Het is al een jaar geleden dat ex-wielrenner Claude Criquielion in een ziekenhuis in Aalst op 58-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van een herseninfarct (bovenstaande foto Guido De Munter).

fotoOp de foto van Jo Clauwaert zien we hiernaast een ingetogen Claude Criquielion en dat is ook niet te verwonderen, want de foto is genomen tijdens de minuut stilte die voorafging aan de start van de Omloop Het Volk 1987, ter nagedachtenis van Claudy’s ploegmaat Michel Goffin die in een valpartij in de Ronde van de Haut Var om het leven was gekomen…
Criquielion won in zijn carrière tal van grote wedstrijden (Ronde Van Vlaanderen, Waalse Pijl, San Sebastian…), was jarenlang de beste Belgische ronderenner en werd wereldkampioen in 1984. Toch zal hij (tot zijn spijt, zoals hij zelf zei) bij het grote publiek vooral herinnerd worden voor het WK dat hij niet won: in 1988 in Ronse leek hij immers op weg naar de zege, toen Steve Bauer hem in de dranghekken reed.
Mijn commentaar in De Rode Vaan van destijds: “Wat mij echter nog meer heeft geschokt dan de vuile streek van de Canadees is de zogenaamde « volkswoede » die erop is gevolgd. Dat ook de jonge Italiaanse wereldkampioen Maurizio Fondriest door de rijkswacht in bescherming diende te worden genomen, is uiteraard het eerste dat tegen de borst stuit. Het zal niet de eerste keer zijn dat bij lynchpartijen ook onschuldige slachtoffers vallen en dit was hier toch wel duidelijk het geval.”
“Fondriest had niks te maken met de herrie tussen Bauer en Criquielion en volgens alle reglementen kwam de titel ongetwijfeld hem toe. Radeloze confraters die verwijzen naar een « precedent », zijnde de sprint tussen Michel Laurent en Henk Lubberding vijf jaar geleden in de Ronde van Frankrijk, waarbij Laurent door Lubberding eveneens tegen de dranghekkens werd gereden en ten val gebracht, zodat hij pas ná het peloton over de meet kwam, maar toch de overwinning toegewezen kreeg, is hier helemaal niet van toepassing, precies omdat er nog « een derde hond » in het spel was. Dat bovendien Fondriest zich nog niet helemaal kansloos achtte, ook als Criquielion ongehinderd voorbij Bauer zou zijn geraakt, wil ik zelfs niet eens uitsluiten. Kijk maar naar Alan Peiper die op dezelfde afstand van de meet nog voor het groepje achtervolgers hing, maar toch pas als laatste de finish bereikte. Er kon met andere woorden nog veel gebeuren.”

Een andere ontgoocheling was zonder enige twijfel die in het Belgisch kampioenschap van 1985 in Halanzy, waar Paul Haghedooren groot favoriet Claude Criquielion voor bleef.
Anderzijds, na een negende plaats in de Tour van 1984, werd Criquielion als kopman uitgespeeld in het wereldkampioenschap dat plaatsvond op de heuvel van Montjuich (nabij Barcelona) en hij maakte het ook af vóór Claudio Corti en… Steve Bauer!
Voor de start van die Tour van 1984 had ik nog een gesprek met Rik Van Looy, waarbij wij het ook over Criquielion hadden. Zijn team (Splendor) had op de valreep immers nog Paco Rodriguez en Pablo Wilches aangeworven en Claudy vreesde dat dit eerder nadelig voor hem zal uitvallen, enerzijds omdat die mannen zich weinig aan het ploegenspel gelegen laten en anderzijds omdat er in het peloton een coalitie zou zijn tégen de Colombianen…
“Maar het zijn nu profs, hé,” repliceerde Van Looy, reminiscerend aan het feit dat een jaar eerder nog een Colombiaans amateurteam aan de start had gestaan, “en dan ligt dat toch anders. Want daarnaast komt er nóg een liefhebbersploeg, vergeet dat niet. Ik denk dan ook dat Criquielion daar alleen maar baat kan bij hebben als er een ontsnapping is in de bergen en die twee zijn bij hem. Zelfs als ze dan voor zichzelf zouden rijden, dan heeft hij er nog voordeel bij. Vooral omdat Hinault niet meer zo domineert. Wat niet belet dat ze hem toch nog eerst ‘weg’ zullen moeten rijden, zeker weten!”
Laurent Fignon zou uiteindelijk zijn tweede eindzege behalen en Hinault was inderdaad zijn voornaamste tegenstander. En de eerste Belg was zoals gezegd Claude Criquielion op een negende plaats…
Bij zijn Tourdebuut in 1979 (gewonnen door Bernard Hinault vóór Joop Zoetemelk, Joaquim Agostinho en Hennie Kuiper) was Claudy al meteen tweede Belg vlak na Paul Wellens die achtste plaats was geëindigd. Claudy’s kopman, Lucien Van Impe werd elfde en won de Touretappe van Morzine naar Les Ménuires vóór Bernard Hinault en Claude Criquielion. Achter deze ogenschijnlijke “logische” uitslag gaat wel een verhaal schuil…
Aangezien alle favorieten bang waren om Bernard Hinault aan te vallen, gaf Lucien Van Impe aan zijn jonge ploegmaat Claude Criquielion de wenk om ervan door te gaan. Claudy wist eerst niet goed wat hij moest doen, maar hij vergaarde uiteindelijk toch een kleine honderd meter voorsprong. Dan kwam echter Cyrille Guimard, de sportdirecteur die drie jaar eerder Van Impe naar zijn enige Tourzege had geleid, maar nu de ploegleider van Bernard Hinault was, op twee kilometer voor de streep naast zijn renner rijden: ‘Je ziet hoe Zoetemelk erbij zit. Hennie Kuiper is allang weg, probeer Zoetemelk ook nog maar weg te rijden. Het kan.’
Hinault demarreerde niet eens, hij verhoogde ‘alleen’ nogmaals het tempo. Van Impe was de enige die hem kon volgen. Ook hij bekende nadien aan Stijn Vanderhaeghe in diens boek “Tour de France; Tour des Belges” (Lannoo 2013) dat hij uit dezelfde schrik die iedereen koesterde, te lang had gewacht. ‘Ik durfde eerst niet, maar ik moest wel reageren toen Hinault achter mijn ploegmaat Criquielion aanging. Dat vond ik niet aardig van hem. Zo’n groot renner die een goede beginneling als Criquielion het succes misgunt… Ik ben naast hem gaan rijden en ik heb gevraagd: waarom? Hij keek me verschrikkelijk vuil aan en riep: non! Als de zaken er zo voor staan, dacht ik, kruip ik in je wiel en dan zullen we wel zien. Dicht bij de finish riepen wat Belgische toeschouwers naar me, dat de laatste 500 meter plat waren. Ik zag dat Hinault daarvoor niet op de juiste versnelling reed met de 14-15 die hij gebruikte, zodat ik snel op de 13 schakelde en krak… Het was gebeurd.’
Toch was het voor Claude Criquielion slechts een schrale troost dat zijn KAS-ploegmakker uiteindelijk met de winstruiker aan de haal was gegaan…
Over de Tour ’86 kwam Lode De Pooter in De Rode Vaan tot de vaststelling “dat de Tour ’86 er een van hoogstaand sportief niveau was. Tegen 35 km per uur kan men show opvoeren. Niet tegen 50 km en meer. Spijtig dat de Belgische renners bijna geen rol meer spelen in het stuk. Criquielion was helemaal alleen om « onze eer » hoog te houden met een zeer knappe vijfde plaats in de eindstand, echter zonder ooit zijn stempel op de koers te hebben kunnen plaatsen.”
In 1987 ging ik Eddy Merckx interviewen in zijn atelier in Meise precies naar aanleiding van alweer een Ronde van Frankrijk. Als titel selecteerde ik Eddy’s uitspraak: “Nu of nooit voor Claudy, maar Roche niet onderschatten”. Dat het “nooit” zou worden voor Claudy alias Claude Criquielion daar waren zowel Eddy als ikzelf het eigenlijk wel over eens, maar we vonden dat we de Belgische supporters toch een wortel moesten voorhouden. Maar anderzijds, wie heeft er dat jaar de Ronde gewonnen? Jawel, de Ier Stephen Roche.
In het interview sprak Eddy natuurlijk ook over Claudy: “Misschien vindt men mij ouderwets, maar als je prof bent en je krijgt op de koop toe nog een flinke wedde dan moet je ook 24 uur op 24 als prof leven,” zei Eddy. “Als je wielercarrière afgelopen is, is het leven nog lang genoeg om je met andere zaken bezig te houden. Je verdient als sportman abnormale sommen, maar het is ook slechts voor een korte tijd. En dan moet je er ook iets voor over hebben, vind ik.”
Dan zal Claude Criquielion wel een renner naar je hart zijn? raadde ik en het antwoord van Eddy was: “Absoluut! Kijk, Criquielion maakte destijds deel uit van de Belgische liefhebbersploeg in de Ronde van de Toekomst die door Eddy Schepers werd gewonnen. Niet alleen van Schepers, maar zelfs van Guido Van Calster en René Martens werd toen meer verwacht dan van hem en toch is hij de enige die het gemaakt heeft. Dat is wilskracht hebben, hé.”
Roger De Vlaeminck moet zowat de enige toprenner geweest zijn die ik heb geïnterviewd en waarbij Claude Criquielion niet ter sprake is gekomen. Daarom maakte Het Laatste Nieuws dit verzuim maar goed door hem n.a.v. de dood van Claudy te vragen, waar hij Criquielion situeerde in de generatie die na hem kwam. En wat bleek? De Vlaeminck plaatste hem meteen op kop:
1. Claude Criquielion
2. Frank Vandenbroucke
3. Tom Boonen
4. Johan Museeuw
5. Peter Van Petegem
6. Philippe Gilbert
7. Eddy Planckaert
8. Tom Steels
9. Edwig Van Hooydonck
10. Ex aequo: Frank Hoste en Eric Vanderaerden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s