Mireille Gleizes was in 1978 de eerste inwoner van het Waasland die deelnam aan de Koningin Elisabethwedstrijd.

Mireille Gleizes, die geboren werd in Temse en die net als ik opgroeide op de Tuinwijk, “Korea” zoals de Temsenaar zeggen, begon piano te studeren op 8-jarige leeftijd. Zij studeerde daarna notenleer aan de stedelijke muziekacademie te Sint-Niklaas en volgde de pianocursus bij mevr.De Groote. Mireille Gleizes behaalde de regeringsmedailles voor piano (met 96 %) en voor kamermuziek (98 %). Zij nam deel aan de gekende Guntherwedstrijd voor jonge pianisten en uit 152 kandidaten werd zij laureate met de grootste onderscheiding. Het jaar daarop, 1973, behaalde zij de prijs van de stad Aalst in de « Stefaan De Jonghe »-wedstrijd.
Zij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, waar haar de eerste prijs voor notenleer werd toegekend. Dan nam zij deel aan de Nationale Muziekwedstrijd van het Gemeentekrediet van België: zij was de jongste kandidate en werd laureate met 87 %. Zij volgde toen de pianocursus aan het koninklijk conservatorium te Gent, evenals harmonie en kamermuziek.
Na het behalen van de eerste prijs voor piano werd zij lerares aan de muziekacademie te Sint-Niklaas en te Bornem. Mireille Gleizes verleende haar medewerking aan recitalavonden en gaf o.a. een concert op het kasteel van Steenokkerzeel, samen met tenor Guy De Mey, op uitnodiging van de minister van cultuur, mevr. Rika De Backer. Eind 1977 bracht zij een fel opgemerkte uitvoering met het Waeslandia Kamerorkest tijdens een concert georganiseerd door het Davidsfonds, afdeling Temse. Daarna bereidde zij zich intens voor op de internationale muziekwedstrijd Koningin Elisabeth, die dat jaar in mei zou plaatsvinden in het Paleis van Schone Kunsten. Het was de eerste maal in de geschiedenis van deze wedstrijd dat een Waaslander hieraan deelnam, maar helaas werd het Elisabeth-avontuur niet succesvol afgerond.
Ik interviewde mijn buurmeisje uit Temse vier jaar later telefonisch voor De Rode Vaan, ter gelegenheid van de tiende Koningin Elisabethwedstrijd voor piano die er toen net op zat. Een hele week (26-5 tot 30-5) zijn wij trouw op post geweest voor de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano op het tweede net. De eindregie (met onbarmhartige close-ups tot in de neusgaten van de kandidaten) berustte bij de RTBF, maar onze eigen BRT zorgde zoals gebruikelijk voor gesprekjes tussendoor, kundig geleid door Fred Brouwers (het kunstmatige interviewtje om zijn eigen boek te promoten willen we wel even door de vingers zien). Fred gewaagde van een « volksfeest », wat evenwel terecht een beetje tot zijn juiste proporties werd herleid door confrater Marc Platel met naar dat andere « volksfeest », het Eurovisiesongfestival, te verwijzen. Bovendien, de commentaren van de meeste gasten stonden trouwens haaks op dat « populistisch e» aspect, zeer gespecialiseerd als ze waren (zelfs vaak terugkerende termen als legato of rubato werden nooit uitgelegd). Toch moet het voor de leek een grote genoegdoening geweest zijn te zien hoe deze « kenners » soms totaal tegenstrijdige meningen erop nahielden. Wijzelf rekenen ons uiteraard tot die « leken », al stemt het wel tot tevredenheid dat een aantal « kenners » net zoals wij eerder op Akira Wakabayashi tipten (« een pas ontloken bloem », aldus Eliane Rodrigues) en evenzeer verontwaardigd waren over de onheuse behandeling van « rebel » Hung Kuan Chen (André De Groote: « Hij werd gestraft omdat hij een en ander heeft uitgehaald in zijn aquarium »). Bovendien konden wij wel instemmen met de commentaar van Claude Coppens die vond dat de uiteindelijke winnaar Andrei Nicholsky het publiek manipuleerde (« hij geeft zichzelf niet, hij verkoopt zich ») terwijl ook Robert Groslot aanstipte dat je met het etiket van Russisch dissident a.h.w. reeds bij voorbaat carrière kunt maken.
Bij de niet-specialisten die ook aan het woord kwamen, noteerden we dan weer andere uitspraken. Zo vond minister Eyskens dat het feit dat zoveel Aziaten in de finale geraakten een bewijs was dat « de Europese cultuur — meer dan de andere — iets universeels heeft »! De superioriteit van de Europese cultuur dus, waar hebben we dat nog gehoord?
Maar goed, de namen van Andrei Nicholsky, Akira Wakabayashi, Rolf Plagge en Johan Schmidt zullen een tijdlang gemeengoed zijn bij een publiek dat anders meer over Will Tura praat dan over Robert Groslot. Op de finale-avond kreeg de RTBF bijna 3.000 telefoontjes voor de kijkerskeuze, wat zeker niet slecht is, al omschrijft Mark Dheedene de flauwe voetbalwedstrijd Berchem-Anderlecht als « even boeiend als de rechtstreekse tv-uitzendingen van de Koningin Elisabethwedstrijd, maar er waren wel meer kijkers » (net zoals bij het voetbal kreeg overigens de thuisspelende Johan Schmidt de meeste stemmen achter zijn naam). Maar allicht zal hun glorie van korte duur zijn, zelfs Pierre-Alain Volondat is al vergeten door de meeste mensen. Maar wat dan met kandidaten die zelfs niet door de schiftingen geraken ? Blijven die met hopen frustraties zitten ? Wij vroegen het aan Mireille Gleizes die vier jaar geleden in dat geval was.
Mireille Gleizes : Frustraties ? In geen geval. Integendeel, vier jaar geleden had ik reeds beter moeten weten. Wedstrijden zijn niks voor mij. Zij vragen een te intensieve voorbereiding en daarvoor heb ik gewoon geen tijd. Vandaar ook mijn mislukking, ik had me niet ernstig genoeg voorbereid.
— Maar als je een loopbaan wil opbouwen als pianist kan je er haast toch niet onderuit van concertpianist te worden ? Een ander instrument kan eventueel nog in een orkest terecht…
M.G. :
Oh, maar dat lukt ook als pianist best, hoor. Zelf geef ik daaraan zelfs de voorkeur, aan het spelen in groepsverband. Dat zijn dan uiteraard wel kleinere kamerorkesten en ensembles. Of duo’s. En verder treed ik ook graag op als begeleidster, maar een solo-carrière, nee dat zie ik niet zitten.
— Toch zie ik ook die andere optredens niet meteen als een echte bron van inkomen ?
M.G. :
Nee, daarvoor geef ik in de eerste plaats les aan de academie van Bornem en ik begeleid ook nog op het conservatorium.
— Is dat zo ongeveer wat je je ervan had voorgesteld toen je eraan begonnen bent?
M.G. :
Ach, ik ben nu best tevreden met wat ik doe. Vooral ook omdat ik zo’n carrière als solist niet wil, dat vraagt veel te veel van jezelf. Ik denk niet dat ik dat zou aankunnen, voortdurend studeren en concerten voorbereiden. Maar dat weet je niet als je jong bent natuurlijk.
— Werd je misschien te veel in die richting gestimuleerd van thuis uit of zo ?
M.G. :
Ja. Heel zeker. Niet alleen van thuis uit, maar ook van al mijn leraars; mijn hele omgeving duwde me in een richting die ik eigenlijk niet wilde inslaan.
— Heb je dit jaar de wedstrijd gevolgd ?
M.G. :
Niet veel. Ik ben pas getrouwd en dat brengt nogal wat werk met zich mee.
— Dat zal wel… Heb je desondanks Nicholsky gehoord ?
M.G. :
Vijf minuutjes. Genoeg om vast te stellen dat het een heel goede pianist is. Al had ik wel de indruk dat het meer een « sterke » pianist is dan een « poëtische ».
— Aangezien het eigenlijk twaalf bijna evenwaardige kandidaten zijn, heb je soms de indruk dat niet zuiver pianistieke elementen een rol gaan spelen om de rangschikking te bepalen. Net als bij Volondat had ik b.v. nu toch wel het gevoel dat hij vooral omwille van het showelement, dat natuurlijk bij het publiek erg aanslaat, werd gelauwerd…
M.G. :
Dat is normaal, hé, bij zulke concours. Eigenlijk zijn het immers toch maar alleen momentopnamen. Hetzelfde geldt inderdaad voor Volondat. Als pianist hou ik niet echt van hem. ’t Was voor mij een ontgoocheling dat hij het haalde.
— « Kenners » tipten inderdaad toen eerder op Wolfgang Manz, die op een tweede plaats uitkwam, en nu doet zich ongeveer hetzelfde fenomeen voor met Akira Wakabayashi, alleen dan met dit verschil dat zowel Wakabayashi als Nicholsky leerlingen zijn van jurylid Hans Leygraf… Speelt dat een rol, denk je ?
M.G. :
Het minste wat je kan zeggen is dat het geen nadeel is. Er wordt op die manier al eens vaker over je gesproken, men luistert met meer aandacht, enz. Aangezien de juryleden zelf in hoog aanzien staan, wil men immers wel eens horen wat die leerlingen ervan terecht brengen. Het is dus geen rechtstreekse beïnvloeding, maar eerder een soort van natuurlijke selectie.
De vioolwedstrijd twee jaar geleden werd overigens ook gewonnen door een leerling (Nat Yuan Hu) van een jurylid (Josef Gingold) en om het niet zo te doen opvallen, werd een andere leerlinge (Michaela Paetsch) dan maar ineens zwaar gesanctioneerd. Het heeft er alle schijn van dat in 1987 Hung-Kuan Chen (slechts elfde, ondanks het feit dat hij als één van de favorieten uit de voorronde kwam, en ook een leerling van Leygraf) die tol heeft moeten betalen…
Mireille zelf verdween toen een tijdje uit de belangstelling, maar bracht in het begin van de jaren ’90 een CD uit met hedendaagse Belgische muziek en mocht op de soundtrack van “Daens” van Dirk Brossé een pianosolo spelen, nl. “Nini (part one)”.
Rond de jaarwisseling 1993-94 was ze niet minder dan vier keer te gast in Gent. Net zoals andere Temsenaars heeft Mireille Gleizes immers haar hart verpand aan Gent sedert ze hier aan het conservatorium heeft gestudeerd. Daarna is ze voor vervolmaking o.a. naar Minsk getrokken in de toenmalige Sovjet-Unie, waar ze o.m. les kreeg van grote namen als Pjotr Lachert en Valery Afanassiev. Dat ze hierdoor gespecialiseerd is in hedendaagse Russische muziek, bewees ze op 17 november 1993 nog eens in de Gele Zaal, waar ze, bijgestaan door de Russische violist Kortschinksi, werk bracht van Katsjaturian, Schnittke, Prokofiev en Shshetinsky. Maar blijkbaar is ze in Oost-Europa ook in de ban van de nieuwe religiositeit gekomen en ze is nu een aanhangster van het Zen-boeddhisme.

Referentie
Ronny De Schepper, Mireille Gleizes aan het lijntje, De Rode Vaan nr.23 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s