ook « leren drummen in drie kwartier ».
Verder interessante platenbesprekingen (want bekeken vanuit een heel bijzondere hoek) en twee drummers die hun diepste zieleroerselen én hun « set-up » blootleggen. In aflevering acht zijn dat Stoy Stoffelen (Centimeters) en Jean-Luc Van Lommel (Jazz Circle).
Op de vraag van Serge Simonart in Humo: “Waar wordt veel tijd mee verloren in de studio?”, antwoordt Jean Blaute: “Met een slechte ritmesectie. Zolang dié niet goed is, kan je niet aan de rest beginnen. Dan moet je gaan schaven en oefenen en foefelen… en dan zie je het budget wegsmelten als sneeuw voor de zon.En als je genoegen neemt met een wankele basis, bijvoorbeeld uit tijdsgebrek, dan krijg je later gegarandeerd problemen, bijvoorbeeld als je er blazers of backing vocals op wil zetten. Met scha en schande heb ik dus geleerd heel streng te zijn vanaf de eerste drumslag. Het is al gebeurd dat ik tegen de groepsdrummer zeg: ‘Sorry jongen, je speelt te slecht om op je eigen plaat te spelen. Maar kom toch maar naar de studio, ant je kan iets leren van die àndere drummer.’ De grootste frustratie van drummers is dat ze altijd éérst op de band moeten. Tja, zo zit rockmuziek nu eenmaal in elkaar…”
En toch spreekt drummen nog altijd zo tot de verbeelding dat zelfs meisjes zich de laatste tijd aangetrokken voelen tot dit instrument. Er zijn natuurlijk “all female groups” (zoals The Bangles of de hardrock-groep Vixen), maar daarnaast zijn er ook specifieke “drumsters” zoals de Belgische Isolde Lasoen of de Franse Karen Cheryl, die misschien bekender is als schlagerzangeresje, maar die toch een eerste prijs slagwerk heeft behaald aan het Conservatorium van Parijs bij Kenny Clarke.
Anderzijds zijn er op dit moment ook de drumcomputers die de nachtmerrie van elke rechtgeaarde drummer zijn. Isolde Lasoen: “Aanvankelijk ging ik voor klassiek slagwerk, tot ik bij een jazzoptreden in de Gentse Charlatan een nieuwe wereld zag opengaan. Toen wist ik dat ik jazz ging doen. Vooral de improvisatie en de enorme vrijheid ervan spreken me aan. Ook de swing was aanstekelijk en het besef dat er nog een heel andere wereld was naast klassiek slagwerk.
Isolde noemt geen naam, maar één van de bekendste swing-drummers is ongetwijfeld Gene Krupa. Gene Krupa, toch niet de eerste de beste (*), kon geen muziek lezen en moest bij Red Nichols & His Strike Up the Band Orchestra vertrouwen op Glenn Miller, die de melodieën voor hem neuriede. Hij was ook één van de eersten om een ware “drumsolo” tijdens een nummer te geven. Tijdens “Sing, sing, sing” bijvoorbeeld, het grootste succes van het orkest van Benny Goodman, ook al is het geschreven door niemand minder dan Louis Prima. “Langgehaarde” drummers pikten daarop in en pleegden vooral op het einde van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig zich over te geven aan ellenlange drumsolo’s die eerder demonstraties waren dan MUZIEK. Die waren dus niet enkel lang van haar maar ook lang van aard… Daar is ondertussen toch gelukkig een einde aan gekomen, maar de laatste tijd zie ik het fenomeen terug opduiken b.v. op het afscheidsconcert van BZN, maar goed, die namen dan ook afscheid, dus dat was misschien een “statement”. Toch hoor ik de laatste tijd ook vaak een variante op de drumsolo, namelijk de “percussiesolo’s” zoals bij Gabriel Rios b.v.
Eigenlijk heb ik altijd al eens een drummer willen interviewen over zijn vak. Hoe staat het eigenlijk met de theoretische muzikale kennis van een drummer b.v.? En is die wel belangrijk? Kan een popdrummer met andere woorden iets doen met een conservatorium-opleiding?
Marc Lambert, leraar slagwerk in de muziekacademie van Gentbrugge en lid van The Monday Lovers en Radio Bangkok verklaarde hierover (niet aan mij, maar mijn bron ben ik kwijt): “Ik hou het meest van de eenvoudige simpele drummer die goed zijn ritme houdt, die dus ‘straight’ is. Die niet onnodig vertraagt of versnelt. Die geen hartverscheurende solo’s geeft. Ik hou van een slagwerker die echt een onderdeel is van de band, die muzikant is met de muzikanten. Die zich niet opdringt, maar toch zijn taak goed vervult. B.v. Ringo Starr bij de Beatles en Charlie Watts bij de Stones. Geen grote talenten, maar zij voelden precies aan wat zij moesten doen. Er zijn veel drummers die zich verliezen in veel te veel spelen. Ik hou van ‘meer’ door ‘minder’.”
Stoy Stoffelen (met RVHG)Men kan dus aanvoeren dat drummers soms “dwindle in the background“, maar anderzijds zijn er “leiders” die in alle nederigheid hun hoed ervoor afnemen. Zoals Count Basie bijvoorbeeld. Die vond dat het eigenlijk drummer Jo Jones was die zijn orkest leidde (**). Of Raymond van het Groenewoud die als hij zijn “Liefde voor Muziek” uitzingt om een drummer vraagt om hem “blij te maken”. Die drummer was op dat moment weliswaar niet meer Werner “Stoy” Stoffelen (foto) van de Centimeters, maar het is toch met hem dat ik dit stukje wil afsluiten. Het interview komt echter wel uit de “Sloebergazet”, het blad van de Pionierkes en is daarom vooral op zijn jeugd gericht…
Ben jij bij een jeugdbeweging geweest?
Stoy
: Ja, bij de VVKS, net als Mich (Verbelen), maar hij in Brussel en ik in Leuven.
Was het bij jullie meer “para-militair”?
Stoy:
Ja, al heb je dat als knaap niet door natuurlijk. Maar inderdaad, wij hadden patrouilles en patrouilleleiders en wij klauterden over commandobruggen (dat is op je buik over een touw kruipen dat van één plaats naar een andere gespannen is). Ik vond dat wel plezant.
Ben je later dan ook paracommando geworden?
Stoy:
Neen, ik ben niet in het leger geweest. Geen enkele Centimeter trouwens.
Was het een gemengde jeugdbeweging?
Stoy:
Neen, alleen later bij de JIN, dat is een voorbereiding op het leiderschap. Maar toen was ik al 18 jaar en dan speelde ik al drums, waardoor ik trouwens gestopt ben met de jeugdbeweging.
Kon je dat daarmee niet verenigen? Kon je niet optreden met een scoutsgroepje of zo?
Stoy:
Dat is alleszins niet gebeurd. Ik ben gedebuteerd in een jeugdmis met een pianist, een gitarist en een zangkoor, je weet wel, zo een soort van religieuze kampvuurliederen. Ik ben trouwens nog misdienaar geweest.
Een vroege roeping?
Stoy:
Helemaal niet, maar ik was katholiek opgevoed en we woonden in de nabijheid van een klooster. Toen men mij dat dan vroeg, was het eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld.
Vond je het prettig?
Stoy:
Wel, ik was toen zo’n jaar of tien en ieder was vriendelijk tegen mij. Bij dat klooster was ook een bejaardentehuis en ik kreeg dan af en toe eens iets van die oudjes. Dat was wel tof, maar na een paar jaar hing die nonnenmentaliteit toch mijn voeten uit. Ik ben er toen mee opgehouden na een incident. Je moet weten dat er naast dat klooster een grote parking was waarop wij altijd gingen spelen. Maar op een bepaalde dag mocht dat plotseling niet meer, dan stond daar een bord met erop “privaat eigendom.” Toen werd ik zeer kwaad en ik heb dat bord kapot geslagen, daar kwam natuurlijk herrie van.
Jij staat bekend als automaniak, manifesteerde zich dat ook reeds in je jeugd?
Stoy:
Ja, in die zin dat we zelf zeepkisten in elkaar knutselden, waarmee we dan de straat naast dat klooster naar beneden gierden, want dat was een steile afdaling.
Heb je nog een prettige anekdote uit die tijd?
Stoy:
Wel, we waren eens op kamp in de Ardennen. Ik was patrouilleleider. Nu stond daar in een boom een leeg olievat van 200 liter. Ik weet ook niet hoe het daar geraakt was, hoor. Het leek me wel een leuk idee om in die boom te klauteren en op dat vat te gaan trommelen, maar terwijl ik zo rustig bezig was, zaagden mijn makkers de onderste takken van die boom zodat ik pas na heel wat problemen weer op de begane grond geraakte.
Je hebt ook de naam een playboy te zijn. Toen ook reeds?
Stoy:
Integendeel, ik was vroeger zeer verlegen. Mijn eerste lief, toen was ik al zestien jaar en ik heb haar zelfs nooit gekust, alleen maar meegereden met haar naar school. Maar ik was wel “wreed zot” van haar.
Het mag natuurlijk duidelijk zijn dat dit een interview was specifiek voor een blad van een jeugdbeweging (de communistische Pionierkes) en het waren dan ook ongeveer dezelfde vragen als die welke ik aan Jean Blaute en de andere Centimeters heb gesteld. Pedagogisch ingesteld als altijd legde ik aan die Pionierkes dan ook uit: “Ze noemen hem Stoy omdat dit met dezelfde letters begint als Stoffelen en dat klinkt dan goed. Men noemt dit alliteratie of stafrijm.”
Stoy woonde toen in Kessel-Lo en vertelde me nog dat hij begonnen was bij Freakadel. Zijn favoriete artiesten waren Robert Palmer (ondertussen overleden) en de legendarische studiodrummer Steve Gadd.
Na het opdoeken van de Centimeters kon Stoy hier en daar toch nog wat drumwerk afleveren, zoals bij der Polizei, bij Kadril en bij Ben Crabbé en diens Floorshow. Crabbé is natuurlijk zélf een drummer, maar met die Floorshow (waarvan ik nooit een optreden heb gezien, moet ik bekennen) trad hij wellicht op de voorgrond als zanger. We kennen Stoy echter vooral door zijn optredens op televisie, in Voxpop b.v. of bij de Notenclub?
Niet lang na dat interview kwam ik even met Stoy (“ge ziege’t, hé, hij kan zelfs spreken,” zoals Raymond op de live-elpee “Kamiel in België” zegt) in aanvaring, omdat ik hem in De Rode Vaan had voorgesteld als iemand die “in het wereldkampioenschap houthakken zeker hoge ogen zou gooien”. Dat kwam omdat ik hem kort daarvóór tijdens een optreden zijn drumsticks (of toch althans één ervan) in stukken had zien slaan.
Het was grappig bedoeld, maar Stoy vond dat dit een eenzijdig beeld gaf van zijn drumstijl. Daarom (en ook omdat het wààr was) schreef ik daarna dat de elpee “Ethisch Reveil” voor een deel zijn verdienste mocht worden genoemd. Voor het subtiele “Brussels by night” krijgt hij van Raymond zelfs een vermelding als medecomponist. Maar ook in andere nummers (“Markies de Sade” b.v.) speelt Stoy een hoofdrol. Stoy was zo content en fier dat hij prompt een abonnement op De Rode Vaan nam!

Ronny De Schepper

(*) Zeker niet, al was het maar omdat hij in 1927 de eerste was om een basdrumpedaal te gebruiken. Zelf vond hij echter “dat er maar één genie was op dit instrument” en dat was dan Buddy Rich (1917-1987). Rich stierf aan een hersentumor en ik kan toch niet nalaten één bijzonder grappige anekdote in verband met dit trieste feit te vermelden. Toen hij namelijk diende te worden geopereerd, moest hij zoals iedereen invullen waaraan hij allergisch was. “Aan country music,” schreef Buddy.
(**) Het was alleszins Jo Jones die door één van zijn bekkens op de grond te laten vallen aangaf dat de jam met Charlie Parker voorbij was omdat Parker “niet goed genoeg” was… (Richard Havers & Richard Evans, De gouden eeuw van de jazz, p.155)

Een gedachte over “Joe Morello (1928-2011)

  1. Ik dacht dat ik hier ooit de vraag kreeg “wie de Belgische drummer van Jools Holland” was. Blijkbaar niet dus. Nou goed, ik antwoord er hier toch op: bij mijn weten is Gilson Lavis de drummer van Jools en die is voor zover ik weet niet Belgisch, hij maakte zelfs al (samen met Jools) deel uit van Squeeze destijds!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.